Bewijs en deskundigen

Arbeidsdeskundigen (inloggen).
Omkeringsregel.
Statistische informatie

Wet.
Bewijslast en bewijs.
Deskundigen.
Partijgetuige.
Strafzaak.
Tuchtrecht.

Wet

Artikel 22 Rv
De rechter kan in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen of een van hen bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Partijen kunnen dit weigeren indien daarvoor gewichtige redenen zijn. De rechter beslist of de weigering gerechtvaardigd is, bij gebreke waarvan hij daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht.

Artikel843a Rv
1. Hij die daarbij rechtmatig belang heeft, kan op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Onder bescheiden worden mede verstaan: op een gegevensdrager aangebrachte gegevens.
[2.] De rechter bepaalt zo nodig de wijze waarop inzage, afschrift of uittreksel zal worden verschaft.
3. Hij die uit hoofde van zijn ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht is, is niet gehouden aan deze vordering te voldoen, indien de bescheiden uitsluitend uit dien hoofde te zijner beschikking staan of onder zijn berusting zijn.
4. Degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, is niet gehouden aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

 

Bewijslast en bewijs

HR 11 april 2003, NJ 2004, 568 aan het bewijs dat door een verzekerde die aanspraak maakt op verzekeringsdekking moet worden geleverd, mogen geen al te hoge eisen worden gesteld.

HR 31 oktober 1997, NJ 1998, 85 Het bestaan van bewijsnood is op zichzelf immers onvoldoende om tot een omkering van de bewijslast te komen

Deskundigen

HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1468, LJN BZ1468 volgen deskundigenbericht

Hof Den Bosch 4 juni 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2219, m.nt. Colsen

Rechtbank Breda 26 maart 2008 184633 / HA ZA 08-14 Ongepubliceerd. Neuroloog is geen arbeidsdeskundige

Provisionele vordering, gevorderd wordt voorschot van € 20.000,- (totaal gevorderde schade € 647.534,-); door verzekeraar reeds € 45.000,- in voorschot betaald. De rechtbank wijst de vordering af. De rechtbank acht, uitgaande van de beperkingen die door neuroloog dr. Sanders zijn vastgesteld, zonder nader deskundigenonderzoek onvoldoende aannemelijk dat benadeelde ongeschikt is om arbeid als zilver- en goudsmid te verrichten. De mededeling van dr. Sanders dat zij belemmeringen ondervindt als zilversmid omdat zij geen zware hamers kan tillen acht de rechtbank onvoldoende nu de neuroloog niet beschikt over deskundigheid op het gebied van arbeid. (Door dr Sanders was op basis van de (oude) NVvN-richtlijnen 2001 0% b.i. vastgesteld.)

Hoge Raad 22-2-2008 BB5626 deskundige beoordeelt noodzaak overleggen patiëntenkaart, inzagerecht voor medisch adviseur verzekeraar; vraagstelling

Enkele dagen geleden namen wij de vergelijkbare uitspraak BB3676 op waarin de Raad tot een identiek arrest komt. In die kwestie wenste de verzekeraar aan de deskundige een specifieke vraag voor te leggen die buiten zijn deskundigheid lag. In de onderhavige zaak behandelt Spier in punt 7 uitgebreid waarom een “fishing expedition” niet alleen niet toegestaan is, maar ook een boemerang effect voor verzekeraars kan hebben. Art. 843a Rv leent zich er voor specifieke documenten te verlangen, het voorlopig getuigenverhoor is daarvoor niet geschikt.
Functie voorlopig deskundigenbericht: zie v. Dijk, Piv-Bulletin 2008-4

Hoge Raad 22-2-2008 BB3676 deskundige beoordeelt noodzaak overleggen patiëntenkaart, inzagerecht voor medisch advieur verzekeraar; vraagstelling

Moet benadeelde medische gegevens (patiëntenkaart) verstrekken in het kader van een (voorlopig) deskundigenbericht. De Hoge Raad overweegt dat de deskundige zijn oordeel ingevolge onpartijdig en naar beste weten dient te geven en oordeelt: “Dit brengt mee dat het de deskundige is, die heeft te bepalen welke door partijen te verschaffen gegevens voor de uitvoering van het hem opgedragen onderzoek noodzakelijk zijn. (..) art. 198 en het daaraan ten grondslag liggende contradictoire beginsel brengt mee dat gegevens die door de ene partij aan de deskundige worden verschaft, tegelijkertijd in afschrift of ter inzage worden verstrekt aan de wederpartij. Dit geldt echter niet onverkort voor medische gegevens die aan de deskundige worden verstrekt door de partij die eventueel gebruik kan maken van het blokkeringsrecht. (…) Dit lijdt echter in een geval dat de wederpartij een verzekeraar is die beschikt over een medisch adviseur, in zoverre uitzondering dat tevens en tegelijkertijd aan de medisch adviseur van de verzekeraar alle aan de deskundige verschafte medische gegevens in afschrift of ter inzage dienen te worden verstrekt. Aangenomen moet immers worden dat de medisch adviseur, ook ten opzichte van de verzekeraar, de aldus verkregen medische informatie als hem onder zijn geheimhoudingsplicht toevertrouwd zal beschouwen en behandelen.”

Rechtbank Breda 27-02-2008 LJN: BC5872, verjaring stuit op redelijkheid

Letselschadezaak, waarin aansprakelijkheidsverzekeraar en slachtoffer langdurig onderhandelen over de als gevolg van een ongeval (verwonding door op hol geslagen paard) geleden schade. Onderhandelingen en verstrekken voorschotten stuiten verjaring niet. In de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat verzekeraar zich op verjaring beroept.
Het beroep op verjaring stuit af op de aanname dat de schuldenaar er rekening mee moest houden dat de schuldeiser, nadat de onderhandelingen geen resultaat opleverden, haar recht op nakoming van schadevergoeding voorbehield. Samengevat: de redelijkheid en billijkheid verzet zich dan tegen een beroep op verjaring.
Het verstrekken van voorschotten levert (dus) volgens de Rb uitdrukkelijk geen erkenning van aansprakelijkheid op in de zin van 3:318 BW, maar kan - zeker als die aansprakelijkheid niet betwist wordt - wel tot een vruchteloos beroep op verjaring leiden.
Als je de inhoud van een deskundigenbericht, in dit geval de onderbouwing voor het trekken van een bepaalde conclusie, aan de kaak wil stellen moet je dat gedurende de looptijd van het uitbrengen van het deskundigenbericht doen en niet later voor de rechtbank.

Partijgetuige

Rb Assen 18 maart 2013 BZ7237 waarde partijgetuige

4.6. De rechtbank kent geen doorslaggevende betekenis toe aan de verklaring van [verzoekster]. Daarvoor is redengevend dat [verzoekster] partijgetuige is. Op grond van de wet brengt dit met zich dat haar verklaring alleen bewijs in haar voordeel oplevert als sprake is van aanvulling van onvolledig bewijs. Uit de rechtspraak volgt dat het er daarbij op aankomt of er aanvullend bewijs voorhanden is, dat zodanig sterk is en zodanig essentiële punten betreft dat het de verklaring van [verzoekster] als partijgetuige voldoende geloofwaardig maakt (HR 31 maart 1995, NJ 1997/592).

Strafzaak

Artikel 161 Rv
Een in kracht van gewijsde gegaan, op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat iemand een feit heeft begaan, levert dwingend bewijs op van dat feit.

Rechtbank 's-Hertogenbosch 13-02-2008 LJN: BC5879 moment kritiek deskundigenrapport, bijstandsuitkering als voordeel

Pas nadat de deskundige zijn definitieve rapport heeft uitgebracht komt Bovemij met detailkritiek. De rechtbank acht dat in strijd met de goede procesorde. De detailkritiek had in een eerder stadium aan de deskundige moeten worden voorgelegd.
Een uitzondering moet worden gemaakt op de regel dat RWW uitkeringen niet in mindering moeten worden gebracht op de te betalen schadevergoeding, omdat de gemeenten deze verstrekte uitkeringen plegen terug te vorderen omdat de terugvordering hier wordt betwist.
In dit geval heeft [eiseres] wel gesteld dat de gemeente Oisterwijk de aan haar verstrekte RWW uitkering van 17 december 1997 tot juli 2005 (de kapitalisatiedatum) ten bedrage van € 99.526,22 zal terugvorderen, maar Bovemij heeft dat betwist.

Tuchtrecht

HR 10-1-2003 NJ 2003, 537 Tuchtrechtelijke maatregel geldt niet als redelijke maatregel ter vaststelling van aansprakelijkheid