Belasting

Zie ook personenschade belasting.

Belasting algemeen.
Inkomstenbelasting. (wet op de inkomstenbelasting 2001 d.d. 1-8-2015 rtf)
Loonbelasting.
2004-07-15 Hof Amsterdam waarde toekenning opties.
2007-01-01 Wet op de loonbelasting.
Omzetbelasting.
Verzekering.

 

Levenssfeer
Sancties
Successie

Levenssfeer

Hof Den Bosch 7-10-1998 KG 1999, 1 Levenssfeer beslag computer bestand inzage IW 58-63a Ontvanger / Wevers

Op grond van art. 58-63a IW is de belastingplichtige gehouden desgevraagd computerbestanden die voor de invordering van belang kunnen zijn aan de Ontvanger ter beschikking te stellen. Zonder medewerking van de belastingplichtige kan de Ontvanger niet zelf inzage nemen omdat hij dan de computer voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het beslag daarop is gelegd. Noch een publiek- noch een privaatrechtelijke regeling voorziet in die mogelijkheid.

Sancties

HR 19-6-1985 VR 86, 15 Sanctie verhoging strafvervolging fair trial 6 EVRM

Belastingverhogingen zijn sancties op het overtreden van een norm met een algemeen verbindend karakter. De bedoeling is dat zij zowel preventief als bestraffend werken. Het opleggen van een dergelijke verhoging moet dan ook aangemerkt worden als een daad van strafvervolging in de zin van art. 6 lid 1 EVRM.

Successie

Successiewet

De Successiewet 1956 is op 1 januari 2010 vernieuwd.

Art. 13, Successiewet

1. Al wat ten gevolge van of na het overlijden van een erflater wordt verkregen krachtens een overeenkomst van levensverzekering, ongevallenverzekering daaronder begrepen, of krachtens een derdenbeding, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen, voor zover de verkrijging kan worden toegerekend aan een onttrekking aan het vermogen van de erflater, behoudens voor zover bij de verkrijger de aan die onttrekking ontleende rechten reeds voor het overlijden van de erflater aan de heffing van schenk- of erfbelasting waren onderworpen.

2. Indien de erflater bij een overeenkomst van levensverzekering verzekerde is en de erflater, diens partner of een van diens bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad of hun partners bij die overeenkomst als verzekeraar is opgetreden, wordt voor de toepassing van het eerste lid een verkrijging krachtens die overeenkomst van levensverzekering geacht volledig aan het vermogen van de erflater te zijn onttrokken.

Rechtbank Breda, 13-07-2012 BX3386, Bedrijfsopvolgingsfaciliteit van 75% is in strijd met gelijke behandeling.

De rechtbank oordeelt dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet in 2007 in strijd is met het discriminatieverbod van art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM en dat ook andere verkrijgers recht hebben op toepassing van de faciliteit. De rechtbank wijzigt de aan een erfgenaam opgelegde aanslag successierecht in dier voege dat deze voor 75% beschouwd moet worden als een conserverende aanslag als bedoeld in artikel 31a in samenhang met artikel 35c, eerste en tweede lid Sw.

Telegraaf 22-10-2012
Een erfenis gehad?
Eis nu de belasting terug!
Hebt u in de periode 2005-2012 een erfenis gehad en daar successierecht of erfbelasting over betaald? Of moet u nog erfbelasting betalen over een pas verworven erfenis?
Vaak betaalt een erfgenaam duizenden tot zelfs vele tienduizenden euro's aan erfbelasting. Maar uit de uitspraak van de rechtbank Breda van 13 juli blijkt dat erfenissen in de periode 2005 tot en met 2009 een vrijstelling hadden moeten krijgen van 75% en in de periode 2010 tot heden een vrijstelling van een miljoen euro.
SMCO is daarom een collectieve procedure gestart om dit op te eisen. Daarbij maakt SMCO gebruik van zeer gespecialiseerde
belastingrechtadvocaten. -1!
Ga naar www.collectiefonrecht.nl/erfbelasting en meld u vandaag nog aan voor de procedure. Want wie wil er nou te veel belasting betalen?
SMCO
Jan Duikerweg 5 • 1703 DH Heerhugowaard • 072 7529494
www.collectiefonrecht.nl • info@collectiefonrecht.nl

Hoge Raad 19-02-1997 AA3197 Indien geen premie te laste kwam van overledene dan geldt de overlijdensuitkering niet als vererfd ingevolge art. 13 successiewet

3.2. Het Hof heeft de tussen partijen in geschil zijnde vraag of met betrekking tot de door belanghebbende ontvangen uitkeringen uit levensverzekering iets aan het vermogen van de erflater is onttrokken in de zin van artikel 13, eerste volzin, slot, van de Successiewet 1956 (hierna: de Wet), ontkennend beantwoord.
3.3. Hiertegen richt zich het middel met het betoog dat het in de lijn van het arrest van de Hoge Raad van 27 juni 1990, nummer 26 596, BNB 1990/255, ligt de tussen partijen in geschil zijnde vraag aldus te beantwoorden dat de wijziging door belanghebbende en haar overleden echtgenoot van het huwelijksgoederenregime in een algehele gemeenschap van goederen tot gevolg heeft dat, beoordeeld naar het tijdstip van overlijden van de erflater, de vóór de wijziging door belanghebbende betaalde premies mede ten laste zijn gekomen van de erflater zodat, anders dan het Hof heeft geoordeeld, ter zake van de door belanghebbende verkregen uitkeringen wèl iets is onttrokken aan het vermogen van de erflater.
3.4. Het middel ziet bij zijn verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 27 juni 1990 eraan voorbij dat het in de zaak waarop dat arrest betrekking heeft, ging om een wederkerige zonder voorbehoud aangegane verrekeningsverplichting ertoe strekkende dat zal worden afgerekend alsof in het huwelijk van de aanvang af de wettelijke algehele gemeenschap van goederen heeft bestaan. In het onderhavige geval, waarin met ingang van 16 januari 1989 het stelsel van algehele gemeenschap van goederen is gaan gelden, is van zodanige afrekening alsof ook voordien die gemeenschap had bestaan geen sprake. Er is geen sprake van enige verrekening over de voorafgaande periode, laat staan van verrekening van de in die periode door belanghebbende betaalde premies, waartoe ook geen aanleiding bestond omdat de premies betrekking hadden op aan belanghebbende zelf te verrichten verzekeringsuitkeringen.
3.5. De omstandigheid dat bij de vorming van de algehele gemeenschap van goederen de inbreng door belanghebbende van haar vermogen wellicht groter zou zijn geweest dan deze zonder de voorafgaande premiebetalingen is geweest, betekent niet dat die voordien betaalde premies, ten aanzien waarvan geen verrekening tussen de echtelieden is overeengekomen, rechtens ten laste van de gemeenschap en mitsdien deels ten laste van de erflater zijn gekomen. 3.6. Het Hof heeft dan ook met juistheid geoordeeld dat, beoordeeld naar het ogenblik van overlijden van de erflater, voor de verkrijging door belanghebbende van de onderhavige verzekeringsuitkeringen niets aan het vermogen van erflater is onttrokken. 3.7. Het middel faalt derhalve.