OVS Overeenkomst 1-1-1992

1992-01-01 Overeenkomst Vereenvoudigde Schaderegeling (OVS)


1-1-1992


OVEREENKOMST VEREENVOUDIGDE SCHADEREGELING (O.V.S.)
ingangsdatum l januari 1992
A. BOTSINGSSITUATIES
I BOTSINGEN OP KRUISPUNTEN
1. Bij een botsing op een kruispunt tussen motorrijtuigen, welke uit verschillende
richtingen het kruispunt naderen, wordt de cascoschade, ontstaan aan het
overeenkomstig de wettelijke bepalingen tot doorgang resp. voorrang gerech
tigde motorrijtuig, voorzover deze door de cascoverzekeraar daarvan aan zijn
verzekerde is vergoed, door de WA-verzekeraar van het tot het verlenen van
doorgang resp. voorrang verplichte motorrijtuig aan de casco-verzekeraar
terugbetaald en/of ziet de casco-verzekeraar van het tot verlenen van voorrang
verplichte motorrijtuig af van regres op de WA-verzekeraar van het tot
doorgang resp. voorrang gerechtigde motorrijtuig.
2. De regeling zal gelden ongeacht welke fout de bestuurder van het tot doorgang
resp. voorrang gerechtigde motorrijtuig zou hebben gemaakt, bijvoorbeeld
links rijden, te snel rijden, optrekken vanuit stilstand, e.d.
3. Is het kruispunt beveiligd door verkeerslichten en is niet vast te stellen, wie
door rood licht reed, dan is deze overeenkomst niet van toepassing.
4. Komt een verkeersdeelnemer uit een verboden rijrichting, maar is hij - indien
dit verbod niet zou gelden - wel voorrangsgerechtigd, dan betaalt de WA-
verzekeraar van de ene partij terug aan de casco-verzekeraar van de andere
partij 50% van de door hem betaalde casco-schade.
5. De regeling zal ook gelden wanneer de aanrijding buiten het kruisingsvlak
(waaronder te verstaan het vlak begrensd door de verlengde rijbaankanten)
heeft plaatsgevonden, zolang één van beide motorrijtuigen en/of enig aange
koppeld voertuig of apparaat zich nog met enig deel op het hiervoor bedoelde
kruisingsvlak bevindt. Is dit laatste niet het geval dan is de regeling niet van
toepassing en zijn partijen vrij in hun stellingen en weren.
6. De regeling is eveneens van toepassing bij botsingen tussen een op een
kruispunt linksafslaand en een tegemoetkomend motorrijtuig.
7. Bij een botsing op een verkeersplein waar het zich op het verkeersplein
bevindende motorrijtuig voorrang heeft, wordt het van links komende motor
rijtuig als voorrangsgerechtigd beschouwd.
II BOTSINGEN TUSSEN EEN LINKS- OF RECHTSAFSLAAND EN EEN
RECHTDOORGAAND MOTORRIJTUIG
Bij een botsing tussen een vooruitrijdend rechtdoorgaand motorrijtuig en een motorrijtuig dat - na zich aanvankelijk in dezelfde richting te hebben voortbewogen - naar links of naar rechts van richting verandert om een andere weg in te slaan dan wel een

inrit in te rijden, betaalt de WA-verzekeraar van de ene partij terug aan de cascoverzekeraar van de andere partij 50% van de door hem betaalde casco-schade.
III BOTSINGEN TUSSEN EEN ACHTERUITRIJDEND EN EEN OP DEZELFDE WEG VOORUITRIJDEND DAN WEL STILSTAAND MOTORRIJTUIG
Bij een botsing tussen een achteruitrijdend motorrijtuig en een op dezelfde weg vooruitrijdend dan wel stilstaand motorrijtuig betaalt de WA-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig ten volle de ten laste van de casco-verzekeraar van het andere motorrijtuig gekomen schade en/of ziet de casco-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig af van regres op de WA-verzekeraar van het andere motorrijtuig.
IV BOTSINGEN TUSSEN EEN KEREND EN EEN RECHTDOORGAAND MOTORRIJTUIG
Bij een botsing tussen een kerend motorrijtuig en een vooruitrijdend rechtdoorgaand motorrijtuig betaalt de WA-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig ten volle de ten laste van de casco-verzekeraar van het andere motorrijtuig gekomen schade en/of ziet de casco-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig af van regres op de WA-verzekeraar van het andere motorrijtuig.
BOTSINGEN TUSSEN EEN UIT EEN UITRIT OP DE WEG KOMEND EN EEN ZICH OP DIE WEG BEVINDEND MOTORRIJTUIG
Bij een botsing tussen een uit een uitrit op dé weg komend motorrijtuig en een zich op die weg bevindend motorrijtuig betaalt de WA-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig ten volle de ten laste van de casco-verzekeraar van het andere motorrijtuig gekomen schade en/of ziet de casco-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig af van regres op de WA-verzekeraar van het andere motorrijtuig.
VI BOTSINGEN TUSSEN EEN UIT PARKEERSTAND WEGRIJDEND EN EEN RECHTDOORGAAND MOTORRIJTUIG
Bij een botsing tussen een uit parkeerstand wegrijdend motorrijtuig en een rechtdoorgaand, op dezelfde weg vooruitrijdend, motorrijtuig betaalt de WA-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig ten volle de ten laste van de cascoverzekeraar van het andere motorrijtuig gekomen schade en/of ziet de casco-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig af van regres op de WA-verzekeraar van het andere motorrijtuig.
VII BOTSINGEN VAN EEN RIJDEND MOTORRIJTUIG MET EEN OPENGAAND DAN WEL GEOPEND PORTIER
Bij een botsing van een rijdend motorrijtuig met een opengaand dan wel geopend portier van een ander motorrijtuig betaalt de WA-verzekeraar van het laatstbedoelde motorrijtuig ten volle de ten laste van de casco-verzekeraar van het andere motorrijtuig gekomen schade en/of ziet de casco-verzekeraar van het laatstbedoelde motorrijtuig af van regres op de WA-verzekeraar van het andere motorrijtuig.

VIII BOTSINGEN TUSSEN EEN RIJDEND EN EEN GEPARKEERD MOTORRIJTUIG
Bij een botsing tussen een rijdend en een geparkeerd motorrijtuig betaalt de WA-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig ten volle de ten laste van de cascoverzekeraar van het andere motorrijtuig gekomen schade en/of ziet de casco-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig af van regres op de WA-verzekeraar van het andere motorrijtuig.
IX KOP-STAART BOTSINGEN
Wanneer een motorrijtuig met de voorkant in botsing komt met de achterkant van een ander motorrijtuig, dat in dezelfde richting aan het verkeer deelneemt:
1. betaalt de WA-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig ten volle de ten
laste van de casco-verzekeraar van het andere motorrijtuig gekomen schade,
tenzij deze schade mede is ontstaan door een botsing - al dan niet door eigen
schuld - met een daarvóór in dezelfde richting aan het verkeer deelnemend
motorrijtuig, in welk geval de helft van vorenbedoelde schade wordt betaald;
2. ziet de casco-verzekeraar van het eerstbedoelde motorrijtuig af van regres op
de WA-verzekeraar van het andere motorrijtuig.
B. OVERIGE BEPALINGEN
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden achter een motorrijtuig gekoppelde aanhangwagens of andere voorwerpen, waaronder ook begrepen een motorrijtuig dat gesleept wordt, geacht één geheel te vormen met het trekkende motorrijtuig.
Tot de casco-schade, die door de casco-verzekeraar is vergoed en waarvoor het regres geldt wordt alleen gerekend de werkelijke schade aan het casco en niet de schadevergoeding voorzover deze ingevolge polisbepalingen zoals bijv. de nieuwwaarde-regeling e.d. die werkelijke schade te boven gaat.
XI Doet zich tussen partijen een geschil voor over de toepassing van de overeenkomst en kunnen partijen het in der minne niet eens worden dan zullen door de NVVA te benoemen adviseurs bij wijze van bindend advies over het geschil uitspraak doen.
XII Doet zich een geval voor dat onder de beschrijving van meer dan één in deze overeenkomst geregelde typen aanrijdingen valt, dan gaat een lager genummerde rubriek vóór een hoger genummerde (I vóór II enz.).
XIII Bij co-assurantie zal de O.V.S. volledig van toepassing zijn, indien de leidende verzekeraar tot de O.V.S. is toegetreden, ongeacht of de mede-verzekeraars al dan niet bij de O.V.S. zijn aangesloten.
XIV Geldt tussen twee bij deze overeenkomst aangesloten partijen tevens een andere schaderegelingsovereenkomst dan gaat deze laatste vóór, indien deze mede van toepassing is.

RICHTLIJNEN BIJ DE TOEPASSING VAN DE O.V.S.
INLEIDING
Sinds de invoering van de O.V.S. heeft de praktijk van de schaderegeling uitgewezen dat richtlijnen inzake de toepassing wenselijk zijn. Deze zijn voor de eerste maal in 1975 uitgegeven. Periodiek worden de richtlijnen bij toepassing van de O.V.S.aangepast: de richtlijnen uit 1975, 1985 en 1988 zijn in de huidige versie van de richtlijnen verwerkt.
Voorwaarde voor toepassing van de O.V.S. is dat de betrokken verzekeraars het eens zijn over de toedracht van de botsing in kwestie. De O.V.S. noch de bindend adviseurs treden in een civielrechtelijke beoordeling van het geschil; met name kan geen oordeel over de schuldvraag-kwestie gegeven worden.
Het komt regelmatig voor dat partijen verdeeld zijn over feitelijke omstandigheden, waardoor ook de juridische consequenties en een eventuele toepassing van de O.V.S. punten van discussie vormen.
Ten aanzien van dit soort geschillen kunnen de bindend adviseurs geen uitspraak doen, daar het dan niet gaat om de uitleg van de O.V.S., maar om een geschil over de feitelijke toedracht. Indien partijen bijvoorbeeld van mening verschillen of één van de verzekerden uit een uitrit of een weg kwam, moeten de bindend adviseurs zich van een oordeel onthouden.
In een enkel geval blijkt men er moeite mee te hebben de consequenties van de O.V.S. te accepteren, omdat men die als onrechtvaardig ervaart. Zoals de naam van de O.V.S. reeds aanduidt, is het doel van de O.V.S. de schaderegeling tussen verzekeraars te vereenvoudigen door voor een aantal véél voorkomende typen aanrijdingen een standaardoplossing te geven. Allerlei nuances die de schuldvraag anders zouden kunnen doen liggen blijven buiten beschouwing. Men moet dus niet in een geval dat feitelijk onder een omschrijving van een in de O.V.S. geregeld type aanrijding valt, de schuldvraag gaan betrekken, omdat toepassing van de O.V.S. in dat geval tot een onbevredigend resultaat leidt. Doet men dit wel, dan haalt men wéér de discussie over de schuldvraag binnen, terwijl het doel van de O.V.S. juist is discussies over de schuldvraag uit te sluiten.
Voor de toepassing van de O.V.S. is derhalve alleen relevant de vraag:
VALLEN DE FEITELIJKE OMSTANDIGHEDEN VAN HET CONCRETE GEVAL ONDER DE OMSCHRIJVING VAN EEN VAN DE TYPEN AANRIJDINGEN, WAARVOOR DE O.V.S. EEN REGELING GEEFT?
Met nadruk moet gesteld worden dat de O.V.S. alléén geldt tussen de tot de O.V.S. toegetreden verzekeraars. Het gaat niet aan dat verzekerden, of degenen die voor hen optreden, op welke manier dan ook in een discussie betreffende O.V.S. en de toepassing daarvan, worden betrokken. Voor de toepassing van de O.V.S. is niet van belang om wat voor soort motorrij-tuigverzekering het gaat (zoals bijv. een garageverzekering, voorzover het w.a.- of cascodekking van motorrijtuigen betreft).
Op grond van art. XI van de O.V.S. hebben de bindend adviseurs bevoegdheid desgevraagd bindend advies te geven omtrent een geschil over toepassing van de O.V.S. Tevens hebben de bindend adviseurs de bevoegdheid om in hun beslissing de door partijen aangevoerde gronden aan te vullen en eventueel een ander artikel van toepassing te verklaren dan door partijen naar voren is gebracht. Deze adviezen hebben een ad-hoc karakter; immers zij zijn volledig toegespitst op een concrete casus. Er kan niet gesproken worden van een verzameling adviezen waarin principiële stellingnamen t.a.v. O.V.S.-artikelen zijn neergelegd. Derhalve worden de

adviezen slechts ter beschikking gesteld aan de bij het concrete geval betrokken verzekeraars. In de uitzonderingsgevallen dat wel een principiële uitspraak wordt gedaan door de bindend adviseurs, zal deze aan alle tot de O.V.S. toegetreden verzekeraars worden gezonden.
ALGEMENE BEGRIPPEN
A. Wegen.
Aanrijdingen, die plaatsvinden op wegen die voldoen aan art. l van de Wegenverkeerswet en dus feitelijk voor het openbaar verkeer openstaan, vallen onder de O.V.S. De O.V.S. is eveneens van toepassing op aanrijdingen op niet-openbare wegen en op terreinen (uitgezonderd parkeergarages) waar, in verband met de aanwezigheid van een stelsel van wegen, de eisen van het maatschappelijk verkeer meebrengen, dat de verkeersregels naar analogie dienen te worden toegepast. Dit gebeurt eveneens in het gemene recht.
B. Geldigheidsgebied
De O.V.S. geldt ook voor aanrijdingen buiten Nederland.
C. Normen voor afstand i.v.m. toepassing van de verschillende artikelen
In de verschillende artikelen van de O.V.S. worden abstrakte normen gegeven die in de loop der jaren door uitspraken van de bindend adviseurs geconcretiseerd zijn. Deze normen zijn bij de betreffende artikelen aangegeven.
D. Meervoudige botsingen
De O.V.S. is bedoeld voor enkelvoudige botsingen (behoudens het geval geregeld in art. IX O.V.S.). Dit houdt in dat botsingen tussen meer dan twee motorrijtuigen niet onder de O.V.S. vallen. Wel valt onder de O.V.S. de schade aan het motorrijtuig die ontstaat doordat het betrokken motorrijtuig vóór of na de botsing met een ander voorwerp clan een motorrijtuig in aanraking komt, bijv. met een fietser of een lantaarnpaal.
E. Stilstaand Obstakel.
Het kan voorkomen dat een motorrijtuig, dat een bepaalde beweging heeft ingezet, deze beweging moet of wenst te onderbreken. Slechts in uitzonderingsgevallen kan deze stilstand leiden tot het buiten toepassing verklaren van de O.V.S. Alleen indien vaststaat, dat een motorrijtuig om welke reden dan ook gedurende een zodanige tijd stilstaat, dat het door een ieder duidelijk als een stilstaand obstakel moet worden beschouwd, is er sprake van een situatie die niet valt onder de O.V.S.
Het bovenstaande geldt uiteraard niet voor de botsingssituaties zoals omschreven in de artikelen VII en VIII O.V.S.

ARTIKELSGEWI.TZE TOELICHTING
Artikel I
BOTSINGEN OP KRUISPUNTEN
LID l
Afstandsnormen; het begrip "naderen".
Voor verkeerssituaties op wegen waar een maximum snelheid van 50 km/u geldt, wordt een
afgelegde afstand van tenminste 25m aangehouden voordat gesproken kan worden van het
"naderen" van een kruispunt in de zin van de O.V.S.
Voor verkeerssituaties op wegen waar een hogere snelheid is toegestaan, is deze afstand
tenminste 50m.
Met afgelegde afstand wordt bedoeld de afgelegde afstand op de weg tot het begin van het
kruispunt waarop de botsing plaatsvindt.
Voorbeeld: A komt oorspronkelijk voor B van links. A steekt het bewuste kruispunt recht over en keert vervolgens ongeveer 10 meter van de hoek om zijn weg in tegengestelde richting te vervolgen. Hij komt dan -nu ten opzichte van B van rechts komend- op dit kruispunt met B in botsing.
Omdat A in zijn "nieuwe" rijrichting nog slechts 10 meter heeft afgelegd, is geen sprake van "naderen" in de zin van artikel l O.V.S., zodat A -hoewel hij van rechts komt- niet voorrangsgerechtigd is.
Ook B heeft in deze casus geen (recht op) voorrang, zodat artikel I O.V.S. hier niet van toepassing is, doch artikel IV O.V.S., aangezien A na de keermanoeuvre slechts _+ 10 meter had afgelegd (zie Richtlijnen bij artikel IV).
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen tot doorgang resp. voorranggerechtigde motorrijtuigen.
Voorbeeld: Ziekenauto komt van links en voert de voorgeschreven optische- en geluidssignalen. Ingevolge de artt. 29 en 50 RVV dient het van rechts komende motorrijtuig voorrang te verlenen aan dit voorrangsvoertuig.
Van rechts komend motorrijtuig rijdt achteruit.
In deze situatie is het van links komende (vooruitrijdende) motorrijtuig tot doorgang gerechtigd in de zin van artikel I O.V.S.
Ingevolge artikel 54 van het RVV moeten bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook verwisselen, het overige verkeer voor laten gaan.

LID 3
"Rood Ucht-negeerder" is bekend.
Wanneer vaststaat dat één van de betrokken motorrijtuigen door rood licht reed, terwijl tevens bekend is welk, is de O.V.S. normaal van toepassing en wel in het voordeel van de andere partij, van wie vaststaat dat deze in ieder geval niet door rood licht is gereden. De regel van artikel I lid 3 O.V.S. geldt dus alleen wanneer beide bestuurders ontkennen een rood verkeerslicht te hebben genegeerd en niet kan worden vastgesteld hoe de toedracht werkelijk is geweest.
Aanrijding na "dubbel groen".
Partij A rijdt bij groen licht het kruispunt op, maar kan dit kruispunt in verband met druk verkeer niet direct vrijmaken. Op het moment dat A zich nog op het kruispunt bevindt, krijgt partij B groen licht. Hij rijdt vervolgens het kruispunt op met als gevolg een botsing. Omdat beide partijen bij -voor hen- groen licht het kruispunt zijn opgereden, gelden hier de normale voorrangsregels.
LID 4
Bromfietser rijdt op het verkeerde fietspad.
Aan de bindend adviseurs is een aantal malen de vraag voorgelegd of een bromfietser die ten
onrechte gebruik maakt van het voor hem links van een voorrangsweg gelegen rijwiel- of
voetpad (omdat een dergelijk pad zich ook ter rechterzijde van de weg bevindt), al of niet uit
een verboden rijrichting als bedoeld in lid 4 komt.
De bindend adviseurs nemen het standpunt in, dat dit niet het geval is. Er is immers geen
sprake van een komen uit een verboden rijrichting (rijwiel- en voetpaden en hoofdrijbaan
vormen één (voorrangs)weg die in beide richtingen mag worden bereden) maar "slechts" van
niet zoveel mogelijk rechts rijden door de bromfietsbestuurder.
Een dergelijke fout is ingevolge artikel I lid 2 O.V.S. niet relevant, zodat artikel I lid l
O.V.S. van toepassing blijft.
LID 5
Botsing(spunt) buiten het kruisingsvlak.
Twee auto's naderen een kruispunt van verschillende richtingen. A stopt vóór het kruisingsvlak om B, die van rechts komt, voorrang te verlenen. B snijdt echter de bocht naar links af en botst op A.
Als enig deel van één der motorrijtuigen zich op het kruispunt bevindt tijdens de botsing (waar de auto's eventueel na de aanrijding worden aangetroffen is niet relevant), is artikel I O.V.S. van toepassing.

LID 6
Linksafslaand motorrijtuig.
Van linksaf slaan in de zin van deze bepaling is al sprake wanneer de "linksaffer" zich -ook al bevindt deze zich nog volledig op de "eigen" weghelft- op het moment van de botsing in een duidelijk waarneembare schuine stand ten opzichte van de as van de door de partijen bereden weg bevindt.
LID 7
Teneinde discussies in de trant van "ik reed wel degelijk als eerste de voorrangsrotonde op en daarna kwam de ander van links met grote snelheid aanrijden" te voorkomen, is gekozen voor de simpele regel: het motorrijtuig dat van links komt, wordt voor de toepassing van de O.V.S. als tot voorrang gerechtigd beschouwd.
Artikel II.
Botsingen tussen een links- of rechtsafslaand en een rechtdoorgaand motorrijtuig.
Blijkens de tekst moet een motorrijtuig daadwerkelijk naar links of naar rechts van richting veranderen. Dit betekent dat het afslaand voertuig zich ten tijde van de botsing duidelijk in een schuine stand ten opzichte van de as van de oorspronkelijk door dit motorrijtuig bereden weg dient te bevinden (zelfs al is dit haaks).
De ervaring van de bindend adviseurs is dat een betrekkelijk groot aantal van de aan hen ter beslissing voorgelegde geschillen de vraag betreft of er al dan niet sprake is van een duidelijk schuine stand ten opzichte van de wegas. Wanneer dit het geval is, concluderen de bindend adviseurs consequent tot toepasselijkheid van artikel II O.V.S.; is dit niet het geval, dan wordt -indien althans aan de overige vereisten is voldaan- beslist dat artikel IX O.V.S. van toepassing is.
Voorsorteren als richtingverandering.
Ook voorsorteren teneinde naar links of rechts van richting te gaan veranderen, kan leiden tot toepasselijkheid van artikel II O.V.S., maar dan is wel vereist dat het voorsorteren de oorzaak van de aanrijding is, hetgeen in het algemeen het geval zal zijn indien het motorrijtuig op het moment van voorsorteren wordt aangereden.
Sorteert echter iemand op enige afstand van het kruispunt links voor, rijdt vervolgens enige tijd tegen de wegas, vermindert vaart en wordt dan van achteren aangereden, dan is artikel IX O.V.S. van toepassing.
Afstandsnormen.
Voor verkeerssituaties op wegen waar een maximum snelheid van 50km/u geldt, wordt een afgelegde afstand van tenminste 25m aangehouden, voordat gesproken kan worden van zich in dezelfde richting voortbewegen in de zin van art. II O.V.S.
Voor verkeerssituaties op wegen waar een hogere snelheid is toegestaan, is deze afstand tenminste 50m. Deze afstandsnormen gelden voor beide bij de botsing betrokken motorrijtuigen.

Artikel III.
Botsing op een kruispunt.
Wanneer twee motorrijtuigen, vanaf verschillende wegen komend, op een kruispunt met elkaar in botsing komen, kan niet worden gesteld dat heide zich op dezelfde weg bevinden, ook al behoort het kruisingsvlak juridisch tot beide wegen.
Botsing tussen een uit parkeerstand in voorwaartse richting wegrijdend motorrijtuig en een op de/elfde weg achteruitrijdend motorrijtuig.
De omschrijving "stilstaand dan wel vooruitrijdend motorrijtuig" omvat het gehele traject:
het (in parkeerstand) stilstaan op de weg; het aan het verkeer gaan deelnemen; het vooruitrijden op de weg.
In dit geval is dus artikel III O.V.S. van toepassing ten gunste van degene die uit parkeerstand wegrijdt.
Artikel IV. Afstandsnormen.
Heeft iemand, na gekeerd te zijn, reeds een geringe afstand in tegengestelde richting afgelegd, dan wordt hij, op wegen waar een maximum snelheid van 50km/u geldt, niettemin geacht nog met keren bezig te zijn, indien de in tegengestelde richting afgelegde afstand tot het punt van botsen niet meer dan 25m bedraagt. Op wegen waar een hogere snelheid is toegestaan, is deze afstand ten hoogste 50m.
Keren via zijstraat.
Aan de bindend adviseurs is een aantal malen de vraag voorgelegd of in situaties waarin het kerende motorrijtuig voor de uitvoering van zijn bijzondere manoeuvre enigermate gebruik maakt van een ter plaatse aanwezige zijstraat of inrit, artikel IV dan wel artikel II O.V.S. van toepassing is.
De bindend adviseurs nemen in deze gevallen -behoudens bijzondere situaties- het standpunt in dat hier sprake is van een kerend motorrijtuig als bedoeld in artikel IV O.V.S.
Artikel V. Afstandsnormen.
Op wegen waar een maximum snelheid van 50km/u geldt, wordt voor de toepassing van de O.V.S. een motorrijtuig nog geacht uit een uitrit op de weg te komen, indien de aanrijding plaatsvindt binnen 25m van de (linker dan wel rechterzijde van de uitrit (zulks afhankelijk van de vraag of de uitritverlater naar links respectievelijk naar rechts de weg oprijdt). Op wegen waar een hogere snelheid is toegestaan is deze afstand ten hoogste 50m.
Artikel VI.
Het begrip "parkeerstand" dient gerelateerd te worden aan de begripsbepaling "parkeren" in art. lac RVV.

Afstandsnormen.
Voor verkeerssituaties op wegen waar een maximum snelheid van 50km/u geldt, wordt een afgelegde afstand van ten hoogste 25m aangehouden, waarbinnen nog sprake is van "uit parkeerstand wegrijden" in de zin van artikel VI O.V.S.
Voor verkeerssituaties op wegen waar een hogere snelheid is toegestaan is deze afstand ten hoogste 50m. Met afgelegde afstand wordt bedoeld de afstand op de weg tussen het verlaten van de parkeerstand en het punt van botsen.
Artikel VII.
Als hoofdkenmerk van een portier wordt beschouwd het feit dat bij opening daarvan het motorrijtuig wordt verbreed. Onder portier wordt derhalve ook verstaan een deur van een vrachtauto (geen laadklep).
Artikel VIII.
Het begrip "geparkeerd motorrijtuig" dient gerelateerd te worden aan de begripsbepaling "parkeren" in art. lac RVV. Voor parkeren is niet vereist dat het desbetreffende motorrijtuig veilig buiten het verkeer tot stilstand is gebracht.
Artikel IX. Regres.
Regelmatig is de situatie van een kop-staartbotsing, waarbij méér dan twee in dezelfde rijrichting aan het verkeer deelnemende motorrijtuigen zijn betrokken voor bindend advies voorgelegd. Vaak betrof het dan de vraag of de verzekeraar van het achteroprijdende motorrijtuig, nadat hij op basis van de O.V.S. de schade aan de voorrijder heeft betaald, voor deze schade op grond van het gemene recht verhaal kan nemen op de (O.V.S.-)verzekeraar, die het verderop in de file doordrukkende motorrijtuig heeft verzekerd, ervan uitgaande dat de bestuurder daarvan aansprakelijk is. Het antwoord op deze vraag luidde steeds bevestigend.
De overwegingen zijn:
1. De O.V.S. regelt alleen de schade-afwikkeling tussen de verzekeraars van de twee
motorrijtuigen die met elkaar in botsing zijn gekomen op een wijze als in art. IX
O.V.S. aangegeven (" met de voorkant in botsing komt met de achterkant....").
2. Afstand van verhaal als omschreven in de O.V.S. heeft slechts betrekking op het
verhaal van de casco-verzekeraar van het achteroprijdende motorrijtuig op de WA-
verzekeraar van het voorrijdende motorrijtuig.
3. In de O.V.S. zijn geen andere bepalingen opgenomen of voorzieningen getroffen, die
tot een andere conclusie dan in 2 omschreven zouden kunnen leiden.
(N.B.
Dit lijkt in tegenspraak met de circulaire van 24 mei 1973 (N.V.V.A. L-73/23). Deze circulaire gaf echter alleen een beleidsadvies om geen regres te nemen "daar de situatie bij kettingbotsingen steeds onoverzichtelijk is en nooit is vast te stellen wie op de ander is gebotst". Natuurlijk is er wel verhaal mogelijk in die gevallen, waarin de situatie wél overzichtelijk is en wél vaststaat wie op wie is gebotst. De O.V.S. belet in een dergelijk geval het regres niet.)

Doordrukken op de vóórrijder.
Bij een schadegeval zijn drie auto's betrokken: de voorste auto loopt schade op als gevolg van een botsing tussen de middelste en achterste auto (doordrukken), terwijl de middelste auto geen schade oploopt aan de voorzijde.
De tot de O.V.S. toegetreden verzekeraar van de achterste auto zal in dit geval 50% van de schade aan de middelste auto moeten vergoeden, immers:
Niet de "omvang van de schade", maar de "aard van de botsing" vormt het criterium. Fouten van de vóórrijder.
Fouten van de vóórrijder, zoals "snijden" of het kort voor de botsing van rijstrook gewisseld zijn, spelen voor de toepassing van art. IX O.V.S. geen enkele rol.
Plaats van de beschadigingen aan beide auto's.
Twee auto's nemen in dezelfde richting deel aan het verkeer. Er ontstaat een botsing waarbij een auto met de zijkant tegen de achterkant van de voor hem rijdende auto botst.
Artikel IX O.V.S. is hier niet van toepassing, aangezien de aard van de botsing niet voldoet aan de omschrijving daarvan. Het gemene recht dient te worden gehanteerd.
Afstandsnormen.
Voor verkeerssituaties op wegen waar een maximum snelheid van 50km/u geldt, wordt een afgelegde afstand van tenminste 25m aangehouden, voordat gesproken kan worden van zich in dezelfde richting voortbewegen in de zin van art. IX O.V.S. Voor verkeerssituaties op wegen waar een hogere snelheid is toegestaan, is deze afstand tenminste 50m. Met afgelegde afstand wordt bedoeld de afstand op de weg tussen het punt waarop het motorrijtuig aan dezelfde richting is gaan deelnemen aan het verkeer en het punt van botsen.
Artikel X.
Een cascoschade, betaald onder de speciale verzekering van een aanhangwagen (waaronder caravanverzekering), valt ook onder de O.V.S., mits de aanhangwagen aan een motorrijtuig is gekoppeld, of na koppeling daarvan is losgemaakt of losgeraakt en die aanhangwagen nog niet veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen.
Werkelijke schade.
De sleep- en bergingskosten alsmede afleveringskosten worden niet beschouwd als een "werkelijke schade aan het casco".
Artikel XI.
Er zal een geschil terzake van de O.V.S. zijn, zodra een partij meent, dat de O.V.S. van toepassing is, ook al meent de andere partij, dat dit niet het geval is. Eveneens zal sprake zijn van een geschil terzake van de O.V.S., indien partijen van mening verschillen volgens welk artikel een bepaald geval geregeld moet worden.
Wordt een geschil over de toepassing van de O.V.S. aan de bindend adviseurs voorgelegd, dan zullen beide partijen hun standpunt terzake deugdelijk gemotiveerd en gedocumenteerd aan de bindend adviseurs ter kennis brengen.

Artikel Xll
Met "rubriek" wordt bedoeld het artikel dat het bepaalde type aanrijding regelt.
Artikel XIII
Evenals bij co-assurantie zal bij pooling de O.V.S. volledig van toepassing zijn, indien de poolleader tot de O.V.S. is toegetreden, ongeacht of de andere deelnemers in de pool al dan niet bij de O.V.S. zijn aangesloten.
De artikelen XIV tot en met XVI behoeven geen toelichting