gcs003richtingverandering


GCS 05-04-2004 003


Men slaat pas linksaf indien men van richting verandert om een zijweg of inrit in te slaan, niet wnneer men scheef komt te staan door een remmanoeuvre.

Uitspraak 04 GCS-OVS 003
Uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake een OVS geschil

Betreft
Artikel II / IX van de OVS

Partijen
Partij A : Maatschappij X, verzekeraar van partij A, bestuurder van een personenauto, WA verzekerd;
Partij B : Maatschappij Y, verzekeraar van partij B, bestuurder van een personenauto, WA en casco verzekerd.
Partijen hebben zich naar aanleiding van een geschil dat tussen hen is gerezen ter verkrijging van een bindende uitspraak tot de Geschillencommissie Schadeverzekeraars gewend.
Feitelijke gegevens
De verzekerden van partijen rijden beiden in de richting van een kruispunt gelegen binnen de bebouwde kom van gemeente Z. Partij A rijdt voor partij B. Gekomen op het kruispunt remt plotseling vóór partij A een onbekend gebleven automobilist. Partij A is hierdoor genoodzaakt ook te remmen, wijkt daarbij enigszins naar links uit en komt in schuine stand ten opzichte van de wegas tot stilstand. Partij B is op dat moment niet meer in staat om een aanrijding te voorkomen en botst vervolgens op de achterzijde van de auto van partij A.
Stellingname van partijen inzake de toepasselijkheid van de OVS
Partij B is van mening dat artikel II van de OVS op deze aanrijding van toepassing is.
Zij baseert haar standpunt op de informatie bij punt 13 en 14 van het aanrijdingformulier.
Hieruit is af te leiden dat partij A zijn auto midden op het kruispunt – in schuine stand naar
links – tot stilstand heeft gebracht. Vervolgens rijdt haar verzekerde achterop de auto van partij A .

Met verwijzing naar recente uitspraken van de (toenmalige) OVS-commissie stelt partij B dat
het niet gaat om de intentie van de bestuurder maar om de feitelijke situatie ten tijde van de
botsing. Nu de auto van partij A in schuine stand heeft gestaan, volgt hieruit dat artikel II van
de OVS van toepassing is.
Partij A daarentegen is van mening dat hier sprake is van een ‘kop-staartbotsing’ in de zin van artikel IX van de OVS. Het is juist dat de auto van haar verzekerde op het kruispunt in schuine stand naar links tot stilstand is gekomen. De reden hiervan staat vermeld bij punt 14 van het formulier: ‘nog uitgeweken naar links om voorganger niet te raken, stond net op tijd stil’. Partij A wijst erop dat uit de gegevens van beide partijen is af te leiden dat partij A op het kruispunt recht wilde oversteken. Uit niets blijkt dat haar verzekerde op het kruispunt naar links van richting is veranderd om een andere weg in te slaan, wat een voorwaarde is voor de toepasselijkheid van artikel II van de OVS.

Overwegingen van de commissie
De commissie heeft kennis genomen van de haar overgelegde stukken. De commissie stelt
vast dat partijen met betrekking tot de feitelijk omstandigheden, waaronder de aanrijding heeft plaatsgevonden, geen verschil van mening hebben.
Het geschil dat verzekeraars in deze kwestie verdeeld houdt is het antwoord op de vraag of de bij partij A verzekerde auto, die zich op het kruispunt in schuine stand naar links ten opzichte van de wegas bevond, moet worden aangemerkt als een links afslaand motorrijtuig in de zin van artikel II van de OVS. De commissie beantwoordt deze vraag ontkennend.
Voorwaarde voor de toepasselijkheid van artikel II is immers dat het naar links afslaande
motorrijtuig van richting verandert om een inrit of een andere weg in te slaan. Het gegeven dat partij A op het kruispunt in een schuine stand ten opzichte van de wegas is komen te staan, is het gevolg geweest van een plotselinge remmanoeuvre van het ervoor rijdende motorrijtuig.
De commissie stelt vast dat aan deze voorwaarde derhalve niet is voldaan.

Bindend advies
Artikel IX van de OVS is op deze aanrijdingsituatie van toepassing.
Aldus is beslist op 5 april 2004 door J.C. van der Harst, mw. mr. A.G. Verhoeven en mr. G. Wassink, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars in tegenwoordigheid van mr. M.N.J. Heeneman, secretaris.
De vice-voorzitter        De secretaris
mr. G. Wassink           mr. M.N.J. Heeneman