Wetgeving
De regels voor de omgang van de overheid met de burger en de rechtsbescherming die de overheid daarbij moet bieden zijn opgenomen in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB geldenig in 1996? AWB geldend op 8-12-2010 htm). De wetgever beoogt met de AWB
-           het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving;
-           het systematiseren en, waar mogelijk, vereenvoudigen van de bestuursrechtelijke wetgeving;
-           het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke jurisprudentie hebben afgetekend;
Het is een voortschrijdend proces dat in tranches gebeurt. De eerste en tweede tranche van de wet zijn op 1 januari 1994 in werking getreden.

Op 1 januari 1998 is de derde tranche van kracht geworden (bepalingen over subsidies, beleidsregels en bestuursdwang, Wet van 20 juni 1996, Stb. 333). De commissie Scheltema bereidt de vierde tranche voor. Zo heeft deze commissie op 17 september 1998 heeft de Commissie Scheltema een voorontwerp van wet aan de regering aangeboden met betrekking tot de vergoeding van de kosten die gemaakt zijn in de voorprocedure, de procedure die voorafgaat aan het primaire besluit. Voorgesteld is dat de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, uitsluitend worden vergoed voorzover het bestreden besluit door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is genomen (vgl. CRvB 29 mei 1998, AA8780[1]).

De regels van de AWB gelden voor de grote meerderheid van de beslissingen van de overheid. Voor sommige beslissingen kunnen afwijkende regels gelden. Dat is bijvoorbeeld tot uitdrukking gebracht in art. 1:6 AWB voor o.a. opsporing van strafbare feiten.
Voor beroep bestaan verschillende colleges. De uniformering is nog niet volledig in de jurisprudentie. De verschillen die bestaan zijn deels te verklaren uit het verschil in karakter van de betreffende materiële wetgeving. De ontwikkeling van jurisprudentie bij een relatief jonge wetgeving als de AWB mee dat verschillen in rechtspraak door verschillende instanties ontstaan. Die verschillen kunnen na heroverweging verdwijnen (ABRS 14 juni 1999 AB 1999, 342[2]).

De AWB is weliswaar formeel gelijkwaardig aan overige wetgeving op administratief gebied, maar overheerst dat in zo'n sterke mate dat andere regelingen buiten behandeling blijven. 


[1] CRvB 29 mei 1998, AA8780 Kosten in voorprocedure vorderbaar bij tegen beter weten in handelen
Een uitzondering op de onrechtmatigheid van het primaire besluit vormen de kosten gemaakt in de voorprocedure, die pas voor vergoeding in aanmerking komen indien de primaire besluitvorming dermate ernstige gebreken vertoont, dat gezegd moet worden dat het bestuursorgaan tegen beter weten in een onrechtmatig besluit heeft genomen. (Bewuste miskenning van de jurisprudentie van de Raad inzake de betaling van wettelijke rente over nabetalingen).

[2]