Criterium inkomen uit onderneming of overige werkzaamheden


Hof Den Haag 12-05-2006 AZ0310


Als voldoende aannemelijk is gemaakt dat de werkzaamheden in grote mate zelfstandig worden uitgevoerd en dat er een niet te verwaarlozen kans bestaat dat verlies geelden wordt kan, mede gelet op de overige feiten en omstandigheden van het geval, het voordeel uit de werkzaamheden worden aangemerkt als winst uit onderneming.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE
tweede meervoudige belastingkamer
12 mei 2006
nummer BK-04/02412

UITSPRAAK

op het beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] tegen de uitspraak van de Inspecteur, de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Rijnmond, betreffende na te noemen beschikking.

1. Beschikking en bezwaar

1.1 Op 17 juni 2003 heeft de Inspecteur van belanghebbende een verzoek ontvangen als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet IB 2001. Daarop heeft de Inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking van 28 juli 2003 een Verklaring arbeidsrelatie afgegeven waarbij hij heeft beslist dat de voordelen die belanghebbende geniet of zal gaan genieten uit werkzaamheden als afloskapitein worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Deze VAR-beschikking is ingegaan op 11 februari 2003 en was vanaf die datum één jaar geldig.

1.2 Belanghebbende heeft tegen de VAR-beschikking een bezwaarschrift ingediend. De Inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende bij de bestreden uitspraak afgewezen.

2. Loop van het geding

2.1 Belanghebbende is van de bovenvermelde uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van ? 37. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.2 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 31 maart 2006, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

3. Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1 Belanghebbende is geboren op [datum] te [plaats]. Tot 31 december 2001 was hij medevennoot in de V.o.f. X-Y (ouders) aan boord van het ms. A.

3.2 Belanghebbende beschikt over alle papieren die nodig zijn om als kapitein op een binnenvaartschip te mogen varen, zoals een Rijnpatent, een radardiploma, een marifoonpatent, ADNR en een schippersdiploma.

3.3 In het jaar 2002 was belanghebbende als kapitein in loondienst bij B B.V.

3.4 Op 11 februari 2003 heeft belanghebbende zich onder de handelsnaam 'Aflosbedrijf [naam]' als eenmanszaak laten inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor [plaats]. Als bedrijfsomschrijving is daarbij vermeld "het optreden als freelance kapitein/schipper op de binnenvaart".

3.5 Op 11 februari 2003 heeft belanghebbende zich als startende ondernemer bij de Belastingdienst gemeld. Naar aanleiding hiervan heeft de Belastingdienst hem een omzetbelastingnummer gegeven.

3.6 Vanaf 11 februari 2003 heeft belanghebbende in 2003 voor negen opdrachtgevers als afloskapitein in de binnenscheepvaart gewerkt. Een afloskapitein is iemand die zich voor een bepaalde periode, dat wil zeggen enkele uren, dagen of weken, beschikbaar stelt aan scheepvaartondernemingen. De werkzaamheden betreffen het aflossen van de schipper-eigenaar of het completeren van de bemanning als eerste of tweede kapitein. Opdrachtgevers nemen doorgaans telefonisch contact met belanghebbende op. Dat gebeurt op basis van naamsbekendheid of een advertentie op www.vaart.nl. De vergoeding bedraagt momenteel ? 250 à ? 350 per dag, afhankelijk van het soort contract. Er bestaan A-, B- en C-contracten, respectievelijk voor 14, 18 en 24 uur per dag. Het is gebruikelijk dat afspraken worden gemaakt omtrent de tijdstippen waarop het schip van de opstapplaats moet vertrekken en waarop het op een bepaalde bestemming moet arriveren.
Indien belanghebbende een opdracht heeft aanvaard, begeeft hij zich op eigen gelegenheid naar de afgesproken opstapplaats en na beëindiging van de opdracht gaat hij op eigen gelegenheid terug naar huis. Hiervoor krijgt belanghebbende van de opdrachtgever een kostenvergoeding.
Gedurende zijn werkzaamheden als afloskapitein neemt belanghebbende alle nautische taken en verantwoordelijkheden op zich die verbonden zijn aan de status van gezagvoerder van het schip.

3.7 Belanghebbende legt de afspraken met de onderscheidene opdrachtgevers ter zake van de opdrachten niet schriftelijk vast.

3.8 De gefactureerde omzet van belanghebbende in 2003 bedroeg ruim ? 32.000. Andere inkomsten heeft hij niet.

3.9 Er bestaat in het algemeen een kans dat facturen die belanghebbende aan opdrachtgevers uitschrijft niet worden betaald. Dit laatste is belanghebbende echter nog niet overkomen. Het betalingsgedrag van de opdrachtgevers is goed te noemen. De gemachtigde van belanghebbende heeft echter een cliënt die net als belanghebbende afloskapitein is en van wie in een geval facturen niet zijn betaald omdat de opdrachtgever failliet is gegaan.

3.10 Het risico van inkomstenderving ingeval belanghebbende door ziekte een afgesproken opdracht niet uit kan voeren, ligt bij belanghebbende. Ook indien de opdrachtgever een opdracht annuleert, derft belanghebbende inkomsten.

3.11 Belanghebbende heeft als gewetensbezwaarde geen verzekering afgesloten ter dekking van bedrijfsschade of schade uit beroepsaansprakelijkheid.

4. Omschrijving geschil en standpunten van partijen

4.1 Tussen partijen is - nadat de Inspecteur zijn standpunt ter zitting heeft gewijzigd - nog in geschil het antwoord op de vraag of de voordelen, die belanghebbende uit zijn werkzaamheden als afloskapitein op de binnenvaart geniet, zijn aan te merken als winst uit onderneming (het primaire standpunt van belanghebbende en het subsidiare standpunt van de Inspecteur) of als resultaat uit overige werkzaamheden (het primaire standpunt van de Inspecteur en het subsidiaire standpunt van belanghebbende).

4.2 Voor de gronden waarop partijen hun standpunten doen steunen, verwijst het Hof naar de gedingstukken.

5. Overwegingen omtrent het geschil

5.1 Het Hof acht het aannemelijk dat belanghebbende zijn werkzaamheden als afloskapitein geheel zelfstandig verricht. Immers neemt belanghebbende alle nautische taken en verantwoordelijkheden op zich die verbonden zijn aan de status van gezagvoerder van het schip van zijn opdrachtgever. Verder is hij jegens de opdrachtgever verantwoordelijk dat het schip op tijd op de afgesproken bestemming arriveert.

5.2 Belanghebbende heeft genoegzaam aannemelijk gemaakt dat er een risico bestaat dat hij verlies lijdt. Hij [loopt] debiteurenrisico en ter zitting heeft zijn gemachtigde onweersproken en op zichzelf geloofwaardig gesteld dat belanghebbende zelf rechtstreeks aansprakelijk is voor schade door beroepsfouten, ook in civielrechtelijk opzicht. Ook kan in dergelijke gevallen de opdrachtgever die daardoor schade lijdt zich op belanghebbende verhalen.

5.3 De Inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat de genoemde risico's in het geval van belanghebbende te verwaarlozen zijn en geen 'volwaardig' ondernemersrisico behelzen. Hij leidt dat af uit de deskundigheid waarvoor belanghebbende bekend staat, de hoogte van de bedongen vergoeding per dag en uit het feit dat belanghebbende niet tegen dergelijke risico's verzekerd is. Hiermee heeft de Inspecteur zijn standpunt echter onvoldoende gemotiveerd en gestaafd om het bestaan van die risico's als verwaarloosbaar of onwerkelijk aan te merken.

5.4 Het vorenoverwogene leidt het Hof tot de slotsom dat belanghebbende tegenover de betwisting van de Inspecteur voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn werkzaamheden als afloskapitein op de binnenscheepvaart in grote mate zelfstandig uitvoert en dat er een niet te verwaarlozen kans bestaat dat hij verlies lijdt. Gelet ook op de overige feiten en omstandigheden van het geval kan het voordeel uit de werkzaamheden als afloskapitein worden aangemerkt als winst uit onderneming.

5.5 Het beroep is gegrond, zodat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven. Omtrent de beschikking beslist het Hof als hierna vermeld.

6. Proceskosten en griffierecht

6.1 Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Het Hof stelt deze kosten, op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, vast op ? 966 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (2 punten à ? 322 x 1,5 (gewicht van de zaak)).

6.2 Voorts dient het voor deze zaak gestorte griffierecht aan belanghebbende te worden vergoed.

7. Beslissing

Het Gerechtshof
- verklaart het beroep gegrond,
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep,
- wijzigt de beschikking aldus dat de voordelen, die belanghebbende als afloskapitein geniet of zal gaan genieten, worden aangemerkt als winst uit onderneming,
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op ? 966, en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden,
- gelast die rechtspersoon het voor deze zaak gestorte griffierecht van ? 37 aan belanghebbende te vergoeden.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. Sanders, Tromp en Beelen. De beslissing is op 12 mei 2006 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

(Van den Bogerd)

(Sanders)

aangetekend aan
partijen verzonden: 19 mei 2006

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.
Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.