Werkgeversaansprakelijkheid

7:658
Reikwijdte.
Bedrijfsactiviteiten.
Bewijs.
Toezicht.

7:611
AVB-verzekering, dekking.
Dekking behoorlijke verzekering, toerekening
Derde aansprakelijk.
Formele en materiŽle werkgever.
Gordel.
Ongevallenverzekering volstaat niet.
Opzet en bewuste roekeloosheid.
Niet-werknemer.
Subrogatie.
Verkeer. Buiten verkeer.Woon- werkverkeer

 

7:658

Reikwijdte

Spier bij HR 19 oktober 2012, BX7591 Eind aan verbreding a.s. werkgevers. Conditio sine qua non-verband vereist

In het bijzonder voor het midden- en kleinbedrijf, maar ook voor grotere ondernemingen die, al dan niet mede door de huidige crisis, toch al in moeilijkheden verkeren, zou risicoaansprakelijkheid die ook al zou gelden voor de - helaas - vele arbeidsongevallen die jaarlijks plaatsvinden, een onredelijke - want redelijkerwijs onvoorzienbare - lastenverzwaring betekenen. In zijn ogen is een voorlopig eindpunt bereikt voor de rechtsontwikkeling op het terrein van art. 7:658 BW.
Een condicio sine qua non-verband isvereist. Daarover is in de rechtspraak en de doctrine (dan ook) geen serieuze discussie.

Hoge Raad 11 november 2011, BR5223 werknemer TBS-instelling, miskenning stelplicht en bewijslast. Geen absolute waarborg

Ggevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met en inherent is aan werkzaamheden. Werkgever heeft niet voldaan aan zeer hoge eisen stelplicht dat hij in art. 7:658 lid 1 BW bedoelde maatregelen is nagekomen. temeer nu ambtenaar recht heeft op volledige schadevergoeding ( art. 69 ARAR). Miskend dat werkgever niet aan stelplicht en bewijslast voldeed. Geen absolute waarborg.

Rb Maastricht 09 april 2008, BC8906 risicovolle overtreding werknemer leidt niet tot aansprakelijkheid werkgever

Geen sprake van opzet/roekeloosheid. De werknemer een zeer bekwaam shiftleader, die zelf veel aan veiligheid in het bedrijf heeft gedaan, hoorde te weten dat het een zeer risicovolle overtreding van de veiligheidsnormen was, en had dit behoren na te laten, hoe begrijpelijk hij uit dagelijkse routine ook heeft gehandeld. Onder deze omstandigheden valt de werkgever geen verwijt te maken.

Bedrijfsactiviteiten

HR 17 april 2009, JAR 2009, 128 MV Communicatie / van den Brink rolschaatsles

Wanneer een bedrijfsactiviteit een risico op schade met zich meebrengt zal de werkgever gehouden zijn om veiligheidsmaatregelen te (laten) treffen ter voorkoming van schade, ook wanneer dit niet valt binnen de uitoefening van de werkzaamheden.


Bewijs

HR 24 juni 2011, JAR 2011, 192 Dombrowski/Hulsing-Huppermans bewijs nakoming erplichtingen / opzet of bewuste roekeloosheid

Art. 7:658 lid 2 ontheft de werkgever van aansprakelijkheid indien hij aantoont hetzij dat hij de in lid 1 van art. 7:658 genoemde verplichtingen is nagekomen hetzij dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Ook in gevallen waarin het gaat om veiligheids voorzieningen zoals veiligheidsgordels die de werknemer zelf moet toepassen, kan de werkgever derhalve aan aansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat hij de veiligheidsmaatregelen heeft genomen en de veiligheidsinstructies heeft gegeven die van hem gevergd konden worden.

Toezicht

HR 9 december 2012, JAR 2013, 16 Giraldo/Daltra Antilles toezicht is vereist

De zorgplicht houdt niet alleen in dat de werkgever ervoor moet zorgen dat voldoende veiligheidsmateriaal op de werkplek beschikbaar is, maar ook dat hij erop toeziet dat zijn werknemers dat materiaal op de juiste wijze gebruiken. Daarbij wijst de HR op een aantal factoren die het werk bijzonder gevaarlijk maakten: de werkzaamheden vonden plaats op 6 meter hoogte, het was winderig en er werd met grote dakplaten gewerkt.
Onder die gevaarlijke omstandigheden kan en mag de werkgever niet uitsluitend vertrouwen op de ervaring en deskundigheid van de
werknemer.

7:611

AVB-verzekering, dekking

Hof Amsterdam 26 maart 2013, BZ8563 Dekking AVB voor redelijkheidseisen hangt af van abstracte kennis van verzekerden.

De individuele kennis van de werkgever die tevens verzekeraar is bepaalt de dekkingsomvang niet, meer de algemene kennis van verzekerden.De Hoge Raad heeft op 30 maart 2012 in zijn arrest niet verwezen naar de verwachtingen van de betrokken verzekerde, maar naar de verwachtingen van verzekerden in het algemeen, gebaseerd op de functie die een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer vervult.

HR 30 maart 2012, BV1295, JA 2012, 125 en vervolgens Hof A'dam 26-3-2013 Ja 2013, 106 Onderlinge/NN 7:611 gedekt op AVB

Een redelijke uitleg van een AVB-polis brengt in beginsel mee dat deze tevens dekking verteent tegen een op artikel 7:611 BW gebaseerde aansprakelijkheid van de verzekerde als werkgever op grond dat hij heeft verzuimd tegen dat risico een behoorlijke verzekering af te sluiten.
HR: de functie die een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer vervult en de daarop gebaseerde verwachtingen van verzekerden, rechtvaardigt een ruime dekkingsomvang. Weliswaar gaat het in geval van een aansprakelijkheid op de voet van art. 7:611 om vermogensschade die strikt genomen geen letselschade is, maar de rechtsgrond voor deze aansprakelijkheid, de bescherming van de werknemer tegen de gevaren van het wegverkeer in de uitoefening van zijn dienstbetrekking deelneemt, is dezelfde welke ten grondslag ligt aan de - onder omstandigheden - op art. 7:658 te baseren aansprakelijkheid van de werkgever tegenover zijn werknemer voor dezelfde gevaren. Bovendien wordt de schade die de verzekerde/werkgever lijdt doordat hij op de voet van art. 7:611 in voormelde zin aansprakelijk is tegenover zijn werknemer, indirect veroorzaakt door het letsel van de werknemer.

Spier:
Het hof is van oordeel dat uit deze jurisprudentie volgt dat het hier gaat om wanprestatie van de werkgever ten aanzien van zijn uit goed werkgeverschap voortvloeiende verplichting om zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van werknemers, en dat de schade die de werknemer daardoor lijdt, hierin bestaat dat hij een verzekeringsuitkering misloopt.
Zoals bekend werd in de rechtspraak van Uw Raad, waarin art. 7:611 BW tot leven is gewekt voor bepaalde werkgerelateerde ongevallen, aanvankelijk geen koppeling aangebracht met verzekeringen en/of verzekerbaarheid. Dat is eerst gebeurd in 2008.
Partijen strijden over de betekenis van het begrip vermogensschade.

 

Hof Den Haag 16 november 2010, BR1573 7:611 niet gedekt op AVB

Bij art. 7:611 BW gaat het om de wanprestatie van de werkgever om geen behoorlijke verzekering voor werknemers af te sluiten. De werkgever is dan aansprakelijk voor zuivere vermogensschade doordat de werknemer een verzekeringsuitkering misloopt. De letselschade is niet veroorzaakt door de aansprakelijkheid scheppende nalatigheid om een verzekering af te sluiten. In de AVB-polis is de dekking beperkt tot aansprakelijkheid voor personen- of zaakschade, niet voor zuivere vermogensschade. Met de dekkingsomschrijving heeft de verzekeraar de grenzen waarbinnen zij bereid was dekking te verlenenomschreven (zie HR 9 juni 2006, NJ 2006, 326).

Hof Amsterdam 23 maart 2010 BN1366 7:611 valt niet onder non owners liability dekking

De bijzondere insluiting betreft een “non owners liability clausule”. Zij is bedoeld voor het geval een bezitter of houder van een motorrijtuig in strijd met de verplichtingen op grond van de WAM zijn motorrijtuig niet verzekert en voor de situatie dat het verzekerd bedrag onder een WAM-verzekering onvoldoende is om alle schade als gevolg van een ongeval te vergoeden. Voor een werkgever leidt dit tot risico’s in het geval een werknemer met een auto die onverzekerd of onvoldoende verzekerd is, aan een derde schade toebrengt in de uitvoering van zijn werkzaamheden voor de werkgever. In dat geval zou de benadeelde de werkgever op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk kunnen stellen als de werknemer onvoldoende verhaal biedt. Hieruit vloeit voort dat de AVB-verzekering uitsluitend dekking biedt voor schade van derden die door een werknemer is veroorzaakt met of door een motorrijtuig dat niet aan de werkgever toebehoort; schade die aldus door een werknemer zelf is geleden valt niet onder de dekking.
De bijzondere insluiting zegt dat niet met zoveel woorden, echter dat betekent niet dat Allianz zich niet kan beroepen op deze bedoeling en de betekenis die de insluiting binnen de verzekeringsbranche heeft, ook al sluit die niet naadloos aan op de bewoordingen van de desbetreffende voorwaarde in de AVB-verzekering. Vast staat immers dat de verzekeringnemer bij het sluiten van de AVB-verzekering werd bijgestaan door een professionele verzekeringstussenpersoon. Deze wordt geacht de betekenis en reikwijdte van de bijzondere insluiting – die binnen de verzekeringsbranche een vastomlijnde betekenis heeft - te kennen. De kennis van de tussenpersoon dient aan hem te worden toegerekend.

Rb 04 februari 2009, BH2587 7:611 niet onder AVB gedekt

Werkgever is aansprakelijk ex art. 7:611 BW voor niet sluiten van een adequate verzekering voor ongevallen in het verkeer. Deze schade is niet gedekt op de AVB-verzekering. De werkgever behoeft immers niet de ongevalsschade te vergoeden, maar de schade die werknemer heeft geleden doordat zij voor hem geen adequate voorziening had getroffen noch hem terzake had gewaarschuwd. Deze schade is geen "schade aan een persoon" in de zin van de polisvoorwaarden en kan daarmee ook niet op één lijn worden gesteld.

Rb Amsterdam 21-4-2004 H.02.0722/H.02.1814, 240576/24S585 7:611 gedekt onder AVB behoudens specifieke uitsluiting.

De dekking die een aansprakelijkheidsverzekering biedt maakt geen onderscheid gemaakt tussen aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 7:658 BW en 7:611 BW zodat niet zonder specifieke uitsluiting geoordeeld kan worden dat een schadevergoedingsverplichting op grond op laatstgenoemde grondslag gebaseerde verplichting niet verzekerd is

Dekking behoorlijke verzekering

Hof Den Bosch, 22 juli 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:2215 Ongevallenverzekering volstaat niet

Werknemer – taxichauffeur- loopt letsel op bij verkeersongeval. Werkgever heeft voor haar werknemers twee ongevallenverzekeringen (sommenverzekeringen) afgesloten. De werkgever voldeed niet aan verplichting heeft zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering. De twee afgesloten ongevallenverzekeringen, zijn te beperkt. De heersende opvatting is dat door werkgever voor werkneemster als taxichauffeur een verzekering afgesloten had behoren te worden die de geleden schade dekt. Het feit dat in de CAO Taxivervoer is bepaald dat de werkgever verplicht is om een collectieve ongevallenverzekering af te sluiten, brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat de zorgplicht van de werkgever daartoe beperkt is. (zie ook Hof Den Bosch, 31 maart 2009, BH9968).

Hof Den Bosch 15 april 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1065 Ongevallenverzekering met dekking Hfl 60.000 volstaat niet

Daaraan doet voorts niet af dat Autoster een collectieve ongevallenverzekering heeft gesloten. Gezien de aard van deze beperkte dekking tot maximaal fl. 60.000,= kan naar het oordeel van het hof niet gezegd worden dat daarmee Autoster aan haar verplichting als bedoeld in artikel 7:611 BW heeft voldaan.
Het dictum moet volgens vaste rechtspraak worden uitgelegd in het licht en met inachtneming van de overwegingen die tot de beslissing hebben geleid (vgl. o.m. HR 4 februari 2005, ELCI:NL:HR:2005:AR6168 en HR 19 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7084). De veroordeling tot de vergoeding van de geleden schade staat niet in de weg aan het verweer dat destijds geen ruimere verzekering kon worden gesloten dan de sommenverzkering en evenmin dat de sommenverzekering in mindering strekt op de uiteindelijk in de schadestaatprocedure vast te stellen vergoedingsverplichting.

Hoge Raad 11 november 2011, BR5223, geen verzekeringsplicht art. 7:611 BW buiten verkeersongevallen, werknemer TBS-kliniek

Verzekeringsplicht voor werkgever beperkt tot verkeersongevallen. Ex art. 7:611 BW geen verplichting werkgever zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering bij gevaarlijke arbeidsomstandigheden. Afbakening verzekeringsverplichting nodig met oog op rechtszekerheid en hanteerbaarheid
vgl. Hof Leeuwarden 11 januari 2011, BP1174 Patient stoeit plotseliing met verpleegkundige. Werkgever mogelijk aansprakelijk ex art. 7:611 BW. De eisen van goed werkgeverschap kunnen onder omstandigheden met zich brengen dat de werkgever gehouden is een behoorlijke verzekering te sluiten voor haar werknemers, wanneer deze werknemers werk dienen te verrichten waaraan weliswaar incidentele, maar wel serieuze specifieke veiligheidsrisico's verbonden zijn, die niet door het treffen van veiligheidsmaatregelen kunnen worden weggenomen.

HR 11 november 2011, BR5215 geen verzekeringsplicht voor eenzijdig voetgangersongeval, beperking verkeer

Uitglijden tijdens lopend bezorgen van post. Verzekeringsverplichting beperkt tot verkeersongevallen. Algemene regeling bescherming risico van ongevallen gaat rechtsvormende taak rechter te buiten. Afbakening verzekeringsverplichting nodig met oog op rechtszekerheid en hanteerbaarheid.(Rb Utrecht 16 juni 2010, BM9357, gladheid in winter).

Rb Arnhem 29 april 2011, BQ4768, Motorcross indien behoorlijke verzekering afgesloten beroep op exoneratie mogelijk

Eiser springt op een niet zichtbare medecrosser met pech. Er was sprake van een sport-en-spelsituatie. Men moet tot op zekere hoogte ondoordachte handelingen van elkaar verwachten. Eiser had niet bedacht horen te zijn op het handelen van organisatoren. Zij hadden voldoende tijd hun actie vooraf te doordenken en handelden onrechtmatig. Voor hen geldt de exoneratieclausule als derdenbeding. Omkeringsregel aangenomen (vgl. HR 19 december 2008, NJ 2009, 28). Voor tegenbewijs voldoende concrete aanknopingspunten stellen (vgl. HR 14 november 2003, NJ 2005, 269). Onvoldoende baancommissarissen ingezet. Exoneratie kent verband met afsluiten van een behoorlijke ongevallenverzekering. € 5000 onvoldoende. Van de KNMV kan niet worden gevergd dat die zich bezig houdt met alle activiteiten van haar leden .

HR 09 juli 2010, BL4088 vervolg Arena t.o.v materiële werkgever. Materiële werkgever handelde onrechtmatig jegens de werknemer, waardoor je aan art. 7:611 niet toekomt.

De materiële werkgever heeft onrechtmatig gehandeld door na een te lange werkdag betrokkene een risicovolle autorit te lanet maken

W.H. Boom , G.N. van Kooten en P.L.M. Schneider, ‘Compensatie van verkeersletsel van werknemers: wat is een behoorlijke verzekering?’ ArA 2008, nr. 2

Het artikel is vrij verkrijgbaar bij BJU Tijdschriften, http://www.bjutijdschriften.nl/tijdschrift/arbeidsrechtelijkeannotaties/2008/02/ArA_2008_008_002_002, (docx)

HR 19 december 2008, BG7775 van huis naar werk in ambulance-auto, één lijn met werkzaamheden:

Hof heeft terecht geoordeeld dat het gebruik dvan de auto-ambulance op één lijn moet worden gesteld met vervoer dat plaatsvindt krachtens de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en in het kader van de voor de werkgever uit te voeren werkzaamheden(HR 9 augustus 2002, NJ 2004, 235) Iin gevallen waarin de werknemer zich per auto dient te begeven naar de plaats waar hij zijn werkzaamheden moet uitvoeren, bestaat de mogelijkheid dat het vervoer op één lijn moet worden gesteld met vervoer dat plaatsvindt in het kader van de voor de werkgever uit te voeren werkzaamheden. In dat geval is de werkgever ex art. 7:611 BW verplicht een behoorlijke verzekering af te sluiten. (idem HR 19 december 2008, BD7480 vervoer naar ander filiaal).

HR 12 december 2008, BD3129 , JAR 2009, 15 Maatzorg/De Graaf Verzekeringsplicht geldt ook voor werknemers die een niet- gemotoriseerd voertuig, zoals een fiets, besturen.

Geen aansprakelijkheid ex art 7:658 BW: zorgplicht is beperkt. Werkgever heeft geen zeggenschap over verkeersveiligheid.
Er is geen rechtvaardiging onderscheid te maken tussen werknemers die een motorrijtuig besturen en werknemers die als fietser of voetganger aan het verkeer deelnemen.

Hof Den Bosch 9 september 2008, BF5193 Na een zakelijk bezoek op zaterdagmiddag, boodschappen doen geen 7:658 noch 7:611 BW aansprakelijkheid

HR 1 februari 2008, BB4767, JAR 2008, 56 Maasman/Akzo Nobel HR 1 februari 2008, JAR 2008, 57 Kooiker/Taxi Centrale Nijverdal Behoorlijke verzekering: geen onbeperkte aansprakelijkheid

“dat de werkgever uit hoofde van zijn verplichting zich als een goed werkgever te gedragen, gehouden is zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van werknemers wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. De omvang van deze verplichting zal van geval tot geval nader vastgesteld moeten worden met inachtneming van alle omstandigheden.” Als omstandigheden noemt de Hoge Raad: de bestaande verzekeringsmogelijkheden en de premie, de heersende maatschappelijke opvattingen over waarvoor een behoorlijke verzekering dekking dient te verlenen. Indien voor de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van een eigen auto kan de werkgever ook voldoen aan de verplichting door de werknemer financieel in staat te stellen om voor een behoorlijke verzekering zorg te dragen. Indien de werkgever is tekortgeschoten in zijn verplichting zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering, is hij jegens de werknemer aansprakelijk voorzover deze door die tekortkoming schade heeft geleden. (zie ook HR-1-2-2008, BB6175)

Hof Den Haag 26 januari 2007, AZ8884 van klant naar huis geen woon/werkverkeer

Bij het van huis uit werken is de reis van een klant naar huis geen woon-werkverkeer. Het zich in het verkeer begeven brengt flinke risico's met zich mee. De weerkgever had een adequate voorziening voor ongevallen in het verkeer moeten treffen of moeten waarschuwen, dat er geen voorziening was getroffen en dat de werknemer geacht werd zelf een dergelijke voorziening te treffen. Daardoor heeft deze zich niet als goed werkgever gedragen en is aansprakelijk voor de door de werknemer geleden schade als gevolg van het ontbreken van een adequate voorziening.

HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6669, JAR 2005, 100 KLM/De Kuijer, noemen mogelijkheden ongevallenverzekering

Niet volstaan kan worden met het noemen van de mogelijkheid een ongevallenverzekering af te sluiten, zonder dat wordt ingegaan op de wenselijkheid of noodzaak daarvan. De omstandigheid dat de CAO geen verplichting inhoudt tot het sluiten van een collectieve ongevallenverzekering, behoefde het hof niet te weerhouden van zijn oordeel dat de arbeidsovereenkomst in de gegeven omstandigheden onder meer kan meebrengen dat KLM de hier aan de orde zijnde risico's voor haar rekening neemt, eventueel door het sluiten van een adequate verzekering.
De wachttijd in Ivoorkust was inherent aan de werkzaamheden voor KLM. Dat de omstandigheden dat [verweerder] de wachttijd vrijwel volledig naar eigen inzicht kon invullen en het ongeval zich voordeed toen hij op eigen initiatief met zijn vriendin in de taxi op weg was naar een restaurant, doen er niet aan af dat de wachttijd op één lijn kan worden gesteld met de werkzaamheden en een behoorlijke verzekering had moeten worden afgesloten.

HR, 9 augustus 2002 AE2113 Vervoer op één lijn met verplichtingen arbeidsovereenkomst leidt tot a.s. uit 7:611 BW

Wanneer het vervoer op een lijn is te stellen met vervoer dat plaats vindt krachtens verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, kan de werkgever op grond van de redelijkheid en billijkheid van art 6:248 lid 1 BW gehouden zijn de schade te vergoeden. Een rol speelt in hoeverre in de onkostenvergoeding van de werknemer bestemd is voor de kosten van een casco-, inzittenden- en ongevallenverzekering.

HR 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9434, JAR 2001, 24 Arena, Vonk / van der Hoeve en HR 9 augustus 2002, JAR 2002, 205 De Bont/Oudenallen

Onder omstandigheden kan een werkgever jegens zijn werknemer aansprakelijk zijn voor diens schade, ook al is aan de vereisten van art. 7:658 BW niet voldaan. Gezien de aard van de arbeidsovereenkomst en de eisen van redelijkheid en billijkheid als bedoeld in art. 6:248 lid 1 BW, dient de werkgever in beginsel de niet door een verzekering gedekte schade die de werknemer lijdt doordat hij tijdens vervoer een verkeersongeval heeft veroorzaakt, te dragen behoudens opzet of bewuste roekeloosheid.

Rb, omstandigheden:
- het feit dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden verplicht was zich dagelijks per auto van Didam naar Amsterdam en terug te begeven;
- het feit dat hij daarbij verplicht was bij toerbeurt te chaufferen;
- het feit dat de financiële gevolgen van een eventueel ongeval voor alle betrokkenen door de WA-verzekering was gedekt, behalve voor de chaufferende werknemer zelf;
- het ervaringsfeit dat de dagelijkse omgang met auto's de gebruiker daarvan licht ertoe zal brengen niet steeds alle voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van ongevallen geraden is;
- het feit dat bij de werknemer geen sprake is geweest van opzet of roekeloosheid.

HR 17.11.1989; NJ 1990, 572; De Kok/Jansen's Schoonmaakbedrijven. Indien geen aansprakelijkheid uit 7:658 BW dan geen schadevergoedingsplicht werkgever

Indien niet is voldaan aan de vereisten van art. 7:658 BW, bestaat geen ruimte voor een schadevergoedingsplicht op grond van redelijkheid en billijkheid dan wel goed werkgeverschap (art. 7:611 BW).

Toerekening

Rechtbank Amsterdam 07 mei 2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:3455 SVI verzekeraar subrogeert, ruime toerekening schending verkeersnorm ook bij SVI

Eiseres is als SVI-verzekeraar gesubrogeerd in het vorderingsrecht van de gedupeerde jegens gedaagde na een lichte botsing. De lichamelijke beperkingen van de gedupeerde zijn langzaam overgegaan in voornamelijk psychische beperkingen. Gedaagde betwist dat de volledige arbeidsongeschiktheid, na het eerste jaar, redelijkerwijs als ongevalsgevolg kan worden aangemerkt. Deze arbeidsongeschiktheid is na het eerste jaar voornamelijk het gevolg van een burn-out na een whiplashtrauma. De rechtbank stelt voorop dat er sprake is van een schending van een verkeersnorm, waarbij sprake is van ruime toerekening. Dat zou slechts anders zijn als de genezing wordt belemmerd door bepaalde omstandigheden van zodanige aard, dat het uitblijven van de genezing niet meer als gevolg van het ongeval kan worden toegerekend. Van dergelijke omstandigheden is in het onderhavige geval echter niet gebleken. De rechtbank acht het ook aannemelijk dat gedupeerde zonder ongeval tot zijn 65e onverkort zou hebben doorgewerkt. Omdat de begroting van de schade voor het overige op zichzelf niet is bestreden, is de hoofdsom toewijsbaar.

Derde aansprakelijk

Rechtbank Limburg 25 juni 2014 ECLI:NL:RBLIM:2014:5612 deelgeschil, zowel materiële als formele werkgever moeten behoorlijke verzekering afsluiten, ook als derde aansprakelijk is

De werkgever gehouden zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van werknemers wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. De omvang van deze verplichting zal van geval van geval nader vastgesteld moeten worden met inachtneming van alle omstandigheden, waarbij in het bijzonder betekenis toekomt aan de bestaande verzekeringsmogelijkheden en de heersende maatschappelijke opvattingen omtrent de vraag voor welke schade een behoorlijke verzekering dekking dient te verlenen. De verzekering behoeft in elk geval geen dekking te verlenen voor schade die het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor zover deze door een tekortkoming schade heeft geleden.
Een schade-uitkering door een andere verzekeraar kan slechts een rol spelen bij het bepalen van de omvang van de uit te keren schadevergoeding.

Formele en materiële werkgever

Rechtbank Limburg 25 juni 2014 ECLI:NL:RBLIM:2014:5612 deelgeschil, zowel materiële als formele werkgever moeten behoorlijke verzekering afsluiten, ook als derde aansprakelijk is

Rb 12 november 2010, BP2572 uitlener en inlener ex art. 7:611 BW aansprakelijk

Het uitzendbureau heeft in strijd gehandeld met de zorgplicht door geen behoorlijke verzekering af te sluiten. 2. De inlener had zich ervan moeten vergewissen dat de ingeleende krachten die in leaseauto's moeste nrijden voldoende verzekerd waren.

Gordel

Hoge Raad 01 februari 2008, BB6175 geen gordel is niet bewust roekeloos

Geen aansprakelijkheid ex 7:658 BW.
“ dat de werkgever uit hoofde van zijn verplichting zich als een goed werkgever te gedragen, gehouden is zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van werknemers wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. De omvang van deze verplichting zal van geval tot geval nader vastgesteld moeten worden met inachtneming van alle omstandigheden.” De verzekering behoeft in elk geval geen dekking te verlenen voor schade die het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
Het niet dragen van de gordel is alleen bewust roekeloos indien werknemer onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk besefte dat hij zich daarvan in verband met de aanmerkelijke kans op verwezenlijking van het daardoor in het leven geroepen gevaar had behoren te onthouden. (vgl. HR 1-2-2008, BB4767)

Niet-werknemer

Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:2855 In omstandigheden ook voor ZZP-er behoorlijke verzekering vereist.

Art. 7:611 BW werkt art. 6:248 BW nader uit wat betreft de beperkende en aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Of de werkgever moet zorgen voor een behoorlijke verzekering is onder meer ervan afhankelijk of de zzp'er ter uitvoering van de opdracht de keuze had om de werkzaamheden in zijn eigen auto uit te voeren, die naar zijn zeggen wel adequaat was verzekerd, of dat hij de instructie had gekregen om bij uitvoering van de werkzaamheden gebruik te maken van de bedrijfsauto. Zonder zo'n instructie is het van belang of hij er van op de hoogte kon zijn dat voor de bedrijfsauto geen inzittendenschadeverzekering was afgesloten.

Ongevallenverzekering volstaat niet

Rechtbank Roermond 16 januari 2013, BY8751 Ongevallenverzekering met dekking € 60.000, geen beroep op latere rechtspraak

Dekking van € 60.000 op ongevallenverzekering is volgens hof in eerdere instantie geen behoorlijke verzekering. Daarom dient de schade te worden vergoed. Gedaagde kan zich niet met succes beroepen op latere rechtspraak van de Hoge Raad.

Opzet en bewuste roekeloosheid

Rb Middelburg, 25 juli 2011 BW2173 werkgever niet aansprakelijk voor schade werknemer ontstaan door roekeloosheid

Duitsland, hoge snelheid door rood en veroorzaakt ongeval met doden. Werknemer stelt werkgever aansprakelijk ex art 7:658 en 7:611 BW. Sprake van bewuste roekeloosheid; prioriteit aan afleveren vis neemt bewustzijn roekeloosheid niet weg (vgl. HR 2 december 2005 LJN: AU3261). Geen aansprakelijkheid wegens het niet afsluiten van een behoorlijke verzekering, omdat bewuste roekeloosheid niet gedekt is. (? CV).

Subrogatie

Rechtbank Amsterdam 07 mei 2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:3455 SVI verzekeraar subrogeert, ruime toerekening schending verkeersnorm ook bij SVI

Buiten verkeer

HR 11 november 2011, JAR 2011, 315 De Rooyse Wissel/Hagens HR 11 november 2011, JAR 2011, 316 TNT/VVijenberg

7:611 geldt niet buiten het verkeer maar blijft uitdrukkelijk beperkt tot deelneming aan het verkeer en strekt zich niet uit tot andere risico's, zoals werken met tbs'ers of het struikelen bij gladheid. Anders zou geldigheid van 7:611 BW in een situatie waarin de werkgever wel zeggenschap kan uitoefenen het stelsel van art. 7:658 BW te vergaand aantasten.

Een behoorlijke verzekering is slechts vereist voor de werknemer die in (het kader van) de uitoefening van de werkzaamheden:
als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raakt bij een verkeersongeval;
als fietser of voetganger betrokken raakt bij een verkeersongeval waarbij een voertuig is betrokken;
als fietser een eenzijdig verkeersongeval overkomt.
Dat hangt in de bovengenoemde gevallen samen met de bijzondere risico's van het wegverkeer.


HR 22 januari 1999, JAR 1999, 44 Stichting Reclassering/S soms ook buiten verkeer is behoorlijke verzekering vereist

Onder bijzondere omstandigheden kan er sprake zijn van aansprakelijkheid op grond van art. 7:611 BW, waarbij kan worden
gedacht aan een, ook voor de werkgever bekend, specifiek en ernstig gevaar.

Verzekerbaarheid


Hof Den Bosch 20 september 2011, BT2751 afsluiten SVI niet mogelijk in 1996

Deskundigenbericht Prof. mr. J.G.C. Kamphuisen, werkgever heeft in 1996 niet haar zorgplicht geschonden door geen behoorlijke verzekering voor hem af te sluiten. Er was geen mogelijkheid om een collectieve SVI af te sluiten. Een individuele SVI was wel mogelijk bij een handvol verzekeraars, maar in die tijd niet gebruikelijk. De autokostenvergoeding was voldoende om zelf een SVI af te sluiten. (vervolg op bewijsopdracht in Hof Den Bosch 15 juni 2010, BM8966).

Woon- werkverkeer

Hof Amsterdam, 04 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:302 verkeersdeelname bij zorg aan huis dient ook verzekerd te zijn.

Oonderweg van cliënt thuiszorg naar huis. Aaan werknemers zijn geen instructie gegeven met het openbaar vervoer te gaan; werkgever had er rekening mee moeten houden dat werknemers met de auto gaan. Ggeen onkostenvergoeding voor de auto zonder invloed. De werkgever was als goed werkgeefster gehouden een behoorlijke verzekering voor ongevallen af te sluiten (zie Rechtbank Amsterdam, 30 maart 2012, BW3642 en Rb Maastricht, 01 december 2010, BO7027 met bewijsopdracht verzekerbaarheid behoorlijke verzekering).

Hof Den Bosch 05 november 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5200 tussen ritten als taxichauffeur naar huis gelijk aan vervoer uit arbeidsovereenkomst

Werknemer mocht naar huis tussen ritten.


 

 

Aansprakelijkheid