Arbeid, werkgever en beroepsziektel

7:611.
Asbest.
Bewijs stelplicht en bewijslast.
Re-integratie.

7:611

Compensatie van verkeersletsel van werknemers: wat is een behoorlijke verzekering? van Boom (pdf).

HR 11 november 2011 BR5215 Geen verzekeringsplicht werkgever voor éénzijdig ongeval als voetganger

Aansprakelijkheid uit art. 7:611 kan ook toepassing kan vinden bij ongevallen die binnen het bereik van art. 7:658 vallen,  indien deze geen zorg draagt voor een behoorlijke verzekering ten behoeve van de werknemer.
Blijkens de arresten HR 1 februari 2008, LJN BB4767, NJ 2009/331 [C], HR 1 februari 2008, LJN BB6175, NJ 2009/330 [D], en het arrest HR 12 december 2008, LJN BD3129, NJ 2009/332 (Maatzorg), is deze uit goed werkgeverschap voortvloeiende verzekeringsverplichting van de werkgever aanvaard met betrekking tot schade die werknemers lijden in de uitoefening van hun werkzaamheden als deelnemer aan het wegverkeer, indien zij
(a) als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval,
(b) als fietser of voetganger schade lijden als gevolg van een ongeval waarbij een of meer voertuigen zijn betrokken, of
(c) als fietser schade lijden als gevolg van een eenzijdig fietsongeval. Is de werkgever tekortgeschoten in de nakoming van deze verzekeringsverplichting.
Dan is de werkgever voor de daardoor veroorzaakte schade (het missen van de uitkering die de werknemer op grond van een behoorlijke verzekering zou zijn toegekomen) jegens de werknemer aansprakelijk.
Dat is een uitzondering op de regel dat de werkgever, in strijd  met de strekking van art. 7:658 BW niet tot schadevergoeding verplicht is zonder dat sprake is van een tekortkoming ter zake van zijn zorgplicht ter voorkoming van het ongeval (vgl. HR 17 november 1989, LJN AB9375, NJ 1990/572).
Deze uitzondering dient beperkt te blijven tot de in a, b en c genoemde gevallen.
Het geval van een aan de werknemer overkomen eenzijdig voetgangersongeval op de openbare weg is uitdrukkelijk niet onder de verzekeringsverplichting van de werkgever gebracht.
Struikelen of uitglijden is naar zijn aard geen bijzonder, aan de risico's van het wegverkeer verbonden risico. Daarom bestaat  geen goede grond voor een verdergaande bescherming van de werknemer dan bij struikelen of uitglijden op de arbeidsplaats zelf. De mettertijd gegroeide goede verzekerbaarheid van het risico van verkeersongevallen tegen betaalbare premies heeft geen betrekking op het risico van struikelen of uitglijden van een postbesteller die bij gladheiod door sneeuw valt.

Hoge Raad 11 november 2011 BR5223 stelplicht en bewijslast, medewerker De Rooyse Wissel geen verzekeringsplicht buiten verkeer

Werknemer werd door een TBS-patiënt meermalen met kracht geslagen. Het is dus aan de werkgever te stellen en zonodig te bewijzen dat zij al die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om de schade te voorkomen. Met de zorgplicht van de werkgever uit art. 7:658 BW is niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen, ook niet bij werk dat bijzondere risico's van ongevallen meebrengt. Gelet op de ruime strekking van de zorgplicht kan niet snel worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en bijgevolg niet aansprakelijk is (vgl. HR 12 december 2008, LJN BD3129). Art. 7:658 vergt immers een hoog veiligheidsniveau van de betrokken werkruimte, werktuigen en gereedschappen alsmede van de organisatie van de werkzaamheden en vereist dat de werkgever het op de omstandigheden van het geval toegesneden toezicht houdt op behoorlijke naleving van de door hem gegeven instructies (vgl. HR 11 april 2008 LJN BC9225)
Indien de werkgever stelt dat hij de in lid 1 van art. 7:658 genoemde verplichtingen is nagekomen en voldoende concrete feitelijke gegevens aanvoert, zal de werknemer zijn betwisting voldoende concreet moeten motiveren. Daaraan mogen niet zodanig hoge eisen mogen worden gesteld dat in betekenende mate afbreuk wordt gedaan aan de strekking van art. 7:658 lid 2 om de werknemer door verlichting van zijn processuele positie bescherming te bieden tegen de risico's van schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden (vgl. HR 25 mei 2007, LJN BA3017, NJ 2008/463).
Art. 7:658 BW beoogt geen absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen, ook niet ten aanzien van werknemers wier werkzaamheden bijzondere risico's van ongevallen meebrengen. Ingevolge die bepaling is de werkgever slechts aansprakelijk indien hij is tekortgeschoten in zijn zorgplicht schade te voorkomen. Met een en ander strookt niet om bij "structureel gevaarlijk werk" – nog daargelaten dat die categorie van werkzaamheden niet goed afgebakend kan worden – een aansprakelijkheid uit hoofde van goed werkgeverschap (art. 7:611) voor de schadelijke gevolgen van een arbeidsongeval aan te nemen indien de werkgever heeft aangetoond dat hij zijn uit art. 7:658 voortvloeiende verplichtingen is nagekomen.

Asbest

Zie overlijden

Bewijs stelplicht en bewijslast

LJN: BC8292, Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1-4-08 weergave stand v. zaken HR mbt bewijslast

 

Re-integratie

Zie personenschade reïntegratie.

 

 

Aansprakelijkheid