GCS OVS IV


GCS OVS 16-09-2004 004


Voor de beoordeling hoe men rijdt geldt niet de intentie, maar de feitelijke gedraging

Uitspraak 04 GCS-OVS 004
Uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake een OVS-geschil.

Betreft
Artikel I, III en IV van de OVS.

Partij A:   Verzekeraar van een vrachtauto, WA/Casco verzekerd. Partij B:   verzekeraar van een personenauto, WA verzekerd.
Partijen hebben zich naar aanleiding van een geschil dat tussen hen is gerezen ter verkrijging van een uitspraak tot de Geschillencommissie Schadeverzekeraars gewend.
Feitelijke gegevens
De commissie gaat op basis van de door partijen verstrekte gegevens en de overgelegde
stukken uit van de volgende feitelijke gegevens:
Op 13 augustus 2002 om ongeveer 10.55 uur vond in de gemeente Tynaarlo op/nabij de
Groningerweg een aanrijding plaats met de volgende toedracht:
De personenauto stond oorspronkelijk geparkeerd aan de rechterzijde van de Groningerweg
met de voorzijde in de richting Groningen.
Aangezien de bestuurster in tegenovergestelde richting wilde rijden, reed zij met een bocht
naar rechts de personenauto vooruit naar een aan de rechterzijde gelegen inrit van een hotel,
stuurde ze vervolgens weer naar links en bracht ze de personenauto op de uitmonding tot
stilstand.
Zij had namelijk – hoewel er net voorbij de uitrit naast de doorgaande rijbaan een wit
bestelbusje geparkeerd stond – waargenomen dat uit de richting Groningen de vrachtauto
naderde.
De vrachtautobestuurder reed toen de vrachtauto naar de voor hem linker weghelft van de
Groningerweg en raakte daarbij de – al dan niet nog voor de doorgaande rijbaan van de weg
stilstaande – personenauto. De bedoeling van de chauffeur van de vrachtwagen was om over
de linkerweghelft de voor hem links gelegen inrit naar het hotel voorbij te rijden om vervolgens
de vrachtauto achteruit de inrit in te steken.
Stellingname van partijen inzake de toepasselijkheid van de OVS
A neemt uiteindelijk het standpunt in dat op deze aanrijding artikel I lid 2 van de OVS van
toepassing is omdat de botsing plaatsvond op de kruising, ter hoogte van de uitrit, waarbij de
bestuurster van de personenauto geen voorrang verleende aan de voorrangsgerechtigde
vrachtauto.
B daarentegen is van mening dat dit schadegeval buiten de OVS om dient te worden geregeld,
nu naar haar mening noch artikel I, noch artikel IV van toepassing is.
Overwegingen van de commissie
De commissie zal achtereenvolgens de stellingen van partijen met betrekking tot het al dan niet van toepassing zijn van de artikelen I, III en IV van de OVS bespreken en op basis van haar overwegingen een voor partijen bindende uitspraak doen.
 

Artikel I
Het beroep van A op artikel I faalt naar het oordeel van de commissie al omdat van een kruising van wegen in casu geen sprake is. Op de plek van de aanrijding mondt immers een uitrit van een ter plaatse gelegen hotel uit op de Groningerweg.

Artikel III
Hoewel geen der partijen zich uiteindelijk op artikel III heeft beroepen, speelde in ieder geval volgens A het aspect uitrit in de discussie wel een rol. Daarom acht de commissie het van belang te benadrukken dat iemand die vanaf de openbare weg een stuk(je) van een in/uitrit gebruikt om te keren voor de toepassing van de OVS niet vanuit een uitrit op de weg komt.

Artikel IV
Op basis van de aan de commissie overlegde stukken stelt de commissie vast dat de vrachtauto ten tijde van de botsing aangemerkt moet worden als een vooruitrijdend rechtdoorgaand motorrijtuig. De commissie overweegt hierbij dat niet de intentie van de bestuurder van de vrachtauto om achteruit de inrit in te rijden beslissend is, maar de feitelijke situatie ten tijde van de botsing. Tevens overweegt de commissie dat de personenauto, die voor de kerende manoeuvre gebruik heeft gemaakt van een inrit, op grond van artikel IV en de toelichting hierop moet worden gekwalificeerd als een kerend motorrijtuig. Derhalve is de commissie van oordeel dat, anders dan partijen hebben aangevoerd, artikel IV van de OVS op de onderhavige botsingsituatie van toepassing is.

Bindend advies
Artikel IV van de OVS is op deze aanrijding van toepassing.
Aldus is beslist op 16 september 2004 door J. van den Heuvel, mr. L.G. Stiekema en mr. G. Wassink, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars, in tegenwoordigheid van mr. M.N.J. Heeneman, secretaris.
De vice-voorzitter        De secretaris
mr. G. Wassink           mr. M.N.J. Heeneman