gcs001 rijrichting


GCS 13-01-2004 001


Een bromfiets die niet op de hoofdweg mag rijden komt niet uit een verboden rijrichting

 

Uitspraak 04 GCS-OVS 001
Uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake een OVS-geschil

Betreft:
Artikel I lid 4 en artikel I lid 1 jo lid 2 OVS

Partijen:
Partij A:        Verzekeraar van een personenauto, WA en casco verzekerd.
Partij B:        Verzekeraar van een bromfiets, WA verzekerd.
Verzekeraars, beiden deelnemer aan de OVS, hebben zich ter verkrijging van een uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars tot deze commissie gewend ter beslechting van een geschil dat tussen hen gerezen is.
Feitelijke gegevens
Binnen de bebouwde kom van Amsterdam rijdt partij A op een uit twee rijstroken bestaande
éénrichtingsweg, die uitkomt op een kruispunt. Partij A wil op dat kruispunt linksaf slaan. Zij
moet daarbij voorrang verlenen aan verkeer dat zich reeds op de weg bevindt, die zij wil
vervolgen. Zij moet daartoe eerst een voetpad en een fietspad oversteken. Op het voetpad en het fietspad kan zij zowel verkeer verwachten dat (voor haar) van links als van rechts komt.
Voor verkeer op de hoofdrijbaan geldt éénrichtingsverkeer, hetgeen in dit geval betekent dat
zij over de hoofdrijbaan alleen verkeer van rechts behoeft te verwachten.
Partij B rijdt op de rijbaan voor automobilisten in de rijrichting, die voor automobilisten
verboden is. Op het moment dat partij A het voetpad en het fietspad is gepasseerd, komt zij op de rijbaan voor automobilisten in aanrijding met partij B.

Stellingname van partijen inzake de toepasselijkheid van de OVS
Partij A is van mening dat de verzekerde van partij B, door op de rijbaan voor automobilisten en niet – zoals het een bromfietser betaamt – op het fietspad te rijden, uit een verboden rijrichting kwam. Omdat de verzekerde van partij B, indien het verbod betreffende de rijrichting niet zou hebben gegolden, wel voorrangsgerechtigd was, is volgens partij A artikel I lid 4 OVS van toepassing op onderhavige situatie.
Partij B is van mening dat haar verzekerde niet uit een verboden rijrichting kwam, maar slechts niet voldeed aan het voorschrift om zoveel mogelijk rechts te rijden. Partij B is van mening dat op grond van de richtlijnen bij de toepassing van de OVS geconcludeerd moet worden dat rijwiel- en voetpaden tezamen met de hoofdrijbaan één (voorrangs)weg vormen. Omdat (brom)fietsers de weg wel uit beide rijrichtingen mogen berijden, kan volgens partij B niet worden volgehouden dat haar verzekerde uit een verboden rijrichting kwam.

Overwegingen van de commissie
De Commissie heeft kennis genomen van de aan haar overlegde stukken.
De Commissie is van mening dat de Richtlijnen bij de toepassing van de OVS een duidelijk
antwoord geven op de vraag of de verzekerde van partij B uit een verboden rijrichting kwam
en of derhalve artikel I lid 4 OVS op onderhavige kwestie van toepassing is. Rijwiel- en
voetpaden en hoofdrijbaan vormen één weg, die in onderhavige stituatie door voetgangers,
fietsers en bromfietsers in beide richtingen mag worden belopen, respectievelijk bereden. Door op de hoofdrijbaan te rijden, maakte de verzekerde van partij B zich schuldig aan het niet zoveel mogelijk rechts rijden, maar niet aan het komen uit een voor hem verboden rijrichting.

Bindend advies
Artikel I lid 1 van de OVS is op deze aanrijdingssituatie van toepassing.
Aldus is beslist op 13 januari 2004 door J.C. van der Harst, mw. mr. A.G. Verhoeven en mr. G. Wassink, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars, in tegenwoordigheid van mr. M.N.J. Heeneman, secretaris.
De vice-voorzitter        De secretaris