Autogordel

Diverse.
Bewijs.
Gordelplicht.
Werkgever.
Whiplash.
Strafrecht.

Diverse

Rb Utrecht 05-10-2010 BN9452 gordel geen nut bij achteroprijden

De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor de schade. Nu de auto achterwaarts is gebotst zou de benadeelde partij geen baat bij de gordel hebben gehad volgens de Verkeersongevallenanalyse. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering bij wijze van voorschot zal worden toegewezen.

Hof 's-Hertogenbosch 13-7-2010 BN1786 disclosure statement, NVN-richtlijnen en te stellen vragen autogordel

De rechter begroot de schade in het vonnis voor zover hem dit mogelijk is, ook als slechts schadevergoeding op te maken bij staat is gevorderd, maar voldoende is gesteld en is komen vast te staan om te kunnen veroordelen tot een bepaald bedrag. Volgens vaste rechtspraak is uitgangspunt dat een deskundige bij zijn onderzoek de binnen zijn beroepsgroep geldende richtlijnen voor expertises hanteert. Nu in het onderhavige geval de deskundigen wordt gevraagd ook een disclosure statement in te vullen, zal met het invullen daarvan daaraan zijn voldaan. Er volgt geen opdracht in overeenstemming met de NVvN-richtlijnen van voor of na 2007 te rapporteren.

Niet dragen autogordel
Is de omstandigheid dat [appellante] ten tijde van het ongeval geen gordel droeg van invloed geweest op de aard en de omvang van de door het ongeval ontstane letsel en zo ja, in welke mate? Kunt u daarbij meer specifiek aangeven welke klachten [appellante] niet of in mindere mate zou hebben gehad als zij wel een gordel had gedragen?
m. Kunt u bij de beantwoording van de vorige vraag aandacht besteden aan de stelling van [appellante] dat het whiplashsyndroom in het algemeen voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door het dragen van een gordel? Hoe luidt uw oordeel daarover in dit specifieke geval?

Hof 's-Hertogenbosch 02-02-2010 BN1779 vraagstelling als in BN1786 Gordel werkt schadebeperkend

De rechtbank heeft aan de deskundige niet de juiste vragen gesteld. Juist als preëxistente klachten een rol spelen, verdient het de voorkeur aan de deskundige de IWMD 'vraagstelling causaal verband bij ongeval' ter beantwoording voor te leggen.
Uitgangspunt is dat het dragen van een veiligheidsgordel schadebeperkend werkt. Ook in dit geval is dat uitgangspunt reëel, nu [appellante] immers met haar hoofd met kracht tegen de voorruit is gebotst. Aangezien [appellante] gemotiveerd betwist dat het niet dragen van de gordel voor 50% heeft bijgedragen aan haar schade, wordt de te benoemen deskundige(n) gevraagd wat in dezen de gevolgen zijn geweest van het niet dragen van de gordel. De door [appellante] genoemde reden waarom zij de gordel heeft afgedaan, is bij de vaststelling van haar causale bijdrage aan de schade van het ongeval niet van belang. Deze omstandigheid is mogelijk wel van belang bij de beoordeling van de billijkheidscorrectie, maar de eventuele toepasselijkheid daarvan wordt in afwachting van het deskundigenrapport aangehouden.
[appellante] stelt in dit verband voorts dat het van belang is de deskundige te vragen een vergelijking te maken met de klachten en beperkingen van haar ex-echtgenoot. Deze droeg immers ten tijde van het ongeval wel een gordel en er zijn volgens [appellante] relatief geringe verschillen tussen de beperkingen door het ongeval bij de ex-echtgenoot en die van [appellante]. Dit ondersteunt haar stelling dat als zij wel de gordel had gedragen de gevolgen mogelijk ernstiger waren geweest, aldus [appellante] (zie Rechtbank Maastricht , 22-11-2006 AZ4409).

Rb Den Haag 16-9-2009 BK4573 . 25% eigen schuld niet in strijd met Europese richtlijnen; smartengeld en wettelijke rente

Toepassing van 25% eigen schuld wegens het niet dragen van de gordel is niet in strijd met Tweede en Derde Europese richtlijnen. De rechtbank overweegt dat de richtlijnen niet op harmonisatie van de wettelijke aansprakelijkheidsregelingen zien (zie HvJEG 30 juni 2005, C-537/03). De nationale aansprakelijkheidsregelingen mogen geen algemene uitsluiting behelzen, die de richtlijnen verbieden. De eigen schuld van 25% is niet op een specifieke uitsluiting in het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht gebaseerd, maar op toepassing van art 6:101 BW.

Rb Arnhem 23-11-2005 AV0854 vragen gordel invloed aan verkeersongevallendeskundige

Voor de eventuele uitbreiding van het onderzoek formuleert de rechtbank voorlopig de volgende vragen aan de verkeersongevallen-deskundige:
a. Welk door [betrokkene 1] bij het ongeval opgelopen letsel kan, mede, het gevolg zijn geweest van het niet dragen van een veiligheidsgordel in die zin dat dit niet (in die mate) zou zijn ontstaan indien [betrokkene 1] de veiligheidsgordel wel had gedragen? Met welke mate van (on)waarschijnlijkheid? Waarop baseert u deze opvatting?

Rb Arnhem 03-11-2004 AR8856 onwaarschijnlijkheid gevolgen niet dragen gordels en vraagstelling

Voor de vraag of de schade een gevolg is van het niet dragen van de gordel rust de bewijslast opde laedensl. [betrokkene 3] zat (lag) op de rechter voorzitting en is met zijn linkerbeen bekneld geraakt, als gevolg waarvan dat been is gebroken. Op dit moment valt niet goed in te zien dat die verwonding niet zou zijn ontstaan indien [betrokkene 3] wel een veiligheidsgordel had gedragen.
Daarvoor formuleert de rechtbank voorlopig de volgende vragen:
a. welk door [betrokkene 3] bij de aanrijdingen opgelopen letsel kan, mede, het gevolg zijn geweest van het niet dragen van een veiligheidsgordel in die zin dat dit niet (in die mate) zou zijn ontstaan indien [betrokkene 3] de veiligheidsgordel wel had gedragen?
b. Met welke mate van (on)waarschijnlijkheid?
c. Waarop baseert u deze opvatting?

Rb Utrecht 8-7-2009 BJ2064 niet dragen autogordel 100% vergoeding na billijkheidscorrectie wegens ernst fouten en ernst letsel Eenzijdig ongeval.

Auto is met 100 km/uur waar 50 km/uur was toegestaan tegen brug gereden; van de inzittenden is er een overleden en raakten drie zwaar gewond, onder wie benadeelde. Veroorzaker is veroordeeld tot gevangenisstraf. Benadeelde lag op de achterbank en droeg geen gordel. De rechtbank oordeelt dat de schade mede het gevolg is van aan benadeelde toe te rekenen omstandigheden; voor welk deel kan in het midden blijven. De rechtbank acht - gelet op de uiteenlopende ernst van de normschendingen en de mate van verwijtbaarheid van de gedragingen van veroorzaker en benadeelde, alsmede gelet op de ernst van het letsel van benadeelde - toepassing van de billijkheidscorrectie op zijn plaats en wel in die zin dat de vergoedingsplicht van verzekeraar geheel in stand blijft.

Rb Amsterdam 16-11-2005 AU7027 gerechtvaardigd vertrouwen buiten discussie staan aansprakelijkheid, whiplash, gordel heeft invloed.

Gelet op deze feiten en omstandigheden bezien in onderling verband en samenhang met de inhoud van de door A genoemde bedrijfsregel 15 van het Verbond van verzekeraars, heeft A er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat de aansprakelijkheid van Delta Lloyd voor de gevolgen van het ongeval niet meer ter discussie stond. Het had op de weg van Delta Lloyd gelegen om desgewenst een voorbehoud te maken ten aanzien van de aansprakelijkheid. Dat zij dat niet heeft gedaan komt voor haar rekening. Niet valt in te zien dat een dergelijk voorbehoud in de weg zou hebben gestaan aan het herstel van A. Concrete feiten en omstandigheden waaruit zou kunnen blijken dat partijen in onderling overleg het punt van de aansprakelijkheid hebben 'geparkeerd' zijn niet gebleken.
Partijen verschillen voorts van mening over de vraag of de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan A kan worden toegerekend. De rechtbank beantwoordt deze vraag, met Delta Lloyd, bevestigend. A droeg ten tijde van het ongeval geen gordel en zij zat omgekeerd op haar stoel om iets van de achterbank te pakken. A heeft gesteld dat whiplashletsel in het algemeen ontstaat doordat de inzittende in een auto is vastgesnoerd door de veiligheidsgordel, terwijl het hoofd heen en weer zwiept door de kracht van de aanrijding en dat zij met gordel ongetwijfeld hetzelfde letsel zou hebben opgelopen. Dit betoog treft geen doel omdat A daarbij miskent zij dat zij niet alleen geen gordel droeg, maar dat zij ook omgekeerd op haar stoel zat toen de botsing plaatsvond.

Hof 's-Hertogenbosch 27-01-2004 AO4117 Gordels beperken schade, onvoldoende stelling van uitzondering 25%

Ook het hof is van oordeel dat het gaat om de niet-nakoming van een wettelijke verplichting ter bescherming van bestuurders/ inzittenden tegen de risico's van ernstig letsel bij aanrijding, en dat met de wederzijdse fouten rekening gehouden moet worden; 25% komt het hof niet ongegrond voor.
In de Engelstalige publicatie waarop [appellant] zich beroept valt ook te lezen, dat autogordels ervoor zorgen dat vele levens worden gered bij ernstige aanrijdingen.
Dat die schadebeperkende werking van het dragen van een gordel mogelijk, onder specifieke omstandigheden zoals in die publicatie bij wijze van voorbeeld beschreven, anders kan zijn, kan in het midden blijven - het hof gaat dan ook aan het door [appellant] te dien aanzien gedane bewijsaanbod voorbij - nu [appellant] niet stelt en uit de processtukken nergens blijkt dat de situatie van [appellant] en van en in zijn auto, ten tijde van het ongeval en de omstandigheden waaronder dat heeft plaatsgevonden, met de negatieve voorbeelden in die publicatie goed vergelijkbaar zijn, wat er overigens verder van die voorbeelden zelf ook moge zijn.

Rb Maastricht 17-09-2003 AK8184 alcohol bestuurder en niet dragen gordel 50%

Dit alles betekent dat de rechtbank bij de bepaling van de mate van eigen schuld aan de zijde van [Eiser], rekening moet houden met het feit dat hij geen gordel droeg, als reeds bepaald in het tussenvonnis van deze rechtbank van 12 juli 2001, en tevens wist dat [Gedaagde] had gedronken en niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. De rechtbank zoekt wat betreft de mate van eigen schuld aan de zijde van [Eiser] aansluiting bij hetgeen reeds in de procedure door de verzekeringsmaatschappij van [Gedaagde] als mate van eigen schuld is aangenomen namelijk 50%. Zij acht dit alleszins redelijk en billijk.

Rb 's-Gravenhage 02-07-2003 AH9070 overschrijding maximumsnelheid en niet dragen gordels 25%

3.20 Met de deskundigen van Schadeburo O & O gaat de rechtbank ervan uit dat, indien [eiser] zijn gordel wel zou hebben gedragen, er zeer waarschijnlijk geen ernstig beenletsel zou zijn ontstaan. Ook dit is derhalve een omstandigheid die in het kader van het door [gedaagde] gedane beroep op eigen schuld dient te worden meegewogen.

Rb. Zwolle 28 juni 1995, VR 1996, 69 Meerijden met dronken chauffeur en zonder gordel.

Passagier kon redelijkerwijs weten dat bestuurder zo veel alcohol had genuttigd dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat was en hem treft kwart eigen schuld. Niet aannemelijk dat niet-dragen gordel in causaal verband staat met handletsel.

Hof 's-Hertogenbosch 3 juli 1990, VR 1991, 52: meerijden dronken chauffeur niet dragen gordel

Passagier vordert 65% van zijn schade en aanvaardt 35% eigen schuld. Zo niet-dragen van gordel in causaal verband staat met zijn letsel is er geen reden deze factor, in combinatie met overige omstandigheden, meer te zijnen nadele te laten wegen dan 35%. Standpunt dat niet-dragen gordel op voorhand risico-aanvaarding voor meer dan 35% zou meebrengen wordt verworpen. Wetenschap van geringe rij-ervaring bij bestuurder, alcoholgebruik (promillage 1,13) en overbelading auto met 7 personen leveren geen risico-aanvaarding door passagier op. Door 35% aan passagier en 65% aan bestuurder toe te rekenen heeft rechtbank op juiste wijze causale maatstaf van art. 6x101 NBW gehanteerd en de billijkheid eist niet een andere verdeling (vgl. HR 28 september 1990, VR 1991, 25 en HR 12 oktober 1990, VR 1991, 26 en noot vWvC onder HR 21 oktober 1988, VR 1991, 24; red. VR).

HR 1 juni 1990, NJ 1990, 578, VR 1991, 27 (Ziekenfonds Gouda-Woerden/La Grand) 50% eigen schuld niet dragen gordel zonder billijkheidscorrectie

Botsing auto tegen boom. Aannemelijk dat passagier, die geen gordel droeg, hersenletsel opliep door aanraking met hard deel van auto-interieur. Rechtbank en Hof zien gordelplicht als schadebeperkende factor en waarderen niet-dragen op 50% eigen schuld. Hoge Raad: Oordeel over verhouding waarin schadedeling met maatstaven van art. 101 moet plaatsvinden is van feitelijke aard, kan veelal slechts op intuïtief inzicht berusten en daaraan zijn slechts beperkte motiveringseisen te stellen. In art. 95a RVV 1966 ligt besloten dat het fout van bestuurder kan zijn als passagier geen gordel draagt. Of dat zo is hangt van de, niet voor het eerst in cassatie aan te voeren, omstandigheden af, zoals hun onderlinge verhouding en wat zich bij de rit met betrekking tot gordeldracht heeft afgespeeld. Conclusie OM: Hof rekende blijkbaar niet-dragen gordel geheel aan passagier toe. Nu ook bestuurder 'fout' maakt, wanneer passagier geen gordel draagt, getuigt daarmee niet rekening houden van onjuiste toerekeningsmaatstaf.

Rb. Zutphen 26 februari 1987, VR 1990, 12 afweging zware schuld veroorzaker aanrijdng niet dragen gordel 10%

Niet-dragen gordel in vergelijking met grote mate van schuld wederpartij 10% eigen schuld.

Rb. Rotterdam 28 januari 1988, VR 1989, 119 niet dragen gordel ook schuld bestuurder

Zowel bestuurder als passagier verantwoordelijk dat laatste gordel draagt. 15% eigen schuld passagier.

Hof Amsterdam 9 juni 1988, VR 1989, 82 Bestuurder draagt geen gordel , 30% eigen schuld.

Ook inzoverre treft Hey medeschuld, aangezien het door Hey bekomen (letale) letsel, te weten schedelletsel als gevolg van het feit dat hij met het hoofd in aanraking is gekomen met de voorzijde van de onbeschadigd gebleven cabine van zijn auto, behoudens bewijs van het tegendeel, ten aanzien waarvan te dezen niets is gesteld of gebleken, moet worden beschouwd als een karakteristiek gevolg van het niet dragen van een veiligheidsgordel, en Hey door het niet dragen van die gordel het voorzienbaar risico heeft aanvaard dat de gevolgen van een ongeval als dit daardoor zouden worden verergerd.

Rb. Rotterdam 5 oktober 1984, VR 1986, 57 (HAB) Bestuurder onder invloed. 50%, zonder gordel overbeladen voertuig.

Bestuurder 1.4 promille alkohol raakt met hoge snelheid van de weg en botst tegen boom. Passagier naast hem op schoot van andere passagier, zonder veiligheidsgordel, raakt gewond; achterin zitten op kinderzitjes nog 5 personen. Passagier voor 50% eigen schuld, omdat hij van alkoholgebruik bestuurder had kunnen weten, en door op schoot van passagier te zitten geen gebruik kon maken van veiligheidsgordel, waardoor hij ongeschreven zorgvuldigheidsnorm schond, ook jegens bestuurder, die daardoor aan onnodig hoge schadeclaims werd blootgesteld.

Rb. Amsterdam 11 november 1981, VR 1983, 50 niet dragen gordels heft aansprakelijkheid niet op

Uitgangspunt moet echter zijn dat het niet dragen van de wettelijk voorgeschreven veiligheidsgordel door eiser toerekenbare medeschuld aan de aanvang van de schade tengevolge kan hebben en dat mitsdien, indien aannemelijk is dat eiser door het dragen van de gordel geen of minder schade zou hebben geleden en dit verzuim derhalve mede de oorzaak van (de ernst van) het letsel is geweest, de aansprakelijkheid van Marte dient te worden verminderd. Verminderd, doch niet opgeheven, ook al zou blijken dat eiser met gordel geen letsel zou hebben opgelopen, nu de verantwoordelijkheid voor de primaire schadeoorzaak, de aanrijding zelf, bij Marte berust.

Rb. Amsterdam 5 augustus 1981, VR 1982, 17 tegen voorruit impliceert causaliteit niet dragen gordels 25%

De Rechtbank is van oordeel dat het niet dragen van de voorgeschreven veiligheidsgordel door Tabbers mede een oorzaak is van de ernst van de door deze opgelopen verwondingen, waar uit de aard van het letsel moet worden opgemaakt, dat hij met het hoofd krachtig tegen de voorruit van zijn auto is geslagen, hetgeen naar moet worden aangenomen, in mindere mate het geval zou zijn geweest wanneer hij die gordel wel had gedragen. De Rechtbank oordeelt dat onder die omstandigheden de schade van Tabbers voor een vierde gedeelte door hemzelf zal moeten worden gedragen.

Rb. Rotterdam 13 juli 1979, VR 1980, 7 geen gordel 40% eigen schuld

Wie geen gordel draagt schendt tevens ongeschreven zorgvuldigheidsnorm ter bescherming van medeweggebruikers tegen onnodig hoge schadeclaims en draagt bij volledige causaliteit 40% eigen schuld aan zijn letsel. (vgl Rb. Rotterdam 5 oktober 1984)

Hof Amsterdam 19 september 1979, VR 1980, 5: overleden door niet dragen gordel deskundigenbericht

Indien bij hevige botsing bestuurder omkomt is het van belang of bestuurder gordel heeft gedragen, en of het op de auto uitgeoefende geweld zodanig was dat de bestuurder zo hij een gordel had gedragen (naar alle waarschijnlijkheid) niet zou zijn gedood. Deskundigenbericht over die vraag. Een posthuum geadopteerd kind dat ten tijde van over lijden al in het gezin van overledene was opgenomen, is nabestaande in de zin van art. 1406 BW. Zie verder het arrest en verg. HR 10 februari 1961, NJ 1961, 184.

Rb. Arnhem 1 maart 1979, VR 1980, 6 geen gordel 25% geen billijkheidscorrrectie t.g.v. laedens

Inzittende, moeder van bestuurder, krijgt letsel door schuld van de bestuurder terwijl zij verzuimd heeft autogordel vast te maken. Gordel is schadebeperkende maatregel die bij voorbaat genomen had moeten worden. Door dat na te laten draagt inzittende voor 25% medeschuld. Dat initiatief tot rit bij moeder lag, dat het haar auto was, dat zij haar dochter in verkeersrechtelijke zin deed of liet rijden, en dat moeder wist dat dochter onervaren was, zouden omstandigheden in de zin van art. 1407 BW kunnen zijn, maar leiden niet tot vermindering van aansprakelijkheid, nu deze aansprakelijkheid door verzekering is gedekt.

Rb. 's-Hertogenbosch 30 juni 1978, VR 1979, 74 niet dragen gordel 30% bij volledige 15% bij gedeeltelijke causaliteit

Als aannemelijk is dat passagier bij dragen gordel geen of minder schade geleden zou hebben, is er aanleiding tot vermindering van aansprakelijkheid. In welke mate is niet precies aan te geven, nu enige vergelijkingsmaatstaf hypothetische geval is dat passagier gordel wel gedragen zou hebben. Redelijk uitgangspunt: vermindering 30% indien met gordel passagier in het geheel geen, en 15% indien hij minder schade zou hebben geleden. Bewijslast aanrijder. Na bewijslevering bij eindvonnis aangenomen dat gordel letsel niet voorkomen maar wel verminderd zou hebben, dus 15% eigen schuld passagier.

Bewijs en bewijslast, stelplicht

Rb Breda 11 juli 2011 BR1988 gordelverweer, causaliteit eigen schuld billijkheid

Indien niet dragen gordels vaststaat wordt causaliteit aangenomen tussen het hersenletsel en het niet dragen van de autogordel (Vgl. Hof Amsterdam 9 juni 1988, VR 1989, 82 en Hof Den Bosch 7 oktober 2008, LJN: BG9824). Bij het niet dragen van gordels moet eigen schuld van 25% worden aangenomen. In verband met roekeloos rijden leidt de billijkheidscorrectie tot 10%.

Rechtbank Middelburg 03-02-2010 BL5565 bewijslast op benadeelde voor het ontbreken van gevolgen niet dragen gordel

De verplichting tot het dragen van een veiligheidsgordel in een auto bestaat, omdat bij de meeste typen ongevallen wanneer een gordel wordt gedragen het letsel minder (ernstig) is dan wanneer geen gordel werd gedragen. In dat licht is de stelling van ZLM dat het letsel van [eiser sub 2] minder zou zijn geweest als zij de gordel had gedragen, aannemelijk. Het is dan aan [eiser sub 2] om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zich bij onderhavig ongeval een van de algemene regel afwijkende situatie voordeed, waarin het dragen van een gordel juist niet die beschermende werking had. [eiser sub 2] heeft daarover echter niets gesteld.De rechtbank is met ZLM van oordeel dat het niet dragen van de gordel ertoe moet leiden dat 25% van de schade voor rekening van [eiser sub 2] dient te blijven.

Hof 's-Hertogenbosch 07-10-2008 BG9824 25% bewijslast op benadeelde voor het ontbreken van gevolgen niet dragen gordel

Het hof stelt voorop dat de verplichting tot het dragen van een autogordel is ingevoerd omdat op grond van onderzoeken is komen vast te staan dat het dragen van een autogordel de kans op ernstig letsel bij een aanrijding aanzienlijk vermindert. In het algemeen kan er dan ook van worden uitgegaan dat het dragen van een gordel een schadebeperkende maatregel is en het niet dragen daarvan een risicofactor oplevert die als eigen schuld aan de gelaedeerde moet worden toegerekend.
appellant heeft gesteld dat in zijn geval het niet dragen van de autogordel de kans op letsel niet heeft vergroot of dat, vanwege de zijwaartse impact bij de aanrijding, het fysieke letsel misschien nog groter zou zijn geweest als hij een gordel had gedragen. Hooge Huys heeft dat betwist.
De bewijslast van de stelling dat in dit geval het dragen van een autogordel geen schadebeperkende maatregel zou zijn geweest, rust op appellant.

Rb Zwolle 07-11-2007 BD4374 stelplicht ontbreken gevolgen niet dragen gordel 2/3 eigen schuld alcohol en gordel

6.5.2. [eiseres] droeg voorafgaande aan het ongeval geen veiligheidsgordel. [eiseres] stelt wel dat niet vaststaat dat zij het in punt 2.3 weergegeven letsel heeft opgelopen doordat zij de gordel niet heeft gedragen, doch aan die stelling gaat de rechtbank voorbij. [eiseres] noch de Staat hebben immers voldoende onderbouwde feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen volgen dat het letsel van [eiseres] niet dan wel in mindere mate zou zijn ontstaan indien zij de veiligheidsgordel wel had gedragen. Daardoor is niet aannemelijk dat de schade ook zou zijn opgetreden indien [eiseres] de gordel had gedragen.

Rechtbank Zutphen 26-04-2006 AY0445 geen hoge eisen bewijs niet dragen gordel

Deze conclusie wordt versterkt doordat in het door Axa bij gelegenheid van de comparitie van partijen in het geding gebrachte rittenrapport van de ambulancedienst in rubriek 22 "BESCHERMING" het vakje "20 gordel" niet is aangekruist. Daarnaast is [passagiere Mazda] na het ongeval met haar hoofd liggend op de bestuurdersstoel aangetroffen. Hieruit wordt als vaststaand aangenomen dat [passagiere Mazda] de autogordel niet heeft gedragen. Voorshands wordt voorts aangenomen dat deze omstandigheid het letsel heeft verergerd.

Hof 's-Hertogenbosch 10-05-2005 BA7230, geen aanbod bewijs niet dragen van gordels

De stelplicht en bewijslast ter zake van eigen schuld rust in beginsel op degene die onrechtmatig heeft gehandeld en een beroep doet op eigen schuld van zijn wederpartij. benadeeldeheeft aan zijn stelplicht voldaan door feiten te stellen waaruit volgt datde verzekrde van Interpolis de norm van art. 5 WVW heeft overtreden en door te stellen dat het gevaar dat door de overtreding van deze norm wordt verhoogd zich heeft verwezenlijkt.
De stelplicht en de bewijslast ter zake van het verweer dat die schade echter mede het gevolg is van een omstandigheid die aan benadeelde moet worden toegerekend rust dan in beginsel op Interpolis. Nu Interpolis heeft nagelaten deze stelling met (voldoende) feiten te onderbouwen zal het hof deze stelling passeren. Daaraan kan worden toegevoegd dat Interpolis blijkens deze grief kennelijk geen bewijsaanbod heeft gedaan, nu zij stelt dat [geïntimeerde] zelf dient te bewijzen dat hij wel een gordel droeg.

Rb Zwolle 24-03-2004 AO9003 motivering stelling niet dragen gordels

Bij conclusie van repliek heeft [eiseres] betwist dat zij geen gordel droeg. Zij heeft verwezen naar het rapport van dr. Jansen en heeft gesteld dat Verdonck haar onjuist heeft weergegeven in zijn rapport. Univé is in de conclusie van dupliek niet inhoudelijk ingegaan op het betoog van [eiseres]. Zij heeft slechts herhaald dat sturre geen gordel zou hebben gedragen. Aldus heeft Univé haar stellingen op dit punt onvoldoende gemotiveerd.

Gordelplicht

Hof 's-Gravenhage 19-06-2008 BD6919 gordelplicht achterin oude auto's zichtbaarheid gordel

4. Op grond van de verklaring van de getuige [getuige 2] dat zij de autogordels altijd gebruikte voor het vastzetten van haar kinderen, maar dat deze autogordels regelmatig wegzakten tussen de zitting van de achterbank en de rugleuning zodat zij niet meer zichtbaar waren, is het hof echter tevens van oordeel dat het door ZLM te leveren bewijs dat de autogordels voor [appellant] zichtbaar op de achterbank aanwezig waren, voldoende is ontzenuwd. De verklaring van [getuige 2] is naar het oordeel van het hof duidelijk, gedetailleerd en overtuigend. Gelet op deze verklaring acht het hof de mogelijkheid dat de autogordels ten tijde van het ongeval waren weggezakt tussen de zitting en de leuning en derhalve niet zichtbaar waren voor [appellant], voldoende aannemelijk. Dit brengt mee dat ZLM niet is geslaagd in het op haar rustende bewijs dat de autogordels voor [appellant] kenbaar op de achterbank aanwezig waren.
5. Grief II slaagt derhalve. Dit houdt in dat bij de beoordeling van het beroep van ZLM op eigen schuld aan de zijde van [appellant], voorbij gegaan dient te worden aan het feit dat hij geen autogordel droeg.

Rb 's-Hertogenbosch 23-06-2004 AP6635 in 1999 weinig besef gordelplicht achterin billijkheidscorrectie

In juni 1999 waren echter in veel auto's nog geen autogordels achterin aanwezig (dat werd pas verplicht voor na 30 september 1999 in gebruik genomen auto's), zodat het besef van de noodzaak van het dragen van aanwezige gordels nog nauwelijks doorgedrongen was. Onder die omstandigheden eist de billijkheid een verdeling, waarbij [eiser sub 1] en het Waarborgfonds hun schade volledig vergoed krijgen.

Hof Leeuwarden 14-05-2008 BD2312 gordelplicht voor heftrucks na 1998 schending zorgplicht werkgever

In heftrucks als die waarmee het ongeval is gebeurd, is sinds december 1998 een veiligheidsgordel verplicht . De onderhavige heftruck is ook van het bouwjaar 1998, maar is afgeleverd voordat de gordelplicht is ingevoerd. Niettemin had naar het oordeel van het hof van Sylvaphane verlangd kunnen worden als aanvullende veiligheidsmaatregel ook in de onderhavige vorkheftruck een gordel te laten aanbrengen.
Kennelijk waren er redenen om de gordelplicht in te voeren en van een werkgever mag dan verwacht worden haar bedrijfsmiddelen indien mogelijk naar de nieuwe inzichten in te richten. Dit klemt in dit geval nog te meer nu het aanbrengen van een veiligheidsgordel geen ingrijpende maatregel is en de kosten ervan, door [geïntimeerde] tijdens het pleidooi onweersproken geschat op € 200,-- à € 300,--, betrekkelijk gering zijn. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het minder relevant is dat de reden voor de gordelplicht gelegen is in het voorkomen van letsel bij kantelen van de heftruck. De essentie is immers dat het hier gaat om een veiligheidsmaatregel ter voorkoming van letsel bij ongevallen. Het hof is dan ook van oordeel dat Sylvaphane niet aan de op haar rustende zorgplicht heeft voldaan. Door het nalaten als veiligheidsmaatregel een gordel in de vorkheftruck aan te (doen) brengen, heeft Sylphane het gevaar in het leven geroepen dat het gevaar van letsel bij ongevallen zich heeft verwezenlijkt. De omstandigheid dat de Arbeidsinspectie blijkens het rapport d.d. 25 november 2002 heeft geconstateerd dat geen overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet heeft plaatsgevonden, doet aan het vorenstaande evenmin af. Voor de voldoening aan de zorgplicht van artikel 7:658 lid 1 BW is het enkel naleven van wettelijke voorschriften immers niet voldoende. Sylvaphane had, zoals hiervoor overwogen, het gevaar naar het oordeel van het hof zonder ingrijpende maatregelen kunnen afwenden door het (doen) aanbrengen van een veiligheidsgordel in de vorkheftruck. Van zodanige bezwaren dat dit in redelijkheid niet van Sylvaphane gevergd kon worden is niet gebleken. Door het nalaten van Sylvaphane is zij tekort geschoten in haar zorgplicht.


Werkgever

HR 01-02-2008 BB6175 bewuste roekeloosheid geen objectief criterium dekt behoorlijke verzekering schade niet dragen gordel

.2.2 De klacht in onderdeel 2.2.1 dat het hof de maatstaf van bewuste roekeloosheid heeft "geobjectiveerd" en niet heeft vastgesteld dat [eiser] zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk bewust was van de roekeloosheid van zijn gedrag, is gegrond. Het hof heeft immers miskend dat het feit dat [eiser], hoewel hij op de hoogte was van de daaraan verbonden risico's, "een bewuste keuze heeft gemaakt voor het niet dragen van een gordel", niet zonder meer de conclusie rechtvaardigt dat sprake is geweest van een zodanig gevaarlijke gedraging dat [eiser] onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk besefte dat hij zich daarvan in verband met de aanmerkelijke kans op verwezenlijking van het daardoor in het leven geroepen gevaar (van het oplopen van letsel bij een aanrijding) had behoren te onthouden.

5.2.3 Voor het overige behoeft het onderdeel geen behandeling omdat in verband met hetgeen hiervoor in 4.4 is overwogen na cassatie de toewijsbaarheid van de vordering van [eiser] op de daar bedoelde grondslag verder moet worden onderzocht, waarbij, in verband met de beantwoording van de vraag of Akzo voor een behoorlijke verzekering heeft gezorgd dan wel [eiser] financieel in staat heeft gesteld daarvoor zelf zorg te dragen, opnieuw zal moeten worden beoordeeld of het in dit geval (bewust) niet-dragen van een autogordel tot afwijzing van de vordering van [eiser] zal moeten leiden. In het bijzonder zal daarbij moeten worden onderzocht of een behoorlijke verzekering dekking zou hebben geboden voor de thans aan de orde zijnde schade van € 33.335,--. Zie Hof Arnhem 18-10-2005 AU5876
van bewuste roekeloosheid is slechts sprake indien de werknemer zich tijdens het verrichten van zijn onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging bewust is geweest van het roekeloos karakter van die gedraging (HR 20 september 1996, NJ 1997, 198 en HR 11 september 1998, NJ 1998, 870).

Centrale Raad van Beroep 27 april 2006 AX3212 onvoldoende zorg overheidswerkgever auto niet voorzien van dreiepuntsgordel geen bewuste roekeloosheid

Tussen partijen is niet in geschil dat het ongeval plaatsvond tijdens de uitvoering van de aan appellant opgedragen werkzaamheden. Met de rechtbank stelt de Raad vast dat de Staatssecretaris het standpunt heeft ingenomen dat hij is tekortgeschoten in de op hem als werkgever rustende zorgplicht, aangezien niet gezorgd is voor driepuntsgordels in het voertuig dat door appellant werd bestuurd. Dit brengt met zich mee dat appellant recht heeft op vergoeding van de schade die hij lijdt, tenzij de Staatssecretaris aantoont dat de schade in belangrijke mate een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van appellant. De Raad kan de rechtbank niet volgen in het oordeel dat de Staatssecretaris heeft aangetoond dat in het onderhavige geval sprake was van bewuste roekeloosheid en overweegt daartoe als volgt.

Rb. Arnhem, 21 september 2005 VR 2005, 160 geen causaliteit niet dragen gordel stoel in slaapstand.

Letsel passagier na verkeersongeval. Geen causaal verband tussen niet dragen veiligheidsgordel en letsel.
Na een carnavalsnacht met veel alcohol laat de passagier zich vervoeren in de auto en zet de stoel in de slaapstand. Hij vergeet de veiligheidsgordel te dragen. Na een aanrijding loopt hij ernstig beenletsel op. Door een deskundige wordt vastgesteld dat het beenletsel evenzeer zou zijn opgetreden bij een autostoel in de slaapstand mét het dragen van de veiligheidsgordel. De rechtbank oordeelt dat er geen verkeersregel is die hem verbood de stoel in de slaapstand te dragen. Het causaal verband tussen het niet dragen van de veiligheidsgordel en het letsel is niet aangetoond. Er wordt dus geen percentage eigen schuld toegewezen.

Whiplash

Rb Arnhem 02-06-2010 BM8544 Benoeming deskundige gordel bij whiplash hoger risico?

Bij de beoordeling van het ontstaansmechanisme van het letsel, wat naar de mening van een deskundig wel tot zijn vakgebied behoort, kan het letsel bij betrokkene zijn ontstaan bij het wel en niet dragen van de autogordel."
Betrokkene heeft tevens de typische klachten zoals op pagina 13 beschreven van pijn in de nek, soms uitstralend naar de schouders en armen en beperkingen van de beweging. Ook heeft betrokkene last van hoofdpijn. Minder vaak voorkomende klachten heeft betrokkene ook zoals tintelingen en een doof gevoel in een hand alsmede klachten van het geheugen. Betrokkene kan naar aanleiding van pagina 14 geclassificeerd worden in de groep van langdurige klachten.
Op pagina 18 wordt het gebruik van een autogordel besproken. In de studie van Harder in 1998 zijn er aanwijzingen dat het gebruik van de autogordel een hoger relatief risico geeft. Op pagina 22 wordt een belangrijke aanbeveling besproken. Naar mijn mening komen deze items in mijn rapportage tot uiting. Op basis van de richtlijnen kom ik tot de conclusie dat er sprake is van een whiplash associated disorder (WAD graad II). "

Rb Arnhem 17-06-2009 BJ1757 Gordel bij whiplash zonder invloed

2.8. Op verzoek van beide partijen heeft de neuroloog N. Padt [eiseres] op 13 juli 2001 onderzocht. In zijn rapportage van 1 augustus 2001 heeft hij, samengevat, het volgende vermeld. [eiseres] lijdt ten gevolge van het eerste ongeval aan het post-whiplashsyndroom, waarbij inmiddels haar pijnklachten in relatie tot de ervaren cognitieve klachten zijn afgenomen. Het niet dragen van de autogordel door [eiseres] is voor het ontstane letsel niet relevant, zo volgt uit meerdere publicaties.

Rb Zwolle 04-06-2008 BD6474 whiplash, gordels verminderen schade

Aangenomen mag worden dat de schade mede een gevolg is van het niet dragen van de autogordel, nu deze wettelijke plicht is ingevoerd omdat uit wetenschappelijk onderzoek gebleken is dat het dragen van een autogordel de kans op ernstig letsel bij aanrijdingen aanzienlijk doet verminderen. Dat uit literatuur en jurisprudentie zou blijken dat het dragen van de gordel de kans op het ontstaan van een whiplash vergroot, zoals [eiser] bij akte heeft aangevoerd, kan zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet worden gevolgd.


Straf

Rb 's-Hertogenbosch 8 oktober 2010 BN9772 en BN9786 causaliteit gordel veroordeling voor (mede)plegen moord bij opzetaanrijding gordel

Verdachte en mededader hebben een van te voren gepland verkeersongeval veroorzaakt. De mededader gaf via de telefoon een teken wanneer verdachte met zijn auto moest oprijden om de aanrijding te kunnen veroorzaken. De rechtbank kwalificeert deze handelingen als "medeplegen van moord" en veroordeelt verdachte daarvoor tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 jaar en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 10 jaar. Het niet dragen van een gordel doorbreekt de causale keten tussen de opzettelijk veroorzaakte aanrijding en de dood niet.

Rb Groningen BM0989 15-03-2010 Sector kanton niet dragen overeenkomstig voorschrift

Bestuursrecht overig
De kantonrechter is van oordeel dat onder het dragen van een gordel niet ieder willekeurig gebruik kan worden begrepen. Volgens de heersende jurisprudentie moet daaronder worden verstaan het gebruiken van de (voorgeschreven) autogordel op de daarvoor bedoelde wijze. De wetgever laat al sinds lange tijd (voorin) slechts driepuntsgordels toe. Betrokkene heeft haar gordel zodanig gebruikt, dat functioneel slechts sprake is van een tweepuntsgordel. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat betrokkene de haar verweten gedraging heeft verricht.

Hof Leeuwarden 09-12-2009 BL6975 gordelplicht taxichauffeurs

Bestuursrecht overig
Sanctie ter zake van niet dragen autogordel. Uitzondering voor taxichauffeurs niet van toepassing als personen worden vervoerd op contractbasis en tegen vast tarief. Omissie in de wet: artikel 59, lid 6, RVV 1990 verwees naar het verkeerde lid van artikel 84 Wet Personenvervoer 2000.

Gerechtshof Leeuwarden 21-04-2008 BD2191 godelverplichting bij taxi zonder klant

Aan een taxichauffeur is een sanctie opgelegd voor het niet dragen van de gordel. Nu hij geen passagiers vervoerde is dat terecht.
idem Hof Leeuwarden 25-06-2007 BB1930

Hof Leeuwarden 22-07-2008 BG1626 geen matiging niet dragen wegens lichamelijke gesteldheid geen ontheffing gevraagd

Ten aanzien van het standpunt van de betrokkene dat de sanctie op nihil gesteld moet worden dan wel dient te worden gematigd, overweegt het hof dat ingevolge artikel 149, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 door de minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing kan worden verleend van het gebod om autogordels te gebruiken. De betrokkene had derhalve om een ontheffing kunnen vragen. Nu hij dit heeft nagelaten, komt dit voor zijn rekening en risico. Het hof ziet daarom in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de opgelegde sanctie op nihil te stellen dan wel om deze te matigen.

Rb Zutphen 18-10-2004 AR5006 straf, niet goed dragen is niet dragen

Ook als veronderstellenderwijs van appellants lezing wordt uitgegaan betekent dat echter niet dat hij de hem verweten gedraging niet heeft begaan. Onder “de autogordel gebruiken” kan immers niet ieder willekeurig gebruik worden begrepen. Redelijke wetstoepassing brengt met zich mee, dat daaronder moet worden verstaan het gebruiken van de (voorgeschreven) autogordel op de daarvoor bedoelde wijze. In dit verband is niet zonder belang dat de wetgever al sinds lange tijd (voorin) slechts driepuntsgordels toelaat, terwijl appellant zijn gordel zodanig gebruikt heeft, dat functioneel slechts sprake is van een tweepuntsgordel.