Notitie gevaarlijke stoffen

Notitie van C. Visser
2-4-2009

 

Betreft: gevaarlijke stoffen

De wet milieugevaarlijke stoffen is vervallen per 1-6-2008, met name art. 34 daarvan.

De PGS 15 ziet toe op opslag, niet vervoer. ( (http://content.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/documents/PGS15/PGS15-2005-v0.0.pdf)

De wetgeving gaat via via met name art. 5 besluit vervoer gevaarlijke stoffen naar de ADR.

Bij vervoer van gevaarlijke stoffen moet op het voertuig info over de gevarenklasse aanwezig zijn. Die gevarenklasse is volgens Huitink klasse 9. Dat is evident de ADR gevarenklasse en daarmede een gevaarlijke stof in de zin van art. 3a WAM.

Art. 3a WAM vereist geen verkeersdeelname, alleen  de aansprakelijkheid van de exploitant waartoe een gevaarlijke stof, aan boord van dat motorrijtuig, aanleiding kan geven
Wat overeenkomst met art. 8:1210 BW
schade buiten het voertuig aan boord waarvan de gevaarlijke stof zich bevindt.
De stof is pas dan aan boord indien het zich in of op het voertuig bevindt.

Zie verder de regelgeving hieronder.

 

Inhoud
Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen en milieuverontreiniging
RICHTLIJN VAN DE RAAD
BIJLAGE I
Wet Milieubeheer
Wet Milieugevaarlijke Stoffen
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
Burgerlijk Wetboek Boek 8
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen aan boord van een voertuig
Besluit vervoer gevaarlijke stoffen.
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
ADR wikipedia
ADR gevarenklassen en labels
Inhoud
[bewerken] Indeling
[bewerken] Aanduidingen

 

 

Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen en milieuverontreiniging

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 25 maart 1994, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 431900/94/6;
Gelet op de artikelen 175, zesde lid, van Boek 6, en 620, onderdeel a, 1030, onderdeel a, 1210, onderdeel a, 1218, 1670, onderdeel a, en 1678 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede artikel 951f van het Wetboek van Koophandel;
De Raad van State gehoord (advies van 18 juli 1994, No. W03.94.0292);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 12 december 1994, stafafdeling Wetgeving Privaatrecht nr. 471491/94/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Aanwijzing gevaarlijke stoffen

Artikel 1

Als stoffen die worden geacht aan de omschrijving van artikel 175, eerste lid, eerste zin, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek te voldoen worden aangewezen:

Artikel 2

Artikel 3

Een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1030, onderdeel a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is een stof of voorwerp waarvan de bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen langs de weg (Trb. 1959, 171), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, het internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaten, met uitzondering van die stoffen of voorwerpen welke overeenkomstig de voorwaarden van randnummer 10 010 worden vervoerd dan wel waarvan de hoeveelheden tijdens het vervoer die van randnummer 10 011 niet overschrijden.

Artikel 4

Een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1210, onderdeel a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is een stof of voorwerp waarvan de bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen langs de weg (Trb. 1959, 171), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, het internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaten, met uitzondering van die stoffen of voorwerpen welke overeenkomstig de voorwaarden van randnummer 10 010 worden vervoerd dan wel waarvan de hoeveelheden tijdens het vervoer die van randnummer 10 011 niet overschrijden.

Artikel 5

Een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1670, onderdeel a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is een stof of voorwerp waarvan de bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen langs de weg (Trb. 1959, 171), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, het internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaten, met uitzondering van die stoffen of voorwerpen welke overeenkomstig de voorwaarden van randnummer 10 010 worden vervoerd dan wel waarvan de hoeveelheden tijdens het vervoer die van randnummer 10 011 niet overschrijden.

§ 2. Vaststelling bedragen beperking aansprakelijkheid

Artikel 6

Artikel 7

Het bedrag bedoeld in artikel 1678 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek tot welke de exploitant van een spoorweg zijn aansprakelijkheid kan beperken wordt vastgesteld:

Artikel 8

De rekeneenheid, genoemd in de artikelen 6 en 7 is het bijzondere trekkingsrecht, zoals dat is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. De bedragen genoemd in de artikelen 6 en 7 worden omgerekend in Nederlands geld naar de koers van de dag waarop de schuldenaar voldoet aan een ingevolge artikel 642c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gegeven bevel tot storting of andere zekerheidsstelling. De waarde van het Nederlandse geld, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, wordt berekend volgens de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties.

Artikel 9

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen en milieuverontreiniging

's-Gravenhage, 15 december 1994
Beatrix
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de achtentwintigste december 1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager


RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 27 juni 1967
betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling , de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen
( 67/548/EEG )
DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,
Overwegende dat elke regeling betreffende het op de markt brengen van gevaarlijke stoffen en preparaten de bescherming van de bevolking , in het bijzonder van de werknemers die ermede omgaan , tot doelstelling moet hebben ;
Overwegende dat de verschillen tussen de nationale bepalingen van de zes Lid-Staten betreffende de indeling , de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en preparaten tot gevolg hebben dat de handel in deze stoffen en preparaten binnen de Gemeenschap wordt belemmerd en daardoor rechtstreeks van invloed zijn op de instelling en de werking van de gemeenschappelijke markt ;
Overwegende dat het derhalve van belang is deze belemmeringen op te heffen en dat , om deze doelstelling te verwezenlijken , een aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling , de verpakking en het kenmerken noodzakelijk is ;
Overwegende dat het wegens de nog te verrichten voorbereidende werkzaamheden noodzakelijk is de aanpassing van de bepalingen betreffende gevaarlijke preparaten bij latere richtlijnen te regelen en de onderhavige richtlijn derhalve te beperken tot de bepalingen betreffende gevaarlijke stoffen ;
Overwegende dat het , gezien de uitgestrektheid van dit gebied en het grote aantal afzonderlijke maatregelen , die voor de aanpassing van alle bepalingen betreffende gevaarlijke stoffen vereist zijn , dienstig lijkt te beginnen met de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de indeling , de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen , en de aanpassing van de bepalingen betreffende het gebruik van deze gevaarlijke stoffen en preparaten bij latere richtlijnen te regelen , indien wordt erkend dat de verschillen tussen deze bepalingen rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de gemeenschappelijke markt ;
Overwegende dat de aanpassing van de nationale bepalingen als bedoeld in de onderhavige richtlijn geen afbreuk doet aan de artikelen 31 en 32 van het Verdrag ,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :
Artikel 1
1 . Deze richtlijn heeft betrekking op de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten betreffende
_ de indeling
_ de verpakking en
_ het kenmerken
van gevaarlijke stoffen , wanneer deze in de Lid-Staten van de Gemeenschap op de markt worden gebracht .
2 . Deze richtlijn heeft geen betrekking op de bepalingen betreffende :
a ) geneesmiddelen , verdovende middelen en radioactieve stoffen ;
b ) het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor , over de weg , per schip of door de lucht ;
c ) munitie en voorwerpen welke ontplofbare stoffen bevatten als ontsteker of als brandstof .
3 . Deze richtlijn is niet van toepassing op gevaarlijke stoffen , wanneer deze naar derde landen worden uitgevoerd .
4 . De artikelen 5 tot en met 7 zijn niet van toepassing op houders die samengeperste , vloeibaar gemaakte en onder druk opgeloste gassen bevatten .
Artikel 2
1 . In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder :
a ) Stoffen :
chemische elementen en hun verbindingen zoals deze voorkomen in natuurlijke toestand of bij de produktie ontstaan ;
b ) Preparaten :
vermengingen , mengsels of oplossingen die bestaan uit twee of meer stoffen .
2 . " Gevaarlijk " in de zin van deze richtlijn zijn de volgende stoffen en preparaten :
a ) ontplofbaar :
stoffen en preparaten die bij aanraking met een vlam kunnen ontploffen of voor stoten of wrijving gevoeliger zijn dan dinitrobenzeen ;
b ) oxyderend :
stoffen en preparaten die bij aanraking met andere stoffen , met name ontvlambare stoffen , sterk exothermisch kunnen reageren ;
c ) licht ontvlambaar :
stoffen en preparaten die
_ bij normale temperatuur aan de lucht blootgesteld , zonder toevoer van energie in temperatuur kunnen stijgen en tenslotte kunnen ontbranden , of
_ in vaste toestand , door kortstondige inwerking van een ontstekingsbron , gemakkelijk kunnen worden ontstoken en na verwijdering van de ontstekingsbron blijven branden of gloeien , of
_ in vloeibare toestand , een vlampunt beneden 21 C hebben , of
_ in gasvormige toestand , bij normale druk met lucht ontvlambaar zijn , of
_ bij aanraking met water of vochtige lucht , licht ontvlambare gassen in een gevaarlijke hoeveelheid ontwikkelen ;
d ) ontvlambaar :
stoffen en preparaten die in vloeibare toestand , een vlampunt van ten minste 21 C en ten hoogste 55 C hebben ;
e ) vergiftig :
stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de maag of de huid ernstige , acute of chronische gevaren en zelfs de dood kunnen veroorzaken ;
f ) schadelijk :
stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de mond of de huid gevaren van beperkte aard kunnen opleveren ;
g ) corrosief :
stoffen en preparaten die bij aanraking een vernietigende werking op levende weefsels kunnen uitoefenen ;
h ) irriterend :
niet corrosieve stoffen en preparaten die door directe , langdurige of herhaalde aanraking met de huid of de slijmvliezen , een ontsteking kunnen veroorzaken .
Artikel 3
De indeling der gevaarlijke stoffen volgens de hoogste graad van gevaarlijkheid en de specifieke aard der gevaren , is gebaseerd op de in artikel 2 vermelde groepen .
Artikel 4
In bijlage I bij deze richtlijn is de lijst opgenomen van de overeenkomstig artikel 3 ingedeelde gevaarlijke stoffen .
Artikel 5
De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen opdat de gevaarlijke stoffen slechts op de markt mogen worden gebracht indien hun verpakking , wat de sterkte en de dichtheid betreft , aan de volgende voorwaarden voldoet , waarbij elke verpakking die daaraan voldoet , als toereikend wordt beschouwd :
1 . de verpakking moet zodanig zijn ingericht en gesloten , dat verlies van de inhoud wordt voorkomen ; de voorgeschreven veiligheidsvoorzieningen zijn hiervan uitgezonderd ;
2 . het materiaal waaruit de verpakking en sluiting is vervaardigd mag noch door de inhoud worden aangetast , noch daarmee een schadelijke of gevaarlijke verbinding kunnen vormen ;
3 . verpakkingen en sluitingen moeten in al hun onderdelen zo stevig en sterk zijn , dat zij niet losraken en tegen elke normale behandeling bestand zijn .
Artikel 6
1 . De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen opdat de gevaarlijke stoffen slechts op de markt mogen worden gebracht indien hun verpakking , wat het kenmerken betreft , voldoet aan de volgende voorschriften .
2 . Op elke verpakking moeten de volgende aanduidingen voorkomen :
_ de naam van de stof ,
_ de oorsprong van de stof ,
_ de aanduidingen en symbolen van de gevaren verbonden aan het gebruik van de stof ,
_ een verwijzing naar de bijzondere gevaren .
a ) De stof moet worden vermeld onder een van de namen uit de lijst van bijlage I ;
b ) De aanduiding van de oorsprong omvat de naam en het adres van de fabrikant , van de handelaar of van de importeur ;
c ) Als symbolen en aanduidingen van de gevaren dienen te worden gebruikt :
_ ontplofbaar : een detonerende bom ( E )
_ oxyderend : een vlam boven een cirkel ( O )
_ licht ontvlambaar : een vlam ( F )
_ vergiftig : een doodskop met gekruiste doodsbeenderen ( T )
_ schadelijk : een Andreaskruis ( Xn )
_ corrosief : de afbeelding van een inwerkend zuur ( C )
_ irriterend : een Andreaskruis ( Xi ) .
De symbolen dienen overeen te stemmen met het bepaalde in bijlage II ; zij moeten in zwart op een oranjegele ondergrond worden gedrukt .
d ) De aard van de bijzondere gevaren verbonden aan het gebruik van de stoffen dient te zijn aangegeven met één of meer der standaardzinnen , die , overeenkomstig de aanduidingen in de lijst van bijlage I , voorkomen in bijlage III van deze richtlijn .
3 . Indien op of bij de verpakking veiligheidsaanbevelingen voor het gebruik van de stoffen worden gevoegd , moeten deze , overeenkomstig de aanduidingen in de lijst van bijlage I , aan bijlage IV van deze richtlijn worden ontleend .
Artikel 7
1 . Indien de in artikel 6 voorgeschreven aanduidingen op een etiket zijn vermeld , moet dit etiket zodanig op een of meer kanten van de verpakking zijn aangebracht , dat het horizontaal kan worden gelezen , wanneer de verpakking normaal wordt neergezet . De afmetingen van het etiket moeten ten minste gelijk zijn aan het normaal formaat A 8 ( 52 maal 74 mm ) en behoeven niet groter te zijn dan het normaal formaat A 5 ( 148 maal 210 mm ) . Elk symbool moet ten minste één tiende van het oppervlak van het etiket beslaan . Het etiket moet over het gehele oppervlak hechten aan de verpakking , die de stof rechtstreeks bevat .
2 . Een etiket wordt niet vereist , indien de aanduidingen op de in lid 1 voorziene wijze , rechtstreeks op de verpakking zelf op duidelijke wijze zijn aangebracht .
3 . De opdruk van de verpakking of van het etiket moet in duidelijk leesbare en onuitwisbare letters geschieden , zodat de symbolen en de aanduidingen van de gevaren , alsmede de verwijzing naar de bijzondere gevaren voldoende duidelijk zichtbaar zijn .
4 . De Lid-Staten kunnen het op de markt brengen van gevaarlijke stoffen op hun grondgebied afhankelijk stellen van het gebruik van hun nationale taal of talen voor het kenmerken .
5 . De eisen van de leden 1 tot en met 4 betreffende het kenmerken worden geacht vervuld te zijn indien een houder die verzonden wordt , voorzien is van een etiket overeenkomstig de verzendingsvoorschriften , en indien op dit etiket het gevarensymbool voorkomt dat bij artikel 6 , lid 2 , sub c ) , is voorgeschreven . Deze bepaling geldt niet voor houders die zijn ingesloten in andere houders .
Artikel 8
De Lid-Staten kunnen toelaten :
a ) dat het kenmerk zoals voorgeschreven overeenkomstig artikel 6 op een andere geschikte wijze geschiedt , indien de beperkte afmetingen van de verpakking het kenmerken overeenkomstig artikel 7 , leden 1 en 2 , niet mogelijk maken ;
b ) dat , in afwijking van de artikelen 6 en 7 , de verpakkingen van gevaarlijke stoffen , die noch ontplofbaar noch vergiftig zijn , niet of op een andere wijze worden gekenmerkt , indien zij zulke geringe hoeveelheden bevatten , dat er geen gevaar voor de werknemers en derden valt te vrezen .
Artikel 9
De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij aannemen op het door deze richtlijn bestreken terrein .
Artikel 10
De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen voor het volgen van deze richtlijn en wel zodanig dat zij uiterlijk op 1 januari 1970 worden toegepast .
Zij stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van deze maatregelen .
Artikel 11
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .
Gedaan te Brussel , 27 juni 1967 .
Voor de Raad
De Voorzitter
R . VAN ELSLANDE

BIJLAGE I

Lijst van gevaarlijke stoffen gerangschikt volgens het atoomnummer van het element dat het meest karakteristiek is voor de eigenschappen van de stof
Voorwoord
In de navolgende lijst zijn de gevaarlijke stoffen gerangschikt volgens het element ( en zijn volgnummer ) dat het meest kenmerkend is . Organische verbindingen van metalloiden of metalen zijn ingedeeld volgens hun volgnummer . Wegens het grote aantal koolwaterstoffen en derivaten hiervan zijn deze op een bijzondere wijze gerangschikt ( 601-620 ) .
Voor elke stof is aangegeven :
a ) een letter ( bv . T of Xi ) die het symbool en de aanduiding van het gevaar aangeeft overeenkomstig bijlage II ( zie artikel 6 , lid 2 , sub c ) ;
b ) een serie cijfers , voorafgegaan door de letter R , die de aard van de bijzondere gevaren aangeven overeenkomstig bijlage III ( zie artikel 6 , lid 2 , sub d ) ;
c ) een serie cijfers , voorafgegaan door de letter S , die de veiligheidsaanbevelingen aangeven , overeenkomstig bijlage IV ( zie artikel 6 , lid 3 ) .
WATERSTOF 1 .
H2 1 . Waterstof
F R : 23-34
S : 16-22-32-33-37-104
LiAlH4 2 . Lithiumaluminiumhydride
F R : 29
S : 12-37-65-103
NaH 3 . Natriumhydride
F R : 29
S : 12-37-65-103
CaH2 4 . Calciumhydride
F R : 29
S : 12-37-65-103
BERYLLIUM 4 .
1 . Berylliumverbindingen
T R : 52
S : 12-21-51-63-72-78-91-108
BOOR 5 .
1 . Boorhalogeenverbindingen
T R : 61-84
S : 15-34-63-76-108
KOOLSTOF 6 .
CO 1 . Koolstofmonoxide
F + T R : 23-34-63
S : 16-22-32-33-37-76-104-108
COCl2 2 . Koolstofoxychloride ( fosgeen )
T R : 61
S : 15-34-63-74-108
CS2 3 . Koolstof disulfide ( zwavelkoolstof )
F + T R : 23-33-67
S : 3-14-21-23-27-36-71-76-101-104-108
CaC2 4 . Calciumcarbide
F R : 29
S : 12-35-65-103
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
5 . thiram
Tetramethylthiuramdisulfide
Xn R : 54-84
S : 2-11-21-31-51-63-74-91
HCN 6 . Cyaanwaterstof ( blauwzuur )
F + T R : 22-33-67
S : 15-21-31-32-36-65-74-104-108
7 . Zouten van cyaanwaterstof met uitzondering van komplexe cyaniden zoals ferro - en ferricyaniden
T R : 58-71
S : 3-12-21-31-35-52-63-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
8 . antu
1-Naphtylthioureum
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
9 . isolan
( 1-isopropyl-3-methyl-1H-pyrazol-5-yl ) -N,N-dimethyl-carbamaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
10 . dimetan
( 5,5-Dimethyl-3-oxo-cyclohex-1-en-yl ) -N,N-dimethyl-carbamaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
11 . carbaryl
N-Methyl-1-naphtyl-carbamaat
Xn R : 54-84
S : 2-11-21-31-51-63-74-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
12 . ziram
Zink-bis ( N,N-dimethyldithiocarbamaat )
Xn R : 54-84
S : 2-11-21-31-51-63-74-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
13 . metam-sodium ( metam-natrium )
Natrium-N-methyldithiocarbamaat
Xn R : 54-84
S : 2-11-21-31-51-63-74-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
14 . nabam
Dinatrium ( N,N'-ethyleen-bis ( dithiocarbamaat ) )
Xn R : 54-84
S : 2-11-21-31-51-63-74-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
15 . diuron
3 - ( 3,4-Dichloorfenyl ) -1,1-dimethylureum
Xi R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
16 . monuron
3 - ( 4-Chloorfenyl ) -1,1-dimethylureum
Xi R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
17 . chlorpropham
N - ( 3-Chloorfenyl ) -isopropylcarbamaat
Xn R : 54
S : 2-11-57-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
18 . propham
Isopropyl-N-fenylcarbamaat ( profam )
Xn R : 54
S : 2-11-57-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
19 . diallat
S - ( 2,3-Dichloorallyl ) -N,N-diisopropyl-monothio-carbamaat ( diallaat )
Xn R : 54-83
S : 2-11-21-31-63-73-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
20 . barban
( 4-Chloor-but-2-yn-yl ) -N - ( 3-chloorfenyl ) -carbamaat
Xn R : 54-83
S : 2-11-21-31-63-73-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
21 . linuron
3 - ( 3,4-Dichloorfenyl ) -1-methoxy-1-methylureum
Xn R : 54
S : 2-11-57-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
22 . chloroxuron
3 - ( 4 - ( 4-Chloorfenoxy ) fenyl ) -1,1-dimethylureum
Xn R : 54
S : 2-11-31-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
23 . ( 3,5-Dimethyl-4-methylthiofenyl ) -N-methylcarbamaat ( methiocarb )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
24 . Natrium-isopropylxanthaat ( proxan-Natrium )
Xn R : 54
S : 2-11-31-35-57-91
CH3_N=C=S 25 . Methylisothiocyanaat
Xn R : 21-54-84
S : 2-11-21-31-37-51-63-74-91
STIKSTOF 7 .
NH3 1 . Watervrije ammoniak
T R : 60-84
S : 15-32-33-34-63-76-108
NH3 2 . Ammoniakoplossingen met meer dan 35 % NH3
C R : 81-84
S : 11-35-53-65-67
NH3 3 . Ammoniakoplossingen met 10 % tot ten hoogste 35 % NH3
Xi R : 84
S : 2-11-35-53-63-67
NO2 ( N2O4 ) 4 . Stikstofdioxide ( distikstoftetroxide )
T R : 61-84
S : 15-34-54-63-76-108
HNO3 5 . Salpeterzuuroplossingen met meer dan 70 % HNO3
O + C R : 12-82
S : 15-22-32-38-65-71-76-94-109
HNO3 6 . Salpeterzuuroplossingen met meer dan 20 tot ten hoogste 70 % HNO3
C R : 82
S : 16-32-53-65-71-109
HNO3 + H2SO4 7 . Nitreermengsels ( zwavelzuur en salpeterzuur ) met meer dan 30 % HNO3
O + C R : 12-82
S : 11-22-24-32-38-65-71-76-94
ZUURSTOF 8 .
O2 1 . Vloeibare zuurstof
O R : 12
S : 5-22-32-38-65
2 . Vloeibare lucht
O R : 12
S : 5-22-32-38-65
H2O2 3 . Waterstofperoxide in oplossingen met meer dan 60 % H2O2
O + C R : 12-81
S : 5-22-38-41-63-71-73-77
H2O2 4 . Waterstofperoxide in oplossingen van 20 tot 60 % H2O2
C R : 81
S : 5-63-71-73-77
5 . Organische peroxiden zonder stabiliseermiddelen
E R : 5-82
S : 5-16-19-22-29-32-36-38-67-77
FLUOR 9 .
F2 1 . Fluor
T R : 11-61-84
S : 5-32-38-65-76-108
( HF ) n 2 . Fluorwaterstof , watervrij
T R : 67-82
S : 15-34-65-67-73-76-108
HF 3 . Fluorwaterstof in oplossing
C R : 58-82
S : 15-31-65-67-73-76-91-94-108
4 . Fluoriden , oplosbaar

T R : 55
S : 3-11-21-31-51-63-67-72-91-108
5 . Bifluoriden
C R : 58-81
S : 12-21-31-51-63-67-73-91-94
HBF4 6 . Tetrafluorboorzuur ( boorfluorwaterstof ) in oplossingen met meer dan 25 % HBF4
C R : 81
S : 11-32-53-65-67-94
H2SiF6 7 . Hexafluorokiezelsuur ( kiezelfluorwaterstof ) in oplossingen met meer dan 25 % H2SiF6
C R : 81
S : 13-32-53-65-67-94
8 . Hexafluorokiezelzuur ( zouten van ) , silicofluoriden
Xn R : 54
S : 12-21-31-51-63-91
CH2FCOOH 9 . Monofluorazijnzuur en oplosbare zouten
T R : 55
S : 3-14-21-31-51-63-72-91-108
CH2F_CONH2 10 . Monofluoraceetamide
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
NATRIUM 11 .
Na 1 . Natrium
F R : 29
S : 12-23-37-65-103
NaOH 2 . Natriumhydroxide , watervrij
C R : 82
S : 2-12-35-63-67-71-73-77-109
NaOH 3 . Natriumhydroxideoplossingen met meer dan 10 % NaOH
C R : 82
S : 2-12-35-63-67-71-73-77-109
Na2O2 4 . Natriumperoxide
O + C R : 12-82
S : 11-22-29-38-65-71-73-77-109
MAGNESIUM 12 .
Mg 1 . Magnesiumpoeder
F R : 29-31
S : 13-18-36-103
2 . Magnesiumalkylen
F + C R : 29-31-81
S : 37-65-71-103
ALUMINIUM 13 .
Al 1 . Aluminiumpoeder
F R : 29-31
S : 13-18-36-103
AlCl3 2 . Aluminiumchloride , watervrij
Xi R : 84
S : 12-23-52-63-67-91-94
3 . Aluminiumalkylen
F + C R : 29-31-81
S : 24-37-65-71-103
SILICIUM 14 .
SiHCl3 1 . Trichloorsilaan
F R : 29
S : 12-24-37-65-103
SiCl4 2 . Siliciumtetrachloride
Xi R : 84
S : 15-24-32-53-65-67-91-94
FOSFOR 15 .
P 1 . Tetrafosfor ( gele , witte fosfor )
F + T R : 31-56-82
S : 4-5-40-65-66-71-102-108
P 2 . Rode fosfor
F R : 22-30
S : 11-22-28-37-39-104
Ca3P2 3 . Calciumfosfide
F + T R : 29-69
S : 3-12-23-37-65-71-76-103-108
AlP 4 . Aluminiumfosfide
F + T R : 29-69
S : 3-12-24-37-65-71-76-103-108
Mg3P2 5 . Magnesiumfosfide
F + T R : 29-69
S : 3-12-24-37-65-71-76-103-108
Zn3P2 6 . Zinkfosfide
T R : 55-69
S : 3-12-21-31-35-65-71-76-91-103-108
PCl3 7 . Fosfortrichloride
C R : 64-81-84
S : 15-24-65-76-94
PCl5 8 . Fosforpentachloride
C R : 64-81-84
S : 15-24-65-76-94
POCl3 9 . Fosforoxychloride
C R : 64-81-84
S : 15-24-65-76-94
P2O5 10 . Fosforpentoxide
C R : 82
S : 11-51-63-77-91-94
H3PO4 11 . Fosforzuuroplossingen met meer dan 25 % H3PO4
C R : 81
S : 11-65-94-109
P4S3 12 . Tetrafosfortrisulfide
F R : 22
S : 11-22-37-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
13 . Triethylfosfaat
Xn R : 54
S : 11-63
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
14 . Tributylfosfaat
Xn R : 54
S : 11-63
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
15 . Tricresylfosfaten ( o.o.o.-o.o.m.-o.o.p.-o.m.m.-o.m.p.-o.p.p . )
T R : 58
S : 11-21-31-65-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
16 . Tricresylfosfaten ( m.m.m.-m.m.p.-m.p.p.-p.p.p . )
Xn R : 57
S : 11-21-31-65-91
17 . Tricresylfosfaten ( mengsels met meer dan 3 % orthoisomeer )
T R : 58
S : 11-21-31-65-91
18 . Tricresylfosfaten ( mengsels met maximaal 3 % orthoisomeer )
Xn R : 57
S : 11-21-31-65-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
19 . dichlorvos ( DDVP )
( 2,2-Dichloorvinyl ) -dimethyl-fosfaat ( dichloorvos )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
20 . mevinphos
( 2-Methoxycarbonyl-1-methylvinyl ) -dimethyl-fosfaat ( mevinfos )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
21 . trichlorfon
O,O-Dimethyl - ( 2,2,2-trichloor-1-hydroxyethyl ) -fosfonaat ( trichloorfon )
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
22 . phosphamidon
( 2-Chloor-3-diethylamino-1-methyl-3-oxo-prop-1-en-yl ) -dimethylfosfaat ( fosfamidon )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
23 . O - ( 2,2-Dichloorvinyl ) -O-methyl-O - ( 2-ethylsulfinyl-ethyl ) -fosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
24 . O - ( 2 - ( 4-Chloorfenylthio ) ethyl ) -O - ( 2,2-dichloor-vinyl ) -O-methylfosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
25 . ( pyrazoxon )
O,O-Diethyl-O - ( 3-methyl-1H-pyrazol-5-yl ) -fosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
26 . triamphos
5-Amino-3-fenyl-1-bis ( dimethyl-amino ) fosforyl-1,2,4-triazool ( triamfos )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
27 . TEPP
O,O,O,O-Tetraethyldifosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
28 . schradan
Octamethyldifosforzuur-tetramide
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
29 . sulfotep
O,O,O,O,-Tetraethyl-dithiodifosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
30 . demeton-O
O,O-Diethyl-O ( 2-ethylthioethyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
31 . demeton-S
O,O-Diethyl-S - ( 2-ethylthioethyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
32 . demeton-O-methyl
O,O-Dimethyl-O - ( 2-ethylthioethyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
33 . demeton-S-methyl
O,O-Dimethyl-S - ( 2-ethylthioethyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
34 . prothoat
O,O-Diethyl-S - ( 4-methyl-2-oxo-3-aza-pentyl ) -dithiofosfaat ( prothoaat )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
35 . phorate
O,O-Diethyl-S - ( ethylthiomethyl ) -dithiofosfaat ( foraat )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
36 . parathion-methyl
O,O-Dimethyl-O - ( 4-nitrofenyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
37 . parathion
O,O-Diethyl-O - ( 4-nitrofenyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
38 . ( EPN )
O-Ethyl-O - ( ( 4-nitrofenyl ) -fenyl ) -monothio-fosfonaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
39 . phenkapton
O,O-Diethyl-S - ( ( 2,5-dichloorfenylthio ) -methyl ) ) -dithiofosfaat ( fenkapton )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
40 . O,O-Diethyl-O - ( 4-methylcumarin-7-yl ) -monothio-fosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
41 . coumaphos
O,O-Diethyl-O - ( 3-chloor-4-methylcumarin-7-yl ) -monothiofosfaat ( cumafos )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
42 . azinphos-methyl
O,O-Dimethyl-S - ( ( 4-oxo-3H-1,2,3-benzotriazin-3-yl ) -methyl ) -dithiofosfaat ( azinfos-methyl )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
43 . diazinon
O,O-Diethyl-O - ( 2-isopropyl-4-methyl-pyrimidin-6-yl ) -monothiofosfaat
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
44 . malathion
S - ( 1,2-bis ( ethoxycarbonyl ) -ethyl ) -O,O-dimethyl-dithiofosfaat
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
45 . ( chlorthion )
O - ( 3-Chloor-4-nitrofenyl ) -O,O-dimethyl-monothiofosfaat ( chloorthion )
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
46 . ( isochlorthion )
O - ( 4-Chloor-3-nitrofenyl ) -O,O-dimethyl-monothiofosfaat ( isochloorthion )
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
47 . carbophenothion
O,O-Diethyl-S - ( ( 4-chloorfenyl-thio ) -methyl ) -dithiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
48 . mecarbam
O,O-Diethyl-S - ( 3-methyl-2,4-dioxo-5-oxa-3-aza-heptyl ) -dithiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
49 . oxydemeton-methyl
O,O-Dimethyl-S - ( 2-ethylsulfinylethyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
50 . dioxathion
1,4-Dioxaan-2,3-diyl-bis ( O,O-diethyldithiofosfaat )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
51 . ethion
Methyleen-S,S'-bis ( O,O-diethyldithiofosfaat )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
52 . fenthion
O,O-Dimethyl-O - ( 3-methyl-4-methylthiofenyl ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
53 . S - ( ( 5-Methoxy-4H-pyron-2-yl ) -methyl ) -O,O-dimethylmonothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
54 . thiometon
O,O-Dimethyl-S - ( 2-ethylthioethyl ) -dithiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
55 . dimethoat
O,O-Dimethyl-S - ( N-methylcarbamoyl ) -methyl-dithiofosfaat ( dimethoaat )
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
56 . fenchlorphos
O - ( 2,4,5-Trichloorfenyl ) -O,O-dimethyl-monothiofosfaat ( fenchloorfos )
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
57 . menazon
S - ( ( 4,6-Diamino-1,3,5-triazin-2-yl ) -methyl ) -O,O-dimethyldithiofosfaat
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
58 . fenitrothion
O,O-Dimethyl-O - ( 3-methyl-4-nitrofenyl ) -monothiofosfaat
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
59 . ( naled )
O - ( 1,2-Dibroom-2,2-dichloorethyl ) -O,O-dimethylfosfaat
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
60 . azinphos-ethyl
O,O-Diethyl-S - ( ( 4-oxo-3H-1,2,3-benzotriazin-3-yl ) -methyl ) -dithiofosfaat ( azinfos-ethyl )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
61 . formothion
O,O-Dimethyl-S - ( 3-methyl-2,4-dioxo-3-aza-butyl ) -dithiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
62 . morphothion
O,O-Dimethyl-S - ( ( morfolino-carbonyl ) -methyl ) -monothiofosfaat ( morfothion )
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
63 . vamidothion
O,O-Dimethyl-S-5 - ( N-methyl - ( 2 methyl-3-thia-valeramid ) -monothiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
64 . disulfoton
O,O-Diethyl-S - ( 2-ethylthioethyl ) -dithiofosfaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
65 . bromophos
O - ( 4-Broom-2,5-dichloorfenyl ) -O,O-dimethyl-monothiofosfaat ( bromofos )
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-53-65
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
66 . dimefox
N,N,N',N'-Tetramethyldiamidofosforzuur-fluoride
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
67 . mipafox
N,N'-Diisopropyldiamidofosforzuur-fluoride
T R : 58
S : 3-11-21-31-53-63-71-72-75-77-92-93-108
ZWAVEL 16 .
H2S 1 . Zwavelwaterstof
F + T R : 26-34-61
S : 15-21-34-36-62-76-104-108
BaS BaSn 2 . Bariumsulfide en bariumpolysulfiden
Xi R : 70-83
S : 15-21-23-35-63-71-73-91
CaS CaSn 3 . Calciumsulfide en calciumpolysulfiden
Xi R : 70-83
S : 15-21-23-35-63-71-73-91
K2S K2Sn 4 . Kaliumsulfide en kaliumpolysulfiden
C R : 70-81
S : 15-21-23-35-63-71-73-91
( NH4 ) 2Sn 5 . Ammoniumpolysulfiden
C R : 70-81
S : 15-21-23-35-63-71-73-91
Na2S Na2Sn 6 . Natriumsulfide en natriumpolysulfiden
C R : 70-81
S : 15-21-23-35-63-71-73-91
SO2 7 . Zwaveldioxide
T R : 60-84
S : 15-34-63-76-108
S2Cl2 ( Di_,_di_ ) SCl2 ( _di_ ) SCl4 ( _tetra_ ) 8 . Zwavelchloriden
C R : 81-84
S : 15-24-32-53-65-67-71-77-91-94
SOCl2 9 . Thionylchloride
C R : 82-84
S : 15-24-32-53-65-67-71-77-94
SO2Cl2 10 . Sulfurylchloride
C R : 82-84
S : 15-24-32-53-65-67-71-77-94
HSO3Cl 11 . Chloorsulfonzuur
C R : 82-84
S : 15-24-32-53-65-67-71-77-94
H2SO4 + SO3 12 . Oleum
C R : 82-84
S : 11-23-24-32-63-71-73-77-94-109
H2SO4 13 . Zwavelzuuroplossingen met meer dan 20 % H2SO4
C R : 82
S : 2-11-23-24-32-63-71-73-77-94-109
CH3SH 14 . Methaanthiol ( methylmercaptaan )
F R : 25-34-59
S : 15-22-34-36-62-76-104
C2H5_SH 15 . Ethaanthiol ( ethylmercaptaan )
F R : 22-33-64
S : 16-22-36-76-104
CHLOOR 17 .
Cl2 1 . Chloor
T R : 61-84
S : 15-34-63-76-108
HCl 2 . Chloorwaterstof , watervrij
T R : 60-84
S : 15-34-63-76-108
HCl 3 . Zoutzuur met meer dan 25 % HCl
C R : 81
S : 2-13-32-53-65-67-94
Ba ( ClO3 ) 2 4 . Bariumchloraat
O + Xn R : 13-54
S : 2-12-21-29-31-35-38-51-65-71-91-93
KClO3 5 . Kaliumchloraat
O + Xn R : 13-54
S : 2-12-21-29-31-35-38-51-65-71-91-93
NaClO3 6 . Natriumchloraat
O + Xn R : 13-54
S : 2-12-21-29-31-35-38-51-65-71-91-93
HClO4 7 . Perchloorzuur in oplossingen met meer dan 50 % HClO4
O + C R : 12-81
S : 11-22-32-38-65-71-91-93
8 . Perchloorzuur in oplossingen met 10 % tot ten hoogste 50 % HClO4
C R : 81
S : 11-32-65-94
Ba ( ClO4 ) 2 9 . Bariumperchloraat
O + Xn R : 13-54
S : 11-22-29-35-38
KClO4 10 . Kaliumperchloraat
O R : 13
S : 11-22-29-35-38
NH4ClO4 11 . Ammoniumperchloraat
E R : 1-13
S : 6-11-22-28-29-35-36-38-41
NaClO4 12 . Natriumperchloraat
O R : 13
S : 11-22-29-35-38
KALIUM 19 .
K 1 . Kalium
F R : 29
S : 12-24-37-65-103
KOH 2 . Kaliumhydroxide , watervrij
C R : 82
S : 2-12-35-63-67-71-73-77-109
KOH 3 . Kaliumhydroxide in oplossingen met meer dan 10 % KOH
C R : 82
S : 2-12-35-63-67-71-73-77-109
CALCIUM 20 .
Ca 1 . Calcium
F R : 29
S : 12-24-37-65-103
TITAAN 22 .
TiCl4 1 . Titaantetrachloride
C R : 81-84
S : 15-24-32-53-65-67-91-94
CHROOM 24 .
CrO3 1 . Chroomtrioxide ( Chroomzuuranhydride )
O + C R : 12-82
S : 11-22-19-38-65-91-93
K2Cr2O7 2 . Kaliumdichromaat
Xi R : 12-54
S : 11-21-29-51-65
( NH4 ) 2Cr2O7 3 . Ammoniumdichromaat
E + Xi R : 1-12-54
S : 6-11-21-28-29-36-41-51-65
Na2Cr2O7 4 . Natriumdichromaat
Xi R : 12-54
S : 11-21-29-51-65
MANGAAN 25 .
MnO2 1 . Mangaandioxide ( bruinsteen )
Xn R : 51
S : 11-51-63
KMnO4 2 . Kaliumpermanganaat
O R : 12-54
S : 11-29-35-38
NIKKEL 28 .
ONi ( C ) 4 1 . Nikkeltetracarbonyl
F + T R : 22-33-67
S : 15-21-23-36-55-65-71-76-104-108
ZINK 30 .
Zn 1 . Zinkpoeder
F R : 29-31
S : 13-18-36-103
ZnCl2 2 . Zinkchloride
C R : 81
S : 12-65-91
3 . Zinkalkylen
F + C R : 31-81
S : 37-65-71-103
ARSEEN 33 .
1 . Arseen en zijn verbindingen
T R : 56-84
S : 3-12-21-31-53-63-72-91-108
BROOM 35 .
Br2 1 . Broom
C R : 67-82
S : 15-32-65-75-94-108
HBr 2 . Broomwaterstof , watervrij
T R : 60-84
S : 15-34-63-76-108
HBr 3 . Broomwaterstof in oplossingen met meer dan 40 % HBr
C R : 81
S : 13-32-53-65-67-94-109
KBrO3 4 . Kaliumbromaat
O R : 13-54
S : 12-21-29-35-38-65-71-93
ZIRKONIUM 40 .
Zr 1 . Zirkoniumpoeder
F R : 29-31
S : 13-18-36-103
TIN 50 .
SnCl4 1 . Tintetrachloride
C R : 81-84
S : 15-24-32-53-65-67-91-94
( C6H5 ) 3SnOH 2 . Triphenyl-tinhydroxide ( fentin hydroxide )
T R : 52
S : 3-11-21-31-51-63-91-93-108
( C6H5 ) 3SnO_COCH3 3 . Triphenyl-tinacetaat ( fentin acetaat )
T R : 52
S : 3-11-21-31-51-63-91-93-108
ANTIMOON 51 .
SbCl3 1 . Antimoontrichloride
Xi R : 84
S : 15-52-63-67-91-94
SbCl5 2 . Antimoonpentachloride
C R : 81-84
S : 15-24-32-53-63-67-91-94
JOOD 53 .
I2 1 . Jood
Xn R : 64
S : 31-53-63
HI 2 . Joodwaterstof , watervrij
T R : 60-84
S : 15-34-63-76-108
HI 3 . Joodwaterstof in oplossingen met 25 % tot ten hoogste 70 % HI
C R : 81
S : 13-32-53-65-67-94
C6H5IO2 4 . Jodylbenzeen
E R : 1
S : 6-11-22-28-29-36-41
( IO2C6H4COO ) 2Ca 5 . Calciumjodylbenzoaat
E R : 1
S : 6-11-22-28-29-36-41
BARIUM 56 .
BaO2 1 . Bariumperoxide
O R : 12
S : 11-22-29-38-65
2 . Bariumzouten , met uitzondering van bariumsulfaat
Xn R : 54
S : 21-31-51-91
KWIK 80 .
1 . Kwik en zijn verbindingen , uitgezonderd mercurochloride ( Calomel ) , mercurisulfide , kwikoxycyanide en mercurifulminaat ( knalkwik )
T R : 52-58-83
S : 3-12-21-31-63-72-74-91-108
HgCl 2 . Mercurochloride ( Calomel )
Xn R : 54
S : 11-31
Hg ( CN ) 2 HgO 3 . Kwikoxycyanide
E + T R : 1-52
S : 6-11-21-28-29-31-32-36-63-76-91-108
Hg ( ONC ) 2 4 . Mercurifulminaat ( knalkwik )
E + T R : 3-52
S : 6-11-21-25-28-29-36-41-51-59-72-108
THALLIUM 81 .
1 . Thalliumverbindingen
T R : 52-56
S : 3-11-21-31-51-65-91-108
LOOD 82 .
Loodverbindingen met uitzondering van loodalkylen , loodazide en loodtrinitroresorcinaat
Xn R : 54
S : 11-21-31-51-91
2 . Loodalkylen
T R : 58
S : 11-21-31-63-71-73-74-92-108
Pb ( N3 ) 2 3 . Loodazide
E R : 3-54
S : 6-11-21-25-27-28-29-36-41-51-59-72
KOOLWATERSTOFFEN 601 .
CH4 1 . Methaan
F R : 22-34
S : 16-22-32-33-37-104
C2H6 2 . Ethaan
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
C3H8 3 . Propaan
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
C4H10 4 . Butaan
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
( CH3 ) 4C 5 . Dimethylpropaan
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
CH3_ ( CH2 ) 3_CH3 6 . n-Pentaan en iso-pentaan ( methyl-butaan )
F R : 22-33
S : 15-22-23-27-36-53-71-104
CH3_ ( CH2 ) 4_CH3 7 . Hexanen
F R : 22-33
S : 16-22-23-27-36-53-71-104
CH3_ ( CH2 ) 5_CH3 8 . Heptanen
F R : 22-33
S : 16-22-23-27-36-53-71-104
CH3_ ( CH2 ) 6_CH3 9 . Octanen
F R : 22-33
S : 16-22-23-27-36-53-71-104
CH2=CH2 10 . Etheen ( Ethyleen )
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
CH2=CH_CH3 11 . Propeen ( propyleen )
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
12 . Butenen ( Butylenen )
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
CH2=CH_CH=CH2 13 . Butadieen-1,3
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
14 . Isopreen ( 2-methyl-butadieen-1,3 )
F R : 22-33
S : 15-22-23-27-36-53-71-104
HC=CH 15 . Acetyleen
F R : 4-23-32
S : 15-22-34-36-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
16 . Cyclopropaan
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
17 . Cyclohexaan
F R : 22-33
S : 16-22-23-27-36-53-71-104
C6H6 18 . Benzeen
F + T R : 22-33-67
S : 3-16-21-23-27-36-65-71-76-104-108
C6H5_CH3 19 . Tolueen
F + Xn R : 22-33-64
S : 3-16-21-23-27-36-65-71-76-104
C6H4 ( CH3 ) 2 20 . Xylenen
Xn R : 21-33-64
S : 3-16-21-23-27-36-65-71-76-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
21 . Styreen en a-methylstyreen
Xn R : 21-33-64-84
S : 3-16-21-23-27-36-65-71-76-104
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 602 .
CH3Cl 1 . Methylchloride ( monochloormethaan )
F + Xn R : 25-34-62
S : 15-22-34-36-55-76-104
CH3Br 2 . Methylbromide ( monobroommethaan )
T R : 61
S : 14-34-63-74-108
CHCl3 3 . Chloroform ( trichloormethaan )
Xn R : 64
S : 13-53
CCl4 4 . Tetrachloorkoolstof ( tetrachloormethaan )
T R : 66
S : 3-15-65-71-76-108
C2H5Cl 5 . Ethylchloride ( monochloorethaan )
F R : 26-34
S : 15-22-34-36-104
BrCH2_CH2Br 6 . 1,2-Dibroomethaan
Xn R : 64
S : 14-34-63-74-108
ClCH2_CH2Cl 7 . 1,2-Dichloorethaan ( ethyleendichloride )
F + Xn R : 22-33-64
S : 16-22-23-27-36-65-71-76-104
CH3_CCl3 8 . 1,1,1-Trichloorethaan
Xn R : 64
S : 13-53-76
CHCl2_CHCl2 9 . 1,1,2,2-Tetrachloorethaan
T R : 67
S : 3-15-65-71-76-108
CHCl2_CCl3 10 . Pentachloorethaan
T R : 66
S : 3-15-65-71-76-108
CHCl2_CH2_CH3 CH2Cl_CHCl_CH3 CH2Cl_CH2_CH2Cl CH3_CCl2_CH3 11 . Dichloorpropanen
F + Xn R : 22-33-64
S : 3-15-22-27-36-65-71-76-108
CH2Br_CHBr_CH2Cl 12 . 1,2-Dibroom-3-chloor-propaan
T R : 66-83
S : 3-11-21-31-51-65-71-76-91-108
CH2=CHCl 13 . Vinylchloride
F R : 26-34
S : 15-22-34-36-104
CH2=CHBr 14 . Vinylbromide
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
CH2=CCl2 CHCl=CHCl 15 . Dichloorethenen ( dichloorethylenen )
F + Xn R : 22-33-35-64
S : 15-22-23-27-36-65-71-76-104
CHCl=CCl2 16 . Trichloorethyleen ( Tri )
Xn R : 64
S : 2-11-53-76
CCl2=CCl2 17 . Tetrachloorethyleen ( Perchloorethyleen )
Xn R : 64
S : 2-11-53-76
CH2=CH_CH2Cl 18 . Allylchloride
F + T R : 22-33-67
S : 15-21-23-27-36-65-71-76-104-108
CHCl=CCl_CH3 CH2=CCl_CH2Cl CH2=CH_CHCl2 19 . Dichloorpropenen
F + T R : 22-33-67
S : 3-15-22-27-36-65-71-76-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
20 . Methallylchloride ( 2-methylallylchloride )
F + Xn R : 22-33-64-84
S : 15-22-23-27-36-65-71-76-104
C6H5CH2Cl 21 . Benzylchloride
Xi R : 84
S : 16-21-53-65-77-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
22 . HCH
1,2,3,4,5,6-Hexachloorcyclohexaan , alle isomeren ( BHC )
T R : 56-83
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
23 . lindane
gamma-1,2,3,4,5,6-Hexachloorcyclohexaan ( lindaan )
T R : 56-83
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
24 . toxaphene
Gechloreerde camfenen ( 67-69 % chloor ) ( toxafeen )
T R : 58-83
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
25 . TDE
1,1-Dichloor-2,2-bis ( 4-chloorfenyl ) -ethaan
Xn R : 65-83
S : 2-12-21-31-52-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
26 . ( DDT )
1,1,1-Trichloor-2,2-bis ( 4-chloorfenyl ) -ethaan
Xn R : 65-83
S : 2-12-21-31-52-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
27 . heptachlore
1,4,5,6,7,8,8-Heptachloor-3a,4,7,7a-tetrahydro-4,7-endo - methano-indeen ( heptachloor )
T R : 58-83
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
28 . chlordane
1,2,4,5,6,7,8,8-Octachloor-3a,4,7,7a-tetradydro-4,7-endo - methano-indaan ( chloordaan )
Xn R : 65-83
S : 2-12-21-31-52-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
29 . aldrin ( HHDN 95 % )
1,2,3,4,10,10-Hexachloor-1,4,4a,5,8,8a-hexahydro-1,4-endo -5,8-exo-dimethano-naftaleen
T R : 58
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
30 . dieldrin ( HEOD 85 % )
1,2,3,4,10,10-Hexachloor-6,7-epoxy-1,4,4a,5,6,7,8,8a - octahydro-1,4-endo-5,8-exo-dimethano-naftaleen
T R : 58
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
31 . ( isodrin )
1,2,3,4,10,10-Hexachloor-1,4,4a,5,8,8a-hexahydro-1,4-endo -5,8-endo-dimethano-naftaleen
T R : 58
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
32 . endrin
1,2,3,4,10,10-Hexachloor-6,7-epoxy-1,4,4a,5,6,7,8,8a - octahydro-1,4-endo-5,8-endo-dimethano-naftaleen
T R : 58
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
33 . endosulfan
6,7,8,9,10,10-Hexachloor-1,5,5a,6,9,9a-hexahydro-6,9 - methano-2,3,4-benzo ( e ) -dioxathiepin-3-oxide
T R : 58-70-83
S : 3-11-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
34 . isobenzan
1,3,4,5,6,7,8,8-Octachloor-1,3,3a,4,7,7a-hexahydro-4,7 - endo-methano-isobenzofuraan
T R : 58-70-83
S : 3-11-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
ALKOHOLEN EN DERIVATEN 603 .
CH3OH 1 . Methanol ( methylalcohol )
F + T R : 22-33-56
S : 3-15-21-36-53-71-104-108
C2H5OH 2 . Ethanol ( ethylalcohol )
F R : 22-33
S : 16-22-36-71-104
C3H7OH 3 . Propanolen ( propylalcoholen )
F R : 22-33
S : 16-22-36-71-104
C4H9OH 4 . Butanolen ( butylalcoholen )
F R : 22-33-64
S : 16-21-36-53-62-71-104
CH2=CH_CH2OH 5 . Allylalcohol
F + T R : 22-33-67-84
S : 16-21-36-71-76-77-104-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
6 . Dimethylether
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
CH3_O_C2H5 7 . Ethylmethylether
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
CH3_O_CH=CH2 8 . Methylvinylether
F R : 25-34
S : 15-22-34-36-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
9 . Diethylether
F R : 23-33-35
S : 15-22-23-27-36-53-71-103
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
10 . Ethyleenoxide ( oxiraan )
F + T R : 26-34-60
S : 15-22-34-36-76-104-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
11 . Dioxaan-1,4
F R : 22-33-35-64
S : 16-22-36-53-71-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
12 . Tetrahydrofuraan
F R : 22-33-35
S : 15-22-36-71-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
13 . Glycolmonocloorhydrine ( ethyleen-chloorhydrine )
T R : 67
S : 15-21-31-65-71-75-91-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
14 . Dimethylsulfaat
T R : 67
S : 15-21-31-65-71-75-108
C2H5_O_NO 15 . Ethylnitriet
E R : 2-32
S : 6-15-22-32-36-53-65-91-103
C2H5_O_NO2 16 . Ethylnitraat
E R : 2-32
S : 6-15-22-32-36-53-65-91-103
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
17 . Glycoldinitraat ( dinitroglycol )
E + T R : 3-58-66
S : 6-11-22-25-28-36-41-53-59-72
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
18 . Diglycoldinitraat
E + T R : 3-58-66
S : 6-11-22-25-28-36-41-53-59-72
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
19 . Glyceroltrinitraat ( nitroglycerine )
E + T R : 3-58-66
S : 6-11-22-25-28-36-41-53-59-72
PENTRIET 603 .
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
20 . Pentaerythriettetranitraat
E R : 3
S : 6-11-22-26-28-29-32-36-59-72
NITROMANNIET
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
21 . Manniethexanitraat
E R : 3
S : 6-11-22-26-28-29-32-36-59-72
22 . Nitrocellulosen
E R : 1
S : 5-6-11-22-26-28-29-32-36-72
MeOCH3 23 . Alkalimethylaten
F R : 22
S : 11-22-37-104
MeOC2H5 24 . Alkaliethylaten
F R : 22
S : 11-22-37-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
25 . Aluminiumisopropylaat ( aluminium tri-iso-propoxide )
F R : 22
S : 11-22-37-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
26 . dicofol
2,2,2-Trichloor-1,1-bis ( 4-chloorfenyl ) -ethanol
Xn R : 65-83
S : 2-11-21-31-51-63-91
FENOLEN EN DERIVATEN 604 .
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
1 . Fenol
T R : 58-81
S : 3-11-31-53-65-71-92-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
2 . Pentachloorfenol en zijn alkalizouten
T R : 58-83
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
3 . Kresolen
T R : 58-81
S : 3-11-31-53-65-71-92-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
4 . 2-Naftol ( Betanaftol )
Xn R : 54-83
S : 11-21-31-51-63-91
ALDEHYDEN EN DERIVATEN 605 .
HCHO 1 . Formaldehyde ( Oplossingen ) ( Formaline , Formol )
T R : 56-81-84
S : 3-13-21-31-54-65-77-91-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
2 . Trioxymethyleen ( 1,3,5-trioxaan )
Xn R : 54
S : 2-11-21-31-51-63-91
CH3CHO 3 . Aceetaldehyde
F R : 23-33-35
S : 15-22-36-71-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
4 . Paraldehyde
F R : 22-33
S : 16-22-36-53-65-71-104
( CH3CHO ) n 5 . Metaldehyde
T R : 56-84
S : 3-13-21-31-54-65-77-91-108
CH3_ ( CH2 ) 2_CHO 6 . Butyraldehyde
F R : 22-23
S : 15-22-23-36-53-71-104
CH2=CH_CHO 7 . Acrylaldehyde ( Acroleine )
F + T R : 22-33-66-84
S : 15-21-23-35-61-71-76-104-108
KETONEN EN DERIVATEN 606 .
CH3_CO_CH3 1 . Aceton
F R : 22-33
S : 15-22-36-53-71-104
CH3_CO_C2H5 2 . Ethylmethylketon
F R : 22-33
S : 16-22-36-53-71-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
3 . chlorphacinon
2 ( 2 - ( 4-chloorfenyl-2-fenyl ) acetyl ) -indaan-1,3-dion
T R : 58
S : 3-11-21-31-52-63-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
4 . naphtylindandion
2 - ( 1-Naftyl ) -indaan-1,3-dion
T R : 55
S : 3-11-21-31-63-74-91-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
5 . pindon
2-pivaloylindaan-1,3-dion
T R : 55
S : 3-11-21-31-51-72-75-108
ORGANISCHE ZUREN EN DERIVATEN 607 .
HCOOH 1 . Mierenzuur en oplossingen met meer dan 25 % HCOOH
C R : 81
S : 11-32-53-65-67-94-109
CH3COOH 2 . Azijnzuur en oplossingen met meer dan 25 % CH3COOH
C R : 81
S : 2-12-31-32-65-94
CH2Cl_COOH 3 . Monochloorazijnzuur
T R : 58-82
S : 3-11-21-31-52-65-72-75-77-91-108
CCl3_COOH 4 . Trichloorazijnzuur ( TCA )
C R : 58-82
S : 3-11-21-31-52-65-72-75-77-91-109
CCl3_COONa 5 . Natriumtrichlooracetaat
Xn R : 54
S : 12-31-63-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
6 . Oxaalzuur en zijn zouten
Xn R : 54
S : 11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
7 . Azijnzuuranhydride
C R : 81
S : 11-32-53-63-67-93-109
CH3_COCl 8 . Acetylchloride
F + C R : 22-33-81
S : 15-22-31-36-53-65-71-93-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
9 . Benzoylchloride
C R : 81
S : 11-32-53-63-93
HCOOCH3 10 . Methylformiaat
F R : 22-33
S : 15-22-23-36-53-71-104
HCOOC2H5 11 . Ethylformiaat
F R : 22-33
S : 15-22-23-36-53-71-104
CH3COOCH3 12 . Methylacetaat
F R : 22-33
S : 15-22-23-36-53-71-104
CH3COOC2H5 13 . Ethylacetaat
F R : 22-33
S : 16-22-23-36-53-71-104
CH3COOCH=CH2 14 . Vinylacetaat
F R : 22-33-64
S : 15-22-23-36-53-71-104
CH3COOCH ( CH3 ) 2 15 . Isopropylacetaat
F R : 22-33
S : 16-22-23-36-53-71-104
CH3COOC4H9 16 . Butylacetaten
F R : 22-33
S : 16-22-23-36-53-71-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
17 . 2,4-D
( 2,4-Dichloor-fenoxy ) -azijnzuur
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
18 . Zouten en esters van 2,4-D
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
19 . 2,4,5-T
( 2,4,5-Trichloor-fenoxy ) azijnzuur
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
20 . Zouten en esters van 2,4,5-T
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
21 . folpet
N - ( Trichloormethylthio ) ftaalimide
Xi R : 84
S : 2-11-21-31-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
22 . dicamba
3,6-Dichloor-2-methoxybenzoezuur
Xn R : 57-83
S : 2-11-21-31-51-63-91
23 . Zouten van 3,6-Dichloor-2-methoxybenzoezuur
Xn R : 57-83
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
24 . dichlorprop
2 - ( 2,4-Dichloorfenoxy ) -propionzuur ( dichloorprop )
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
25 . fenoprop
2 - ( 2,4,5-Trichloorfenoxy ) -propionzuur
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
26 . mecoprop
2 - ( 4-Chloor-2-methylfenoxy ) -propionzuur
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
27 . Zouten van mecoprop
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
28 . MCPA
( 4-Chloor-2-methylfenoxy ) -azijnzuur
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
29 . Zouten en esters van MCPA
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
30 . MCPB
4 - ( 4-Chloor-2-methylfenoxy ) -boterzuur
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
31 . Zouten en esters van MCPB
Xn R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
32 . endothal-Na
Dinatrium - ( 3,6-epoxycyclohexaan-1,2-dicarboxylaat )
T R : 58-84
S : 3-6-11-21-30-31-51-57-65-73-77-78-92-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
33 . warfarin ( 1 )
4-Hydroxy-3 - ( 3-oxo-1-fenylbutyl ) -cumarine
T R : 55
S : 3-11-21-31-63-74-91-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
34 . coumachlor
3 - ( 1 - ( 4-Chloorfenyl ) -3-oxo-butyl ) -4-hydroxycumarine ( cumachloor )
T R : 55
S : 3-11-21-31-63-74-91-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
35 . coumafuryl
3 - ( 1 - ( 2-furyl ) -3-oxobutyl ) -4-hydroxycumarine ( cumafuryl )
T R : 55
S : 3-11-21-31-51-72-75-108
( 1 ) De naam " warfarin " is in Frankrijk niet toegelaten .
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
36 . coumatetralyl
4-Hydroxy-3 - ( 1,2,3,4-tetrahydro-1-naftyl ) -cumarine ( cumatetralyl )
T R : 55
S : 3-11-21-31-51-63-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
37 . 3,3'-Methyleen-bis ( 4-hydroxycumarine )
T R : 55
S : 3-11-21-31-63-74-91-108
NITRILLEN 608 .
CH3_CN 1 . Acetonitril
F + T R : 22-33-56-66
S : 16-22-36-53-71-104-108
CCl3_CN 2 . Trichlooracetonitril
T R : 56-66
S : 11-53-64-91-93-108
CH2=CH_CN 3 . Acrylnitril ( vinylcyanide )
F + T R : 22-33-56-66
S : 1-16-21-23-36-65-71-76-93-104-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
4 . Acetoncyaanhydrine
T R : 56-66
S : 16-53-64-91-93-108
NITROVERBINDINGEN 609 .
C6H5NO2 1 . Nitrobenzeen
T R : 58
S : 6-11-21-53-63-72-91-108
C6H4 ( NO2 ) 2 2 . Dinitrobenzenen
T R : 55
S : 6-11-21-52-63-72-91-108
C6H3 ( NO2 ) 3 3 . Trinitrobenzenen
E + T R : 2-55
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-91-108
CH3C6H4NO2 4 . Nitrotoluenen ( o en p )
T R : 58
S : 6-11-21-53-63-72-91-108
CH2C6H3 ( NO2 ) 2 5 . Dinitrotoluenen
T R : 55
S : 6-11-21-52-63-72-91-108
CH3C6H2 ( NO2 ) 3 6 . Trinitrotolueen ( TNT )
E + T R : 2-55
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-91-108
( NO2 ) 3_C6H_ ( CH3 ) 2 7 . Trinitroxylenen
E R : 2-54
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-91
C10H4 ( NO2 ) 4 8 . Tetranitronaftaline
E R : 2-54
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
9 . Paranitrofenol
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-51-63-91
C6H3 ( NO2 ) 2OMe 10 . Dinitrofenolen en hun zouten
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-64-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
11 . 4,6-Dinitro-o-kresol
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-64-72-75-77-91-93-108
CH3_C6H2 ( OMe ) ( NO2 ) 2 12 . Dinitro-o-kresolkalium en -natrium
E + T R : 1-58
S : 3-6-11-21-28-29-32-36-63-73-76-91-93-108
CH3C6H2 ( ONH4 ) ( NO2 ) 2 13 . Ammoniumdinitro-o-kresolaat ( DNC ammoniumzout )
T R : 58
S : 3-11-21-31-41-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
14 . 2,4,6-Trinitrofenol ( pikrinezuur )
E + T R : 2-4-58
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-42-52-63-72-92-108
C6H2 ( NO2 ) 3OMe 15 . Pikrinezuur , alkalizouten van
E R : 3
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-92
CH3OC6H2 ( NO2 ) 3 16 . Trinitroanisool
E R : 2-54
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
17 . Trinitrokresol
E R : 2-4-54
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-42-52-63-72-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
18 . Trinitroresorcinol
E R : 2-4-54
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-42-52-63-72-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
19 . Loodtrinitroresorcinaat
E R : 3-56
S : 6-11-21-25-27-28-29-36-41-51-59-72
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
20 . dinocap
( 6 - ( 1-Methylheptyl ) -2,4-dinitrofenyl ) -crotonaat
Xn R : 57
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
21 . binapacryl
( 6 - ( 1-Methylpropyl ) -2,4-dinitrofenyl ) -3,3-dimethylacrylaat
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-64-72-75-77-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
22 . 2,4-Dinitrofenylthiocyanaat
Xn R : 54-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
23 . dinoseb
6 - ( 1-Methylpropyl ) -2,4-dinitrofenol
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
24 . Zouten en esters van dinoseb
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
25 . dinosam
6 - ( 1-Methylbutyl ) -2,4-dinitrofenol
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
26 . dinex
6-Cyclohexyl-2,4-dinitrofenol
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
27 . ( 2,6-Dinitro-4-nonylfenyl ) -butyraat
Xn R : 54
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
28 . Dinoseb-acetat
( 6 - ( 1-Methylpropyl ) -2,4-dinitrofenyl ) acetaat ( Dinoseb-acetaat , Dinitributylfenyl-acetaat )
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-64-72-75-77-91-93-108
CHLOOR-NITROVERBINDINGEN 610 .
CCl3NO2 1 . Chloorpikrine
T R : 58-67-84
S : 3-15-21-31-63-71-72-75-91-93-108
CCl2 ( NO2 )_CH3 2 . 1,1-Dichloor-1-nitroethaan
T R : 66
S : 16-53-64-91-93-108
C6H3Cl ( NO2 ) 2 3 . Dinitrochloorbenzenen
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-64-72-75-77-91-93-108
C6H2Cl ( NO2 ) 3 4 . Trinitrochloorbenzenen
E + T R : 2-55
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-91-109
AZOXY - EN AZOVERBINDINGEN 611 .
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
1 . Azobenzeen
Xn R : 65
S : 2-11-58
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
2 . Azoxybenzeen
Xn R : 65
S : 2-11-58
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
3 . ( 3,4-Dichloorfenyl-azo ) -thioureum
T R : 58-70
S : 3-11-21-31-51-64-72-75-77-91-93-108
AMINOVERBINDINGEN 612 .
CH3NH2 ( CH3 ) 2NH ( CH3 ) 3N 1 . Methylaminen
F R : 25-34-84
S : 15-22-34-36-104
C2H5NH2 2 . Ethylamine
F R : 25-34-84
S : 15-22-34-36-77-104
( C2H5 ) 2NH 3 . Diethylamine
F R : 22-33-84
S : 15-22-36-53-65-71-104
( C2H5 ) 3N 4 . Triethylamine
F R : 22-33-84
S : 16-22-36-53-65-71-104
C6H5NH2 5 . Aniline
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
( C6H5NH2 ) .HCl 6 . Aniliniumchloride ( Anilinechloorhydraat )
T R : 52
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93-108
ClC6H4NH2 Cl2C6H3NH2 Cl3C6H2NH2 7 . Chlooranilinen ( mono - , di - en tri - )
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
NOC6H4NH2 8 . 4-Nitrosoaniline
Xn R : 57
S : 11-21-31-53-63-72-91-93
NO2C6H4NH2 9 . Nitroanilinen ( o.m . en p . )
T R : 53-66
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
10 . Anilinesulfonzuur
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
11 . Sulfanilzuur
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
12 . Methylanilinen ( mono - en di - )
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
13 . Ethylanilinen ( mono - en di - )
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
14 . Trinitrofenylmethylnitramine ( tetryl )
E + T R : 2-52
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
15 . Hexanitrodifenylamine ( Hexyl )
E + T R : 2-58
S : 6-11-21-26-28-29-32-36-52-63-72-76-92-109
( C6H2 ( NO2 ) 3 ) 2N ( NH4 ) 16 . Hexanitrodifenylamine , ammoniumzout
E + T R : 1-58
S : 6-11-21-28-29-32-36-63-73-76-91-93-109
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
17 . Thiodifenylamine ( Phenothiazine )
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
18 . Fenylhydrazine
Xn R : 57
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93
CH3C6H4NH2 19 . Toluidinen
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
20 . Nitrotoluidinen
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
CH3_C6H4_NH_CH3 CH3_C6H4_N ( CH3 ) 2 21 . Methyltoluidinen
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
( CH3 ) 2C6H3NH2 22 . Xylidinen
T R : 53-66
S : 11-21-31-53-63-71-72-91-93-108
C6H4 ( NH2 ) 2 23 . Fenyleendiaminen ( o , m en p )
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93
C6H4 ( NH2 ) 2.2HCl 24 . m . en p.-fenyleendiaminechloorhydraten
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
CH3C6H3 ( NH2 ) 2.H2SO4 25 . 2,4 - en 2,5-toluyleendiaminesulfaten
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
26 . N,N dimethylfenyleendiaminen ( o , m en p )
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
27 . N,N,N'N'tetramethyl-p-fenyleendiaminen
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
NH2C6H4OH 28 . Aminofenolen
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
29 . Pikraminezuur
E R : 1-54
S : 6-11-21-28-29-32-36-42-52-63-72-92
H2N_C6H4_C6H4_NH2 30 . Benzidine
T R : 52-53
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
31 . o-tolidine
Xn R : 57
S : 11-21-41-51-63-71-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
32 . N-N'dimethylbenzidine
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
33 . N-N'diacetylbenzidine
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-72-91-93
( NH2 ) 2C6H_C6H4 ( NH2 ) 34 . 2.Aminobenzidine
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
35 . 1-Naftylamine , zuiver
Xn R : 57
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93
36 . 1-Naftylamine , technisch
T R : 52-53
S : 11-21-31-51-63-71-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
37 . 2-Naftylamine
T R : 52-53
S : 11-21-31-51-63-71-72-92-93-108
HETEROCYCLISCHE BASEN EN HUN DERIVATEN 613 .
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
1 . Ethyleenimine ( aziridine )
F + T R : 22-33-58-67
S : 15-22-36-53-65-71-104-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
2 . Pyridine
Xn R : 27-64
S : 16-21-36-65-71-76-91-104
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
3 . 1,2,3,4 Tetranitrocarbazol
E R : 1-54
S : 6-11-21-28-29-32-36-52-72
C10H14N2 4 . Nicotine en zijn zouten
T R : 58
S : 3-13-21-31-53-63-72-75-77-82-91-93-108
C21H22N2O2 5 . Strychnine en zijn zouten
T R : 58
S : 12-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
C22H25NO6 6 . Colchicine
T R : 58
S : 3-12-21-31-51-63-72-82-91-108
C23H26N2O4 7 . Brucine en zijn zouten
T R : 58
S : 3-12-21-31-51-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
8 . Crimidine
2-Chloor-4-dimethylamino-6-methylpyrimidine
T R : 58
S : 3-11-21-31-51-63-72-74-91-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
9 . diquat
1,1'-Ethyleen-2,2'-dipyridiniumdibromide / monohydraat en zijn zouten
Xn R : 54
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
10 . paraquat
1,1'-Dimethyl-4-4'-dipyridiniummethylsulfaat en zijn zouten
T R : 58
S : 3-11-21-51-63-72-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
11 . isocil
5-Broom-3-isopropyl-6-methyluracil
Xi R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
12 . desmetryn
2-Isopropylamino-4-methylamino-6-methylthio-1,3,5 - triazine
Xn R : 54
S : 2-11-21-31-51-63-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
13 . dazomet
3,5-Dimethyl-perhydro-1,3,5-thiadiazine-2-thion
Xi R : 51-84
S : 2-11-21-31-51-63-91
DIVERSEN 620 .
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
1 . Trimethyleentrinitramine
E R : 3-83
S : 6-11-22-26-28-29-32-36-52-72
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
2 . Tetraceen
E R : 3
S : 6-11-21-25-28-29-36-41-51-72
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
3 . fenson
( 4-Chloorfenyl ) -benzeensulfonaat ( PCPBS )
Xn R : 57
S : 2-11-31-61-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
4 . chlorfenson
( 4-Chloorfenyl ) -4-chloorbenzeensulfonaat ( chloorfenson )
Xn R : 57
S : 2-11-31-61-91
( 1 ) Niet verwisselen met 2,3 benzantraceen dat ook tetraceen genoemd wordt .
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
5 . tetradifon
2,4,4',5-Tetrachloor-difenyl-sulfon
Xn R : 54
S : 2-11-31-61-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
6 . chlorbensid
( 4-Chloorbenzyl ) - ( 4-chloorfenyl ) -sulfide
Xn R : 54
S : 2-11-31-61-91
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
7 . fluorobensid
( 4-Chloorbenzyl ) - ( 4-fluorfenyl ) -sulfide
T R : 58-83
S : 3-11-21-31-52-63-72-75-77-91-93-108
Formule : zie PB No . 67/548/EEG
8 . tris ( 1-Dodecyl-3-methyl-2-fenyl-1,3-benzimidazolium ) -hexacyanoferraat ( III )
Xi R : 84
S : 6-12-21-31-57-63-71
BIJLAGE II
Tekening : zie PB No . 67/548/EEG
BIJLAGE III
Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen
R 1 In droge toestand ontplofbaar .
R 2 Ontploffingsgevaar door schok , wrijving , vuur of andere ontstekingsoorzaken .
R 3 Groot ontploffingsgevaar door schok , wrijving , vuur of andere ontstekingsoorzaken .
R 4 Vormt zeer gevoelige ontplofbare metaalzouten .
R 5 Ontploffingsgevaar door verwarming .
R 11 Kan brand veroorzaken .
R 12 Bevordert de ontbranding van brandbare stoffen .
R 13 Ontploffingsgevaar bij menging met brandbare stoffen .
R 21 Ontvlambaar .
R 22 Licht ontvlambaar .
R 23 Zeer licht ontvlambaar .
R 24 Ontvlambaar vloeibaar gas .
R 25 Licht ontvlambaar vloeibaar gas .
R 26 Zeer licht ontvlambaar vloeibaar gas .
R 27 Ontvlambare vloeistof mengbaar met water .
R 28 Ontvlambare vloeistof niet mengbaar met water .
R 29 Reageert heftig met water onder vorming van brandbare gassen .
R 30 Ontploffingsgevaar bij menging met oxyderende stoffen .
R 31 Ontbrandt vanzelf in de lucht .
R 32 Ontplofbaar met en zonder lucht .
R 33 Damp-luchtmengsel is ontplofbaar .
R 34 Gas-luchtmengsel is ontplofbaar .
R 35 Kan ontplofbare peroxiden vormen .
R 51 Schadelijk stof . ( 1 )
R 52 Giftig stof . ( 1 )
R 53 Giftig bij aanraking met de huid .
R 54 Schadelijk bij opname in de maag .
R 55 Ernstig vergiftigingsgevaar bij opname in de maag .
R 56 Ernstig vergiftingsgevaar bij opname in de maag of bij inademing .
R 57 Schadelijk bij opname in de maag en bij aanraking met de huid .
R 58 Ernstig vergiftigingsgevaar bij opname in de maag , bij inademing of bij aanraking met de huid .
R 59 Schadelijk gas .
( 1 ) Zie R 65
R 60 Giftig gas .
R 61 Zeer giftig gas .
R 62 Schadelijk reukloos gas .
R 63 Zeer giftig reukloos gas .
R 64 Schadelijke dampen .
R 65 Schadelijke dampen en schadelijk stof . ( 1 )
R 66 Geeft giftige damp af .
R 67 Geeft zeer giftige damp af .
R 68 Geeft bij aanraking met water een giftig gas af .
R 69 Geeft bij aanraking met water een zeer giftig gas af .
( 1 ) Dit gevaar moet alleen worden vermeld , indien de stof neiging tot stuiven geeft .
R 70 Geeft bij aanraking met zuur een giftig gas af .
R 71 Geeft bij aanraking met zuur een zeer giftig gas af .
R 81 Geeft brandwonden .
R 82 Geeft ernstige brandwonden .
R 83 Prikkelt huid en ogen .
R 84 Prikkelt huid , ogen en ademhalingsorganen .
BIJLAGE IV
Veiligheidsaanbevelingen met betrekking tot de gevaarlijke stoffen
A . _ Bewaring
S 1 Achter slot bewaren .
S 2 Buiten bereik van kinderen bewaren .
S 3 Achter slot bewaren , buiten bereik van kinderen .
S 4 Ontvlamt onmiddellijk in de lucht , daarom onder water bewaren .
S 5 Op een koele plaats bewaren .
S 6 Verwijderd van woonruimten opbergen .
S 7 Onder water bewaren .
S 8 Temperatuurverhoging vermijden .
B . _ Verpakking
S 11 In goed gesloten verpakking bewaren .
S 12 Droog en in goed gesloten verpakking bewaren .
S 13 Koel en in goed gesloten verpakking bewaren .
S 14 In hermetisch gesloten verpakking en koel bewaren , verwijderd van woonruimten .
S 15 In hermetisch gesloten verpakking , koel en op een goed geventileerde plaats bewaren .
S 16 In hermetisch gesloten verpakking op een goed geventileerde plaats bewaren .
S 17 Deze stof niet laten uitdrogen , koel en in goed gesloten verpakking bewaren .
S 18 Toetreding van lucht en vocht vermijden .
S 19 De verpakking niet hermetisch sluiten .
C . _ Voorzorgsmaatregelen
S 21 Niet eten en niet roken onder het werk .
S 22 Niet roken onder het werk .
S 23 Afval niet in de gootsteen werpen .
S 24 Nooit water op deze stof gieten .
S 25 Van andere springstoffen verwijderd houden .
S 26 Van inleidingsspringstoffen verwijderd houden .
S 27 Maatregelen nemen tegen elektrostatische ontladingen .
S 28 Schok en wrijving vermijden .
S 29 De inhoud van beschadigde verpakking voorzichtig eruit nemen .
S 30 Afval zorgvuldig begraven , ver van alle beplantingen .
D . _ Opslag
S 31 Verwijderd houden van eet - en drinkwaren .
S 32 De verpakking voorzichtig behandelen .
S 33 Het ventiel niet met geweld openen .
S 34 Fles rechtop zetten en voorzichtig openen .
S 35 Verwijderd houden van zuren .
S 36 Verwijderd houden van warmte , open vuur of vonken .
S 37 Verwijderd houden van open vuur en vonken .
S 38 Verwijderd houden van brandbare stoffen .
S 39 Verwijderd houden van oxyderende stoffen .
S 40 In de winter zorgen dat het water in de verpakking niet bevriest .
S 41 De verpakking met uiterste voorzichtigheid behandelen .
S 42 Verwijderd houden van metaal en metaalzouten .
E . _ Inademing
S 51 Inademen van stof vermijden .
S 52 Inademen van stof en dampen vermijden .
S 53 Inademen van dampen vermijden .
S 54 Inademen van gas vermijden .
S 55 Inademen van dampen vermijden , zelfs wanneer geen reuk wordt waargenomen .
S 56 Inademen van gas vermijden , zelfs wanneer geen reuk wordt waargenomen .
S 57 Inademen van stof en spuitnevel vermijden .
S 58 Bij vernevelen , inademen van de nevel vermijden .
S 59 Na een ontploffing inademen van de rook vermijden .
F . _ Aanraking
S 61 Aanraking met de huid vermijden .
S 62 Aanraking met de ogen vermijden .
S 63 Aanraking met huid en ogen vermijden .
S 64 Aanraking met huid en ogen vermijden , vooral van oplossing in olie .
S 65 Aanraking met huid , ogen en kleding vermijden .
S 66 Bij aanraking met de huid , spoelen met water of liever met een kopersulfaatoplossing en de vaste deeltjes die op de huid kleven verwijderen .
S 67 Bij aanraking met huid of ogen , grondig met water afspoelen .
S 68 Aanraking met metalen of anorganische zouten vermijden .
G . _ Persoonlijke bescherming
S 71 Vuile kleding dadelijk uittrekken .
S 72 Gedurende het werk beschermende kleding dragen .
S 73 Gedurende het werk beschermende kleding en ondoordringbare handschoenen dragen .
S 74 Gedurende het werk een doelmatig masker dragen .
S 75 Gedurende het werk een doelmatig masker en ondoordringbare handschoenen dragen .
S 76 Gedurende het werk zorgen voor een goede ventilatie van de werkplaats of een doelmatig masker dragen .
S 77 Draag bij het werk een veiligheidsbril .
S 78 Een doelmatig masker dragen als bij het gebruik stof ontwijkt .
H . _ Reiniging
S 91 Na het werk direct de handen wassen .
S 92 Na het werk direct gezicht en handen wassen met water en zeep .
S 93 Verontreinigde voorwerpen en vloeren met veel water afspoelen .
S 94 Gebruik de voorgeschreven middelen voor het schoonmaken van vloeren en verontreinigde voorwerpen .
I . _ Brand
S 101 In geval van brand inademen van rook vermijden .
S 102 Brandende fosfor met water blussen en inademen van rook vermijden . Daarna afdekken met nat zand of natte aarde .
S 103 Bij brand nimmer water gebruiken ; blussen met de geschikte blusmiddelen .
S 104 Bij brand blussen met de geschikte blusmiddelen .
L . _ Dokter's hulp
S 108 Raadpleeg de dokter als men zich onwel voelt en laat hem dit etiket zien .
S 109 Bij ongeval onmiddellijk de dokter laten komen en hem dit etiket laten zien .


Haut

Beheerd door het Publicatiebureau


Wet Milieubeheer

Artikel 1.1

adviseurs: bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift in de gelegenheid moeten worden gesteld advies uit te brengen met betrekking tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
afvalbeheersplan: het afvalbeheersplan, bedoeld in artikel 10.3;
afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in artikel 10.23;
afvalvoorziening: inrichting waar uitsluitend winningsafvalstoffen worden gestort of verzameld, dan wel het gedeelte van een inrichting waar winningsafvalstoffen worden gestort of verzameld;
afvalvoorziening categorie A: afvalvoorziening, welke door het bevoegd gezag is ingedeeld in categorie A, overeenkomstig de criteria gesteld in bijlage III bij de richtlijn beheer winningsafval;
afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen;
bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is;
beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen;
beste beschikbare technieken: voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die – kosten en baten in aanmerking genomen – economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld;
betrokken bestuursorganen: adviseurs en andere bestuursorganen die krachtens wettelijk voorschrift worden betrokken bij de totstandkoming van de in artikel 13.1, eerste lid, bedoelde beschikkingen.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het geven van een beschikking of het nemen van een ander besluit;
bijlage: bij deze wet behorende bijlage;
biochemisch zuurstofverbruik: massaconcentratie aan opgeloste zuurstof die gedurende vijf dagen wordt verbruikt door biochemische oxydatie van organische bestanddelen onder uitsluiting van ammoniumoxydatie onder omstandigheden die zijn gespecificeerd in een door Onze Minister aangewezen norm van het Nederlands Normalisatie Instituut;
broeikasgas: gas, genoemd in bijlage II bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken;
Commissie genetische modificatie: de Commissie genetische modificatie, bedoeld in artikel 2.26;
Commissie voor de milieu-effectrapportage: de Commissie voor de milieu-effectrapportage, bedoeld in artikel 2.17;
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheersplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid;
EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling: richtlijn nr. 85/337/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEG L 175), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/11/EG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 3 maart 1997 (PbEG L 73) tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;
één ton kooldioxide-equivalent: een metrische ton kooldioxide of een hoeveelheid van een ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingsvermogen;
de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten: richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275);
EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging: richtlijn (EG) nr. 96/61 van de Raad van de Europese Unie van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEG L 257), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
EG-verordening overbrenging van afvalstoffen: verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190);
EG-verordening PRTR: verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 33);
EG-verordening register handel in broeikasgasemissierechten: verordening (EG) nr. 2216/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 december 2004 inzake een gestandaardiseerd en beveiligd registersysteem overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 386);
EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PbEU 2007, L 136);
emissie: stoffen, trillingen, warmte, die of geluid dat direct of indirect vanuit een bron in de lucht, het water of de bodem worden, onderscheidenlijk wordt gebracht;
de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in artikel 2.1;
emissiegrenswaarde: massa gerelateerd aan bepaalde parameters, dan wel concentratie of niveau van een emissie uit een of meer bronnen, die gedurende een bepaalde periode niet mag worden overschreden;
emissiereductie-eenheid: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 6 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (ERU);
gecertificeerde emissiereductie: eenheid, uitgegeven overeenkomstig artikel 12 van het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of het Protocol van Kyoto genomen besluiten (CER);
gemeentelijk milieubeleidsplan: het gemeentelijke milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.16;
gevaarlijke afvalstoffen: bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
gpbv-installatie: installatie als bedoeld in bijlage 1 van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging;
huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden;
huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;
inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht;
inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
inwonerequivalent: biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal;
de kaderrichtlijn water: richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327), zoals deze is gewijzigd bij beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG (PbEG L 331) en met inbegrip van wijzigingen uit hoofde van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, doch voor het overige naar de tekst zoals deze bij de richtlijn is vastgesteld.
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.3;
NOx-emissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één kilogram stikstofoxiden in de lucht te veroorzaken;
nuttige toepassing: de als zodanig in artikel 1 van de richtlijn nr. 2006/12/EG van 5 april 2006 van het Europees parlement en de Raad betreffende afvalstoffen, aangeduide activiteit;
Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
openbaar hemelwaterstelsel: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
openbaar ontwateringsstelsel: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van grondwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
preparaten: mengsels of oplossingen van twee of meer stoffen;
Protocol van Kyoto: op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110);
provinciaal milieubeleidsplan: het provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.9;
provinciale milieucommissie: de provinciale milieucommissie, bedoeld in artikel 2.41;
provinciale milieuverordening: de verordening, bedoeld in artikel 1.2;
Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering: op 9 mei 1992 te New York totstandgekomen Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1992, 189);
richtlijn beheer winningsafval: richtlijn nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van de winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn nr. 2004/35/EG (PbEU L 102);
stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater;
stikstofoxiden (NOx): stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide;
stoffen: chemische elementen en de verbindingen ervan, zoals deze voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procédé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd;
storten: op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten;
verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen;
waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
winningsafvalstoffen: afvalstoffen die rechtstreeks afkomstig zijn uit de prospectie, winning, behandeling en opslag van mineralen en de exploitatie van groeven, met uitzondering van afvalstoffen afkomstig van offshore-prospectie, -winning en -behandeling;
RIVM: Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, genoemd in de Wet op het RIVM.

Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de aanwijzing van stoffen, preparaten of produkten, de wijze van toepassing en de eisen, bedoeld in dit lid.

Wet Milieugevaarlijke Stoffen

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ter aanvulling van de bestaande wetgeving nieuwe regelen te stellen ter bescherming van mens en milieu tegen gevaarlijke stoffen en preparaten, in het bijzonder ter zake van de verplichting onderzoek te verrichten naar de mogelijke ongewenste effecten van stoffen op mens of milieu, zulks mede ter uitvoering van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 september 1979, 79/831/EEG ( Pb.E.G. 1979, L 259), alsmede ter zake van het treffen van passende maatregelen met betrekking tot stoffen en preparaten, indien van gevaar voor mens of milieu is gebleken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
stoffen: chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens worden voortgebracht;
preparaten: mengsels of oplossingen van stoffen;
Europese Economische Ruimte: gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, onder de in de verdragen neergelegde voorwaarden, en voorts de grondgebieden van de Republiek Finland, met inachtneming van het tweede lid van artikel 126 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden.
invoeren: binnen het grondgebied van Nederland, onderscheidenlijk binnen de Europese Economische Ruimte brengen;
richtlijn: richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG 1967, L 196), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 92/32/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 april 1992 (PbEG L 154);
vertegenwoordiger: persoon, aangewezen door degene die een stof buiten de Europese Economische Ruimte vervaardigt, voor het kennisgeven in de Europese Economische Ruimte van het aldaar invoeren van die stof, al dan niet verwerkt in een preparaat.

Artikel 2

Ieder die beroepshalve een stof of een preparaat vervaardigt, aan een ander ter beschikking stelt, in Nederland invoert of toepast, en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door zijn handelingen met die stof of dat preparaat gevaren kunnen optreden voor mens of milieu, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevaren zoveel mogelijk te beperken.

Hoofdstuk 2. Kennisgeving

§ 1. Eerste kennisgeving

Artikel 3

Artikel 4
Artikel 5

Artikel 6
Artikel 7

Artikel 8

§ 2. Bekendmaking van de kennisgeving

Artikel 9
Artikel 10

In een mededeling als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, vermeldt Onze Minister ten minste:

Artikel 11

Artikel 12

§ 3. Aanvullende meldingen en onderzoeken

Artikel 13
Artikel 14

Artikel 15
Artikel 15a

Indien aan Onze Minister een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, derde lid, is gedaan, heeft de melding, bedoeld in de artikelen 13, 14 en 15, betrekking op de totale hoeveelheid van die stof, zoals die door degene die de stof vervaardigt, door middel van de in de kennisgeving genoemde importeurs, in de Europese Economische Ruimte wordt ingevoerd.

Artikel 15b

Artikel 16

§ 4. Overige bepalingen

Artikel 17

Degene die met betrekking tot een stof overeenkomstig artikel 3 een kennisgeving heeft gedaan, is verplicht alle gegevens die hij met betrekking tot die stof bezit, ten minste tot 10 jaar na de beëindiging van het vervaardigen of in de Europese Economische Ruimte invoeren van die stof te bewaren.

Artikel 18

Artikel 19

Hoofdstuk 3. Onderzoek

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Hoofdstuk 4. Maatregelen

§ 1. Algemeen

Artikel 24
Artikel 25

Een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing is gegeven aan artikel 24, tweede lid, onder b, d, g, i, j, k, l of m , kan tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, aan de betrokkene gestelde nadere eisen. Bij het stellen van zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.

Artikel 26
Artikel 27

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 24, tweede lid, onder g , wijst Onze Minister de instantie aan, die de in die bepaling bedoelde keuring verricht. Bij de maatregel worden regelen gesteld ten aanzien van de wijze waarop zodanige keuring plaatsheeft.

Artikel 28

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 24, tweede lid, onder i , met betrekking tot het vervaardigen, aan een ander ter beschikking stellen of in Nederland invoeren van stoffen waarop hoofdstuk 2 niet van toepassing is, of van preparaten, kan bij de in dat artikel bedoelde algemene maatregel van bestuur het bij of krachtens dat hoofdstuk bepaalde geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing worden verklaard.

Artikel 29

Artikel 30

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 24, tweede lid, onder k, l of m , kan tevens worden bepaald dat de schade, geleden door degene die de stoffen, preparaten of produkten moet terugzenden of afgeven, of de kosten, gemaakt door degene die is aangewezen om die stoffen, preparaten of produkten in te zamelen, ten laste kunnen worden gebracht van degenen die die stoffen, preparaten of produkten hebben vervaardigd of in Nederland ingevoerd. Daarbij kunnen tevens regelen worden gesteld inzake de berekening van die schade of kosten en de bepaling van degenen ten laste van wie die schade of kosten worden gebracht.

Artikel 31

Artikel 32
Artikel 33

§ 2. Verpakking, aanduiding en aanbeveling

Artikel 34

Artikel 35
Artikel 36

Artikel 37

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de aanduiding van stoffen waarvan nog niet is bepaald in hoeverre zij behoren tot een of meer van de in artikel 34, tweede lid, bedoelde categorieën.

Artikel 38

Artikel 39

§ 3. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Artikel 40

Hoofdstuk 5

Artikel 41 [Vervallen per 01-04-1988]

Hoofdstuk 6. Beroep op de administratieve rechter

Artikel 42

Beroep op de administratieve rechter staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 45 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 46 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 47 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 48 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 49 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 50 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 51 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 52 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 53 [Vervallen per 01-03-1993]

Hoofdstuk 7. Verdere bepalingen

Artikel 54 [Vervallen per 01-03-1993]

Artikel 55

Artikel 56

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 59

Artikel 60

Artikel 61

Artikel 62

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel 63

Een gedraging in strijd met een voorschrift krachtens artikel 26, vierde lid, of 33, tweede lid, aan een vergunning of ontheffing verbonden, in strijd met een krachtens artikel 26, vierde lid, gestelde nadere eis, dan wel in strijd met een krachtens artikel 40 genomen maatregel is verboden.

Artikel 63a

Hoofdstuk 8. Handhaving

Artikel 64

Artikel 65 [Vervallen per 01-04-1994]

Artikel 66 [Vervallen per 01-03-1993]

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 67

Artikel 68

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 69

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 70

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 71

Artikel 72

Deze wet kan worden aangehaald als: "Wet milieugevaarlijke stoffen".

Artikel 73

De artikelen van deze wet treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Gegeven te 's-Gravenhage, 5 december 1985
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
P. Winsemius
Uitgegeven de zeventiende december 1985
De Minister van Justitie a.i.,
Rietkerk


Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen


Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 3a
Inhoudsopgave



1. Indien het een motorrijtuig betreft waarvan het maximaal toelaatbare gewicht hoger is dan 3500 kilogram, dient de verzekering voorts te dekken de aansprakelijkheid van de exploitant waartoe een gevaarlijke stof, aan boord van dat motorrijtuig, aanleiding kan geven en die is gebaseerd op de eerste afdeling van de veertiende titel van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

2. De in het eerste lid bedoelde dekking moet zich uitstrekken tot de aansprakelijkheid voor de schade, bedoeld in artikel 1210, onderdeel b, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, welke wordt toegebracht door gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is. Hierin is begrepen de schade, toegebracht aan personen die onder welke titel ook, worden vervoerd door het motorrijtuig dat de schade veroorzaakt; de zaken, door dat motorrijtuig vervoerd, kunnen van de verzekering worden uitgesloten.

3. Dekking moet zich voorts uitstrekken tot de aansprakelijkheid voor de schade welke wordt toegebracht door gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landen. De hoogte van de dekking van de schade, die bedoeld in het tweede lid daaronder begrepen, wordt bepaald door de wetgeving van het land waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden dan wel door de wetgeving van het land waar het motorrijtuig gewoonlijk is gestald, indien in laatstbedoeld land de dekking hoger is. Indien het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, een zodanige schade heeft verrekend, heeft het voor het betaalde bedrag verhaal op degene op wie de verplichting tot verzekering rust, voor zover deze verplichting niet overeenkomstig het bepaalde in dit lid is nagekomen.

4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid moet ten aanzien van motorrijtuigen, als bedoeld in het eerste lid en als bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn nr. 72/166/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PbEG L 103), gewijzigd bij Richtlijn, nr. 72/430/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1972 (PbEG L 291, rectificatie PbEG 1973, L 75), nadien gewijzigd bij Richtlijn, nr. 84/5/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 december 1983, (PbEG 1984, L 8), de verzekering de schade omvatten welke wordt toegebracht door gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.

5. De dekking moet zich uitstrekken tot de aansprakelijkheid voor de schade, bedoeld in artikel 1210, onderdeel b, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, veroorzaakt door de gevaarlijke stof aan boord van het in het eerste lid bedoelde motorrijtuig, zoals die aansprakelijkheid voortvloeit uit de toepasselijke wet.

Burgerlijk Wetboek Boek 8


Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer
IV. Wegvervoersrecht
Titel 14. Ongevallen


Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen aan boord van een voertuig


Artikel 1210
Inhoudsopgave



In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. 'gevaarlijke stof': een stof die als zodanig bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen; de aanwijzing kan worden beperkt tot bepaalde concentraties van de stof, tot bepaalde in de algemene maatregel van bestuur te omschrijven gevaren die aan de stof verbonden zijn, en tot bepaalde daarin te omschrijven situaties waarin de stof zich bevindt;
b. 'schade':
1°. schade veroorzaakt door dood of letsel van enige persoon veroorzaakt door een gevaarlijke stof;
2°. andere schade buiten het voertuig aan boord waarvan de gevaarlijke stof zich bevindt, veroorzaakt door die gevaarlijke stof, met uitzondering van verlies van of schade met betrekking tot andere voertuigen en zaken aan boord daarvan, indien die voertuigen deel uitmaken van een sleep, waarvan ook dit voertuig deel uitmaakt;
3°. de kosten van preventieve maatregelen en verlies of schade veroorzaakt door zulke maatregelen;
c. 'preventieve maatregel': iedere redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade door wie dan ook genomen met uitzondering van de overeenkomstig deze afdeling aansprakelijke persoon nadat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden;
d. 'gebeurtenis': elk feit of elke opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, waardoor schade ontstaat of waardoor een ernstige en onmiddellijke dreiging van schade ontstaat;
e. 'exploitant': hij die de zeggenschap heeft over het gebruik van het voertuig aan boord waarvan de gevaarlijke stof zich bevindt. Hij aan wie een kenteken als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is opgegeven, of, bij gebreke daarvan, de eigenaar van het voertuig, wordt aangemerkt als exploitant, tenzij hij bewijst dat ten tijde van de gebeurtenis een door hem bij name genoemde ander de zeggenschap over het gebruik van het voertuig had of dat op dat tijdstip een ander zonder zijn toestemming en zonder dat hij zulks redelijkerwijs kon voorkomen de zeggenschap over het gebruik van het voertuig had.


Besluit vervoer gevaarlijke stoffen.

Besluit van 5 juni 1996, houdende vaststelling van nadere regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 30 oktober 1995, nr. G5/V525203, Directoraat-Generaal voor het Vervoer;
Gelet op de artikelen 3, 6, 12 en 61 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
De Raad van State gehoord (advies van 15 januari 1996, nummer W09.95.0579);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 mei 1996, nr. WJZ/V-622587, Directoraat-Generaal voor het Vervoer;
Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

§ 2. Bijzondere bepalingen

Artikel 3

Indien bij het vervoer van gevaarlijke stoffen met een voertuig voor het kruisen van een binnenwater gebruik wordt gemaakt van een vaartuig, zijn ten aanzien van dit vervoer uitsluitend van toepassing de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over land gegeven voorschriften.

Artikel 4

aan boord van het vaartuig tot de uitrusting waarvan zij redelijkerwijs behoren.

Artikel 5

§ 3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6 [Vervallen per 01-03-2002]

Artikel 7

Artikel 8

[Wijzigt het Algemeen Reglement Vervoer]

Artikel 9

[Wijzigt het Besluit verpakking en etikettering diergenees middelen ]

Artikel 10

De Wet vervoer gevaarlijke stoffen, met uitzondering van artikel 57 van die wet, en dit besluit treden in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervoer gevaarlijke stoffen.

's-Gravenhage, 5 juni 1996
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de twintigste juni 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op grond van maatschappelijke ontwikkelingen noodzakelijk is in het belang van de openbare veiligheid nieuwe regels te geven voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, welke mede kunnen dienen ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

indien zij krachtens artikel 3 zijn aangewezen;

§ 2. Reikwijdte

Artikel 2

Hoofdstuk II. Algemene bepalingen

Artikel 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen aangewezen, ten aanzien waarvan het verrichten van de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en het verrichten van deze handelingen met bij of krachtens die maatregel aangewezen vervoermiddelen:

Artikel 4

Het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel a .

Artikel 5

Het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel b , anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels.

Artikel 6

De regels, bedoeld in artikel 3, onderdeel b , kunnen onder meer betrekking hebben op:

Artikel 7

Tunnels als bedoeld in artikel 6, onderdeel k , die zijn bestemd voor het wegverkeer, worden aangeduid door borden overeenkomstig het daartoe krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangewezen model.

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Het is verboden te handelen in strijd met een beperking waaronder een ontheffing of een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, en 9 is verleend of met een voorschrift dat aan een zodanige ontheffing of vrijstelling is verbonden.

Artikel 10a

Hoofdstuk III. Routering

§ 1. Algemeen

Artikel 11

§ 2. Aanwijzing van stoffen

Artikel 12

§ 3. Aanwijzing van wegen

Artikel 13

Voor de toepassing van deze paragraaf worden onder wegen verstaan de voor het openbaar verkeer openstaande wegen in de zin van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 14

Artikel 15
Artikel 16

Artikel 17
Artikel 18

Artikel 19
Artikel 20

De wegen of weggedeelten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, worden aangeduid door borden overeenkomstig het daartoe krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangewezen model.

Artikel 21

Het is verboden in gemeenten, waar krachtens de artikelen 18, eerste lid, en 20 wegen of weggedeelten zijn aangewezen en aangeduid, de krachtens artikel 12 aangewezen gevaarlijke stoffen te vervoeren over andere dan de aangewezen en aangeduide wegen of weggedeelten.

Artikel 22

Artikel 23
Artikel 24

Het is verboden te handelen in strijd met een beperking, waaronder een ontheffing als bedoeld in artikel 22, eerste lid, en 23, eerste lid, is verleend of met een voorschrift dat aan een zodanige ontheffing is verbonden.

§ 4. Aanwijzing van vaarwegen

Artikel 25

Voor de toepassing van deze paragraaf worden onder vaarwegen verstaan de voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaande binnenwateren.

Artikel 26

Artikel 27

Het is verboden de krachtens artikel 12, tweede lid, aangewezen gevaarlijke stoffen te vervoeren over de krachtens artikel 26 aangewezen vaarwegen of gedeelten daarvan.

Artikel 28

Artikel 29

Het is verboden te handelen in strijd met een beperking, waaronder een ontheffing als bedoeld in artikel 28, eerste lid, is verleend of met een voorschrift dat aan een zodanige ontheffing is verbonden.

§ 5. Aanwijzing van spoorwegen

Artikel 30
Artikel 31

Het is verboden de krachtens artikel 12, tweede lid, aangewezen gevaarlijke stoffen te vervoeren over de krachtens artikel 30 aangewezen spoorwegen of gedeelten daarvan.

Artikel 32

Artikel 33

Het is verboden te handelen in strijd met een beperking, waaronder een ontheffing als bedoeld in artikel 32, eerste lid, is verleend of met een voorschrift dat aan een zodanige ontheffing is verbonden.

Hoofdstuk IV. Handhaving

§ 1. Toezicht

Artikel 34

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 36 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 37 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 38 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 39 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 40 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 41 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 42 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 43 [Vervallen per 01-01-1998]

§ 2. Opsporing

Artikel 44
Artikel 45

De uitreiking van gerechtelijke mededelingen in zaken betreffende overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze wet, begaan door een niet in Nederland gevestigde onderneming, kan eveneens geschieden aan de bestuurder van het betrokken voertuig of aan de schipper van het betrokken vaartuig die zich bereid verklaart de mededeling onverwijld te doen toekomen aan degene voor wie zij is bestemd.

Hoofdstuk V. Overige bepalingen

Artikel 46

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

Artikel 47

Degene die een handeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verricht, is verplicht indien zich daarbij voorvallen, waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is ontstaan of is te duchten, of ongevallen voordoen daarvan onverwijld mededeling te doen aan Onze Minister.

Artikel 48

Artikel 49

Artikel 50

Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, 16, eerste lid, 18, eerste lid, 26, eerste lid, en 30, eerste lid, staat beroep open als bedoeld in Hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk VI. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 51

De Wet Gevaarlijke Stoffen wordt ingetrokken.

Artikel 52

Op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet geldende besluiten die zijn vastgesteld krachtens de Wet Gevaarlijke Stoffen, worden geacht te zijn vastgesteld krachtens deze wet.

Artikel 53

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 54

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 55

[Bevat wijzingingen in andere regelgeving.]

Artikel 56

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 57 [Vervallen per 01-03-2002]

Artikel 58

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 59

Artikel 60

Onze Minister van Defensie is bevoegd, voor zover militaire belangen zulks vorderen, van de krachtens deze wet uitgevaardigde regelen en voorschriften af te wijken, dan wel deze voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.

Artikel 61

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken, paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 62

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Gegeven te 's-Gravenhage, 12 oktober 1995
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de negende november 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

ADR wikipedia

ADR gevarenklassen en labels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken


Een Gevarenlabels op een goederenwagon, in dit geval betreft het een brandbare koolwaterstof.

Er zijn heel veel stoffen die door hun specifieke eigenschappen tot de groep van gevaarlijke stoffen behoren. Afhankelijk van de specifieke eigenschappen zijn deze ingedeeld in gevarenklassen. Voor het goederenvervoer is het van belang dat gevaarlijke stoffen worden ingedeeld in bepaalde groepen.
Het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen is in sommige tunnels verboden. In Nederland zijn de tunnels onderverdeeld in twee categorieën:

Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg is in Europa geregeld in het ADR (Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route).

Inhoud

[verbergen]

Indeling

Indeling van de gevarenklassen in groepen stoffen die tijdens het vervoer een gelijksoortig hoofdgevaar bezitten:

  1. Ontplofbare stoffen en voorwerpen
    1. Gevaar voor massa-explosie
    2. Gevaar voor scherfwerking, geen gevaar voor massa-explosie
    3. Gevaar voor brand, maar weinig gevaar voor scherfwerking en drukwerking
    4. Gering gevaar voor ontploffing
    5. Zeer ongevoelige stoffen en voorwerpen, wel gevaar voor massa-explosie
    6. Uiterst ongevoelige stoffen en voorwerpen, zeer gering ontploffings gevaar.
  2. Gassen
    1. Brandbare gassen
    2. Verstikkende gassen
    3. Giftige gassen
    4. Oxiderende gassen
    5. Corrosieve gassen
  3. Brandbare vloeistoffen
    1. Brandbare vloeistoffen met een kookpunt tot 35 °C, die tevens sterk bijtend of zeer giftig zijn.
    2. Brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 °C en een kookpunt boven 35 °C.
    3. Vloeistoffen met een vlampunt tussen 23 °C en 60 °C en een kookpunt boven 35 °C alsmede gasolie, dieselolie en lichte stookolie vanwege hun overeenkomstige eigenschappen.
  4. Groep 4
    1. Brandbare vaste stoffen
    2. Voor zelfontbranding vatbare stoffen
    3. Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen
  5. Groep 5
    1. Oxiderende stoffen
    2. Organische peroxiden
  6. Groep 6
    1. Giftige stoffen
    2. Infectueuze stoffen
  7. Radioactieve stoffen
  8. Bijtende stoffen
    1. Zuren
    2. Basen
  9. Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen

Aanduidingen



licht ontvlambare vloeistof (benzine)
De gevarenklasse staat in combinatie met een stofidentificatienummer vermeld op een rechthoekig oranje bord. Het Gevaarsidentificatienummer (GEVI) - ook wel Kemler-getal of Kemler-code genoemd - staat altijd boven het stofidentificatienummer. De symbolen in de gevaarscode komen grotendeels overeen met de stofklassen:

GEVI en UN nummer vermelding
2 ontsnappen van een gas t.g.v. druk of van een scheikundige reactie
3 brandbaarheid van vloeistoffen (gas) en gassen, of voor zelfverhitting vatbare vloeistoffen
4 brandbaarheid van vaste stoffen, of voor zelfverhitting vatbare stoffen
5 verbranding bevorderende (oxiderende) werking
6 giftigheid of gevaar voor besmetting
7 radioactiviteit
8 corrosiviteit (bijtende werking)
9 als eerste cijfer: diverse gevaren (onder andere milieugevaarlijk)
9 als laatste cijfer: gevaar voor spontane hevige reactie
X gevaarlijke reactie met water
Een dubbel cijfer geeft een versterking van het gevaar aan (bv. 3= brandbaar; 33 = licht ontvlambaar).
Bijzondere gevaarsidentificatienummers zijn:
22 diepgekoeld gas
333 voor zelfontbranding vatbare vloeistof
44 brandbare vaste stof bij hoge temperatuur en in gesmolten toestand
606 besmettelijke stof
99 verwarmde stof (diverse gevaarlijke stoffen)
Als de stof in meerdere gevarenklassen valt, worden de getallen achter elkaar geschreven.
Enkele voorbeelden: De aanduiding 885 - 1829 wil zeggen dat de wagen zwavelzuuranhydride vervoert en de cijfers 33 - 1088 betekenen dat de tank op de auto acetaldehyde-diethylacetaat bevat en 33 - 1203 wil zeggen dat het gaat om koolwaterstoffen, mengsels - vloeibaar (benzine).
Naast bovenvermelde aanduiding is nog een tweede aanduiding aangebracht in de vorm van een symbool en de gevarenklasse. De volgende symbolen kunnen worden gebruikt om de gevaren aan te geven: