School

Pesten
Schoolplein, pleinwacht

 

Pesten

Jurisprudentie uitgebreid (docm)

Rechtbank Midden-Nederland 21-08-2013 ECLI:NL:RBMNE:2013:3136 pesten onvoldoende aannemelijk, toelatingstoets terecht evenals begeleiding bij toelating

Ouders eisen HAVO 3, school wenst VMBO. Op andere school wel HAVO/VWO niveau. Wil terug naar oude school. Moest toets afleggen, alleen onvoldoendes.
Medeleerling pestte volgens betrokkene.
Niet relevant of fout uit OD of overeenkomst, omdat zelfde norm geldt (vgl. rb Utrecht 24 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:2773). Jegens ouders kan daar sprake van zijn omdat zij de kosten van de (vervangende) school betalen. Van een school kan evenwel niet verwacht worden dat zij continu toezicht houdt en ervoor zorgt dat er helemaal niet wordt gepest of dat er zich andere vervelende situaties voordoen. Wel moet een school alle redelijkerwijs te verwachten inspanningen plegen om die situaties zoveel mogelijk te voorkomen of op te heffen (zie ook rechtbank Den Bosch 14 februari 2007, JA 2007, 129 en rechtbank Utrecht 25 juni 2008, JA 2008, 113). Deze zorgplicht is een inspanningsverplichting (zie ook rechtbank Zwolle 6 januari 2010, JA 2010, 33 en rechtbank Utrecht 27 oktober 2010, LJN : ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1935). De burgerlijke rechter kan het handelen van de school slechts marginaal toetsen.
Voordat zij daaraan toekomt, wijst de rechtbank erop dat een partij die een beroep wil doen op feiten en omstandigheden, dit op een zodanige wijze moet doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen hij zich dient te verweren. Een andere opvatting komt in strijd met de eisen van een behoorlijke rechtspleging (vgl. HR 23 oktober 1992, NJ 1992, 814). Anders gezegd: het is niet de taak van de rechter (ongesorteerde) stukken uit te zoeken, te rangschikken en op hun eventuele betekenis voor het betreffende geding te onderzoeken.
School mag onrustige leerlingen naast elkaar plaatsen om beter toezicht te houden.
Dit laat onverlet dat het wel op de weg van de school ligt de indeling aan te passen, als blijkt dat deze leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor leerlingen, bijvoorbeeld als leerlingen in ernstige mate last van elkaar hebben. Een enkele maal klagen volstaat niet mede gezien de reden tot plaatsing naast elkaar.
Normaal jongetjesgedrag is nog geen pesten. Geen schending veilig leerlingen klimaat.
Problemen kunnen veroorzaakt worden door een veelheid aan factoren, waarop de school slechts voor een deel invloed kan uitoefenen.
Rechtbank Midden-Nederland voorlopige voorzieningen 16-05-2014 ECLI:NL:RBMNE:2014:1940 Opnamen pesten met verborgen camera mogen niet door RTL uitgezonden worden
De voorzieningenrechter in Lelystad heeft bepaald dat RTL de aflevering van het programma ‘Project P’ over de scholieren van het Einstein Lyceum, die gepland stond voor maandag 19 mei, niet mag uitzenden. Het gaat om de beelden die met de verborgen camera zijn opgenomen in en rond de school en de beelden waarbij de scholieren met de verborgen opnamen bij het sportveld werden geconfronteerd. De rechter oordeelde dat de persoonlijke levenssfeer van de leerlingen in dit specifieke kort geding zwaarder weegt dan het recht van vrijheid van meningsuiting/persvrijheid van RTL.

Rechtbank Rotterdam voorlopige voorzieningen 08-11-2013 ECLI:NL:RBROT:2013:8793 Toelating tot school afhankelijk van examenfraude

Ouders vorderen in kort geding om (o.m.) CVO te bevelen om hun drie kinderen toegang te verlenen tot De Opperd en hen daar onderwijs te laten volgen op straffe van een dwangsom. De Opperd is een “overbruggingsschool” met islamitische oriëntatie, die door CVO en FOKOR is vorm gegeven nadat de Ibn Ghaldounschool op 8 oktober 2013 failliet is verklaard.
De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat het toelaten van de jongste twee kinderen tot De Opperd tot spanningen binnen de school zal leiden. Zij zijn geen verdachten in de examenfraudezaak, zij zitten - anders dan het oudste kind van de drie - op het VMBO en zullen, wanneer zij alsnog worden toegelaten tot De Opperd, worden geplaatst op een andere nevenvestiging dan het oudste kind. Naar voorshands oordeel heeft CVO dan ook niet in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen om deze twee kinderen niet tot te laten tot De Opperd. In zoverre wordt de vordering toegewezen.
Wat het oudste kind van de drie betreft geldt dat voldoende aannemelijk is geworden dat haar toelating tot De Opperd tot spanningen binnen de school zal leiden. Zij is zelf verdachte van de examenfraude in mei en juni 2013 op de Ibn Ghaldounschool. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft CVO dan ook in redelijkheid tot het genomen besluit kunnen komen om dit kind niet toe te laten tot De Opperd. Een belangenafweging maakt dit niet anders. Het belang van CVO om een veilige, vertrouwde omgeving te bieden, gevrijwaard van erfenissen uit het verleden, weegt zwaarder dan het belang van dit kind om haar opleiding af te maken op De Opperd. Ten aanzien van het oudste kind wordt de vordering daarom afgewezen.

Rechtbank Midden-Nederland 24-07-2013 ECLI:NL:RBMNE:2013:2773 chool hield voldoende rekening met ziekte kind, contractueel of extracontractueel niet van belang.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de precieze kwalificatie van de rechtsverhouding in het midden blijven, omdat tussen partijen niet (wezenlijk) ter discussie staat dat het handelen van het Revius Lyceum moet worden beoordeeld naar de norm van hetgeen van een redelijk handelend en redelijk bekwaam onderwijsinstituut mag worden verwacht, ongeacht de vraag of aan de rechtsverhouding een overeenkomst ten grondslag ligt. Als al zou moeten worden aangenomen dat tussen [eisers] c.s. en het CVO een (onderwijs)overeenkomst heeft bestaan, dan wordt deze overeenkomst zozeer beheerst door dezelfde normen dat de uitkomst niet anders is bij de subsidiair gestelde grondslag, namelijk onrechtmatige daad (vgl. rechtbank Dordrecht 3 augustus 2005, LJN: AU0376, rechtbank Rotterdam 17 februari 2008, LJN: BL8782 en rechtbank Amsterdam 14 mei 2008, LJN: BD1526).

Rechtbank Groningen 20-07-2012 voorlopige voorzieningen ECLI:NL:RBGRO:2012:BX2104 civiele rechter niet bevoegd tot verwijdering andere leerling. Voldoende inspanning school voor veiligheid en gezondheid leerlingen. Asperger.

De zorgplicht van de school vergt een - actieve - inspanning van de school om zoveel mogelijk bedoelde veiligheid en gezondheid van haar leerlingen te waarborgen. Algemeen bekend is dat pestgedrag door en tussen leerlingen een onveilige situatie voor één of meerdere leerlingen tot gevolg heeft of kan hebben. Van een school mag in het kader van voormelde zorgplicht verwacht worden dat zij pestgedrag probeert te voorkomen en dat, indien dit gedrag zich (toch) voordoet, de school adequate inspanningen verricht om het pestgedrag te doen eindigen en dat de school redelijke inspanningen verricht om te bewerkstelligen dat voor de gepeste leerling(en) weer een als veilig aan te merken situatie op school ontstaat.
Na zwaaien door medeleerling met een Stanleymes heeft de school laatstgenoemde enige tijd van school verwijderd, hem geplaatst op de Rebound voorziening om pestgedrag te veranderen en hem in een andere klas geplaatst. Verder maatregelen genomen om beiden elkaar zo min mogelijk treffen. Dat volstaat.

Rechtbank Utrecht 27-10-2010 ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1935 geen resultaatsverbintenis school voldoende toezicht

De vordering wordt afgewezen. De zorgplicht van een school impliceert niet dat steeds op elk kind direct toezicht kan worden gehouden, zodanig dat elke onrechtmatigheid direct wordt opgemerkt en direct kan worden ingegrepen. De Stichting is niet aansprakelijk om de enkele reden dat de vechtpartij op school heeft plaatsgevonden.
Gelet op de leerlingenpopulatie was de kans dat conflicten tussen leerlingen tot fysiek geweld zouden leiden, niet ondenkbaar. De school heeft evenwel in zijn algemeenheid voldoende oog gehad voor een veilig schoolklimaat door schoolregels te stellen en een surveillance- en sanctiebeleid te hanteren.
De stelling dat een docente ongerechtvaardigd stil heeft gezeten en daarmee inadequaat heeft gehandeld tijdens het conflict, wordt verworpen.

Rb Den Haag 11-08-2010 BN3759 leerling terecht van school verwijderd

Het feit dat de politie geen vrijheidsbenemende consequenties aan het gedrag heeft verbonden, ver-andert niets aan het zelfstandige recht van de school om de gedragingen te kwalificeren als ernstige misdragingen en daaraan de sanctie van verwijdering van school te verbinden. Het had immers op de weg van de leerling of diens ouders gelegen om de school omtrent de pesterijen en discriminatie te informeren. Dat is niet gebeurd. Het is de leerling aan te rekenen dat hij zelf geweld tegen de pester heeft gebruikt. Op grond van vaste jurisprudentie is uitgangspunt dat een school voor wat betreft het voorkomen van problemen tussen leerlingen door onder meer pestgedrag een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting heeft. Van een school kan immers niet verlangd worden dat zij ervoor zorg draagt dat er zich in het geheel geen pesterijen of andere vervelende situaties voordoen. Wel moet een school alle redelijkerwijs te verwachten inspanningen plegen om die situaties zoveel mogelijk te voorkomen.

Rb Zwolle 06-01-2010 BK7412 Scholiere slachtoffer van Loverboy

De verplichting om zorg te dragen voor een minderjarig kind ligt primair bij de ouders. Op een school rust wel een (ongeschreven) bijzondere zorgplicht voor de gezondheid en veiligheid van de leerlingen. Een school moet zich ervoor inspannen om gevaarlijke situaties te voorkomen of op te heffen. Zorgplicht niet geschonden. School trad op tegen ongeoorloofde afwezigheid.

Rb Utrecht 25-06-2008 BD5252 Geen verwijt niet voorkomen van antisemitistische pesterijen.

Een school kan eerst een verwijt kan worden gemaakt indien zij tekort is geschoten in het nemen van maatregelen die redelijkerwijze van haar kunnen worden verwacht ter voorkoming en bestrijding van pesten. Voor de school bestond geen wettelijke verplichting tot het hanteren van een specifiek veiligheidsbeleid. Van een schending van de zorgplicht is in zoverre dus geen sprake. Van een schending zou nog wel sprake kunnen zijn indien de school, nadat zij op de hoogte was gesteld van het pesten, stil heeft gezeten of anderszins niet die maatregelen heeft genomen die gelet op de omstandigheden redelijkerwijze van haar konden worden gevergd. Daarvan is geen sprake.

Hof Arnhem 11-03-2008 BF5417 Pestbeleid voorkomt geen pesterijen.

Het had de voorkeur verdiend eerder een “pestbeleid” te ontwikkelen. Wellicht heeft het geschort aan de communicatie met de ouders, maar dat betekent niet dat de stichting hier een zodanig relevant verwijt valt te maken, dat dit tot de conclusie zou moeten leiden dat de stichting toerekenbaar is te kort geschoten of onrechtmatig heeft gehandeld. Een pestbeleid voorkomt geen pesterijen. Het gaat erom dat de school erop toeziet dat pesten zoveel mogelijk wordt voorkomen. Niet is gebleken dat de school in dit opzicht is tekortgeschoten.

Rb Den Bosch 14-02-2007 BA1541 School heeft inspanningsplicht, verschil in perceptie ouders school

De school heeft een inspanningsverplichting, geen resultaatsverbintenis. Een school moet alle redelijkerwijs te verwachten inspanningen plegen om die situaties zoveel mogelijk te voorkómen. Uit de schoolgids kan niet worden afgeleid dat [de school] in het algemeen beleid tekort schiet in het bieden van een veilig schoolklimaat. Een pestprotocol ontbrak. Een actief pestbeleid werd gevoerd.
Dat het goed gaat op de nieuwe school betekent niet dat de school verantwoordelijk is voor de problemen. Permanent toezicht door een school op het gedrag van leerlingen is onmogelijk. De school en de ouders hebben een andere perceptie. Geen verwijtbaar handelen.

Rb Den Bosch 30-08-2006 AY7112 gewelddelicten door medeleerlingen school niet verantwoordelijk buiten school

Uit brief van de inspectie van het Onderwijs kan niet worden afgeleid dat de school zich in zijn algemeenheid onvoldoende inspanningen heeft getroost of getroost om een veilig schoolklimaat voor de leerlingen te realiseren. Niet valt in te zien dat de school een verwijt kan worden gemaakt voor het buiten de school plegen van strafbare feiten door leerlingen. Niet gezegd kan worden dat de school zich onvoldoende heeft ingespannen dat het kind veilig is in school. Een school is er primair voor onderwijs en daarop zijn de budgetten voor een school ook afgestemd. Extra inspanningen om de veiligheid van een individueel kind in een school te waarborgen vormen een extra belasting voor (de school en dus voor die budgetten. Dat brengt met zich mee dat door ouders, alvorens zij redelijkerwijs een beroep kunnen doen op door een school voor hun kind te leveren extra veiligheidsinspanningen, eerst feiten en/of omstandigheden dienen te worden gesteld op grond waarvan het vermoeden gerechtvaardigd is dat de veiligheid van hun kind in school in het geding is.

Rb Haarlem 28-07-2005 AU0184 Drieling laat zich niet onbetuigd in pesten

De vader heeft zelf de drieling niet naar school laten gaan. De toegang is hen niet door de school ontzegd. De moeder is daarvoor medeverantwoordelijk. Niet kan worden gezegd dat het HVC niets heeft ondernomen om de pesterijen en agressie van andere leerlingen jegens de drieling weg te nemen. Van het HVC kan niet verwacht worden dat hij minutieus en alomvattend toezicht houdt ter voorkoming of waarneming van onbetamelijk handelen van leerlingen van de school. Het HVC kan niet worden verplicht om zich te onthouden van adviezen aan andere scholen tenzij een dergelijk advies evident onrechtmatig jegens de drieling is.

Rb Haarlem 28-01-2005 AS4143 Vordering tot begeleiding moeilijke leerling afgewezen

Het ligt niet in de macht van de Gemeente en [gedaagde sub 2] om negatief gedrag van niet aan de school verbonden personen en/of ouders van leerlingen jegens de leerling. Vordering tot medewerking aan begeleiding van de moeilijke leerling en geen maatregelen te nemen tot verwijdering afgewezen.

Rb Utrecht 28-03-2002 AE0771 Van school kan continue begeleiding niet worden gevergd.

Het verweer van de school, dat eiser niet ontvankelijk is in zijn vordering omdat op grond van de Wet op het Primair Onderwijs een klachtenregeling bestaat bij de Landelijke Klachtencommissie Primair Onderwijs, die Eiser (eerst) had moeten volgen, wordt verworpen (vgl. HR 31 mei 1996, NJ 1996/693 en HR 9 november 2001, RvdW 2002/177). Gebleken is dat de genomen maatregelen in zoverre doel hebben getroffen dat voor de zoon een draaglijke situatie bestaat waarin hij niet al te veel problemen ondervindt. Gelet op het feit dat de school te maken heeft met financiële en organisatorische beperkingen, op de relatief korte periode dat dit schooljaar nog duurt en op de reeds door de school getroffen maatregelen, zoals hiervoor uiteengezet, kunnen de gevraagde maatregelen (continue begeleiding om pesten te voorkomen)  niet van de school worden gevergd.

Schoolplein, pleinwacht

Rb Alkmaar 19-08-2010 BN5516, aantal schoolpleinwachten 1 op 15 a 20 leerlingen zorgplicht school

9. Ter zitting heeft verweerder bevestigd dat de leerlingen van de school [naam school] leer-, gedrags- en opvoedproblemen hebben, waaronder de stoornis Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD). Verweerder eist van haar leerkrachten extra kwaliteiten in de zin van het hebben van ervaring met, en/of een opleiding gericht op het omgaan met dit type leerling. Ook op het schoolplein zijn deze kwaliteiten noodzakelijk. Niet in geschil is dat eiseres over deze extra kwaliteit beschikt.
Gelet op het speciale karakter van (een deel van) de leerlingen op onderhavige school moeten er naar het oordeel van de rechtbank zwaardere eisen worden gesteld aan de wijze van inrichting van de werkzaamheden, de voor de te verrichten werkzaamheden te treffen maatregelen en de te verstrekken aanwijzingen dan wanneer het een school voor regulier onderwijs betreft. Uit de rechtspraak leidt de rechtbank af dat de norm voor toezicht op normaal begaafde leerlingen op een reguliere basisschool ligt op één toezichthouder op de 15 á 20 leerlingen (zie onder meer Gerechthof Arnhem, 7 september 2000, LJ-nummer AA7344 en Rechtbank Rotterdam, 13 mei 2009, LJ-nummer BJ2084) Uit de gedingstukken leidt de rechtbank af dat eiseres ten tijde van het incident samen met [naam 2] toezicht hield op ongeveer 45 á 60 leerlingen. Hieruit leidt de rechtbank af dat verweerder onvoldoende maatregelen heeft getroffen om eiseres op een verantwoorde manier toezicht te laten houden tijdens de pauze. Dat [naam 2] haar vergezelde maakt dat niet anders nu niet weersproken is dat zij stagiaire was en dus niet als een volwaardige toezichthouder kan worden beschouwd.
10. Voorts is het rechtbank gebleken dat er ten tijde van incident geen eenduidige pleinregels golden. Verweerder heeft aangegeven dat na de fusie van de basisscholen [naam school] en [naam school 2] tot basisschool [naam school 3] in 2004 het bestaande archief, behoudens leerling informatie, is vernietigd. Verweerder kan om deze reden de pleinregels die volgens hem waren vastgesteld en bekendgemaakt en de notulen van de teamvergaderingen niet (meer) achterhalen. Ook kan verweerder geen stukken overleggen waaruit blijkt hoe nieuwe leerkrachten in het schooljaar 2001-2002 over het houden van pleinwacht werden geïnstrueerd.

Rb Rotterdam 13-05-2009 ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2084 één pleinwacht op 18 kinderen volstaat

De rechtbank stelt voorop dat in het algemeen gesproken op een leerkracht een bijzondere zorgplicht rust onder meer ten aanzien van de gezondheid en de veiligheid van de leerlingen, die aan zijn zorg zijn toevertrouwd en onder zijn toezicht staan. Dit betekent evenwel niet dat op een speelterrein waar zich een groep van 18 normaal begaafde kinderen in de leeftijd van 8/9 jaar bevindt, een verantwoorde wijze van toezicht inhoudt dat steeds op elk kind direct toezicht wordt gehouden, zodanig dat elke onregelmatigheid direct wordt opgemerkt en dat direct kan worden ingegrepen. Het stellen van een dergelijke eis aan de school en aan de leerkracht gaat de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm te boven. De in casu gebezigde wijze van surveilleren (één leerkracht op 18 kinderen) acht de rechtbank gebruikelijk en niet onverantwoord, ook al kan dit inhouden dat een onregelmatigheid niet aanstonds wordt opgemerkt, omdat die zich buiten het zicht van de leerkracht afspeelt.
Ook de omstandigheid dat de leerkracht op het speelplein geen spelstructuur heeft aangebracht, brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat hierdoor geen sprake was van een verantwoorde wijze van toezicht houden.