1985-07-25 Richtlijn produktaansprakelijkheid


Europese Gemeenschappen, 25-07-1985


Bijlage I

Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

Nr. L 210/29

RICHTLIJN VAN DE RAAD
van 25 juli 1985
betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de aansprakelijkheid voor produkten met
gebreken
(85/374/EEG)


\D VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
op het Verdrag tot oprichting van de Europese pmische Gemeenschap, inzonderheid op artikel
het voorstel van de Commissie ('),
het advies van het Europese Parlement (2),
hst advies van het Economisch en Sociaal
1),
wegende dat de wetgevingen van de Lid-Staten de aansprakelijkheid van de producent voor Ie die door een gebrek van diens produkten is Irzaakt, onderling moeten worden aangepast; dat Jlijk onderlinge verschillen op dat gebied de dinging kunnen vervalsen, het vrij verkeer van binnen de gemeenschappelijke markt len aantasten en tot verschillen kunnen leiden in niveau van de bescherming van de consument schade die door een produkt met gebreken toegebracht aan diens gezondheid en goederen ;
wegende . dat alleen wanneer de producent ook In schuld aansprakelijk wordt gesteld, een Jnde oplossing kan worden gevonden voor het aan tijd van voortschrijdende techniek eigen lleem, waarbij het gaat om een rechtvaardige ijzing van de met de moderne technische |uktie samenhangende risico's;
vegende dat de aansprakelijkheid alleen van lassing kan zijn op roerende goederen die indus-|1 zijn vervaardigd; dat derhalve landbouwpro-pen en produkten van de jacht niet onder deze Iprakelijkheid dienen te vallen, behalve wanneer ze
industriële be- of verwerking hebben ondergaan lot een gebrek in die produkten kan leiden ; dat de feze richtlijn bedoelde aansprakelijkheid ook dient elden voor roerende goederen die bij de bouw van Derende goederen worden gebruikt of daarvan een anddeel vormen ;
trwegende dat de bescherming van de consument pist dat alle deelnemers aan het produktieproces sprakelijk zijn, indien het eindprodukt, een Berdeel of de door hen geleverde grondstof »reken vertoont; dat om dezelfde reden Isprakelijk moeten zijn diegenen die produkten in
PB nr. C 241 van 14. 10. 1976, blz. 9, en PB nr. C 271 van Z6- 10. 1979, blz. 3.
PB nr. C 127 van 21. 5. 1979, blz. 61. nr. C 114 van 7. 5. 1979, blz. 15.

de Gemeenschap invoeren, die zich als producent presenteren door op het produkt hun naam, hun merk of een ander onderscheidingsteken aan te brengen of die een produkt leveren waarvan niet kan worden vastgesteld wie de producent is;
Overwegende dat, wanneer verscheidene personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, de bescherming van de consument vereist dat de gelae-deerde zich op ongeacht wie van hen voor de volle omvang van de schade kan verhalen;
Overwegende dat bij de beantwoording van de vraag of een produkt een gebrek vertoont, ter bescherming van de fysieke integriteit en de goederen van de consument, niet de ongeschiktheid van het produkt voor het gebruik maatstaf moet zijn, doch het gebrek aan veiligheid die het grote publiek gerechtigd is te verwachten; bij de beoordeling van deze veiligheid wordt elk in de gegeven omstandigheden onredelijk misbruik van het produkt uitgesloten;
Overwegende dat een rechtvaardige verdeling van de risico's tussen de gelaedeerde en de producent impliceert dat laatstgenoemde zich moet kunnen bevrijden van de aansprakelijkheid als hij het bestaan van hem ontlastende feiten bewijst;
Overwegende dat de bescherming van de consument vereist dat de aansprakelijkheid van de producent niet wordt aangetast door toedoen van anderen die ertoe hebben bijgedragen dat de schade werd veroorzaakt; dat evenwel de medeschuld van de gelaedeerde in aanmerking kan worden genomen om die aansprakelijkheid te verminderen of op te heffen;
Overwegende dat de bescherming van de consument vereist dat schade veroorzaakt door dood of lichamelijk letsel en materiële schade worden vergoed; dat deze laatste schadevergoeding evenwel beperkt moet blijven tot zaken voor ge- of verbruik in de privésfeer en dat daarop een franchise van een vast bedrag moet worden toegepast; zulks om te voorkomen dat er al te veel geschillen ontstaan ; dat deze richtlijn het uitkeren van smartegeld en vergoeding van andere vormen van onstoffelijke schade, waarin het ter zake van toepassing zijnde recht in voorkomend geval voorziet, onverlet laat;
Overwegende dat een uniforme verjaringstermijn voor de vordering tot vergoeding van de veroorzaakte schade in het belang van zowel de gelaedeerde als de producent is;

Nr. L 210/30

Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

7. 8. 85

Overwegende dat de ptodukten in de loop der tijd aan slijtage onderhevig zijn, dat er strengere veiligheidsnormen worden ontwikkeld en dat de wetenschappelijke en technische kennis vooruitgaat; dat het derhalve onbillijk zou zijn de producent aansprakelijk te stellen voor gebreken van zijn produkt zonder tijdsbeperking ; dat zijn aansprakelijkheid derhalve na een redelijke termijn moet ophouden, met dien verstande evenwel dat een aanhangige rechtsvordering onverlet blijft;
Overwegende dat, met het oog op een doeltreffende bescherming van de consument, van de aansprakelijkheid van de producent jegens de gelaedeerde niet moet kunnen worden afgeweken bij overeenkomst;
Overwegende dat de gelaedeerde volgens de rechtsstelsels van de Lid-Staten een recht op schadevergoeding kan hebben uit hoofde van een contractuele aansprakelijkheid of uit hoofde van een andere buiten-contractuele aansprakelijkheid dan die waarin deze richtlijn voorziet; dat wanneer dergelijke bepalingen ook een doeltreffende bescherming van de consument tot doel hebben, ze door deze richtlijn onverlet moeten worden gelaten; dat, wanneer een doeltreffende bescherming van de consument in de sector farmaceutische produkten in een Lid-Staat ook reeds wordt gewaarborgd door een speciale aansprakelijk-heidsregeling, maatregelen uit hoofde van die regeling eveneens mogelijk moeten blijven;
Overwegende dat het, aangezien de aansprakelijkheid voor nucleaire schade in alle Lid-Staten door bijzondere voorschriften reeds voldoende is geregeld, mogelijk is dergelijke schade uit te sluiten van de werkingssfeer van deze richtlijn;
Overwegende dat de uitsluiting van landbouwgrondstoffen en produkten van de jacht van de werkingssfeer van deze richtlijn, gelet op de eisen ter zake van de bescherming van de consument, in bepaalde Lid-Staten kan worden ervaren als een ongerechtvaardigde beperking van die bescherming; dat een Lid-Staat de aansprakelijkheid derhalve moet kunnen uitbreiden tot die produkten;
Overwegende dat het om soortgelijke redenen in bepaalde Lid-Staten als een ongerechtvaardigde beperking van de bescherming van de consument kan worden ervaren, wanneer een producent de mogelijkheid krijgt zich van de aansprakelijkheid te bevrijden als hij bewijst dat het op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij het produkt in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken; dat een Lid-Staat derhalve in zijn wetgeving de bepaling moet kunnen handhaven dat een dergelijke bewijsvoering voor dat doel ontoelaatbaar is, dan wel daartoe een nieuwe wetsbepaling moet kunnen uitvaardigen ; dat evenwel in geval van nieuwe wetgeving gebruikmaking van die afwijking afhankelijk moet worden gesteld van een communautaire standstill-procedure ten einde zo mogelijk het

beschermingsniveau in de Gemeenschap op uniforme wijze te verhogen ;
Overwegende dat het, gelet op de juridische tradities in de meeste Lid-Staten, niet dienstig is de aansprakelijkheid buiten schuld van de producent aan een financieel maximum te binden ; dat het evenwel, aangezien er uiteenlopende tradities bestaan, mogelijk lijkt toe te laten dat een Lid-Staat van het beginsel van de onbeperkte aansprakelijkheid kan afwijken door een grens te stellen aan de volledige aansprakelijkheid van de producent voor dood of lichamelijk letsel veroorzaakt door identieke artikelen met hetzelfde gebrek, op voorwaarde dat deze beperking op een zo hoog niveau komt te liggen dat een adequate bescherming van de consument en een correcte werking van de gemeenschappelijke markt worden gewaarborgd ;
Overwegende dat de uit deze richtlijn voortvloeiende harmonisatie in het huidige stadium niet volledig kan zijn, doch wel de weg opent naar verdere harmonisatie ; dat de Raad derhalve op gezette tijden verslagen van de Commissie over de toepassing van deze richtlijn voorgelegd moet krijgen met, in voorkomend geval, passende voorstellen ;
Overwegende dat het met het oog daarop buitengewoon belangrijk is de bepalingen van deze richtlijn betreffende de afwijkingsmogelijkheden van de Lid-Staten opnieuw te bezien, en wel na het verstrijken van een periode die lang genoeg is om praktische ervaring op te doen met de gevolgen van die afwijkingen voor de bescherming van de consument en voor de werking van de gemeenschappelijke markt,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :
Artikel l
De producent is aansprakelijk voor de schade, veroorzaakt door een gebrek in zijn produkt.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder »produkt" verstaan elk roerend goed, met uitzondering van landbouwgrondstoffen en produkten van de jacht, ook indien het een bestanddeel vormt van een ander roerend of onroerend goed. Onder „landbouwgrondstoffen" worden verstaan produkten van de bodem, van de veefokkerij en van de visserij, met uitzondering van produkten die een eerste be- of verwerking hebben ondergaan. Onder »produkt" wordt ook elektriciteit verstaan.
Artikel 3
1. Onder »producent" wordt verstaan de fabrikant | van een eindprodukt, de producent van een grondstof j of de fabrikant van een onderdeel, alsmede een ieder | die zich als producent presenteert door zijn naam, zijn merk of een ander onderscheidingsteken op het produkt aan te brengen.

oen

7. 8. 85

Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

//);.! M/MW) A l
}(Jj'j\ii' ~"j n w \ Nr. L 210/31

SWtoltf
l '•J
2. Onverminderd de aansprakelijkheid•-.-. van dé
producent, wordt een ieder die een produkt in de
Gemeenschap invoert om dit te verkopen, te verhuren,
te leasen of anderszins te verstrekken, in het kader van
zijn commerciële activiteiten, beschouwd als
producent in de zin van deze richtlijn; zijn aanspra
kelijkheid is dezelfde als die van de producent.
3. Indien niet kan worden vastgesteld wie de
producent van het produkt is, wordt elke leverancier
als producent ervan beschouwd, tenzij hij de gelae-
deerde binnen een redelijke termijn de identiteit
meedeelt van de producent of van degene die hem het
produkt heeft geleverd. Dit geldt ook voor geïmpor
teerde produkten, als daarop de identiteit van de in Hd
2 bedoelde importeur niet is vermeld, zelfs al is de
naam van de producent wel aangegeven.
Artikel 4
De gelaedeerde moet de schade, het gebrek en het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade bewijzen.
Artikel }
Indien uit hoofde van deze richtlijn verscheidene personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is elk hunner hoofdelijk aansprakelijk, onverminderd de bepalingen van het nationale recht inzake regres.
Artikel 6
1. Een produkt is gebrekkig wanneer het niet de
veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten,
alle omstandigheden in aanmerking genomen, met
name :
a) de presentatie van het produkt;
b) het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het
produkt;
c) het tijdstip waarop het produkt in het verkeer is
gebracht.
2. Een produkt mag niet als gebrekkig worden
beschouwd uitsluitend omdat ex nadien een beter
produkt in het verkeer is gebracht.
Artikel 7
De producent is uit hoofde van deze richtlijn aansprakelijk, tenzij hij bewijst:
a) dat hij het produkt niet in het verkeer heeft
gebracht;
b) dat het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is
dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet
bestond op het tijdstip waarop hij het produkt in
het verkeer heeft gebracht, dan wel dat dit gebrek
later is ontstaan ;
c) dat het produkt noch voor de verkoop of voor enige
andere vorrh van verspreiding met een economisch

doel -van-' de"• producent is - vervaardigd,1 nóch:iis' vervaardigd of verspreid in het kader van de uitoefening van zijn beroep ;
d) dat het gebrek een gevolg is van het feit dat het
produkt in overeenstemming is met dwingende
overheidsvoorschriften;
e) dat het op grond van de stand van de wetenschap
pelijke en technische kennis op het tijdstip waarop
hij het produkt in het verkeer bracht, onmogelijk
was het bestaan van het gebrek te ontdekken ;
f) dat, wat de fabrikant van een onderdeel betreft, het
gebrek is te wijten aan het ontwerp van het produkt
waarvan het onderdeel een bestanddeel vormt, dan
wel aan de instructies die door de fabrikant van het
produkt zijn verstrekt.
Artikel 8
1. Onverminderd de bepalingen van nationaal recht
inzake regres, wordt de aansprakelijkheid van de
producent niet verminderd wanneer de schade wordt
veroorzaakt zowel door een gebrek in het produkt als
door toedoen van een derde.
2. De aansprakelijkheid van de producent kan
worden verminderd of opgeheven rekening houdende
met alle omstandigheden, wanneer de schade wordt
veroorzaakt zowel door een gebrek in het produkt als
door schuld van de gelaedeerde of een persoon voor
wie de gelaedeerde verantwoordelijk is.
Artikel 9
Onder „schade" in de zin van artikel l wordt verstaan :
a) de schade veroorzaakt door dood of door
lichamelijk letsel;
b) beschadiging of vernietiging van een andere zaak
dan het gebrekkige produkt, met toepassing van
een franchise ten belope van 500 Ecu, indien deze
zaak
i) gewoonlijk gemeenlijk is voor ge- of verbruik in de privésfeer en
ii) door de gelaedeerde hoofdzakelijk is gebruikt voor ge- of verbruik in de privésfeer.
Dit artikel laat de nationale bepalingen inzake onstoffelijke schade onverlet.
Artikel 10
1. De Lid-Staten bepalen in hun wetgeving dat de
vordering tot schadevergoeding uit hoofde van deze
richtlijn na drie jaar verjaart. Deze termijn begint te
lopen op de dag waarop de eiser kennis kreeg dan wel
had moeten krijgen van de schade, het gebrek en de
identiteit van de producent.
2. De bepalingen van de Lid-Staten inzake
schorsing en stuiting van de verjaring blijven onverlet
door deze richtlijn.
1.
Nr. L 210/32

Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

7. 8. 85

• ••• >- .- >:.>.-,--!- •: ;•- ..-.--Artikel 11
De Lid-Staten bepalen in hun wetgeving7'dat de rechten die de gelaedeerde aan deze richdijn ontleent, komen te vervallen na een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de producent het produkt dat de schade heeft veroorzaakt in het verkeer heeft gebracht, tenzij de gelaedeerde gedurende die periode een gerechtelijke procedure tegen hem heeft ingesteld.
Artikel 12
De aansprakelijkheid van de producent uit hoofde van deze richtlijn kan ten aanzien vari de gelaedeerde niet worden uitgesloten of beperkt bij overeenkomst.
Artikel 13
Deze richtlijn laat de rechten die de gelaedeerde ontleent aan het recht inzake contractuele of buiten-contractuele aansprakelijkheid of aan een op het ogenblik van de kennisgeving van deze richtlijn bestaande speciale aansprakelijkheidsregeling onverlet
Artikel 14
Deze richtlijn is niet van toepassing op schade ten gevolge van nucleaire ongevallen waarop door de Lid-Staten van de Gemeenschap bekrachtigde internationale verdragen van toepassing zijn.
Artikel 1}
1. Elke Lid-Staat kan:
a) in afwijking van artikel 2, in zijn wetgeving bepalen
dat onder „produkt" in de zin van artikel l van deze j
richtlijn ook landbouwgrondstoffen en produkten
van de jacht moeten worden verstaan;
b) in afwijking van artikel 7, sub e), in zijn wetgeving
de bepaling handhaven of, met inachtneming van
de in lid 2 beschreven procedure, bepalen dat de
producent ook aansprakelijk is als hij bewijst dat ^
het op grond van de stand van de wetenschappe
lijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij
het produkt in het verkeer bracht, onmogelijk was
het bestaan van het gebrek te ontdekken.
2. De Lid-Staat die de in lid l, sub b), bedoelde
maatregel wil invoeren deelt de Commissie de tekst
van de voorgenomen maatregel mee; de Commissie
stelt de andere Lid-Staten ervan in kennis.
De betrokken Lid-Staat stelt de voorgenomen maatregel uit gedurende een termijn van negen maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de Commissie, mits de Commissie niet inmiddels met betrekking tot de bewuste aangelegenheid aan de Raad een voorstel tot wijziging van deze richtlijn heeft voorgelegd. Indien de Commissie echter niet binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de ontvangst van bedoelde kennisgeving, aan de betrokken Lid-Staat haar voornemen kenbaar maakt

om een dergelijk voorstel bij de Raad in te dienen, kan de voorgenomen maatregel door de Lid-Staat onmiddellijk worden getroffen.
Indien de Commissie binnen de bovengenoemde termijn van negen maanden een dergelijk voorstel tot wijziging van deze richdijn bij de Raad indient, stelt de betrokken Lid-Staat de voorgenomen maatregel uit gedurende een nieuwe termijn van achttien maanden te rekenen vanaf de indiening van dat voorstel.
3. Tien jaar na de datum van kennisgeving van deze richdijn legt de Commissie aan de Raad een verslag voor over de gevolgen van de toepassing door de rechtbanken van artikel 7, sub e), en van lid l, sub b), van dit artikel voor de bescherming van de consument en de werking van de gemeenschappelijke markt. In het licht van dat verslag besluit de Raad overeenkomsdg artikel 100 van het .Verdrag op voorstel van de Commissie of artikel 7, sub e), moet vervallen.
Artikel 16
1. Elke Lid-Staat kan bepalen dat de volledige aansprakelijkheid' van de producent voor schade ten gevolge van dood of lichamelijk letsel, veroorzaakt door identieke artikelen die hetzelfde gebrek vertonen, wordt beperkt tot een bedrag van ten minste 70 miljoen Ecu.
2. Tien jaar na de datum van kennisgeving van deze richtlijn legt de Commissie aan de Raad- een verslag voor over de gevolgen voor de bescherming van de consument en de werking van de gemeenschappelijke markt van de toepassing van de financiële beperking van de aansprakelijkheid door de Lid-Staten die van de in lid l geboden mogelijkheid gebruik hebben gemaakt. In het licht van dat verslag neemt de Raad op voorstel van de Commissie overeenkomsdg artikel 100 van het Verdrag een beslissing over het vervallen van lid 1.
Artikel 17
Deze richtlijn is niet van toepassing op produkten die in het verkeer zijn gebracht vóór de datum waarop de in artikel 19 bedoelde bepalingen in werking treden.
Artikel 18
1. De Ecu in de zin van deze richtlijn is die welke
in Verordening (EEG) nr. 3180/78('), gewijzigd bij
Verordening (EEG) nr. 2626/84 (2), is vastgesteld. De
tegenwaarde in de nationale munt is aanvankelijk die
welke geldt op de dag van aanneming van deze richt
lijn. --
2. De Raad gaat om de vijf jaar op voorstel van de
Commissie over tot onderzoek naar, en in
voorkomend geval, tot herziening van de in deze
richtlijn genoemde bedragen, rekening houdend met
de economische en monetaire ontwikkeling irv de
Gemeenschap.
(') PB nr. L 379 van 30. U. 1978, blz. 1. (*) PB nr. L 247 van 16. 9. 1984, blz. 1.

7. 8. 85 Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen Nr. L 210/33
Artikel 19 Artikel 21
1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en De Commissie doet de Raad om de vijf jaar een
bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om verslaS toekomen over de toepassing van deze richtlijn
uiterlijk drie jaar te rekenen vanaf de' datum van en legt hem in voorkomend geval passende voorstellen
kennisgeving ervan aan deze richtlijn te voldoen ('). Zij voor.
stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Artikel 22
2. De in artikel 15, lid 2, beschreven procedure
wordt van kracht op de datum van kennisgeving van Deze richtliJn ls Bencht tot de Lid-Staten.
deze richtlijn.
Gedaan te Brussel, 25 juli 1985.
Artikel 20
Voor de Raad
De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van alle
belangrijke bepalingen van intern recht mee, die zij op e voorzt er
het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. J. POOS
(') Van deze richtlijn is aan de Lid-Staten kennis gegeven op 30 juli 1985.