coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
1
I
(Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)
VERORDENING (EG) Nr. 883/2004 VAN HET EUROPEES PARLEMENT
EN DE RAAD
van 29 april 2004
betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
(voor de EER en Zwitserland relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 42
en 308,
Gezien het voorstel van de Commissie, ingediend na raadpleging van de sociale partners en de
Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers, 1
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, 2
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag3,
1 PB C 38, 12.2.1999, blz. 10 en PB C … (gewijzigd voorstel).
2 PB C 75, 15.03.2000, blz. 29.
3 Advies van het Europees Parlement van 3 september 2003 (nog niet verschenen in het
Publicatieblad). Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 26 januari 2004 (PB C 79 E
van 30.3.2004, blz. 15) en standpunt van het Europees Parlement van 20 april 2004 (nog niet
verschenen in het Publicatieblad). Besluit van de Raad van 26 april 2004.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
2
Overwegende hetgeen volgt:
1. De voorschriften ter coördinatie van de nationale socialezekerheidsstelsels behoren tot de
regelingen betreffende het vrije verkeer van personen en moeten bijdragen aan de verhoging
van de levensstandaard en de verbetering van de arbeidsomstandigheden.
2. In het Verdrag zijn geen andere bevoegdheden opgenomen dan die waarin artikel 308 voorziet
om passende maatregelen te nemen op het gebied van de sociale zekerheid voor anders dan in
loondienst werkende personen.
3. Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van
de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden,
die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen 1 is diverse keren gewijzigd en bijgewerkt, om
rekening te houden met de ontwikkelingen op communautair niveau, waaronder de uitspraken
van het Hof van Justitie, en daarnaast met de wijzigingen in de nationale wetgevingen; mede
als gevolg daarvan zijn de coördinatievoorschriften van de Gemeenschap complex en lang
geworden; het is derhalve essentieel deze voorschriften te vervangen, en tegelijk te moderniseren
en te vereenvoudigen, om de doelstelling van het vrije verkeer van personen te bereiken.
4. Het is noodzakelijk dat de eigen kenmerken van de nationale socialezekerheidswetgevingen
worden gerespecteerd en er enkel een coördinatiemethode wordt uitgewerkt.
5. Het is noodzakelijk, dat in het kader van deze coördinatie wordt gegarandeerd dat alle
betrokkenen binnen de Gemeenschap krachtens de verschillende nationale wetgevingen
gelijke behandeling genieten.
1 PB L 149, 5.7.1971, blz. 2. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)
nr. 1386/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB. L 187 van 10.7.2001, blz.1).
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
3
6. De nauwe band tussen de socialezekerheidswetgeving en de contractuele bepalingen die deze
wetgeving aanvullen of vervangen, en die door een besluit van de overheid verplicht zijn
gemaakt dan wel een ruimere werkingssfeer hebben gekregen, kan ten aanzien van de
toepassing van die contractuele bepalingen een soortgelijke bescherming noodzakelijk maken
als die welke door de verordening wordt geboden. Als eerste stap in die richting zouden de
ervaringen kunnen worden geëvalueerd van de lidstaten die van dergelijke regelingen kennis
hebben gegeven.
7. Gezien de grote verschillen tussen de nationale wetgevingen voor wat betreft de personele
werkingssfeer verdient het de voorkeur uit te gaan van het beginsel dat deze verordening van
toepassing is op personen die onderdaan van een lidstaat zijn, staatlozen en vluchtelingen die
op het grondgebied van een lidstaat verblijven, en op wie de socialezekerheidswetgeving van
een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun
nabestaanden.
8. Het algemene beginsel van gelijke behandeling is bijzonder belangrijk voor werknemers die
niet in de lidstaat wonen waar zij werken, waaronder grensarbeiders.
9. Het Hof van Justitie heeft meermalen advies gegeven over de mogelijkheid van gelijke
behandeling van uitkeringen, inkomsten en feiten. Dit beginsel moet uitdrukkelijk worden
aangenomen en nader ontwikkeld, waarbij de inhoud en de geest van rechterlijke vonnissen in
acht moet worden genomen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
4
10. Het beginsel dat bepaalde feiten of gebeurtenissen die zich op het grondgebied van een andere
lidstaat voordoen, worden behandeld alsof zij zich hebben voorgedaan op het grondgebied
van de lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing is, mag evenwel geen invloed hebben op
het beginsel dat tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst , van werkzaamheden
anders dan in loondienst , of van wonen die zijn vervuld op grond van de wetgeving
van een andere lidstaat, worden samengeteld met de tijdvakken die zijn vervuld op
grond van de wetgeving van de bevoegde lidstaat. Op grond van de wetgeving van in een
andere lidstaat vervulde tijdvakken mogen derhalve alleen in aanmerking worden genomen
door toepassing van het beginsel van samentelling van tijdvakken, etc.
11. De gelijkstelling van feiten of gebeurtenissen die zich in een lidstaat voordoen kan in geen
geval tot gevolg hebben dat een andere lidstaat bevoegd is, of dat diens wetgeving van
toepassing wordt.
12. Ten behoeve van de evenredigheid moet ervoor worden gezorgd dat het beginsel van gelijkstelling
van feiten of gebeurtenissen niet tot objectief ongerechtvaardigde resultaten leidt,
noch tot samenloop van prestaties van dezelfde aard tijdens hetzelfde tijdvak.
13. De coördinatievoorschriften moeten garanderen dat personen die zich binnen de Gemeenschap
verplaatsen, alsmede hun rechthebbenden en nabestaanden de verworven en in wording
zijnde rechten en voordelen behouden.
14. Deze doeleinden moeten met name bereikt worden door het samentellen van alle tijdvakken
die door de verschillende nationale wetgevingen in aanmerking worden genomen voor het
verkrijgen en behouden van het recht op prestaties en voor de berekening daarvan, alsmede
door het verlenen van prestaties aan de verschillende onder de verordening vallende
categorieën van personen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
5
15. Het is noodzakelijk dat personen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen aan de
wetgeving van een enkele lidstaat onderworpen zijn, om de samenloop van toepasbare
nationale wetgevingen en de verwikkelingen die daaruit ontstaan, te vermijden.
16. Het is binnen de Gemeenschap in principe niet gerechtvaardigd dat socialezekerheidsrechten
afhankelijk gesteld worden van de woonplaats van de betrokkene; in specifieke gevallen, met
name voor bijzondere prestaties die verband houden met de economische en sociale omstandigheden
van de betrokkene, zou echter diens woonplaats in aanmerking genomen kunnen
worden.
17. Om gelijke behandeling van alle personen die op het grondgebied van een lidstaat werken zo
goed mogelijk te garanderen, dient als algemene regel de wetgeving van de lidstaat op het
grondgebied waarvan de betrokkene zijn werkzaamheden, al dan niet in loondienst, verricht
als toepasselijke wetgeving te worden aangewezen.
18. In specifieke situaties die een ander toepassingscriterium rechtvaardigen, is het nodig van
deze algemene regel af te wijken.
19. In sommige gevallen kunnen de moeder of de vader aanspraak maken op moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, en aangezien uitkeringen aan de vader
verschillen van ouderschapsuitkeringen en gelijkgesteld kunnen worden met moederschapsuitkeringen
stricto sensu - aangezien zij worden uitgekeerd tijdens de eerste levensmaanden
van een pasgeborene - is het opportuun voor moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen
een gezamenlijke regeling te treffen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
6
20. Wat betreft prestaties bij ziekte en uitkeringen bij moederschap of daarmee gelijkgesteld
vaderschap, is het noodzakelijk aan verzekerden en hun gezinsleden die in een andere dan de
bevoegde lidstaat wonen of verblijven, bescherming te garanderen.
21. Bepalingen met betrekking tot prestaties bijziekte en uitkeringen bij moederschap of daarmee
gelijkgesteld vaderschap zijn opgesteld in het licht van de jurisprudentie van het Hof van
Justitie; de bepalingen inzake toestemming vooraf zijn verbeterd, rekening houdend met de
desbetreffende uitspraken van het Hof van Justitie.
22. De specifieke situatie van de aanvragers van en rechthebbenden op pensioenen en hun
gezinsleden maakt aangepaste ziekteverzekeringsbepalingen noodzakelijk.
23. Gezien de verschillen tussen de diverse nationale stelsels, wordt het passend geacht dat de
lidstaten er, indien mogelijk, voor zorgen dat gezinsleden van grensarbeiders geneeskundige
behandeling kunnen krijgen in de lidstaat waar laatstgenoemden hun werkzaamheden
verrichten.
24. Het is noodzakelijk specifieke bepalingen vast te stellen ter voorkoming van samenloop van
verstrekkingen en uitkeringen bij ziekte van dezelfde aard als die welke worden bestreken
door de arresten van het Hof van Justitie in de zaken C-215/99, Jauch en C-160/96,
Molenaar, voorzover die verstrekkingen en uitkeringen hetzelfde risico dekken.
25. Wat betreft prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten is het belangrijk om de situatie
te regelen van personen die wonen of verblijven in een andere dan de bevoegde lidstaat, teneinde
hun een bescherming te garanderen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
7
26. Voor uitkeringen bij invaliditeit moet een coördinatiemethode worden uitgewerkt waarbij
rekening wordt gehouden met de eigen kenmerken van de nationale wetgevingen, met name
ten aanzien van de vaststelling van de invaliditeit en de toeneming daarvan.
27. Het is noodzakelijk, dat voor de toekenning van uitkeringen bij ouderdom en aan nabestaanden
een methode wordt uitgewerkt voor de gevallen waarin de betrokkene onderworpen was
aan de wetgeving van één of meer lidstaten.
28. Er moet een volgens de samentellings- en proratiseringsmethode berekend en door het
Gemeenschapsrecht gegarandeerd pensioenbedrag worden vastgesteld, indien de toepassing
van de nationale wetgeving alleen, met inbegrip van de voorschriften inzake vermindering,
schorsing of intrekking, minder gunstig is dan de toepassing van de hiervoor bedoelde
methode.
29. Ter bescherming van de migrerende werknemers en hun nabestaanden tegen een te strikte
toepassing van de nationale voorschriften inzake vermindering, schorsing of intrekking,
moeten in de verordening bepalingen worden opgenomen op grond waarvan de toepassing
van deze nationale voorschriften aan strenge voorwaarden wordt onderworpen.
30. Zoals steeds is bevestigd door het Hof van Justitie, wordt de Raad niet bevoegd geacht voorschriften
vast te stellen waarbij een beperking wordt opgelegd op de samenloop van twee of
meer in verschillende lidstaten opgebouwde pensioenen, door een verlaging van het bedrag
van een pensioen dat uitsluitend volgens de nationale wetgeving is opgebouwd.
31. Volgens het Hof van Justitie is het aan de nationale wetgever om dergelijke voorschriften vast
te stellen, met dien verstande dat het tot de bevoegdheden van de communautaire wetgever
behoort de grenzen vast te stellen waarbinnen de nationale voorschriften betreffende
verlaging, opschorting of intrekking moeten worden toegepast.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
8
32. Teneinde de mobiliteit van werknemers te bevorderen, is het met name aangewezen om het
zoeken naar werk in de verschillende lidstaten te vergemakkelijken; het is derhalve nodig tot
de een volledigere en effectievere coördinatie tussen de regelingen inzake werkloosheidsverzekering
en de diensten voor arbeidsvoorziening van alle lidstaten te komen.
33. De wettelijke stelsels voor vervroegde uittreding moeten in het toepassingsgebied van deze
verordening worden opgenomen, zodat de gelijke behandeling en de mogelijkheid tot export
van de uitkeringen bij vervroegde uittreding, evenals de toekenning van gezinsbijslagen, en
ziektekostenverstrekkingen aan de betrokkenen worden gewaarborgd overeenkomstig de
bepalingen van deze verordening; aangezien de wettelijke stelsels voor vervroegde uittreding
slechts in een zeer beperkt aantal lidstaten bestaan, is het evenwel raadzaam om de regel van
de samentelling van de tijdvakken uit te sluiten voor het verkrijgen van het recht op deze
uitkeringen.
34. Gelet op het feit dat gezinsbijslagen een zeer ruim bereik hebben, en bescherming bieden bij
zowel meer klassieke als specifieke situaties, en dat over die laatste arresten bestaan van het
Hof van Justitie (in de gevoegde zaken C-245/94 en C-312/94, Ingrid Hoever en in zaak
C-275/96, Anne Kuusijärvi), dient voor alle gezinsbijslagen in een regeling te worden
voorzien.
35. Teneinde een niet-gerechtvaardigde samenloop van uitkeringen te vermijden, is het nodig
voorrangsregels vast te leggen voor de gevallen van samenloop van rechten op gezinsbijslagen
op grond van de wetgeving van de bevoegde lidstaat en op grond van de wetgeving
van de lidstaat waar de gezinsleden wonen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
9
36. Voorschotten op onderhoudsbijdragen zijn voorschotten die uitgekeerd worden als een ouder
niet kan voldoen aan de uit het familierecht voortvloeiende verplichting om zijn eigen kind te
onderhouden. Derhalve moeten die voorschotten niet beschouwd worden als rechtstreekse
bijdragen uit collectieve middelen ten behoeve van gezinnen. Vanwege die kenmerken
moeten de coördinatieregels niet op onderhoudsbijdragen worden toegepast.
37. Zoals het Hof van Justitie herhaaldelijk heeft gesteld, dienen voorschriften die afwijken van
het beginsel van de exporteerbaarheid van socialezekerheidsprestaties strikt te worden
uitgelegd. Dat betekent dat ze alleen van toepassing kunnen zijn op prestaties die aan de
gespecificeerde voorwaarden voldoen. Daaruit volgt dat hoofdstuk 9 van titel III van deze
verordening alleen van toepassing kan zijn op prestaties van bijzondere aard die niet op
premie- of bijdragebetaling berusten en zijn vermeld in bijlage X bij deze verordening.
38. Het is noodzakelijk een Administratieve Commissie op te richten, die samengesteld is uit een
regeringsvertegenwoordiger van elk van de lidstaten, en die met name tot taak heeft alle
vraagstukken van administratieve of interpretatieve aard, voortvloeiende uit de bepalingen
van deze verordening, te behandelen en de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen.
39. In verband met ontwikkeling en het gebruik van gegevensverwerkingsdiensten voor
gegevensuitwisseling is het nodig gebleken om een technische commissie op te richten die
onder de bevoegdheid van de Administratieve Commissie valt en die specifieke bevoegdheden
heeft op het gebied van de gegevensverwerking.
40. Het gebruik van gegevensverwerkingsdiensten voor de gegevensuitwisseling tussen de
organen vereist bepalingen die waarborgen dat de op elektronische wijze uitgewisselde of
afgegeven documenten op dezelfde wijze worden geaccepteerd als papieren documenten.
Deze uitwisseling vindt plaats met inachtneming van de communautaire voorschriften op het
gebied van de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking en het
vrije verkeer van persoonsgegevens.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
10
41. Het is noodzakelijk dat bijzondere bepalingen worden vastgesteld die in overeenstemming
zijn met de specifieke kenmerken van de nationale wetgevingen, teneinde de toepassing van
de coördinatievoorschriften te vergemakkelijken.
42. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, uitgaande van de veronderstelling dat de
verordening tot alle Europese onderdanen wordt uitgebreid en met het oog op het vinden van
een oplossing waarbij rekening wordt gehouden met eventuele beperkingen in verband met de
bijzondere kenmerken van op de woonplaats gebaseerde stelsels, werd een bijzondere
afwijking middels de toevoeging van een bijlage XI - "DENEMARKEN", beperkt tot recht op
een socialezekerheidspensioen, uitsluitend voor de nieuwe categorie niet-actieve personen
waartoe deze verordening is uitgebreid, passend geacht vanwege de bijzondere kenmerken
van het Deense stelsel en gezien het feit dat die pensioenen volgens de vigerende Deense wetgeving
(Pensioenwet) exporteerbaar zijn na een verblijf van tien jaar.
43. Overeenkomstig het beginsel van gelijke behandeling wordt een bijzondere afwijking middels
de toevoeging van een bijlage XI - "FINLAND", beperkt tot op de woonplaats gebaseerde
nationale pensioenen, passend geacht vanwege de bijzondere kenmerken van de Finse wetgeving
inzake sociale zekerheid, die ertoe strekt te waarborgen dat het bedrag van het nationale
pensioen niet lager is dan het bedrag van het nationale pensioen waarvan de berekening
stoelt op de hypothese dat alle, in enige lidstaat vervulde, tijdvakken van verzekering in
Finland zouden zijn vervuld.
44. Hoewel bij de invoering van een nieuwe verordening, Verordening (EEG) nr. 1408/71 moet
worden ingetrokken, is het ter wille van de rechtszekerheid noodzakelijk dat Verordening
(EEG) nr. 1408/71 van kracht blijft en dat de rechtsgevolgen ervan gehandhaafd blijven voor
bepaalde communautaire besluiten en overeenkomsten waarbij de Europese Gemeenschap
partij is.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
11
45. Aangezien de doelstelling van het voorgenomen optreden, namelijk coördinerende maatregelen
om te waarborgen dat het recht van vrij verkeer van personen daadwerkelijk kan
worden uitgeoefend, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve,
wegens de omvang en de gevolgen van dit optreden, beter op communautair niveau kan
worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen treffen , overeenkomstig het
subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel
van dat artikel gaat deze verordening niet verder dan hetgeen noodzakelijk is
voor het bereiken van deze doelstelling,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze verordening:
a) worden onder "werkzaamheden in loondienst" verstaan werkzaamheden of daarmee gelijkgestelde situaties die als zodanig worden beschouwd voor de toepassing van de socialezekerheidswetgeving van de lidstaat waar die werkzaamheden worden verricht, of waar die gelijkgestelde situaties zich voordoen;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
12
b) worden onder "werkzaamheden anders dan in loondienst" verstaan werkzaamheden of daarmee gelijkgestelde situaties die als zodanig worden beschouwd voor de toepassing van de
socialezekerheidswetgeving van de lidstaat waar die werkzaamheden worden verricht, of waar
die gelijkgestelde situaties zich voordoen;
c) wordt onder "verzekerde", ten aanzien van de onder titel III, hoofdstukken 1 en 3, vallende
takken van sociale zekerheid, verstaan iedere persoon die voldoet aan de voorwaarden die
voor het recht op prestaties worden gesteld door de wetgeving van de uit hoofde van titel II
bevoegde lidstaat, met inachtneming van de bepalingen van deze verordening;
d) wordt onder "ambtenaar" verstaan de persoon die door de lidstaat waaronder de dienst waarbij hij werkzaam is, ressorteert, wordt beschouwd als ambtenaar of daarmee gelijkgestelde persoon;
e) wordt onder "bijzonder stelsel voor ambtenaren" verstaan elk stelsel van sociale zekerheid
dat verschilt van het algemeen stelsel van sociale zekerheid dat van toepassing is op werknemers in de betreffende lidstaat en waaraan alle, of bepaalde categorieën van, ambtenaren rechtstreeks onderworpen zijn;
f) wordt onder "grensarbeider" verstaan eenieder die werkzaamheden al dan niet in loondienst
verricht in een lidstaat maar die woont in een andere lidstaat, waarnaar hij in beginsel
dagelijks of ten minste eenmaal per week terugkeert;
g) heeft de term "vluchteling" de betekenis welke daaraan wordt toegekend in artikel 1 van het op 28 juli 1951 te Genève ondertekende Verdrag betreffende de status van vluchtelingen;
h) heeft de term "staatloze" de betekenis welke daaraan wordt toegekend in artikel 1 van het op 28 september 1954 te New York ondertekende Verdrag betreffende de status van staatlozen;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
13
i) wordt onder "gezinslid" verstaan:
(1) i) een ieder die als gezinslid wordt aangemerkt of erkend of als huisgenoot wordt
aangeduid door de wetgeving krachtens welke de prestaties worden verleend;
ii) wat betreft verstrekkingen overeenkomstig titel III, hoofdstuk 1 inzake prestaties
bij ziekte, en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen,
een ieder die als gezinslid wordt aangemerkt of erkend dan wel als huisgenoot
wordt aangemerkt krachtens de wetgeving van de lidstaat waar de betrokkene
woont.
(2) Indien in de krachtens onderdeel 1 toepasselijke wetgeving van een lidstaat geen onderscheid
wordt gemaakt tussen gezinsleden en de overige personen op wie deze wetgeving
van toepassing is, worden de echtgeno(o)t(e), de minderjarige kinderen en de
meerderjarige kinderen die recht op onderhoud hebben, als gezinsleden beschouwd.
(3) Indien een persoon volgens de onderdelen 1 en 2 toepasselijke wetgeving slechts als
gezinslid of huisgenoot wordt beschouwd wanneer hij bij de verzekerde of de gepensioneerde
inwoont, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan indien de betrokkene
in hoofdzaak op kosten van de verzekerde of de gepensioneerde wordt onderhouden;
j) wordt onder "woonplaats" verstaan de plaats waar een persoon pleegt te wonen;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
14
k) wordt onder "verblijfplaats" verstaan de tijdelijke verblijfplaats;
l) wordt ten aanzien van elke lidstaat onder "wetgeving" verstaan de wetten, regelingen,
statutaire bepalingen en alle andere uitvoeringsmaatregelen die betrekking hebben op de in
artikel 3, lid 1, bedoelde takken van sociale zekerheid;
Contractuele bepalingen vallen niet onder deze term. Wel blijft de term gelden voor contractuele
bepalingen die een verzekeringsplicht instellen die is afgeleid van de in de eerste zin
bedoelde wetten of regelingen die bij een besluit van het bevoegde overheidsorgaan algemeen
verbindend zijn verklaard, dan wel een ruimere werkingssfeer hebben gekregen, mits de
betrokken lidstaat een verklaring in die zin opstelt waarvan hij de voorzitter van het Europees
Parlement en de voorzitter van de Raad van de Europese Unie in kennis stelt. Deze verklaring
wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie;
m) wordt ten aanzien van elke lidstaat onder "bevoegde autoriteit" verstaan de minister of ministers,
dan wel een andere, vergelijkbare autoriteit, onder wie in de gehele betrokken staat of in
een deel daarvan de regelingen inzake sociale zekerheid ressorteren;
n) wordt onder "Administratieve Commissie" verstaan de commissie bedoeld in artikel 71;
o) wordt onder "Toepassingsverordening" verstaan de verordening bedoeld in artikel 89;
p) wordt ten aanzien van elke lidstaat onder "orgaan" verstaan het lichaam dat of de autoriteit die
belast is met de uitvoering van de gehele wetgeving of een deel daarvan;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
15
q) wordt onder "bevoegd orgaan" verstaan:
i) het orgaan waarbij de betrokkene is verzekerd op het tijdstip waarop hij om prestaties
verzoekt, of
ii) het orgaan ten opzichte waarvan de betrokkene aanspraak op prestaties heeft of zou
hebben, indien hij of een of meer van zijn gezinsleden zouden wonen in de lidstaat waar
dit orgaan zich bevindt, of
iii) het door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat aangewezen orgaan, of
iv) indien het een regeling betreft inzake de verplichtingen van de werkgever ten aanzien
van de in artikel 3, lid 1, bedoelde prestaties, de werkgever of de betrokken verzekeraar,
dan wel bij ontstentenis van dezen, het lichaam dat of de autoriteit die door de bevoegde
autoriteit van de betrokken lidstaat is aangewezen;
r) worden onder "orgaan van de woonplaats" en "orgaan van de verblijfplaats" verstaan, het
orgaan dat ter plaatse waar de betrokkene woont, bevoegd is de prestaties te verlenen, respectievelijk
het orgaan dat ter plaatse waar de betrokkene verblijft, bevoegd is de prestaties te
verlenen, volgens de wetgeving die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig
orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat aangewezen
orgaan;
s) wordt onder "bevoegde lidstaat" verstaan de lidstaat waar het bevoegde orgaan zich bevindt;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
16
t) worden onder "tijdvakken van verzekering" verstaan de tijdvakken van premie- of bijdragebetaling,
van werkzaamheden in loondienst of van anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden,
die als tijdvakken van verzekering worden omschreven of aangemerkt op grond
van de wetgeving waaronder zij zijn vervuld, of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle
met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voorzover zij door die wetgeving als gelijkgesteld
met tijdvakken van verzekering zijn erkend;
u) worden onder "tijdvakken van werkzaamheden in loondienst" en "tijdvakken van anders dan
in loondienst verrichte werkzaamheden" verstaan de tijdvakken die als zodanig worden
omschreven of aangemerkt op grond van de wetgeving waaronder zij zijn vervuld, alsmede
alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voorzover zij door die wetgeving als
gelijkgesteld met tijdvakken van werkzaamheden in loondienst of met tijdvakken van anders
dan in loondienst verrichte werkzaamheden zijn erkend;
v) worden onder "tijdvakken van wonen" verstaan de tijdvakken die als zodanig worden
omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving waaronder zij zijn vervuld, of geacht
worden te zijn vervuld;
w) omvat de term "pensioen" tevens renten, als afkoopsom uitgekeerde bedragen die in de plaats
daarvan kunnen treden en terugstortingen van premies of bijdragen, alsmede, behoudens het
bepaalde in titel III, verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau of
aanvullende uitkeringen;
x) worden onder "uitkeringen bij vervroegde uittreding" verstaan:
alle uitkeringen, met uitzondering van een werkloosheidsuitkering en een vervroegde
ouderdomsuitkering, die vanaf een bepaalde leeftijd worden verstrekt aan de werknemer die zijn
beroepsactiviteiten heeft verminderd, beëindigd of opgeschort, tot de leeftijd waarop hij recht
heeft op een ouderdomspensioen of een vervroegd ouderdomspensioen en waaraan niet de
voorwaarde verbonden is dat de rechthebbende zich ter beschikking stelt van de arbeidsvoorzieningsdiensten
van de bevoegde lidstaat; onder een "vervroegde ouderdomsprestatie"
wordt verstaan een prestatie die wordt verstrekt voordat de leeftijd is bereikt die normaliter geldt
voor het recht op pensioen en die bij het bereiken van die leeftijd wordt doorbetaald of door een
andere ouderdomsprestatie wordt vervangen;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
17
y) wordt onder "overlijdensuitkering" verstaan een bedrag ineens dat bij overlijden wordt uitgekeerd,
met uitzondering van de onder w) bedoelde bedragen die als afkoopsom worden
uitgekeerd;
z worden onder "gezinsbijslagen" verstaan alle verstrekkingen en uitkeringen ter tegemoetkoming
van de gezinslasten, met uitzondering van voorschotten op onderhoudsbijdragen, en
de in bijlage I vermelde bijzondere uitkeringen bij geboorte of adoptie.
Artikel 2
Personele werkingssfeer
1. Deze verordening is van toepassing op onderdanen van een lidstaat, staatlozen en
vluchtelingen, die in een van de lidstaten wonen, en op wie de wetgeving van een of meer
lidstaten van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nabestaanden.
2. Tevens is deze verordening van toepassing op de nabestaanden van de personen op wie de
wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is geweest, ongeacht de nationaliteit van
die personen, indien hun nabestaanden onderdanen van één van de lidstaten, staatlozen of
vluchtelingen zijn die in één van de lidstaten wonen.
Artikel 3
Materiële werkingssfeer
1. Deze verordening is van toepassing op alle wetgeving betreffende de volgende takken van
sociale zekerheid:
a) prestaties bij ziekte;
b) moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
18
c) uitkeringen bij invaliditeit;
d) uitkeringen bij ouderdom;
e) uitkeringen aan nabestaanden;
f) prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten;
g) uitkeringen bij overlijden;
h) uitkeringen bij werkloosheid;
i) uitkeringen bij vervroegde uittreding;
j) gezinsbijslagen.
2. Tenzij in bijlage XI anders is bepaald, is deze verordening van toepassing op de algemene en
bijzondere stelsels van sociale zekerheid, al dan niet op premie- of bijdragebetaling berustend,
alsmede op de stelsels betreffende de verplichtingen van een werkgever of een reder.
3. Deze verordening is tevens van toepassing op bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling
berustende prestaties, als bedoeld in artikel 70.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
19
4. Titel III laat de wettelijke voorschriften van een lidstaat met betrekking tot de verplichtingen
van de reder onverlet.
5. Deze verordening is niet van toepassing op sociale en medische bijstand en evenmin op de
regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of de gevolgen
daarvan.
Artikel 4
Gelijke behandeling
Tenzij in deze verordening anders is bepaald hebben personen op wie de bepalingen van deze
verordening van toepassing zijn, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van
elke lidstaat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat.
Artikel 5
Gelijkstelling van prestaties, inkomsten , feiten en gebeurtenissen
Tenzij in deze verordening anders is bepaald en rekening houdend met de bijzondere uitvoeringsbepalingen,
geldt het volgende:
a) indien de wetgeving van de bevoegde lidstaat bepaalde rechtsgevolgen toekent aan socialezekerheidsprestaties
of andere inkomsten, zijn de betreffende bepalingen van die wetgeving
ook van toepassing op gelijkgestelde prestaties die krachtens de wetgeving van een andere lidstaat
toegekend zijn alsmede op de inkomsten die in een andere lidstaat verworven zijn;
b) indien de wetgeving van de bevoegde lidstaat rechtsgevolgen toekent aan bepaalde feiten of
gebeurtenissen, houdt die lidstaat rekening met soortgelijke feiten of gebeurtenissen die zich
in een andere lidstaat voordoen alsof zij zich op het eigen grondgebied hebben voorgedaan.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
20
Artikel 6
Samentelling van tijdvakken
Tenzij in deze verordening anders is bepaald, houdt het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan
de wetgeving
- het verkrijgen, het behoud, de duur of het herstel van het recht op prestaties,
- de toepassing van een wetgeving, of
- de toegang tot of de ontheffing van de verplichte, vrijwillig voortgezette of vrijwillige verzekering,
afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst,
van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen, voorzover nodig, rekening met
de overeenkomstig de wetgeving van een andere lidstaat vervulde tijdvakken van verzekering, van
werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen, alsof
die tijdvakken overeenkomstig de door dat orgaan toegepaste wetgeving zijn vervuld.
Artikel 7
Opheffing van de regels inzake de woonplaats
Tenzij in deze verordening anders is bepaald, kunnen de uitkeringen verschuldigd op grond van de
wetgeving van een of meer lidstaten of op grond van deze verordening, niet worden verminderd,
gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende
of de leden van zijn gezin in een andere lidstaat wonen dan die waar zich het orgaan bevindt dat
deze uitkering verschuldigd is.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
21
Artikel 8
Verhouding tussen deze verordening en andere coördinatie-instrumenten
1. Deze verordening treedt, binnen haar werkingssfeer, in de plaats van verdragen inzake sociale
zekerheid die tussen de lidstaten van toepassing zijn. Niettemin blijven bepaalde bepalingen
van verdragen die lidstaten vóór deze verordening van toepassing wordt, hebben gesloten, van
toepassing, wanneer zij gunstiger zijn voor de rechthebbenden of indien zij voortvloeien uit
specifieke historische omstandigheden en een in de tijd beperkt effect hebben. Om van kracht
te blijven moeten die bepalingen in bijlage II worden vermeld. Indien het op objectieve
gronden eventueel mogelijk is enkele van deze bepalingen uit te breiden tot alle personen
waarop de verordening van toepassing is, dan wordt dit aangegeven.
2. Twee of meer lidstaten kunnen zo nodig onderlinge verdragen sluiten die berusten op de
beginselen van deze verordening en die in overeenstemming zijn met de geest ervan.
Artikel 9
Verklaringen van de lidstaten over de werkingssfeer van deze verordening
1. De lidstaten stellen de Commissie schriftelijk in kennis van verklaringen als bedoeld in
artikel 1, onder l), van wetgeving en regelingen als bedoeld in artikel 3, van verdragen als
bedoeld in artikel 8, lid 2, en van minimumprestaties als bedoeld in artikel 58 en van
inhoudelijke wijzigingen die later worden aangebracht. De datum van inwerkingtreding van
de betrokken wetten en regelingen of, in het geval van de in artikel 1, onder l), bedoelde
verklaringen, de datum met ingang waarvan deze verordening van toepassing is op de in de
verklaringen van de lidstaten genoemde regelingen, worden in de kennisgevingen vermeld.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
22
2. Deze kennisgevingen worden jaarlijks aan de Commissie verstrekt en bekendgemaakt in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 10
Voorkoming van samenloop van prestaties
Tenzij anders bepaald, kan krachtens deze verordening geen recht worden verkregen of behouden
op verscheidene prestaties van dezelfde aard die betrekking hebben op eenzelfde tijdvak van
verplichte verzekering.
TITEL II
VASTSTELLING VAN DE TOEPASSELIJKE WETGEVING
Artikel 11
Algemene regels
1. Degenen op wie deze verordening van toepassing is, zijn slechts aan de wetgeving van één
lidstaat onderworpen. Welke die wetgeving is, wordt overeenkomstig deze titel vastgesteld.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
23
2. Voor de toepassing van deze titel worden de personen die een uitkering ontvangen omdat of
als gevolg van het feit dat zij een werkzaamheid uitvoeren in loondienst of een werkzaamheid
anders dan in loondienst, beschouwd als personen die die werkzaamheid verrichten. Deze
regel geldt niet voor uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of aan nabestaanden, prestaties in
verband met arbeidsongevallen en beroepsziekten, of prestaties bij ziekte voor behandeling
voor onbepaalde tijd.
3. Behoudens de artikelen 12 tot en met 16:
a) geldt voor degene die werkzaamheden al dan niet in loondienst verricht in een lidstaat,
de wetgeving van die lidstaat;
b) geldt voor ambtenaren de wetgeving van de lidstaat waaronder de dienst waarbij zij
werkzaam zijn, ressorteert;
c) geldt voor degene die een werkloosheidsuitkering ontvangt overeenkomstig artikel 65
volgens de wetgeving van de lidstaat van zijn woonplaats, de wetgeving van die lidstaat;
d) geldt voor degene die wordt opgeroepen of opnieuw wordt opgeroepen voor militaire
dienst of vervangende burgerdienst in een lidstaat, de wetgeving van die lidstaat;
e) geldt voor eenieder op wie de bepalingen van de onderdelen a) tot en met d) niet van
toepassing zijn, de wetgeving van de lidstaat van zijn woonplaats, onverminderd andere
bepalingen van deze verordening die hem prestaties garanderen krachtens de wetgeving
van een of meer andere lidstaten.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
24
4. Voor de toepassing van deze titel worden al dan niet in loondienst verrichte werkzaamheden
die normaliter plaatsvinden aan boord van een zeeschip dat onder de vlag van een lidstaat
vaart, beschouwd als werkzaamheden die worden verricht in die lidstaat. Niettemin geldt voor
degene die werkzaamheden in loondienst verricht aan boord van een zeeschip dat onder de
vlag van een lidstaat vaart en voor die werkzaamheden wordt betaald door een onderneming
of een persoon die zijn zetel of domicilie in een andere lidstaat heeft, de wetgeving van
laatstgenoemde lidstaat, indien hij zijn woonplaats in die lidstaat heeft. De onderneming of de
persoon die het loon betaalt, wordt voor de toepassing van genoemde wetgeving als werkgever
aangemerkt.
Artikel 12
Bijzondere regels
1. Degene die werkzaamheden in loondienst verricht in een lidstaat voor rekening van een
werkgever die daar zijn werkzaamheden normaliter verricht, en die door deze werkgever
wordt gedetacheerd om voor zijn rekening werkzaamheden in een andere lidstaat te
verrichten, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerstbedoelde lidstaat, mits de te
verwachten duur van die werkzaamheden niet meer dan vierentwintig maanden bedraagt en
de betrokkene niet wordt uitgezonden om een ander te vervangen.
2. Op degene die in een lidstaat werkzaamheden anders dan in loondienst pleegt te verrichten en
werkzaamheden van gelijke aard in een andere lidstaat gaat verrichten, blijft de wetgeving
van eerstbedoelde lidstaat van toepassing, mits de te verwachten duur van die werkzaamheden
niet meer dan vierentwintig maanden bedraagt.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
25
Artikel 13
Verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten
1. Op degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten, is
van toepassing:
a) de wetgeving van de lidstaat waar hij woont, indien hij op dit grondgebied een
substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht of indien hij werkzaam is bij
verschillende ondernemingen of werkgevers die hun zetel of domicilie hebben op het
grondgebied van verschillende lidstaten, of
b) de wetgeving van de lidstaat waar de zetel van de onderneming of het domicilie van de
werkgever waarbij hij voornamelijk werkzaam is zich bevindt, indien hij geen
substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht in de lidstaat waar hij woont.
2. Op degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden anders dan in loondienst pleegt te
verrichten, is van toepassing:
a) de wetgeving van de lidstaat waar hij woont, indien hij aldaar een substantieel gedeelte
van zijn werkzaamheden verricht; of
b) de wetgeving van de lidstaat waar zich het centrum van belangen van zijn werkzaamheden
bevindt, indien hij niet woont in een van de lidstaten waar hij een substantieel
gedeelte van zijn werkzaamheden verricht.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
26
3. Op degene die in verschillende lidstaten werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden
anders dan in loondienst pleegt te verrichten, is de wetgeving van toepassing van de lidstaat
waar hij werkzaamheden in loondienst verricht of, indien hij dergelijke werkzaamheden
verricht in twee of meer lidstaten, de overeenkomstig lid 1 vastgestelde wetgeving.
4. Op degene die werkzaam is als ambtenaar in een lidstaat en al dan niet in loondienst een
werkzaamheid verricht in een of meer andere lidstaten is de wetgeving van toepassing van de
lidstaat waaronder de dienst ressorteert waarbij hij werkzaam is.
5. De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde personen worden voor de toepassing van de overeenkomstig
deze bepalingen vastgestelde wetgeving beschouwd alsof zij de bedoelde werkzaamheden
volledig verrichtten in de betrokken lidstaat en daar al hun inkomsten verkregen.
Artikel 14
Vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering
1. De artikelen 11 tot en met 13 zijn niet van toepassing op vrijwillige of vrijwillig voortgezette
verzekering, tenzij voor één van de in artikel 3, lid 1, bedoelde takken van sociale zekerheid
in een lidstaat slechts een stelsel van vrijwillige verzekering bestaat.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
27
2. Wanneer de betrokkene krachtens de wetgeving van een lidstaat in die lidstaat verplicht
verzekerd is, kan hij in een andere lidstaat niet deelnemen aan een stelsel van vrijwillige of
vrijwillig voortgezette verzekering. In alle overige gevallen waar voor een bepaalde tak van
sociale zekerheid de keuze bestaat tussen verschillende stelsels van vrijwillige of vrijwillig
voortgezette verzekering, wordt de betrokkene alleen toegelaten tot het stelsel dat hij heeft
gekozen.
3. Wat invaliditeits-, ouderdoms- en nabestaandenuitkeringen betreft, kan de betrokkene
evenwel worden toegelaten tot de vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering van een
lidstaat, zelfs indien hij verplicht verzekerd is krachtens de wetgeving van een andere lidstaat,
voor zover hij op een bepaald ogenblik tijdens zijn loopbaan onderworpen is geweest aan de
wetgeving van de eerstbedoelde lidstaat op grond van of ten gevolge van een al dan niet in
loondienst verrichte werkzaamheid, wanneer deze gelijktijdige aansluiting krachtens de
wetgeving van de eerste lidstaat uitdrukkelijk of stilzwijgend wordt toegelaten.
4. Indien krachtens de wetgeving van een lidstaat het recht op een vrijwillige of vrijwillig voortgezette
verzekering afhankelijk is van het wonen van de verzekerde in die lidstaat, geldt de
gelijkstelling van het wonen in een andere lidstaat overeenkomstig artikel 5, onder b), alleen
voor personen die ooit onderworpen zijn geweest aan de wetgeving van de eerste lidstaat
omdat zij daar al dan niet in loondienst een werkzaamheid hebben verricht.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
28
Artikel 15
Bijzondere regels inzake de hulpfunctionarissen van de Europese Gemeenschappen
De hulpfunctionarissen van de Europese Gemeenschappen mogen met betrekking tot andere
bepalingen dan die betreffende de gezinsbijslagen, die worden verstrekt krachtens de op hen
toepasselijke regeling, kiezen tussen toepassing van de wetgeving van de lidstaat waar zij
werkzaam zijn, en toepassing van de wetgeving van de lidstaat waaraan zij het laatst onderworpen
waren of van de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn. Dit keuzerecht, dat slechts
eenmaal mag worden uitgeoefend, wordt op de dag van hun indiensttreding van kracht.
Artikel 16
Uitzonderingen op de artikelen 11 tot en met 15
1. Twee of meer lidstaten, de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten of de door deze autoriteiten
aangewezen instellingen kunnen in onderlinge overeenstemming in het belang van
bepaalde personen of groepen personen, uitzonderingen op de artikelen 11 tot en met 15
vaststellen.
2. Degene die recht heeft op een pensioen krachtens de wetgevingen van een of meer lidstaten
en die in een andere lidstaat woont, kan op zijn verzoek worden vrijgesteld van de toepassing
van de wetgeving van deze laatste lidstaat mits hij niet op grond van de verrichting van een
werkzaamheid, al dan niet in loondienst, aan deze wetgeving is onderworpen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
29
TITEL III
BIJZONDERE BEPALINGEN
VOOR VERSCHILLENDE CATEGORIEËN UITKERINGEN
HOOFDSTUK 1
Prestaties bij ziekte, en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen
Afdeling 1
Verzekerden en hun gezinsleden,
met uitzondering van gerechtigden en hun gezinsleden
Artikel 17
Woonplaats in een andere dan de bevoegde lidstaat
Een verzekerde en zijn gezinsleden die in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat wonen,
hebben in de lidstaat van hun woonplaats recht op verstrekkingen die voor rekening van het
bevoegde orgaan worden verleend door het orgaan van de woonplaats, volgens de door dit orgaan
toegepaste wetgeving, alsof zij krachtens die wetgeving verzekerd waren.
Artikel 18
Verblijf in de bevoegde lidstaat terwijl de woonplaats in een andere lidstaat ligt -
Bijzondere regels voor gezinsleden van grensarbeiders
1. Tenzij anders is bepaald in lid 2, kunnen de in artikel 17 bedoelde verzekerden en hun gezinsleden
de verstrekkingen eveneens tijdens een verblijf in de bevoegde lidstaat verkrijgen. De
verstrekkingen worden verleend door en voor rekening van het bevoegde orgaan, volgens de
door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof de betrokkene in die lidstaat woonde.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
30
2. De gezinsleden van een grensarbeider hebben tijdens hun verblijf in de bevoegde lidstaat
recht op de verstrekkingen, tenzij de bevoegde lidstaat wordt vermeld in bijlage III. In dat
geval hebben de gezinsleden van een grensarbeider onder de in artikel 19, lid 1, bepaalde
voorwaarden recht op verstrekkingen in de bevoegde lidstaat.
Artikel 19
Verblijf buiten de bevoegde staat
1. Tenzij anders is bepaald in lid 2, hebben een verzekerde en zijn gezinsleden die verblijven in
een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat, recht op de verstrekkingen welke tijdens het
verblijf medisch noodzakelijk worden, met inachtneming van de aard van de verstrekkingen
en de verwachte duur van het verblijf. De verstrekkingen worden voor rekening van het
bevoegde orgaan verstrekt door het orgaan van de verblijfplaats, volgens de door dit orgaan
toegepaste wetgeving, alsof de betrokkenen krachtens die wetgeving verzekerd waren.
2. De Administratieve Commissie stelt een lijst op van de verstrekkingen die om praktische
redenen tijdens een verblijf in een andere lidstaat worden verstrekt op voorwaarde dat dit
vooraf is overeengekomen tussen de betrokkene en het orgaan dat de zorg verstrekt.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
31
Artikel 20
Reizen met het oogmerk verstrekkingen te ontvangen
buiten de woonstaat (of lidstaat van de woonplaats)
1. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, moet een verzekerde die naar een andere lidstaat
reist met het oogmerk gedurende zijn verblijf verstrekkingen te ontvangen, daarvoor toestemming
van het bevoegde orgaan vragen.
2. Een verzekerde die van het bevoegde orgaan toestemming heeft gekregen om zich naar een
andere lidstaat te begeven met het oogmerk om daar een voor zijn gezondheidstoestand
passende behandeling te ondergaan, heeft recht op verstrekkingen die voor rekening van het
bevoegde orgaan worden verleend door het orgaan van de verblijfplaats, volgens de door dit
orgaan toegepaste wetgeving, alsof hij krachtens die wetgeving verzekerd was. De toestemming
mag niet worden geweigerd wanneer de desbetreffende behandeling behoort tot de
prestaties waarin de wetgeving van de lidstaat waar de betrokkene woont, voorziet, en die
behandeling hem, gelet op zijn gezondheidstoestand van dat moment en het te verwachten
ziekteverloop, in laatstbedoelde lidstaat niet kan worden gegeven binnen een termijn die
medisch verantwoord is.
3. De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van een verzekerde.
4. Indien de gezinsleden van een verzekerde wonen in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de
verzekerde woont, en die andere lidstaat heeft gekozen voor vergoeding op basis van vaste
bedragen, worden de kosten van de in lid 2 bedoelde verstrekkingen gedragen door het orgaan
van de woonplaats van de gezinsleden. In dat geval wordt voor de toepassing van lid 1 het
orgaan van de woonplaats van de gezinsleden als het bevoegde orgaan beschouwd.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
32
Artikel 21
Uitkeringen
1. Een verzekerde en zijn gezinsleden die in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat wonen
of verblijven, hebben recht op uitkeringen van het bevoegde orgaan overeenkomstig de door
dat orgaan toegepaste wetgeving. In overleg tussen het bevoegde orgaan en het orgaan van de
woon- of verblijfplaats kunnen deze uitkeringen echter door het orgaan van de woon- of
verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verstrekt volgens de wetgeving
van de bevoegde lidstaat.
2. Het bevoegde orgaan van een lidstaat wiens wetgeving bepaalt dat voor de berekening van de
uitkeringen gemiddelde inkomsten dan wel een gemiddelde premie of bijdrage als grondslag
wordt genomen, stelt deze gemiddelde inkomsten of deze gemiddelde premie of bijdrage
uitsluitend vast op basis van de inkomsten die genoten zijn of de premies of bijdragen die zijn
toegepast gedurende de krachtens bedoelde wetgeving vervulde tijdvakken.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
33
3. Het bevoegde orgaan van een lidstaat wiens wetgeving bepaalt dat voor de berekening van de
uitkeringen wordt uitgegaan van vaste inkomsten, houdt uitsluitend rekening met deze vaste
inkomsten of in voorkomend geval met het gemiddelde van de vaste inkomsten die betrekking
hebben op de krachtens bedoelde wetgeving vervulde tijdvakken.
4. De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing in de gevallen waarin er in de door het
bevoegde orgaan toegepaste wetgeving een bepaalde referentieperiode is vastgesteld en deze
periode in het betrokken geval volledig of gedeeltelijk overeenstemt met de tijdvakken welke
de betrokkene krachtens de wetgeving van een of meer andere lidstaten heeft vervuld.
Artikel 22
Aanvragers van pensioenen
1. Een verzekerde die wegens het indienen van een pensioenaanvraag of tijdens de behandeling
daarvan niet langer recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van de laatstelijk
bevoegde lidstaat, blijft het recht op verstrekkingen behouden krachtens de wetgeving van de
lidstaat waar de betrokkene woont, indien de aanvrager van het pensioen wat betreft verzekering
voldoet aan de voorwaarden in de wetgeving van de in lid 2 bedoelde lidstaat. Het recht
op verstrekkingen in de lidstaat van de woonplaats geldt tevens voor de gezinsleden van de
pensioenaanvrager.
2. De kosten voor verstrekkingen zijn voor rekening van het orgaan van de lidstaat die overeenkomstig
de artikelen 23 tot en met 25 in geval van toekenning van het pensioen bevoegd zou
worden.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
34
Afdeling 2
Pensioengerechtigden en hun gezinsleden
Artikel 23
Recht op verstrekkingen krachtens de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats
Degene die een pensioen of pensioenen ontvangt krachtens de wetgeving van twee of meer
lidstaten, waaronder de wetgeving van de lidstaat waar de betrokkene woont, en die recht heeft op
verstrekkingen krachtens de wetgeving in de lidstaat van de woonplaats, ontvangt net als zijn
gezinsleden deze verstrekkingen van het orgaan van de woonplaats en voor rekening van dit orgaan
alsof de betrokkene een pensioengerechtigde is aan wie alleen pensioen verschuldigd is krachtens
de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats.
Artikel 24
Geen recht op verstrekkingen
krachtens de wetgeving van de lidstaat van de woonplaats
1. Degene die een pensioen ontvangt krachtens de wetgeving van een of meer lidstaten en geen
recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van de lidstaat waar hij woont, ontvangt
desalniettemin verstrekkingen voor zichzelf en zijn gezinsleden voorzover hij hierop recht zou
hebben krachtens de wetgeving van de lidstaat, of van minstens een van de lidstaten die voor
zijn pensioenen bevoegd is, indien hij in die lidstaat zou wonen. De verstrekkingen worden
voor rekening van het in lid 2 bedoelde orgaan verstrekt door het orgaan van de woonplaats
alsof de betrokkene recht had op pensioen en verstrekkingen krachtens de wetgeving van die
lidstaat.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
35
2. In de gevallen als bedoeld in lid 1 wordt op grond van de volgende regels bepaald welk
orgaan de kosten voor verstrekkingen voor zijn rekening dient te nemen:
a) ingeval de pensioengerechtigde enkel recht heeft op verstrekkingen krachtens de
wetgeving van één lidstaat, neemt het bevoegde orgaan van deze lidstaat de kosten voor
zijn rekening;
b) ingeval de pensioengerechtigde recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving
van twee of meer lidstaten, zijn de kosten voor rekening van het bevoegde orgaan van de
lidstaat onder wiens wetgeving de betrokkene het langst heeft geressorteerd; indien de
toepassing van deze regel ertoe zou leiden dat verscheidene organen de kosten voor hun
rekening dienen te nemen, dan komen de kosten voor rekening van het orgaan dat de
wetgeving toepast waaraan de pensioengerechtigde laatstelijk onderworpen is geweest.
Artikel 25
Pensioenen krachtens de wetgeving van een of meer andere lidstaten dan de lidstaat van de
woonplaats in gevallen waarin er een recht op verstrekkingen
in de lidstaat van de woonplaats
Ingeval degene die een pensioen ontvangt krachtens de wetgeving van een of meer lidstaten, woont
in een lidstaat waarvan de wetgeving voor het recht op verstrekkingen geen voorwaarden stelt
inzake verzekering of inzake het al dan niet in loondienst verrichten van werkzaamheden, en
waarvan de betrokkene geen enkel pensioen ontvangt, komen de kosten voor verstrekkingen voor
de betrokkene en zijn gezinsleden voor rekening van het krachtens de regels van artikel 24, lid 2,
aangewezen orgaan van een van de lidstaten die bevoegd zijn voor zijn pensioenen, voorzover
genoemde pensioengerechtigde en zijn gezinsleden recht zouden hebben op deze verstrekkingen
indien zij zouden wonen in die lidstaat.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
36
Artikel 26
Gezinsleden die in een andere lidstaat wonen dan die waar de pensioengerechtigde woont
Gezinsleden van een persoon die een pensioen ontvangt krachtens de wetgeving van een of meer
lidstaten, hebben, mits zij in een andere lidstaat wonen dan de pensioengerechtigde, recht op
verstrekkingen van het orgaan van hun woonplaats, overeenkomstig de bepalingen van de door dit
orgaan toegepaste wetgeving, voorzover de pensioengerechtigde recht heeft op verstrekkingen
krachtens de wetgeving van een lidstaat. De kosten zijn voor rekening van het bevoegde orgaan dat
verantwoordelijk is voor de aan de pensioengerechtigde in de lidstaat van zijn woonplaats verleende
verstrekkingen.
Artikel 27
Verblijf van de pensioengerechtigde en zijn gezinsleden in een andere lidstaat dan die
waar zij wonen - Verblijf in de bevoegde lidstaat - Toestemming voor een passende behandeling
buiten de lidstaat van woonplaats
1. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op degene die pensioen ontvangt krachtens de
wetgeving van een of meer lidstaten en die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving
van een van de lidstaten die hem zijn pensioen verstrekt, of op zijn gezinsleden,
wanneer zij verblijven in een andere lidstaat dan die waar zij wonen.
2. Artikel 18, lid 1, is van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 genoemde personen
wanneer zij verblijven in de lidstaat waar zich het bevoegde orgaan bevindt dat verantwoordelijk
is voor de kosten van de aan de pensioengerechtigde in de lidstaat van zijn woonplaats
verleende verstrekkingen, en genoemde lidstaat hiervoor heeft gekozen en is opgenomen in de
lijst in bijlage IV.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
37
3. Artikel 20 is van overeenkomstige toepassing op een pensioengerechtigde en zijn gezinsleden
wanneer zij verblijven in een andere lidstaat dan die waar zij wonen, met het oogmerk om
aldaar een voor hun gezondheidstoestand passende behandeling te ondergaan.
4. Tenzij anders is bepaald in lid 5, zijn de kosten van de verstrekkingen overeenkomstig de
leden 1 tot en met 3 voor rekening van het bevoegde orgaan dat verantwoordelijk is voor de
kosten van de aan de pensioengerechtigde in de lidstaat van zijn woonplaats verleende
verstrekkingen.
5. De kosten van de in lid 3 bedoelde verstrekkingen zijn voor rekening van het orgaan van de
woonplaats van de pensioengerechtigde of zijn gezinsleden, indien die personen wonen in een
lidstaat die heeft gekozen voor vergoeding op basis van vaste bedragen. In die gevallen wordt
voor de toepassing van lid 3 het orgaan van de woonplaats van de pensioengerechtigde of van
zijn gezinsleden als het bevoegde orgaan beschouwd.
Artikel 28
Bijzondere voorschriften voor gepensioneerde grensarbeiders
1. Een grensarbeider die met pensioen gaat, heeft in geval van ziekte recht op verdere verstrekkingen
in de lidstaat waar hij laatstelijk werkzaamheden al dan niet in loondienst heeft
verricht, indien het gaat om de voortzetting van een behandeling die is begonnen op het
grondgebied van die lidstaat. Onder "voortzetting van een behandeling" wordt verstaan dat
een ziektegeval verder wordt onderzocht, gediagnosticeerd en behandeld.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
38
2. Een pensioengerechtigde die in de laatste vijf jaar voor de ingangsdatum van een ouderdomsof
invaliditeitspensioen ten minste twee jaar als grensarbeider werkzaamheden al dan niet in
loondienst heeft verricht, heeft recht op verstrekkingen in de lidstaat waar hij deze activiteiten
als grensarbeider heeft verricht, indien deze lidstaat en de lidstaat waar zich het bevoegde
orgaan bevindt dat verantwoordelijk is voor de kosten van de aan de pensioengerechtigde in
de lidstaat van zijn woonplaats verleende verstrekkingen, daarvoor hebben gekozen en beide
zijn opgenomen in de lijst in Bijlage V.
3. Lid 2 is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van een vroegere grensarbeider of
op zijn nabestaanden, indien zij in de in lid 2 bedoelde periodes recht hadden op verstrekkingen
op grond van artikel 18, lid 2, zulks ook indien de grensarbeider voor de pensionering
overleden is, mits hij gedurende twee van de laatste vijf jaar voor zijn overlijden als grensarbeider
werkzaamheden al dan niet in loondienst heeft verricht.
4. De leden 2 en 3 zijn van toepassing totdat de betrokkene ten gevolge van de verrichting van
een werkzaamheid in loondienst of als zelfstandige, onder de wetgeving van een lidstaat komt
te vallen.
5. De kosten van verstrekkingen overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 zijn voor rekening van
het bevoegde orgaan dat verantwoordelijk is voor de kosten van de verstrekkingen die aan de
pensioengerechtigde of aan zijn nabestaanden in hun respectieve lidstaat van hun woonplaats
worden verleend.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
39
Artikel 29
Uitkeringen voor pensioengerechtigden
1. Uitkeringen worden aan degene die een pensioen krachtens de wetgeving van één of meer lidstaten
ontvangt, uitbetaald door het bevoegde orgaan van de lidstaat waar zich het bevoegde
orgaan bevindt dat verantwoordelijk is voor de kosten van verstrekkingen die aan de
pensioengerechtigde in de lidstaat van zijn woonplaats worden verleend. Artikel 21 is van
overeenkomstige toepassing.
2. Lid 1 is ook van toepassing op de gezinsleden van een pensioengerechtigde.
Artikel 30
Premies of bijdragen ten laste van de pensioengerechtigden
1. Het orgaan van een lidstaat dat krachtens de door dat orgaan toegepaste wetgeving belast is
met het inhouden van de premies of bijdragen ter dekking van prestaties bij ziekte en van
moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, kan slechts deze premies
of bijdragen, welke worden berekend overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving,
heffen en innen voorzover de kosten voor de verstrekkingen die moeten worden
verleend krachtens de artikelen 23 tot en met 26, worden gedragen door een orgaan van
genoemde lidstaat.
2. Wanneer een pensioengerechtigde, in de in artikel 25 bedoelde gevallen, krachtens de
wetgeving van de lidstaat waar hij woont, premies of bijdragen, of soortgelijke inhoudingen
verschuldigd is voor het verkrijgen van prestaties bijziekte en van moederschaps- en daarmee
gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, zijn deze niet invorderbaar uit hoofde van zijn
woonplaats aldaar.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
40
Afdeling 3
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 31
Algemene bepaling
De artikelen 23 tot en met 30 zijn niet van toepassing op een pensioengerechtigde of zijn gezinsleden
die op grond van de wetgeving van een lidstaat wegens het verrichten van werkzaamheden al
dan niet in loondienst recht hebben op prestaties. In dat geval wordt de betrokkene voor de toepassing
van dit hoofdstuk behandeld overeenkomstig de artikelen 17t/m 21.
Artikel 32
Het recht op verstrekkingen: Prioriteitsbepaling -
Bijzondere voorschriften voor recht voor gezinsleden op
prestaties in de lidstaat van de woonplaats
1. Een zelfstandig recht op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een lidstaat of krachtens
dit hoofdstuk heeft de voorrang boven een afgeleid recht op prestaties voor gezinsleden. Een
afgeleid recht op verstrekkingen heeft evenwel voorrang boven zelfstandige rechten indien het
zelfstandige recht in de lidstaat van de woonplaats rechtstreeks en alleen berust op het feit dat
de betrokkene in deze lidstaat woont.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
41
2. Indien de gezinsleden van een verzekerde wonen in een lidstaat waarvan de wetgeving voor
het recht op verstrekkingen geen voorwaarden stelt inzake verzekering of het verrichten van
werkzaamheden al dan niet in loondienst, worden verstrekkingen verleend voor rekening van
het bevoegde orgaan in de lidstaat waar zij wonen, op voorwaarde dat de echtgenoot of
degene die voor de kinderen van de verzekerde zorgt, werkzaamheden al dan niet in loondienst
verricht in deze lidstaat dan wel uit deze lidstaat een pensioen ontvangt krachtens het
verrichten van werkzaamheden al dan niet in loondienst.
Artikel 33
Belangrijke verstrekkingen
1. Een verzekerde wiens recht op een prothese, op hulpmiddelen van grotere omvang of op
andere belangrijke verstrekkingen ten behoeve van zichzelf of van een van zijn gezinsleden
door het orgaan van een lidstaat is erkend voordat hij verzekerd was krachtens de door het
orgaan van een andere lidstaat toegepaste wetgeving, krijgt deze verstrekkingen voor rekening
van eerstbedoeld orgaan, ook indien zij pas worden toegekend nadat hij reeds verzekerd is
krachtens de door het tweede orgaan toegepaste wetgeving.
2. De Administratieve Commissie stelt de lijst op van verstrekkingen waarop lid 1 van
toepassing is.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
42
Artikel 34
Samenloop van prestaties bij langdurige zorg
1. Indien een begunstigde van een uitkering voor langdurige zorg die moet worden behandeld als
een ziekteprestatie en die derhalve wordt verstrekt door de lidstaat die bevoegd is ten aanzien
van de uitkeringen krachtens artikel 21 of artikel 29, tegelijk uit hoofde van dit hoofdstuk
aanspraak kan maken op verstrekkingen voor hetzelfde doel van het orgaan van de woon- of
verblijfplaats in een andere lidstaat, en een orgaan in eerstbedoelde lidstaat tevens krachtens
artikel 35 de kosten van genoemde verstrekkingen moet terugbetalen, is de in artikel 10 ter
vervatte algemene bepaling ter voorkoming van samenloopvan prestaties van toepassing,
behoudens uitsluitend de volgende beperking: indien de betrokkene aanspraak maakt op de
verstrekking en die ontvangt, wordt het bedrag van de uitkering verminderd met het bedrag
van de verstrekking waarop aanspraak is gemaakt of zou kunnen worden gemaakt bij het
orgaan van de eerstbedoelde lidstaat dat de kosten moet terugbetalen.
2. De Administratieve Commissie stelt een lijst op van de uitkeringen en de verstrekkingen
waarop lid 1 van toepassing is.
3. Twee of meer lidstaten of de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten kunnen besluiten tot
afwijkende of aanvullende maatregelen, die voor de betrokkenen niet minder gunstig mogen
zijn dan de beginselen van lid 1.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
43
Artikel 35
Vergoedingen tussen organen onderling
1. De krachtens dit hoofdstuk door het orgaan van een lidstaat voor rekening van het orgaan van
een andere lidstaat verleende verstrekkingen worden onderling volledig vergoed.
2. De in lid 1 bedoelde vergoedingen worden vastgesteld en uitbetaald op de wijze die is
geregeld in de toepassingsverordening, hetzij op basis van documenten betreffende de
werkelijk gemaakte kosten, of op basis van vaste bedragen voor lidstaten met zodanige
juridische of administratieve structuren dat toepassing van vergoeding op grond van werkelijk
gemaakte kosten niet passend is.
3. Twee of meer lidstaten of de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten kunnen andere wijzen
van vergoeding vaststellen of van iedere vergoeding tussen de onder hun bevoegdheid
vallende organen afzien.
HOOFDSTUK 2
Prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten
Artikel 36
Recht op verstrekkingen en uitkeringen
1. Onverminderd gunstiger bepalingen van lid 2 zijn artikel 17, artikel 18, lid 1, artikel 19, lid 1,
en artikel 20, lid 1, tevens van toepassing op prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
44
2. Een persoon die door een arbeidsongeval of beroepsziekte is getroffen en die in een andere
lidstaat dan de bevoegde lidstaat woont of verblijft, heeft recht op bijzondere verstrekkingen
overeenkomstig het stelsel voor arbeidsongevallen en beroepsziekten, welke voor rekening
van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woon- of verblijfplaats worden verleend
volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof de betrokkene krachtens die wetgeving
verzekerd was.
3. Artikel 21 is tevens van toepassing op prestaties die onder dit hoofdstuk vallen.
Artikel 37
Kosten voor het vervoer
1. Het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan de wetgeving voorziet in het dragen van de
kosten van vervoer van een persoon die door een arbeidsongeval of een beroepsziekte is
getroffen, naar zijn woonplaats of naar een ziekenhuis, neemt de kosten van vervoer van deze
persoon naar een overeenkomstige plaats in een andere lidstaat, waar de betrokkene woont,
voor zijn rekening, mits het orgaan vooraf toestemming tot dit vervoer heeft verleend, waarbij
het naar behoren rekening houdt met de daarvoor geldende redenen. Ten aanzien van grensarbeiders
is die toestemming niet vereist.
2. Het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan de wetgeving voorziet in het dragen van de
kosten van vervoer naar de begraafplaats van het stoffelijk overschot van een persoon die is
overleden bij een arbeidsongeval, neemt de kosten van vervoer naar een overeenkomstige
plaats in een andere lidstaat, waar de persoon op het tijdstip van het ongeval woonde, voor
zijn rekening volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
45
Artikel 38
Prestaties wegens een beroepsziekte ontstaan door werkzaamheden in verschillende lidstaten
Indien een persoon die door een beroepsziekte is getroffen, onder de wetgeving van twee of meer
lidstaten zodanige werkzaamheden heeft verricht dat deze ziekte daardoor kan zijn ontstaan, worden
de prestaties waarop de betrokkene of zijn nabestaanden aanspraak kunnen maken, uitsluitend
toegekend op grond van de wetgeving aan welker voorwaarden de betrokkene laatstelijk heeft
voldaan.
Artikel 39
Verergering van een beroepsziekte
Ingeval een beroepsziekte waarvoor de getroffene op grond van de wetgeving van een lidstaat
prestaties ontvangen heeft of ontvangt, verergert, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a) indien de betrokkene niet, sedert hij prestaties ontvangt, onder de wetgeving van een andere
lidstaat werkzaamheden, al dan niet in loondienst, heeft verricht die de betreffende beroepsziekte
kunnen veroorzaken of verergeren, dient het bevoegde orgaan van de eerste lidstaat de
kosten van de prestaties voor zijn rekening te nemen volgens de door dit orgaan toegepaste
wetgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de verergering;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
46
b) indien de betrokkene wel, sedert hij prestaties ontvangt, onder de wetgeving van een andere
lidstaat dergelijke werkzaamheden heeft verricht, dient het bevoegde orgaan van de eerste lidstaat
de kosten van de prestaties voor zijn rekening te nemen volgens de door dit orgaan
toegepaste wetgeving, waarbij het geen rekening houdt met de verergering. Het bevoegde
orgaan van de tweede lidstaat kent de betrokkene een aanvulling toe, ter hoogte van het
verschil tussen het bedrag van de prestaties die na de verergering verschuldigd zijn en het
bedrag van de prestaties die vóór de verergering op grond van de door dit orgaan toegepaste
wetgeving verschuldigd zouden zijn geweest, indien de betreffende beroepsziekte zich onder
de wetgeving van deze lidstaat had voorgedaan;
c) de wettelijke voorschriften van een lidstaat inzake vermindering, schorsing of intrekking
mogen niet worden toegepast ten aanzien van personen die prestaties ontvangen welke
overeenkomstig onderdeel b) door de organen van twee lidstaten worden verstrekt.
Artikel 40
Regels in verband met bijzonderheden van bepaalde wetgevingen
1. Indien in de lidstaat waar de betrokkene woont of verblijft, geen verzekering tegen arbeidsongevallen
of beroepsziekten bestaat, of indien een dergelijke verzekering wel bestaat doch
niet voorziet in een orgaan dat belast is met het verlenen van verstrekkingen, worden deze
verstrekkingen verleend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats dat met het verlenen
van verstrekkingen in geval van ziekte belast is.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
47
2. Indien in de bevoegde staat geen verzekering bestaat tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten,
is het bepaalde in dit hoofdstuk betreffende verstrekkingen niettemin van toepassing
op een persoon die aanspraak kan maken op prestaties bij ziekte, en moederschaps- en
daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen, overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat
indien de betrokkene getroffen wordt door een arbeidsongeval of aan een beroepsziekte lijdt,
terwijl hij in een andere lidstaat woont of verblijft. De kosten worden gedragen door het
orgaan dat bevoegd is voor de verstrekkingen, overeenkomstig de wetgeving van de bevoegde
lidstaat.
3. Artikel 5 geldt voor het bevoegde orgaan van een lidstaat voor wat betreft de gelijkstelling
van arbeidsongevallen of beroepsziekten die later op grond van de wetgeving van een andere
lidstaat zijn ontstaan of geconstateerd bij de vaststelling van de mate van ongeschiktheid, het
recht op prestaties of de hoogte daarvan, mits
a) er ten aanzien van een arbeidsongeval dat of een beroepsziekte die vroeger is ontstaan
of geconstateerd geen vergoeding is toegekend krachtens de wetgeving die het orgaan
toepast, en
b) er op grond van de wetgeving van de andere lidstaat waaronder het betrokken
arbeidsongeval of de betrokken beroepsziekte is ontstaan of geconstateerd, geen
vergoeding is toegekend ten aanzien van een arbeidsongeval dat of een beroepsziekte
die later ontstaan of geconstateerd is.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
48
Artikel 41
Vergoedingen tussen organen onderling
1. Artikel 35 is ook van toepassing op prestaties die onder dit hoofdstuk vallen, wanneer
vergoeding op basis van de werkelijke kosten geschiedt.
2. Twee of meer lidstaten of de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten kunnen andere wijzen
van vergoeding vaststellen of van iedere vergoeding tussen de onder hun bevoegdheid
vallende organen afzien.
HOOFDSTUK 3
Uitkeringen bij overlijden
Artikel 42
Recht op uitkeringen ingeval het overlijden in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat
plaatsvindt, of ingeval de rechthebbende in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat woont
1. Indien een verzekerde of een van zijn gezinsleden op het grondgebied van een andere lidstaat
dan van de bevoegde lidstaat overlijdt, wordt het overlijden geacht te hebben plaatsgevonden
in laatstbedoelde staat.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
49
2. Het bevoegde orgaan is verplicht de uitkeringen bij overlijden welke krachtens de door dit
orgaan toegepaste wetgeving verschuldigd zijn, toe te kennen, zelfs indien de rechthebbende
in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat woont.
3. De leden 1 en 2 zijn eveneens van toepassing indien het overlijden het gevolg is van een
arbeidsongeval of een beroepsziekte.
Artikel 43
Het verlenen van uitkeringen bij overlijden van een pensioengerechtigde
1. Bij overlijden van een rechthebbende op pensioen, hem verschuldigd krachtens de wetgeving
van één lidstaat, of op pensioen, hem verschuldigd krachtens de wetgeving van twee of meer
lidstaten, terwijl hij woonde in een andere lidstaat dan die van het orgaan dat verantwoordelijk
is voor de kosten van de op grond van de artikelen 24 en 25 verleende verstrekkingen, worden
de uitkeringen bij overlijden welke krachtens de door dit orgaan toegepaste wetgeving
verschuldigd zijn, voor rekening van dat orgaan verstrekt alsof de pensioengerechtigde op het
tijdstip van zijn overlijden woonde in de lidstaat waar dit orgaan zich bevindt.
2. Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van een pensioengerechtigde.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
50
HOOFDSTUK 4
Uitkeringen bij invaliditeit
Artikel 44
Personen die uitsluitend onderworpen zijn aan A-wetgevingen
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "A-wetgeving" verstaan elke wetgeving
volgens welke het bedrag van de invaliditeitsuitkeringen onafhankelijk is van de duur van de
tijdvakken van verzekering of wonen en die door de bevoegde lidstaat uitdrukkelijk vermeld
is in bijlage VI, en wordt onder "B-wetgeving", elke andere wetgeving verstaan.
2. De persoon die achtereenvolgens of afwisselend aan de wetgevingen van twee of meer lidstaten
onderworpen is geweest en die uitsluitend onder A-wetgevingen tijdvakken van
verzekering of wonen heeft vervuld, heeft alleen recht op uitkeringen van het orgaan van de
lidstaat waarvan de wetgeving van toepassing was op het tijdstip van het ontstaan van de
arbeidsongeschiktheid, met invaliditeit als gevolg, met inachtneming, in voorkomend geval,
van artikel 45, en hij ontvangt de betrokken uitkeringen overeenkomstig die wetgeving.
3. De betrokkene die geen recht heeft op uitkeringen overeenkomstig lid 2, ontvangt de
uitkeringen waarop hij krachtens de wetgeving van een andere lidstaat nog recht heeft, met
inachtneming, in voorkomend geval, van artikel 45.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
51
4. Indien de wetgeving als bedoeld in de leden 2 of 3 voorziet in bepalingen inzake vermindering,
schorsing of intrekking ingeval van samenloop met andere inkomsten of met uitkeringen
van een verschillende aard in de zin van artikel 53, lid 2, zijn de bepalingen van de
artikelen 53, lid 3, en 55, lid 3, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 45
Bijzondere bepalingen inzake samentelling van tijdvakken
Het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan de wetgeving het verkrijgen, het behoud of het
herstel van het recht op uitkeringen afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van
verzekering of wonen, past indien nodig artikel 51, lid 1, overeenkomstig toe.
Artikel 46
Personen die onderworpen zijn aan hetzij
uitsluitend B-wetgevingen, hetzij A- en B-wetgevingen
1. De persoon die achtereenvolgens of afwisselend onderworpen is geweest aan de wetgevingen
van twee of meer lidstaten waarvan er ten minste één niet van het type A is, heeft recht op
uitkeringen op grond van hoofdstuk 5, dat van overeenkomstige toepassing is, met inachtneming
van lid 3.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
52
2. Indien de betrokkene evenwel eerder onderworpen is geweest aan een B-wetgeving en
vervolgens getroffen wordt door arbeidsongeschiktheid, met daaropvolgende invaliditeit,
terwijl hij onderworpen is aan een A-wetgeving, ontvangt hij uitkeringen overeenkomstig
artikel 44, op voorwaarde dat hij:
– voldoet aan de uitsluitend bij die wetgeving of andere wetgevingen van hetzelfde type
vastgestelde voorwaarden, met inachtneming van, in voorkomend geval, artikel 45,
zonder dat echter een beroep behoeft te worden gedaan op tijdvakken van verzekering
of wonen welke vervuld zijn onder een B-wetgeving, en
– geen enkel recht doet gelden op ouderdomsuitkeringen, met inachtneming van
artikel 50, lid 1.
3. De door het orgaan van een lidstaat genomen beslissing omtrent de mate van invaliditeit van
de betrokkene is bindend voor het orgaan van iedere andere betrokken lidstaat, mits in
bijlage VII is vermeld dat de voorwaarden van de wetgevingen van deze lidstaten met
betrekking tot de mate van invaliditeit met elkaar overeenstemmen.
Artikel 47
Verergering van invaliditeit
1. Ingeval de invaliditeit van een persoon die uitkeringen op grond van de wetgeving van een of
meer lidstaten geniet, toeneemt, zijn de volgende bepalingen van toepassing, rekening
houdende met de toeneming van de invaliditeit:
a) de uitkeringen worden toegekend in overeenstemming met hoofdstuk 5, dat van
overeenkomstige toepassing is;
b) als de betrokkene echter onderworpen geweest is aan twee of meer A-wetgevingen en er
sinds de toekenning van de prestaties geen wetgeving van een andere lidstaat op hem
van toepassing is geweest, worden de prestaties echter toegekend overeenkomstig
artikel 44, lid 2.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
53
2. Indien het totale bedrag van de op grond van lid 1 verschuldigde uitkering of uitkeringen
minder bedraagt dan het bedrag van de uitkering welke de betrokkene genoot voor rekening
van het orgaan dat de uitkeringen voordien verschuldigd was, is bedoeld orgaan verplicht hem
een aanvulling gelijk aan het verschil tussen bedoelde bedragen te verlenen.
3. Indien de betrokkene geen recht op uitkering heeft voor rekening van een orgaan van een
andere lidstaat, is het bevoegde orgaan van de voorheen bevoegde lidstaat verplicht de uitkeringen
toe te kennen overeenkomstig de door het orgaan toegepaste wetgeving, daarbij in
voorkomend geval rekening houdend met de verergering en met artikel 45.
Artikel 48
Omzetting van invaliditeitsuitkeringen in ouderdomsuitkeringen
1. Invaliditeitsuitkeringen worden in voorkomend geval omgezet in ouderdomsuitkeringen
overeenkomstig de voorwaarden van de wetgeving of wetgevingen op grond waarvan zij zijn
toegekend en met inachtneming van hoofdstuk 5.
2. Indien een persoon die invaliditeitsuitkeringen ontvangt op grond van artikel 50 aanspraak
kan maken op ouderdomsuitkeringen krachtens de wetgeving van een of meer andere
lidstaten, blijft elk orgaan dat invaliditeitsuitkeringen verschuldigd is krachtens de wetgeving
van de lidstaat, aan die persoon de invaliditeitsuitkeringen verstrekken waarop de betrokkene
krachtens de door het betrokken orgaan toegepaste wetgeving recht heeft en wel tot het
tijdstip waarop lid 1 door dit orgaan kan worden toegepast of, anders, zolang de betrokkene
voldoet aan de voorwaarden voor het ontvangen van die uitkeringen.
3. Indien de krachtens de wetgeving van een lidstaat overeenkomstig artikel 44 toegekende
invaliditeitsuitkeringen worden omgezet in ouderdomsuitkeringen en de betrokkene nog niet
voldoet aan de bij de wetgeving van een of meer andere lidstaten gestelde voorwaarden voor
het recht op deze uitkeringen, ontvangt de betrokkene met ingang van de dag van de omzetting
invaliditeitsuitkeringen van laatstgenoemde lidstaat of lidstaten.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
54
De toekenning van deze invaliditeitsuitkeringen valt onder hoofdstuk 5 alsof dit hoofdstuk
van toepassing was op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met de daaropvolgende
invaliditeit ontstond, tot het tijdstip waarop de betrokkene voldoet aan de bij de betrokken
nationale wetgeving of wetgevingen gestelde voorwaarden voor het recht op ouderdomsuitkeringen,
of, indien niet in een dergelijke omzetting is voorzien, zolang hij recht heeft op
invaliditeitsuitkeringen krachtens die betrokken wetgeving of wetgevingen.
4. De krachtens artikel 44 vastgestelde invaliditeitsuitkeringen worden overeenkomstig
hoofdstuk 5 opnieuw berekend, zodra de rechthebbende voldoet aan de bij een B-wetgeving
gestelde voorwaarden voor het recht op invaliditeitsuitkeringen dan wel ouderdomsuitkeringen
krachtens de wetgeving van een andere lidstaat ontvangt.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
55
Artikel 49
Bijzondere bepalingen betreffende ambtenaren
De artikelen 6 en 44, 46, 47, 48 en artikel 60, leden 2 en 3, zijn van overeenkomstige toepassing op
personen die onderworpen zijn aan een bijzonder stelsel voor ambtenaren.
HOOFDSTUK 5
Ouderdoms- en nabestaandenpensioenen
Artikel 50
Algemene bepalingen
1. Alle bevoegde organen stellen het recht op uitkeringvast op grond van alle wetgevingen van
de lidstaten die op de betrokkene van toepassing zijn geweest, indien een daartoe strekkend
verzoek is ingediend, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk verzoekt om uitstel van de toekenning
van de ouderdomsuitkeringen krachtens de wetgeving van een of meer lidstaten.
2. Indien de betrokkene op een bepaald tijdstip niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden van
alle wetgevingen van de lidstaten die op hem van toepassing zijn geweest, houden de organen
die de wetgeving toepassen aan welker voorwaarden wel is voldaan, bij de berekening
overeenkomstig artikel 52, lid 1, onder a) of b), geen rekening met de tijdvakken die zijn
vervuld onder de wetgevingen aan welker voorwaarden niet of niet meer is voldaan, als dat
resulteert in een lager bedrag aan uitkering.
3. Lid 2 wordt dienovereenkomstig toegepast voorzover de betrokkene uitdrukkelijk verzocht
heeft om uitstel van de toekenning van een of meer ouderdomsuitkeringen.
4. Een nieuwe berekening wordt ambtshalve uitgevoerd zodra aan de in de andere wetgevingen
gestelde voorwaarden is voldaan of indien de betrokkene verzoekt om toekenning van een
ouderdomsuitkering welke op grond vanlid 1 is uitgesteld, tenzij met de tijdvakken die onder
andere wetgevingen zijn vervuld reeds rekening wordt gehouden overeenkomstig de leden 2
of 3.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
56
Artikel 51
Bijzondere bepalingen inzake samentelling van tijdvakken van verzekering of van wonen
met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkering
1. Indien de wetgeving van een lidstaat de toekenning van bepaalde uitkeringenafhankelijk stelt
van de voorwaarde dat de tijdvakken van verzekering uitsluitend zijn vervuld in specifieke al
dan niet in loondienst of in een beroep verrichte werkzaamheden waarvoor een bijzonder
stelsel geldt dat op personen wordt toegepast die al dan niet in loondienst die specifieke werkzaamheden
verrichten, houdt het bevoegde orgaan van die lidstaat alleen rekening met de
tijdvakken welke vervuld zijn onder de wetgeving van een andere lidstaat in het kader van een
overeenkomstig stelsel of bij gebreke daarvan, in hetzelfde beroep of, in voorkomend geval,
van dezelfde al dan niet in loondienst verrichte werkzaamheden.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
57
Indien de betrokkene, met inachtneming van de aldus vervulde tijdvakken, niet voldoet aan de
voorwaarden om de betrokken uitkeringente ontvangen krachtens een bijzonder stelsel,
worden deze in aanmerking genomen bij de toekenning van de uitkeringen volgens het
algemene stelsel of, bij gebreke daarvan, het stelsel dat, naar gelang van het geval, van
toepassing is op arbeiders, respectievelijk bedienden, op voorwaarde dat de betrokkene aan
een van die stelsels onderworpen is geweest.
2. Tijdvakken van verzekering die zijn vervuld krachtens een bijzonder stelsel van een lidstaat,
worden in aanmerking genomenbij de toekenning van uitkeringen krachtens het algemene
stelsel of, bij gebreke daarvan, het stelsel dat, naar gelang van het geval, van toepassing is op
arbeiders respectievelijk bedienden van een andere lidstaat, op voorwaarde dat de betrokkene
bij een van deze stelsels aangesloten is geweest, zelfs indien de betrokken tijdvakken in laatstgenoemde
lidstaat reeds krachtens een bijzonder stelsel in aanmerking zijn genomen.
3. Indien de wetgeving van een lidstaat het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op
uitkeringenafhankelijk stelt van de voorwaarde dat de betrokkene verzekerd is op het tijdstip
van het intreden van de verzekerde gebeurtenis, wordt deze voorwaarde geacht te zijn vervuld
indien de betrokkene krachtens de wetgeving van de andere lidstaat verzekerd is, volgens de
in bijlage XI vermelde procedures voor elke betrokken lidstaat.
Artikel 52
Toekenning van uitkeringen
1. Het bevoegde orgaan berekent het bedrag van de verschuldigde uitkering:
a) krachtens de door het orgaan toegepaste wetgeving alleen als uitsluitend op grond van
de nationale wetgeving is voldaan aan de voorwaarden die recht geven op een uitkering
(autonoom pensioen);
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
58
b) door eerst een theoretisch bedrag en vervolgens het werkelijke bedrag (uitkering
pro rata) als volgt te berekenen:
i) het theoretische bedrag van de uitkering is gelijk aan de uitkering waarop de
betrokkene aanspraak zou kunnen maken indien alle tijdvakken van verzekering
en/of wonen, welke krachtens de wetgevingen van de andere lidstaten vervuld
zijn, zouden zijn vervuld overeenkomstig de wetgeving die het orgaan op de
datum van vaststelling van de uitkering toepast. Indien het bedrag van de uitkering
volgens deze wetgeving onafhankelijk is van de duur van de vervulde tijdvakken,
wordt dit bedrag beschouwd als het theoretische bedrag;
ii) vervolgens stelt het bevoegde orgaan het werkelijke bedrag van de pro-ratauitkering
vast door op het theoretische bedrag het verhoudingsgetal van de duur
van de tijdvakken van verzekering en/of van wonen, welke vóór het intreden van
de verzekerde gebeurtenis krachtens de door het orgaan toegepaste wetgeving zijn
vervuld, en van de totale duur van de tijdvakken van verzekering en van wonen
welke vóór het intreden van de verzekerde gebeurtenis krachtens de wetgevingen
van alle betrokken lidstaten zijn vervuld.
2. In voorkomend geval past het bevoegde orgaan op het overeenkomstig lid 1, onder a) en b),
berekende bedrag alle bepalingen toe inzake vermindering, schorsing of intrekking van de
wetgeving krachtens welke deze uitkering wordt toegekend, binnen de grenzen van de
artikelen 53 tot en met 55.
3. De betrokkene is gerechtigd om van het bevoegde orgaan van elke lidstaat het hoogste
uitkeringsbedrag te ontvangen dat overeenkomstig het bepaalde in lid 1, onder a) en b),
berekend is.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
59
4. Indien de berekening overeenkomstig lid 1, onder a), in één bepaalde lidstaat altijd als resultaat
heeft dat het autonoom pensioen gelijk is aan of hoger is dan de overeenkomstig lid 1,
onder b), berekende pro rata-uitkering, kan het bevoegde orgaan onder de in de uitvoeringsverordening
vastgestelde voorwaarden van de berekening pro rata afzien. Dergelijke situaties
worden gespecificeerd in bijlage VIII.
Artikel 53
Anticumulatiebepalingen
1. Samenloopvan invaliditeits-, ouderdoms- en nabestaandenuitkeringen die worden berekend of
toegekend op basis van tijdvakken van verzekering en/of wonen welke door eenzelfde
persoon zijn vervuld, wordt beschouwd als samenloopvan uitkeringen van dezelfde aard.
Samenloop van uitkeringen die in de zin van lid 1 niet als uitkeringen van dezelfde aard
kunnen worden aangemerkt, wordt beschouwd als samenloop van uitkeringen van verschillende
aard.
3. De volgende bepalingen zijn van toepassing op in de wetgeving van een lidstaat opgenomen
anticumulatiebepalingen in geval van samenloopvan een invaliditeits-, ouderdoms- of
nabestaandenprestatie met een prestatie van dezelfde aard, een prestatie van een andere aard
of andere inkomsten:
a) het bevoegde orgaan houdt alleen rekening met de in een andere lidstaat verworven
uitkeringen of inkomsten indien de door het orgaan toegepaste wetgeving bepaalt dat
met in het buitenland verkregen uitkeringen of inkomsten rekening wordt gehouden;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
60
b) het bevoegde orgaan houdt rekening met het door een andere lidstaat te betalen bedrag
aan uitkeringen vóór aftrek van belastingen, socialezekerheidspremies en andere
inhoudingen, tenzij de door het orgaan toegepaste wetgeving bepaalt dat de anticumulatievoorschriften
na die inhoudingen moeten worden toegepast, volgens de voorwaarden
en procedures van de toepassingsverordening;
c) het bevoegde orgaan houdt geen rekening met het bedrag van de krachtens de wetgeving
van een andere lidstaat verkregen uitkeringen die worden toegekend op basis van
een vrijwillige verzekering of vrijwillig voortgezette verzekering;
d) indien een enkele lidstaat anticumulatiebepalingen toepast, omdat de betrokkene hetzij
uitkeringen van dezelfde of van verschillende aard ontvangt overeenkomstig de wetgeving
van andere lidstaten, hetzij inkomsten ontvangt die zijn verworven in een andere
lidstaat, kan de verschuldigde uitkeringalleen worden verminderd ter hoogte van het
bedrag van dergelijke uitkeringen of dergelijke inkomsten.
Artikel 54
Bijzondere bepalingen inzake samenloopvan prestaties van dezelfde aard
1. In geval van samenloopvan uitkeringenvan dezelfde aard die verschuldigd zijn krachtens de
wetgeving van twee of meer lidstaten, worden de anticumulatievoorschriften waarin de
wetgeving van een lidstaat voorziet, niet toegepast op een pro rata-uitkering.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
61
2. De anticumulatievoorschriften zijn alleen op een onafhankelijke prestatie van toepassing
indien het een uitkering betreft
a) waarvan het bedrag onafhankelijk is van de duur van de tijdvakken van verzekering of
wonen,
of
b) waarvan het bedrag wordt bepaald op basis van een fictief tijdvak dat geacht wordt te
zijn vervuld tussen de datum waarop de verzekerde gebeurtenis is ingetreden en een
latere datum, voorzover die samenvalt:
i) met een uitkeringvan hetzelfde type, tenzij twee of meer lidstaten een overeenkomst
hebben gesloten om te voorkomen dat hetzelfde fictieve tijdvak meer dan
één keer wordt meegerekend, of
ii) met een uitkering als bedoeld onder a).
De onder a) en b) bedoelde uitkeringenen overeenkomsten zijn vermeld in bijlage IX.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
62
Artikel 55
Samenloopvan een of meer uitkeringenvan verschillende aard
1. Indien het voor het ontvangen van uitkeringen van verschillende aard of andere inkomsten
vereist is dat de in de wetgeving van de betrokken lidstaten vastgelegde anticumulatiebepalingen
worden toegepast op:
a) twee of meer onafhankelijke uitkeringen, delen de bevoegde organen de bedragen van
de uitkering of uitkeringen of andere inkomsten, voorzover in aanmerking genomen,
door het aantal uitkeringen dat aan die anticumulatiebepalingen is onderworpen;
de toepassing van deze bepaling mag er evenwel niet toe leiden dat de betrokkene zijn
status van gepensioneerde wordt ontnomen voor de toepassing van de andere hoofdstukken
van titel III, volgens de voorwaarden en procedures van de toepassingsverordening;
b) een of meer pro rata-uitkeringen, houden de bevoegde organen rekening met de
uitkering of de uitkeringen of andere inkomsten en alle elementen die zijn vastgesteld
voor de toepassing van de anti-cumulatiebepalingen, zulks op basis van de verhouding
tussen de tijdvakken van verzekering en/of wonen, waarmee rekening is gehouden met
artikel 52, lid 1, onder b), ii) ofwel
c) een of meer onafhankelijke uitkeringenen op een of meer pro rata-uitkeringen, passen de
bevoegde organen onderdeel a) dienovereenkomstig toe wat betreft de onafhankelijke
uitkeringen, en onderdeel b) wat betreft de pro rata-uitkeringen.
2. Het bevoegde orgaan gaat niet over tot de deling van onafhankelijke uitkeringen indien de
door het orgaan toegepaste wetgeving voorziet in het in aanmerking nemen van uitkeringen
van verschillende aard en/of andere inkomsten, alsmede van alle andere elementen voor de
berekening van een deel van het bedrag, dat wordt berekend op basis van de verhouding
tussen de tijdvakken van verzekering en/of wonen als bedoeld in artikel 52, lid 1, onder b), ii).
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
63
3. Bovengenoemde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing indien de wetgeving van
een of meer lidstaten bepaalt dat geen recht op uitkering bestaat indien de betrokkene een
uitkeringvan verschillende aard krachtens de wetgeving van een andere lidstaat, of andere
inkomsten ontvangt.
Artikel 56
Aanvullende bepalingen voor de berekening van de uitkeringen
1. De berekening van het in artikel 52, lid 1, onder b), bedoelde theoretische bedrag en pro rata
bedrag vindt als volgt plaats:
a) indien de totale duur van de tijdvakken van verzekering en/of wonen welke vóór het
intreden van de verzekerde gebeurtenis krachtens de wetgevingen van alle betrokken
lidstaten zijn vervuld, langer is dan de maximumduur welke de wetgeving van één van
deze lidstaten voor het recht op een volledige prestatie vereist, houdt het bevoegde
orgaan van deze lidstaat rekening met deze maximumduur in plaats van met de totale
duur van bedoelde tijdvakken. Deze wijze van berekening mag niet tot gevolg hebben
dat dit orgaan een uitkering verschuldigd is welke hoger is dan de volledige uitkering
volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving; het vorengaande geldt niet voor
uitkeringen waarvan het bedrag niet afhankelijk is van de duur van de verzekering;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
64
b) de wijze waarop samenvallende tijdvakken in aanmerking worden genomen, wordt in de
toepassingsverordening geregeld;
c) indien de wetgeving van een lidstaat bepaalt dat voor de berekening van de uitkeringen
wordt uitgegaan van gemiddelde, pro rata, vaste of toegerekende inkomsten, bijdragen of
premies, grondslagen voor premies of bijdragen, verhogingen, verdiensten, andere
bedragen of een combinatie daarvan, wordt door het bevoegde orgaan:
i) de berekeningsgrondslag van de uitkeringenuitsluitend bepaald aan de hand van de
verzekeringstijdvakken die krachtens de door het orgaan toegepaste wetgeving zijn
vervuld;
ii) het bedrag dat op basis van de tijdvakken van verzekering en/of wonen die
krachtens de wetgeving van de andere lidstaten zijn vervuld, bepaald aan de hand
van dezelfde elementen, als die welke worden bepaald of geconstateerd over de
tijdvakken van verzekering die krachtens de door het orgaan toegepaste wetgeving
zijn vervuld,
overeenkomstig de procedures die voor de betrokken lidstaat in bijlage XI zijn vastgelegd.
2. De voorschriften van de wetgeving van een lidstaat inzake de aanpassing van de voor de
berekening van de uitkeringen in aanmerking genomen elementen aan het loon- of prijsniveau
zijn, in voorkomend geval, van toepassing op de elementen waarmee het bevoegde orgaan van
die lidstaat op grond van de krachtens de wetgevingen van andere lidstaten vervulde tijdvakken
van verzekering of van wonen overeenkomstig lid 1 rekening heeft gehouden.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
65
Artikel 57
Tijdvakken van verzekering of van wonen van minder dan één jaar
1. Niettegenstaande artikel 52, lid 1, onder b), is het orgaan van een lidstaat niet verplicht
uitkeringen toe te kennen met betrekking tot tijdvakken die krachtens de door het orgaan
toegepaste wetgeving zijn vervuld en die in aanmerking dienen te worden genomen bij het
intreden van de verzekerde gebeurtenis, indien
– de totale duur van deze tijdvakken minder dan een jaar bedraagt
en
– uitsluitend rekening houdende met deze tijdvakken geen recht op uitkeringen krachtens
die wetgeving bestaat.
Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder "tijdvakken" verstaan alle tijdvakken van
verzekering, van werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst,
of van wonen die recht geven op een uitkering of de betrokken uitkering rechtstreeks
verhogen.
2. Voor de toepassing van artikel 52, lid 1, onder b), punt i), houdt het bevoegde orgaan van elk
van de betrokken lidstaten rekening met de in lid 1 bedoelde tijdvakken.
3. Ingeval toepassing van lid 1 ertoe zou leiden dat alle organen van de betrokken lidstaten van
hun verplichtingen worden ontheven, worden de uitkeringenuitsluitend toegekend krachtens
de wetgeving van de laatste van die lidstaten aan de voorwaarden waarvan is voldaan, alsof
alle vervulde tijdvakken van verzekering en van wonen waarmee overeenkomstig artikel 6 en
artikel 51, leden 1 en 2, rekening wordt gehouden, krachtens de wetgeving van deze lidstaat
waren vervuld.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
66
Artikel 58
Toekenning van een aanvulling
1. Degene die uitkeringen geniet waarop dit hoofdstuk van toepassing is, mag in de lidstaat waar
hij woont en krachtens welke wetgeving hem een uitkering verschuldigd is, geen lagere
uitkering ontvangen dan de minimumuitkering welke door de betrokken wetgeving is vastgesteld
voor een tijdvak van verzekering of wonen dat gelijk is aan de gezamenlijke tijdvakken
welke overeenkomstig dit hoofdstuk in aanmerking zijn genomen.
2. Het bevoegde orgaan van de lidstaat betaalt de betrokkene, gedurende de tijd dat hij op het
grondgebied van deze staat woont, een aanvullend bedrag uit dat gelijk is aan het verschil
tussen de som van de krachtens dit hoofdstuk verschuldigde uitkeringenen het bedrag van de
minimumuitkering.
Artikel 59
Herberekening en aanpassing van de uitkeringen
1. Indien de wijze van vaststelling of de regels voor de berekening van de uitkeringen krachtens
de wetgeving van een lidstaat worden gewijzigd, of indien een relevante wijziging plaatsvindt
in de persoonlijke situatie van de betrokkene die krachtens die wetgeving zou leiden tot een
aanpassing van het bedrag van de uitkering, vindt een herberekening plaats overeenkomstig
artikel 52.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
67
2. Indien echter de prestaties van de betrokken lidstaten door stijging van de kosten van levensonderhoud,
schommelingen van het niveau van inkomsten of andere redenen voor aanpassing,
met een bepaald percentage of een vast bedrag worden gewijzigd, wordt dit percentage of
bedrag rechtstreeks in de overeenkomstig artikel 52 vastgestelde uitkeringen verwerkt, zonder
dat een herberekening behoeft plaats te vinden.
Artikel 60
Bijzondere bepalingen voor ambtenaren
1. Artikel 6, artikel 50, artikel 51, lid 3, en de artikelen 52 tot en met 59 zijn van overeenkomstige
toepassing op personen die onderworpen zijn aan een bijzonder stelsel voor
ambtenaren.
2. Indien evenwel de wetgeving van een lidstaat het verkrijgen, het vaststellen, het behoud of het
herstel van het recht op prestaties krachtens een bijzonder stelsel voor ambtenaren afhankelijk
stelt van de voorwaarde dat alle tijdvakken van verzekering zijn vervuld in het kader van een
of meer bijzondere stelsels voor ambtenaren in die lidstaat of van de voorwaarde dat zij door
de wetgeving van die lidstaat met dergelijke tijdvakken gelijkgesteld worden, neemt het
bevoegde orgaan van de betrokken lidstaat uitsluitend de tijdvakken in aanmerking die
krachtens de door het orgaan toegepaste wetgeving kunnen worden erkend.
Indien, nadat de aldus vervulde tijdvakken in aanmerking zijn genomen, de betrokkene niet
voldoet aan de voor het recht op genoemde prestaties gestelde voorwaarden, wordt met deze
tijdvakken rekening gehouden voor de toekenning van prestaties volgens het algemene stelsel
of, bij gebreke daarvan, volgens het stelsel van toepassing op arbeiders respectievelijk
bedienden.
3. Indien de prestaties overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat op grond van een bijzonder
stelsel voor ambtenaren worden berekend op basis van het laatste salaris of de laatste
salarissen die tijdens een referentietijdvak werden ontvangen, neemt het bevoegde orgaan van
die lidstaat bij de berekening alleen de naar behoren geherwaardeerde salarissen in aanmerking
die werden ontvangen gedurende het tijdvak of de tijdvakken waarin de betrokkene
onder die wetgeving viel.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
68
HOOFDSTUK 6
Werkloosheidsuitkeringen
Artikel 61
Specifieke regels voor de samentelling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in
loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst
1. Het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan de wetgeving het verkrijgen, het behoud, het
herstel of de duur van het recht op uitkeringafhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken
van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in
loondienst, houdt, voorzover nodig, rekening met de krachtens de wetgeving van elke andere
lidstaat vervulde tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van
werkzaamheden anders dan in loondienst, alsof deze tijdvakken overeenkomstig de door dat
orgaan toegepaste wetgeving waren vervuld.
Wanneer echter de toepasselijke wetgeving het recht op uitkeringafhankelijk stelt van de
vervulling van tijdvakken van verzekering, worden de krachtens de wetgeving van een andere
lidstaat vervulde tijdvakken van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders
dan in loondienst slechts in aanmerking genomen op voorwaarde dat deze tijdvakken als
tijdvakken van verzekering aangemerkt zouden zijn als zij overeenkomstig de toepasselijke
wetgeving waren vervuld.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
69
2. Behoudens in de in artikel 65, lid 5, onder a), bedoelde gevallen, wordt de toepassing van lid
1 afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de betrokkene laatstelijk, overeenkomstig de
wetgeving op grond waarvan de uitkeringen worden aangevraagd, het volgende heeft vervuld:
– tijdvakken van verzekering, indien deze wetgeving tijdvakken van verzekering vereist;
– tijdvakken van werkzaamheden in loondienst, indien deze wetgeving tijdvakken van
werkzaamheden in loondienst vereist;
– tijdvakken van werkzaamheden anders dan in loondienst, indien deze wetgeving
tijdvakken van werkzaamheden anders dan in loondienst vereist.
Artikel 62
Berekening van de uitkering
1. Het bevoegde orgaan van een lidstaat waarvan de wetgeving bepaalt dat voor de berekening
van de uitkering wordt uitgegaan van het vroegere loon of beroepsinkomen, houdt uitsluitend
rekening met het loon of het beroepsinkomen dat betrokkene heeft genoten voor de laatste
werkzaamheden, al dan niet in loondienst, die hij onder die wetgeving heeft verricht.
2. Het in lid 1 bepaalde geldt ook indien de door het bevoegde orgaan toegepaste wetgeving
voorziet in een specifieke referentieperiode voor de vaststelling van het loon dat als basis
dient voor de berekening van de uitkeringen alsmede indien de betrokkene gedurende de
gehele periode of een gedeelte ervan onder de wetgeving van een andere lidstaat viel.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
70
3. In afwijking van de leden 1 en 2 houdt het orgaan van de woonplaats voor de in artikel 65,
lid 5, onder a), bedoelde grensarbeiders rekening met het loon of het beroepsinkomen dat de
betrokkene heeft genoten in de lidstaat aan de wetgeving waaraan hij tijdens het verrichten
van zijn laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, onderworpen was, overeenkomstig
de toepassingsverordening.
Artikel 63
Bijzondere bepalingen voor de opheffing van de bepalingen inzake de woonplaats
Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt artikel 7 slechts in de gevallen bedoeld in de
artikelen 64 en 65 en binnen de daarin vermelde limieten.
Artikel 64
Werklozen die zich naar het grondgebied van een andere lidstaat begeven
1. De volledig werkloze die voldoet aan de bij de wetgeving van de bevoegde lidstaat gestelde
voorwaarden om recht te hebben op uitkeringen die zich naar een andere lidstaat begeeft om
daar werk te zoeken, behoudt het recht op werkloosheidsuitkering onder de hieronder aangegeven
voorwaarden en beperkingen:
a) vóór vertrek dient de werkloze gedurende ten minste vier weken na de aanvang van zijn
werkloosheid als werkzoekende ingeschreven te zijn geweest en ter beschikking van de
diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat te zijn gebleven. De
bevoegde diensten of organen kunnen hem evenwel toestemming geven vóór het
verstrijken van deze termijn te vertrekken;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
71
b) de werkloze dient zich als werkzoekende in te schrijven bij de diensten voor arbeidsvoorziening
van de lidstaat waar hij heen is gegaan, zich te onderwerpen aan de daar
georganiseerde controle en zich aan de voorwaarden krachtens de wetgeving van die
lidstaat te houden. Deze voorwaarde wordt als vervuld beschouwd voor het tijdvak dat
aan de inschrijving voorafgaat, indien de inschrijving plaatsvindt binnen zeven dagen na
de datum waarop hij niet meer ter beschikking stond van de diensten voor arbeidsvoorziening
van de lidstaat die hij heeft verlaten. In uitzonderingsgevallen kunnen de
bevoegde diensten of organen deze termijn verlengen;
c) het recht op uitkering wordt gehandhaafd gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf
de datum waarop de werkloze niet langer ter beschikking stond van de diensten voor
arbeidsvoorziening van de lidstaat die hij heeft verlaten, zonder dat de totale duur
waarover uitkering wordt verleend, de totale duur mag overschrijden waarover hij
krachtens de wetgeving van bedoelde lidstaat recht op uitkeringheeft. De periode van
drie maanden kan door de bevoegde dienst of het bevoegde orgaan tot maximaal
zes maanden worden verlengd.
d) de uitkering wordt door en voor rekening van het bevoegde orgaan verleend volgens de
door dit orgaan toegepaste wetgeving.
2. Indien de betrokkene bij of vóór het verstrijken van het tijdvak waarover hij krachtens lid 1,
onder c), recht op uitkeringheeft, naar de bevoegde lidstaat terugkeert, behoudt hij het recht
op uitkeringovereenkomstig de wetgeving van deze lidstaat; hij verliest elk recht op uitkering
krachtens de wetgeving van de bevoegde lidstaat, indien hij niet bij of vóór het verstrijken van
dit tijdvak naar deze staat terugkeert, behoudens gunstiger bepalingen in die wetgeving. In
uitzonderingsgevallen kunnen de bevoegde diensten of organen de betrokken persoon
toestaan op een latere datum terug te keren met behoud van zijn recht op uitkering.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
72
3. Behoudens gunstiger wetgeving van de bevoegde lidstaat, bedraagt het totale tijdvak tussen
twee tijdvakken van arbeid waarin het recht op uitkeringen op grond van lid 1 wordt
gehandhaafd ten hoogste drie maanden. Deze periode kan door de bevoegde diensten of het
bevoegde orgaan tot maximaal zes maanden worden verlengd.
4. De wijze van uitwisseling van informatie, samenwerking en wederzijdse bijstandverlening
tussen de organen en diensten van de bevoegde lidstaat en die van de lidstaat waarheen de
betrokkene zich begeeft om werk te zoeken, wordt vastgesteld in de toepassingsverordening.
Artikel 65
Werklozen die tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden
in een andere dan de bevoegde lidstaat woonden
1. De gedeeltelijke of door onvoorziene omstandighedenwerkloos geraakte werkloze die tijdens
het verrichten van zijn laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, in een andere dan de
bevoegde lidstaat woonde, moet zich ter beschikking van zijn werkgever of van de arbeidsvoorzieningsdiensten
van de bevoegde lidstaat stellen. Hij heeft recht op uitkering volgens de
wetgeving van de bevoegde lidstaat alsof hij in die lidstaat woonde. Deze uitkering wordt
door het orgaan van de bevoegde lidstaat verleend.
2. De volledig werkloze, die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden, al dan niet in
loondienst, in een andere dan de bevoegde lidstaat woonde en in die lidstaat blijft wonen of
ernaar terugkeert, stelt zich ter beschikking van de arbeidsvoorzieningsdiensten van de lidstaat
waar hij woont. Onverminderd de toepassing van artikel 64 mag een volledig werkloze
zich daarnaast ter beschikking stellen van de arbeidsvoorzieningsdiensten van de lidstaat waar
hij zijn laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, heeft verricht.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
73
Een werkloze die geen grensarbeider is en die niet terugkeert naar de lidstaat van zijn woonplaats,
stelt zich ter beschikking te stellen van de arbeidsvoorzieningsdiensten van de lidstaat
aan de wetgeving waarvan hij het laatst onderworpen was.
3. De in lid 2, eerste zin, bedoelde werkloze registreert zich als werkzoekende bij de bevoegde
diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat waar hij woont, wordt onderworpen aan de
daar georganiseerde controles, en houdt zich aan de door de wetgeving van die lidstaat
gestelde voorwaarden. Indien hij zich tevens als werkzoekende wenst in te registreren in de
lidstaat waar hij zijn laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, heeft verricht, voldoet
hij volledig aan de in die lidstaat geldende verplichtingen.
4. De uitvoering van lid 2, tweede zin, en van lid 3, tweede zin, alsmede de regelingen voor de
uitwisseling van informatie, de samenwerking en wederzijdse bijstandverlening tussen de
organen en diensten van de lidstaat van de woonplaats en de lidstaat waar de betrokkene het
laatst werkzaamheden heeft verricht, worden vastgesteld in de toepassingsverordening.
5. a) De in lid 2, eerste en tweede zin, bedoelde werkloze heeft recht op uitkering volgens de
wetgeving van de lidstaat waar hij woont, alsof hij tijdens het verrichten van zijn laatste
werkzaamheden, al dan niet in loondienst aan die wetgeving onderworpen was. Deze
prestaties worden verleend door het orgaan van de woonplaats.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
74
b) Een werknemer die geen grensarbeider is, en aan wie uitkering is verleend voor
rekening van het bevoegde orgaan van de lidstaat aan welks wetgeving hij het laatst
onderworpen was, heeft echter bij zijn terugkeer naar de lidstaat van de woonplaats,
eerst recht op uitkering overeenkomstig artikel 64, waarbij het recht op uitkering
krachtens onderdeel a) geschorst wordt, zolang hij recht op uitkering heeft krachtens de
wetgeving waaraan hij het laatst onderworpen was.
6. De door het orgaan van de woonplaats verleende uitkeringen krachtens lid 5 blijven ten laste
van dit orgaan. Onverminderd lid 7 vergoedt het bevoegde orgaan van de lidstaat aan welks
wetgeving de betrokkene het laatst onderworpen was, echter het orgaan van de woonplaats
volledig voor de uitkeringen die gedurende ten hoogste de eerste drie maanden door laatstgenoemd
orgaan zijn verstrekt. De vergoeding over dit tijdvak, mag niet hoger zijn dan de
werkloosheidsuitkeringen krachtens de wetgeving van de bevoegde lidstaat. In het in lid 5,
onder b), bedoelde geval wordt het tijdvak waarin er uitkeringen uit hoofde van artikel 64
worden verleend, afgetrokken van het in de tweede zin van dit lid bedoelde tijdvak. De
bijzonderheden betreffende de vergoeding worden vastgesteld in de toepassingsverordening.
7. Het in lid 6 bedoelde tijdvak van vergoeding wordt evenwel op vijf maanden gebracht
wanneer de betrokkene tijdens de voorafgaande 24 maanden gedurende tijdvakken van ten
minste 12 maanden al dan niet in loondienst heeft gewerkt in de lidstaten aan welks wetgeving
hij het laatst onderworpen was, indien die tijdvakken in aanmerking komen voor de
vaststelling van het recht op werkloosheidsuitkering.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
75
8. Voor de toepassing van de leden 6 en 7 kunnen twee of meer lidstaten of hun bevoegde
autoriteiten andere wijzen van vergoeding vaststellen of van iedere vergoeding tussen de
onder hun bevoegdheid vallende organen afzien.
HOOFDSTUK 7
Uitkeringen bij vervroegde uittreding
Artikel 66
Uitkeringen
Indien de toepasselijke wetgeving het recht op uitkeringen bij vervroegde uittreding afhankelijk
stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van
werkzaamheden anders dan in loondienst, is artikel 6 niet van toepassing.
HOOFDSTUK 8
Gezinsuitkeringen
Artikel 67
Gezinsleden die in een andere lidstaat wonen
Een persoon heeftrecht op gezinsbijslag overeenkomstig de wetgeving van de bevoegde lidstaat,
ook voor de gezinsleden die in een andere lidstaat wonen, alsof deze in eerstbedoelde lidstaat
woonden. Een pensioengerechtigde heeft echter recht op gezinsbijslag overeenkomstig de
wetgeving van de lidstaten die bevoegd zijn voor zijn pensioen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
76
Artikel 68
Prioriteitsregels bij samenloop
1. Indien gedurende hetzelfde tijdvak en voor dezelfde gezinsleden in uitkeringen is voorzien op
grond van de wetgeving van meer dan een lidstaat, zijn de volgende prioriteitsregels van
toepassing:
a) Indien door meer dan een lidstaat uitkeringen verschuldigd zijn op verschillende
gronden, is de volgorde van prioriteit de volgende: eerst de rechten verkregen op grond
van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, vervolgens de rechten verkregen op
grond van een pensioen, en tenslotte de rechten op grond van de woonplaats;
b) Indien door meer dan een lidstaat uitkeringen verschuldigd zijn op dezelfde grond,
wordt de volgorde van prioriteit vastgesteld op basis van de volgende subsidiaire
criteria:
i) indien het gaat om rechten die verkregen zijn op grond van werkzaamheden, al
dan niet in loondienst: de woonplaats van de kinderen, mits er dergelijke werkzaamheden
worden verricht, en subsidiair, in voorkomend geval, het hoogste
bedrag aan uitkeringen waarin de betrokken wetgevingen voorzien. In dat laatste
geval worden de kosten van de uitkeringen verdeeld volgens in de toepassingsverordening
bepaalde criteria;
ii) indien het gaat om rechten die verkregen zijn op grond van een pensioen: de
woonplaats van de kinderen, mits op grond van deze wetgeving een pensioen
moet worden uitgekeerd, en subsidiair, in voorkomend geval, het langste onder de
betrokken wetgevingen vervulde tijdvak van verzekering of verblijf;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
77
iii) indien het gaat om rechten die verkregen zijn op grond van de woonplaats: de
woonplaats van de kinderen.
2. Bij samenloopvan rechten worden de gezinsuitkeringen toegekend overeenkomstig de
wetgeving die volgens lid 1 als prioritair is aangemerkt. De rechten op gezinsuitkeringen die
verschuldigd zijn op grond van de andere betrokken wetgeving of wetgevingen, worden
geschorst ter hoogte van het bedrag dat bij de wetgeving van de eerste lidstaat is vastgesteld
en, zo nodig, wordt het deel dat dit bedrag overschrijdt uitbetaald in de vorm van een aanvullende
toeslag. Als het recht op de uitkering in kwestie alleen gebaseerd is op de woonplaats,
hoeft deze aanvullende toeslag echter niet te worden uitgekeerd voor kinderen die in
een andere lidstaat wonen.
3. Indien er uit hoofde van artikel 67 een aanvraag om gezinsuitkeringen wordt ingediend bij het
bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving toepasselijk is, maarniet op grond van
het prioritair recht overeenkomstig de leden 1 en 2.
a) zendt dat orgaan de aanvraag onverwijld door naar het bevoegde orgaan van de lidstaat
waarvan de wetgeving prioritair van toepassing is; het stelt de betrokkene daarvan in
kennis en betaalt, onverminderd de bepalingen van de toepassingsverordening betreffende
de voorlopige toekenning van uitkeringen, zo nodig, de in lid 2 genoemde
aanvullende toeslaguit;
b) neemt het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving prioritair van toepassing
is, de aanvraag in behandeling alsof het rechtstreeks bij dat orgaan was
ingediend; de datum waarop de aanvraag bij het eerste orgaan is ingediend, wordt
beschouwd als de datum waarop de aanvraag bij het prioritaire orgaan is ingediend.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
78
Artikel 69
Aanvullende bepalingen
1. Indien er aan de op grond van de artikelen 67 en 68 aangewezen wetgeving geen enkel recht
wordt ontleend op aanvullende of speciale gezinsuitkeringen voor wezen, worden deze
uitkeringen, bovenop de andere op grond van de wetgeving van de hiervoor genoemde lidstaat
verkregen gezinsuitkeringen, automatisch verleend krachtens de wetgeving van de lidstaat
waaraan de overleden werknemer het langst onderworpen is geweest, voorzover het recht aan
de bovengenoemde wetgeving werd ontleend. Indien aan deze wetgeving geen enkel recht
werd ontleend, worden de voorwaarden voor het verwerven van een dergelijk recht krachtens
de wetgeving van de overige betrokken lidstaten getoetst en worden de uitkeringen toegekend,
en wel in afdalende volgorde volgens de duur van de krachtens de wettelijke regelingen van
deze lidstaten vervulde tijdvakken van verzekering of van wonen.
2. De uitkeringen die in de vorm van pensioenen of van aanvullende pensioenen worden
uitgekeerd, worden toegekend en berekend overeenkomstig hoofdstuk 5.
HOOFDSTUK 9
Bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties
Artikel 70
Algemene bepaling
1. Dit artikel is van toepassing op bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende
prestaties waarop wetgeving van toepassing is die, wegens haar personele werkingssfeer,
doelstellingen en/of de voorwaarden voor het ingaan van een recht, kenmerken heeft van
zowel de in artikel 3, lid 1 bedoelde socialezekerheidswetgeving als van de bijstand.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
79
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder " bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling
berustende prestaties" verstaan prestaties die:
a) bedoeld zijn:
i) voor de extra, aanvullende of bijkomende dekking van de gebeurtenissen in de in
artikel 3, lid 1, vermelde takken van de sociale zekerheid en om de betrokken
personen een minimum voor levensonderhoud te garanderen in verhouding tot de
economische en sociale situatie van de betrokken lidstaat;
of
ii) om uitsluitend personen met een handicap een bijzondere bescherming te bieden,
die nauw aansluit bij hun sociale omstandigheden in de betrokken lidstaat,
en
b) uitsluitend worden gefinancierd door de verplichte belastingen ter dekking van de
algemene openbare uitgaven en waarvoor de voorwaarden voor de toekenning en
berekening niet afhankelijk zijn van de betaling van enige premie of bijdrage door de
betrokkene. Prestaties ter aanvulling van op premie- of bijdragebetaling berustende
prestaties mogen evenwel niet alleen om die reden als op premie- of bijdragebetaling
berustende prestaties worden beschouwd,
en
c) opgenomen zijn in bijlage X.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
80
3. Artikel 7 en de andere hoofdstukken van titel III zijn niet van toepassing op de in lid 2 van dit
artikel bedoelde prestaties.
4. De in lid 2 bedoelde uitkeringen zullen uitsluitend worden toegekend door de lidstaat waarin
de betreffende persoon woont, overeenkomstig de wetgeving van deze staat. Deze prestaties
worden verstrekt door, en voor rekening van, het orgaan van de woonplaats.
TITEL IV
ADMINISTRATIEVE COMMISSIE EN RAADGEVEND COMITÉ
Artikel 71
Samenstelling en werkwijze van de Administratieve Commissie
1. De Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, hierna
"Administratieve Commissie" genoemd, die bij de Commissie van de Europese
Gemeenschappen is ingesteld, is samengesteld uit een regeringsvertegenwoordiger van elk
van de lidstaten, die eventueel door technische adviseurs wordt bijgestaan. Een vertegenwoordiger
van de Commissie van de Europese Gemeenschappen neemt als adviseur deel aan
de vergaderingen van de Administratieve Commissie.
2. De statuten van de Administratieve Commissie worden door haar leden in onderlinge
overeenstemming opgesteld.
De besluiten inzake de in artikel 726, onder a), bedoelde vraagstukken van interpretatieve
aard worden aangenomen overeenkomstig de in het Verdrag neergelegde stemvoorschriften
en er wordt de nodige bekendheid aan gegeven.
3. Het secretariaat van de Administratieve Commissie wordt waargenomen door de diensten van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
81
Artikel 72
Taken van de Administratieve Commissie
De Administratieve Commissie heeft tot taak:
a) alle vraagstukken van administratieve of interpretatieve aard, voortvloeiende uit de
bepalingen van deze verordening, van de toepassingsverordening en van enige overeenkomst
of regeling die in het kader daarvan tot stand zal komen, te behandelen, onverminderd het
recht van de betrokken autoriteiten, organen en personen om gebruik te maken van de rechtsmiddelen,
en zich te wenden tot de rechterlijke instanties, bedoeld bij de wetgevingen van de
lidstaten, bij deze verordening en bij het Verdrag;
b) de uniforme toepassing van het Gemeenschapsrecht te vergemakkelijken, met name door de
uitwisseling van ervaringen en goede administratieve praktijken te bevorderen;
c) de samenwerking tussen de lidstaten en hun organen op het gebied van de sociale zekerheid te
bevorderen en verder te ontwikkelen teneinde met name in te spelen op de bijzondere vraagstukken
in verband met bepaalde categorieën personen; op het gebied van de coördinatie van
de sociale zekerheid de verwezenlijking van activiteiten op het gebied van grensoverschrijdende
samenwerking te bevorderen;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
82
d) een zo ruim mogelijke toepassing van de nieuwe technologieën te bevorderen om het vrije
verkeer van personen te vergemakkelijken, met name door de procedures voor de gegevensuitwisseling
te moderniseren en de informatiestroom tussen de organen, rekening houdend
met de stand van de ontwikkeling van de gegevensverwerking in elke lidstaat, geschikt te
maken voor elektronische uitwisseling; de Administratieve Commissie stelt de gemeenschappelijke
voorschriften voor de infrastructuur van de elektronische gegevensverwerking
vast, in het bijzonder de voorschriften in verband met de beveiliging en het gebruik van de
standaards, en zij stelt de voorschriften vast voor de werking van het gemeenschappelijk
gedeelte van deze voorzieningen;
e) alle overige werkzaamheden te verrichten die tot haar bevoegdheid behoren krachtens deze
verordening en de toepassingsverordening of krachtens enige overeenkomst of regeling die in
het kader daarvan tot stand zal komen;
f) aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen alle voorstellen op het gebied van de
coördinatie van de socialezekerheidsstelsels te doen teneinde het acquis communautaire te
verbeteren en te moderniseren door de uitwerking van latere verordeningen of met behulp van
andere door het Verdrag voorziene instrumenten;
g) vast te stellen met welke gegevens rekening moet worden gehouden bij het opmaken van de
rekeningen betreffende de lasten welke de organen van de lidstaten krachtens deze verordening
moeten dragen, en de jaarlijkse afrekening tussen deze organen op te stellen op basis van
een verslag van de in artikel 74 bedoelde rekencommissie.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
83
Artikel 73
Technische Commissie voor de gegevensverwerking
1. Bij de Administratieve Commissie wordt een Technische Commissie voor de gegevensverwerking
opgericht, hierna "Technische Commissie" genoemd. De Technische Commissie
doet aan de Administratieve Commissie voorstellen voor de gemeenschappelijke voorschriften
voor de infrastructuur voor het beheer van de elektronische gegevensverwerkingsdiensten,
in het bijzonder de voorschriften in verband met de beveiliging en het gebruik van
de normen; zij stelt verslagen op en brengt een met redenen omkleed advies uit op basis
waarvan de Administratieve Commissie de in artikel 72, onder d), bedoelde beslissingen
neemt. De Administratieve Commissie stelt de samenstelling en de regels voor de werkwijze
van de Technische Commissie vast.
2. Te dien einde heeft de Technische Commissie tot taak:
a) de relevante technische documentatie te verzamelen en de voor de vervulling van haar
taken noodzakelijke studies en werkzaamheden te verrichten;
b) de in lid 1 bedoelde verslagen en met redenen omklede adviezen aan de Administratieve
Commissie voor te leggen;
c) alle andere werkzaamheden en studies uit te voeren inzake vraagstukken die de
Administratieve Commissie haar voorlegt;
d) leiding te geven aan communautaire proefprojecten voor het gebruik van elektronische
gegevensverwerkingsdiensten en, voor het communautaire gedeelte, van de operationele
systemen van het gebruik van die diensten.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
84
Artikel 74
Rekencommissie
1. Er wordt bij de Administratieve Commissie een Rekencommissie ingesteld.
De samenstelling en de regels voor de werkwijze van deze commissie worden vastgesteld
door de Administratieve Commissie.
De Rekencommissie heeft tot taak:
a) de controle te verrichten op de methode voor het bepalen en berekenen van de jaarlijkse
gemiddelde kosten die door de lidstaten worden ingediend;
b) de nodige gegevens te verzamelen en de berekeningen te maken die nodig zijn om
jaarlijks de stand op te maken van de vorderingen van elke lidstaat;
c) periodiek verslag uit te brengen aan de Administratieve Commissie over het resultaat
van de toepassing van de onderhavige verordening en de toepassingsverordening, met
name op financieel vlak;
d) de gegevens en de verslagen te verstrekken die de Administratieve Commissie nodig
heeft om de besluiten krachtens artikel 72, onder g), te kunnen nemen;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
85
e) de Administratieve Commissie alle dienstige voorstellen te doen, inclusief over deze
verordening, met betrekking tot de onderdelen a), b) en c);
f) alle werkzaamheden, studies of taken te verrichten inzake vraagstukken die de
Administratieve Commissie haar voorlegt.
Artikel 75
Raadgevend Comité voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
1. Er wordt een Raadgevend Comité voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
ingesteld, hierna "Raadgevend Comité" genoemd, dat voor elk van de lidstaten is samengesteld
uit
a) een vertegenwoordiger van de regering;
b) een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties;
c) een vertegenwoordiger van de werkgeversorganisaties.
Voor elk van de hierboven genoemde categorieën wordt één plaatsvervangend lid per lidstaat
benoemd.
De leden en de plaatsvervangende leden van het Raadgevend Comité worden benoemd door
de Raad. Het Raadgevend Comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen. Het Raadgevend Comité stelt zijn reglement
van orde vast.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
86
2. Het Raadgevend Comité is gemachtigd om, op verzoek van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen, van de Administratieve Commissie of uit eigen beweging:
a) vraagstukken van algemene of principiële aard en problemen welke rijzen bij de toepassing
van de communautaire bepalingen inzake de coördinatie van sociale zekerheidssystemen,
met name in verband met bepaalde categorieën personen, te onderzoeken;
b) ten behoeve van de Administratieve Commissie ter zake adviezen uit te brengen
alsmede voorstellen te doen voor een eventuele herziening van die bepalingen.
TITEL V
DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 76
Samenwerking
1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verstrekken elkaar alle inlichtingen met betrekking
tot:
a) de ter uitvoering van deze verordening getroffen maatregelen;
b) de wijzigingen in hun wetgeving die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van deze
verordening.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
87
2. Bij de toepassing van deze verordening zijn de autoriteiten en organen van de lidstaten elkaar
behulpzaam als betrof het de toepassing van hun eigen wetgeving. De wederzijdse administratieve
bijstand van genoemde autoriteiten en organen is in principekosteloos. De
Administratieve Commissie bepaalt evenwel de aard van de te vergoeden uitgaven en de
drempels waarboven een vergoeding moet plaatsvinden.
3. Voor de toepassing van deze verordening kunnen de autoriteiten en de organen van de lidstaten
zich rechtstreeks met elkaar en met de belanghebbende personen of hun gemachtigden
in verbinding stellen.
4. De organen en de personen die onder deze verordening vallen, zijn met het oog op de goede
toepassing van deze verordening verplicht elkaar inlichtingen te verstrekken en samen te
werken.
De organen reageren, overeenkomstig het beginsel van goed bestuur, binnen een redelijke
termijn op alle aanvragen en verstrekken de betrokkenen daartoe alle informatie die nodig is
om de hun door deze verordening verleende rechten uit te oefenen.
De betrokkenen moeten de organen van de bevoegde lidstaat en van de lidstaat van de woonplaats
zo spoedig mogelijk in kennis stellen van iedere verandering in hun persoonlijke of
gezinssituatie die gevolgen heeft voor hun rechten op de prestaties waarin deze verordening
voorziet.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
88
5. Indien niet voldaan wordt aan de informatieplicht als bedoeld in lid 4, derde alinea, kunnen
overeenkomstig het nationaal recht evenredige maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen
zijn gelijkwaardig aan de maatregelen die in soortgelijke onder de nationale rechtsorde
vallende situaties van toepassing zijn en mogen in de praktijk de uitoefening van de door
deze verordening aan de betrokkenen verleende rechten niet onmogelijk of buitengewoon
moeilijk maken.
6. Als zich bij de uitleg en de toepassing van deze verordening moeilijkheden voordoen die de
rechten van onder de Verordening vallende personen in gevaar kunnen brengen, neemt het
orgaan van de bevoegde lidstaat of van de lidstaatvan de woonplaats, contact op met het
orgaan of de organen van de andere betrokken lidstaat of lidstaten. Als er binnen een redelijke
termijn geen oplossing wordt gevonden, kunnen de betrokken autoriteiten de Administratieve
Commissie inschakelen.
7. De autoriteiten, organen en rechterlijke instanties van een lidstaat mogen verzoekschriften of
andere documenten die hun toegezonden worden, niet afwijzen op grond van het feit dat zij
zijn opgesteld in een officiële taal van een andere lidstaat, die als een officiële taal van de
instellingen van de Gemeenschap is erkend overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
89
Artikel 77
Bescherming van persoonsgegevens
1. Indien de autoriteiten of organen van een lidstaat op grond van deze verordening of van de
toepassingsverordening persoonsgegevens aan de autoriteiten of organen van een andere
lidstaat mededelen, is deze mededeling onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake
gegevensbescherming van de lidstaat die de gegevens verstrekt. Voor iedere mededeling van
de autoriteit of het orgaan van de lidstaat die de gegevens heeft ontvangen, alsmede voor de
opslag, wijziging en vernietiging van de gegevens door die lidstaat, gelden de wettelijke
bepalingen inzake gegevensbescherming van de lidstaat die de gegevens ontvangt.
2. De verzending van de voor de toepassing van deze verordening en de toepassingsverordening
noodzakelijke gegevens van een lidstaat naar een andere lidstaat dient te gebeuren met inachtneming
van de communautaire voorschriften op het gebied van de bescherming van natuurlijke
personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije
verkeer van die gegevens.
Artikel 78
Elektronische gegevensverwerking
1. De lidstaten maken steeds meer gebruik van de nieuwe technologieën voor de uitwisseling
van, de toegang tot en de behandeling van de voor de toepassing van deze verordening en de
toepassingsverordening noodzakelijke gegevens. De Commissie steunt activiteiten van
gemeenschappelijk belang zodra de lidstaten deze diensten voor elektronische gegevensverwerking
hebben ingevoerd.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
90
2. Elke lidstaat is met inachtneming van de communautaire voorschriften op het gebied van de
bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
en betreffende het vrije verkeer van die gegevens verantwoordelijk voor het beheer van zijn
eigen gedeelte van de diensten voor elektronische gegevensverwerking.
3. Een elektronisch document dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en de
toepassingsverordening door een orgaan is verstuurd of uitgebracht, mag vanaf het moment
dat het ontvangende orgaan heeft verklaard elektronische documenten te kunnen ontvangen
door geen enkele autoriteit of door geen enkel orgaan van een andere lidstaat geweigerd
worden op grond van het feit dat dit document langs elektronische weg werd ontvangen. Het
reproduceren en opslaan van deze documenten wordt geacht een juiste en nauwkeurige weergave
te leveren van het originele document of van de informatie waarop dat betrekking heeft,
tenzij het tegendeel is bewezen.
4. Een elektronisch document wordt als geldig beschouwd als het computersysteem waarin dit
document is opgeslagen de noodzakelijke beveiligingen bevat tegen wijziging of openbaarmaking
van, of toegang van onbevoegden tot de opgeslagen gegevens. Te allen tijde is het
mogelijk de opgeslagen gegevens in een rechtstreeks leesbare vorm om te zetten. Bij de
overdracht van een elektronisch document van het ene socialezekerheidsorgaan naar het
andere worden passende beveiligingsmaatregelen genomen in overeenstemming met de
communautaire voorschriften op het gebied van de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die
gegevens.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
91
Artikel 79
Financiering van activiteiten op het gebied van de sociale zekerheid
In het kader van deze verordening en van de toepassingsverordening kan de Commissie van de
Europese Gemeenschappen de volgende activiteitengeheel of gedeeltelijk financieren:
a) activiteiten ter verbetering van de informatie-uitwisseling tussen de autoriteiten en organen
voor de sociale zekerheid van de lidstaten, met name van elektronische gegevensuitwisseling;
b) alle andere activiteiten die ten doel hebben om, met behulp van de meest geschikte middelen,
informatie aan de onder deze verordening vallende personen en hun vertegenwoordigers te
verstrekken over de rechten en plichten die uit deze verordening voortvloeien.
Artikel 80
Vrijstelling
1. Iedere vrijstelling of verlaging van belastingen, retributies, zegelrechten, griffie- of registratierechten
waarin bij de wetgeving van een lidstaat is voorzien voor bescheiden of documenten
die ter uitvoering van de wetgeving van deze staat dienen te worden overgelegd, geldt eveneens
voor overeenkomstige bescheiden of documenten die ter uitvoering van de wetgeving
van een andere lidstaat of van deze verordening dienen te worden overgelegd.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
92
2. Alle akten, documenten of bescheiden van welke aard dan ook die voor de toepassing van
deze verordening dienen te worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie door
diplomatieke of consulaire autoriteiten.
Artikel 81
Aanvragen, verklaringen of beroepschriften
Aanvragen, verklaringen of beroepschriften die ter uitvoering van de wetgeving van een lidstaat
binnen een bepaalde termijn moeten worden ingediend bij een autoriteit, een orgaan of een rechterlijke
instantie van die lidstaat, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn bij een overeenkomstige
autoriteit, orgaan of rechterlijke instantie van een andere lidstaat worden ingediend. In dat
geval zal de autoriteit, het orgaan of de rechterlijke instantie waarop aldus een beroep wordt gedaan,
deze aanvragen, verklaringen of beroepschriften onverwijld doen toekomen aan de bevoegde autoriteit,
het bevoegde orgaan of de bevoegde rechterlijke instantie van eerstbedoelde lidstaat, hetzij
rechtstreeks, hetzij door bemiddeling van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten. De
datum waarop die aanvragen, verklaringen of beroepschriften bij een autoriteit, een orgaan of een
rechterlijke instantie van de andere lidstaat zijn ingediend, wordt beschouwd als de datum waarop
deze zijn ingediend bij de autoriteiten, het orgaan of de rechterlijke instantie die bevoegd is hiervan
kennis te nemen.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
93
Artikel 82
Geneeskundige onderzoeken
Bij de wetgeving van een lidstaat voorziene geneeskundige onderzoeken kunnen op verzoek van het
bevoegde orgaan in een andere lidstaat worden verricht door het orgaan van de woon- of verblijfplaats
van de aanvrager van of de rechthebbende op prestaties, op de wijze als bepaald bij de
toepassingsverordening of op een tussen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeengekomen
wijze.
Artikel 83
Toepassing van wetgevingen
De bijzonderheden voor de toepassing van de wetgevingen van bepaalde lidstaten staan in
bijlage XI.
Artikel 84
Inning van premies of bijdragen
en terugvordering van prestaties
1. Premies of bijdragen die aan een orgaan van een lidstaat verschuldigd zijn, en prestaties die
ten onrechte door een orgaan van een lidstaat zijn verleend, kunnen in een andere lidstaat
worden geïnd, respectievelijk teruggevorderd, volgens de procedures en met de waarborgen
en voorrechten die van toepassing zijn op de inning van premies of bijdragen die verschuldigd
zijn aan, en de terugvordering van prestaties die ten onrechte zijn verleend door, het overeenkomstige
orgaan van laatstbedoelde lidstaat.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
94
2. Voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen van rechterlijke en overheidsinstanties betreffende
de inning van premies of bijdragen, renten en alle andere kosten of de terugvordering
van krachtens de wetgeving van een lidstaat ten onrechte verleende prestaties, worden op
verzoek van het bevoegde orgaan in een andere lidstaat erkend en ten uitvoer gelegd binnen
de grenzen en volgens de procedures waarin de wetgeving voorziet en volgens alle andere
procedures die van toepassing zijn op gelijkaardige beslissingen van die lidstaat. Deze beslissingen
worden door het bevoegde orgaan uitvoerbaar in die lidstaat verklaard voorzover de
wetgeving en alle andere procedures van die lidstaat dit vereisen.
3. In geval van gedwongen tenuitvoerlegging, faillissement of akkoord genieten de vorderingen
van het orgaan van een lidstaat in een andere lidstaat dezelfde voorrechten als die welke de
wetgeving van laatstbedoelde lidstaat toekent aan vorderingen van dezelfde aard.
4. De wijze van toepassing van dit artikel, inclusief de te vergoeden kosten, wordt geregeld bij
de toepassingsverordening of, voor zover nodig en bij wijze van aanvulling, door middel van
overeenkomsten tussen lidstaten.
Artikel 85
Rechten van de organen
1. Indien prestaties worden genoten krachtens de wetgeving van een lidstaat naar aanleiding van schade die voortvloeit uit een in een andere lidstaat voorgevallen gebeurtenis, worden de
eventuele rechten die het orgaan dat de prestaties verschuldigd is, heeft ten opzichte van een
derde die verplicht is de schade te vergoeden als volgt geregeld:
a) indien het orgaan dat de prestaties verschuldigd is krachtens de door dit orgaan toegepaste
wetgeving in de rechten treedt die de rechthebbende ten opzichte van die derde
heeft, erkent elke lidstaat die subrogatie;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
95
b) indien het orgaan dat de prestaties verschuldigd is, een onmiddellijk recht ten opzichte
van de derde heeft, erkent elke lidstaat dat recht;
2. indien prestaties worden genoten krachtens de wetgeving van een lidstaat naar aanleiding
van schade die voortvloeit uit een in een andere lidstaat voorgevallen gebeurtenis,
gelden de in genoemde wetgeving voorkomende bepalingen die aangeven in welke
gevallen de werkgevers of de bij hen werkzaam zijnde werknemers zijn ontheven van
de aansprakelijkheid naar burgerlijk recht ten opzichte van de rechthebbende op
prestaties of het bevoegde orgaan.
Lid 1 is eveneens van toepassing op de eventuele rechten die het orgaan dat de prestaties
verschuldigd is, heeft ten opzichte van werkgevers of de bij deze werkgevers werkzaam
zijnde werknemers, in de gevallen waarin zij niet van hun aansprakelijkheid zijn ontheven.
3. Indien twee of meer lidstaten of de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten overeenkomstig
artikel 35, lid 3, en/of artikel 41, lid 2, een overeenkomst hebben gesloten waarbij van
vergoeding tussen de onder hun bevoegdheid vallende organen wordt afgezien, of indien de
vergoeding niet afhangt van het bedrag van de daadwerkelijk verrichte prestaties, worden de
eventuele rechten ten opzichte van een aansprakelijke derde als volgt geregeld:
a) indien het orgaan van een lidstaat van de woon- of verblijfplaats prestaties verleent aan
een persoon voor schade die op het grondgebied van die lidstaat is ontstaan, oefent
bedoeld orgaan overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving het recht van
subrogatie of rechtstreekse vordering uit jegens de schadeplichtige derde;
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
96
b) voor de toepassing van het bepaalde onder a) wordt:
i) de rechthebbende op prestaties geacht te zijn aangesloten bij het orgaan van de
woon- of verblijfplaats, en
ii) bedoeld orgaan aangemerkt als het orgaan dat de prestaties verschuldigd is;
c) de leden 1 en 2 blijven van toepassing ten aanzien van prestaties die niet vallen onder de
overeenkomst waarbij wederzijds van vergoeding wordt afgezien, of waarvoor de
vergoeding niet afhangt van het bedrag van de daadwerkelijk verrichte prestaties.
Artikel 86
Bilaterale overeenkomsten
Wat betreft de betrekkingen tussen Luxemburg enerzijds, en Frankrijk, Duitsland en België anderzijds,
wordt de toepassing en de duur van het in artikel 65, lid 7, bedoelde tijdvak afhankelijk
gesteld van de sluiting van bilaterale overeenkomsten.
TITEL VI
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 87
Overgangsbepalingen
1. Aan deze verordening kan geen enkel recht worden ontleend voor het tijdvak dat aan de
datum van haar toepassing voorafgaat.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
97
2. Voor de vaststelling van de aan deze verordening te ontlenen rechten wordt rekening
gehouden met elk tijdvak van verzekering, alsmede eventueel met elk tijdvak van werkzaamheden
in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen, dat
krachtens de wetgeving van de betrokken lidstaat de datum van haar toepassing in deze
lidstaat is vervuld.
3. Onverminderd lid 1 ontstaat krachtens deze verordening ook dan een recht, indien dit recht in
verband staat met een gebeurtenis die vóór de datum van haar toepassing in de betrokken
lidstaat heeft plaatsgevonden.
4. Elke prestatie die in verband met de nationaliteit van de betrokkene dan wel met diens woonplaats
niet is toegekend dan wel is geschorst, wordt op verzoek van de betrokkene toegekend
of hervat met ingang van de datum van toepassing van deze verordening in de betrokken
lidstaat, mits de vroeger toegekende rechten niet in de vorm van een afkoopsom zijn
vereffend.
5. De rechten van de betrokkene wier pensioen vóór de datum van toepassing van deze
verordening in een lidstaat werd toegekend, kunnen op verzoek van de betrokkene worden
herzien met inachtneming van deze verordening.
6. Indien het in lid 4 of lid 5 bedoelde verzoek binnen twee jaar na de datum van toepassing van
deze verordening in een lidstaat wordt ingediend, worden de aan deze verordening te ontlenen
rechten met ingang van die datum verkregen, zonder dat de wetgeving van enige lidstaat met
betrekking tot het verval of de verjaring van rechten op de betrokkenen kan worden toegepast.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
98
7. Indien het in lid 4 of lid 5 bedoelde verzoek na afloop van de termijn van twee jaar na de
datum van toepassing van deze verordening in de betrokken lidstaat wordt ingediend, worden
de niet vervallen of verjaarde rechten met ingang van de datum waarop het verzoek is
ingediend, verkregen, tenzij gunstiger bepalingen van de wetgeving van enig lidstaat van
toepassing zijn.
8. Indien een persoon op grond van deze verordening is onderworpen aan de wetgeving van een
andere lidstaat dan die waaraan die persoon krachtens Titel II van Verordening (EEG)
nr. 1408/71 onderworpen is, blijft de betrokkene onderworpen aan deze wetgeving zolang de
desbetreffende situatie voortduurt, tenzij hij een aanvraag indient om onderworpen te worden
aan de wetgeving die krachtens deze verordening van toepassing is. Indien de aanvraag
binnen een termijn van drie maanden vanaf de toepassingsdatum van deze verordening wordt
ingediend bij het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving krachtens deze
verordening van toepassing is, is deze wetgeving op betrokkene van toepassing vanaf de
toepassingsdatum van deze verordening. Indien de aanvraag wordt ingediend nadat deze
termijn verstreken is, is genoemde wetgeving op betrokkene van toepassing vanaf de eerste
dag van de volgende maand.
9. Artikel 55 van deze verordening is uitsluitend van toepassing op pensioenen waarop
artikel 46 quater van Verordening (EEG) nr. 1408/71 op de toepassingsdatum van deze
verordening niet van toepassing is.
10. Artikel 65, lid 2, tweede zin, en lid 3, tweede zin, is uiterlijk twee jaar na de toepassingsdatum
van deze verordening in Luxemburg van toepassing.
11. De lidstaten zien erop toe dat passende informatie wordt verstrekt met betrekking tot de
wijzigingen in de rechten en plichten die worden ingevoerd bij deze verordening en de
toepassingsverordening.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
99
Artikel 88
Bijwerking van de bijlagen
De bijlagen van deze verordening zullen regelmatig worden herzien.
Artikel 89
Toepassingsverordening
De wijze van toepassing van deze verordening wordt bij een latere verordening vastgesteld.
Artikel 90
Intrekkingen
1. Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad wordt met ingang van de toepassingsdatum van
deze verordening ingetrokken.
2. Verordening (EEG) nr. 1408/71 blijft evenwel van kracht en de rechtsgevolgen ervan worden
gehandhaafd voor:
a) Verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de
bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en Verordening (EEG) nr. 574/72 tot
onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze
bepalingen vallen 1, zulks zolang genoemde verordening niet wordt ingetrokken of
gewijzigd;
1 PB L 124 van 20.5.2003, blz. 1.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
100
b) Verordening (EEG) nr. 1661/85 van 13 juni 1985 van de Raad van 13 juni 1985 tot
vaststelling van de technische aanpassingen van de communautaire regelingen op het
gebied van de sociale zekerheid van migrerende werknemers met betrekking tot
Groenland 1, zulks zolang genoemde verordening niet wordt ingetrokken of gewijzigd;
c) de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 2, de Overeenkomst
tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse
Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen 3 alsmede andere overeenkomsten
die een verwijzing bevatten naar Verordening (EEG) nr. 1408/71, zulks zolang
genoemde overeenkomsten niet worden gewijzigd als gevolg van deze verordening.
3. Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 1408/71 in Richtlijn 98/49/EG van de Raad van
29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van
werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen 4, moeten worden
gelezen als verwijzingen naar deze verordening.
1 PB L 160 van 20.6.1985, blz. 7.
2 PB L 1 van 3.1.1994, blz. 2.
3 PB L 114 van 30.4.2003, blz. 6. Overeenkomst zoals laatstelijk gewijzigd bij Besluit
nr. 2/2003 van het Gemengd Comité EU-Zwitserland (PB L 187 van 26.7.2003, blz. 55).
4 PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
101
Artikel 91
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad
van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de toepassingsverordening.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 29.4.2004.
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
P. COX M. McDOWELL
________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
102
BIJLAGE I
Voorschotten op onderhoudsverplichtingen, bijzondere uitkeringen bij geboorte of adoptie
(artikel 1, lid 4 z)
I. Voorschotten op onderhoudsverplichtingen
A. BELGIË
Voorschotten op onderhoudsgelden als bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van
een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën.
B. DENEMARKEN
Voorschotbetaling voor kinderalimentatie uit hoofde van de Wet betreffende prestaties voor
kinderen.
Voorschotbetaling voor kinderalimentatie geconsolideerd door Wet nr. 765 van 11 september 2002.
C. DUITSLAND
Voorschotten op de onderhoudsverplichtingen uit hoofde van de Duitse wet inzake voorschotten op
onderhoudsverplichtingen (Unterhaltungsvorschussgesetz) van 23 juli 1979
D. FRANKRIJK
Gezinssteuntoelage voor een kind van wie een van de ouders of beide ouders in gebreke blijven of
niet in staat zijn hun onderhoudsverplichtingen te voldoen of de door een rechter opgelegde
onderhoudsbetalingen te verrichten.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
103
E. OOSTENRIJK
Voorschotten op de onderhoudsverplichtingen uit hoofde van de Wet inzake voorschotten op
onderhoudsverplichtingen voor kinderen (Unterhaltungsvorschussgesetz 1985-UVG)
F. PORTUGAL
Voorschotten op onderhoudsverplichtingen (Wet nr. 75/98, 19 november ter waarborging van de
alimentatie voor minderjarigen)
G. FINLAND
Onderhoudsverplichting overeenkomstig de Wet ter waarborging van de alimentatie voor kinderen
(671/1998).
H. ZWEDEN
Onderhoudsverplichting uit hoofde van de Wet inzake de onderhoudssteun (1996:1030).
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
104
II. Bijzondere uitkeringen bij geboorte of adoptie
A. BELGIË
Geboorte- en adoptietoelage
B. SPANJE
Eenmalige geboortetoelage
C. FRANKRIJK
Geboorte- of adoptietoelage van de prestaties bij geboorte en bij adoptie ("prestations d'accueil au
jeune enfant" (PAJE))
D. LUXEMBURG
Zwangerschapstoelagen
Geboortetoelagen
E. FINLAND
Moederschapspakket, de uitkering ineens bij bevalling en de uitkering ineens ter vergoeding van de
kosten van internationale adoptie op grond van de Wet inzake de uitkering bij bevalling.
___________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
105
BIJLAGE II
Bepalingen van bilaterale verdragen die van toepassing blijven en die, naargelang het geval, beperkt
zijn tot de personen die onder deze bilaterale bepalingen vallen
(artikel 8, lid 1)
De inhoud van deze bijlage zal zo spoedig mogelijk en uiterlijk vóór de in artikel 91 vermelde
datum van toepassing van deze verordening overeenkomstig het Verdrag door het Europees
Parlement en de Raad worden vastgesteld.
___________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
106
BIJLAGE III
Beperking van het recht op verstrekkingen van gezinsleden van een grensarbeider
(artikel 18, lid 2)
DENEMARKEN
SPANJE
IERLAND
NEDERLAND
FINLAND
ZWEDEN
VERENIGD KONINKRIJK
___________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
107
BIJLAGE IV
Meer rechten voor pensioengerechtigden die naar de bevoegde lidstaat terugkeren
(artikel 27, lid 2)
BELGIË
DUITSLAND
GRIEKENLAND
SPANJE
FRANKRIJK
ITALIË
LUXEMBURG
OOSTENRIJK
ZWEDEN
__________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
108
BIJLAGE V
Meer rechten voor voormalige grensarbeiders die terugkeren naar het land waar zij tevoren al dan
niet in loondienst grensarbeider zijn geweest (alleen van toepassing indien de lidstaat waar zich het
bevoegde orgaan bevindt dat verantwoordelijk is voor de kosten van de aan de pensioengerechtigde
in de lidstaat van zijn woonplaats verleende verstrekkingen, is vermeld)
(artikel 28, lid 2.
BELGIË
DUITSLAND
SPANJE
FRANKRIJK
LUXEMBURG
OOSTENRIJK
PORTUGAL
____________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
109
BIJLAGE VI
Vaststelling van A-wetgeving die van de bijzondere coördinatie zou moeten profiteren
(artikel 44, lid 1)
A. GRIEKENLAND
De wettelijke regeling betreffende het verzekeringsstelsel voor de landouw (OGA), uit hoofde van
Wet nr. 4169/1961.
B. IERLAND
Deel II, hoofdstuk 15 van de gecodificeerde wet van 1993 op de sociale zekerheid en de sociale
diensten (Social Welfare (Consolidation) Act, 1993).
C. FINLAND
Invaliditeitspensioenen overeenkomstig de nationale pensioenwet van 8 juni 1956, uitgekeerd
krachtens de overgangsregeling van de nationale pensioenwet (547/93).
Nationale pensioenen voor personen die gehandicapt zijn geboren of op jonge leeftijd gehandicapt
zijn geworden (Nationale pensioenwet 574/93).
D. ZWEDEN
"Sjukersättning och aktivitetsersättning" (inkomensgerelateerde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
voor personen boven de 30 jaar, resp. voor personen van 19-30 jaar) (Wet 1962:381 zoals gewijzigd
door Wet 2001:489).
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
110
E. VERENIGD KONINKRIJK
(a) Groot-Brittannië
De artikelen 30A, lid 5, 40, 41 en 68 van de Wet inzake de socialezekerheidsbijdragen en
-prestaties (Social Security Contributions and Benefits Act) van 1992.
b) Noord-Ierland
De artikelen 30 A, lid 5, 40, 41 en 68 van de Wet inzake de socialezekerheidsbijdragen en
-prestaties voor Noord-Ierland (Contributions and Benefits Act (Northern Ireland) Act)
van 1992.
______________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
111
BIJLAGE VII
OVEREENSTEMMING TUSSEN DE WETTELIJKE REGELINGEN VAN DE LIDSTATEN INZAKE DE
VOORWAARDEN OMTRENT DE MATE VAN INVALIDITEIT
(Artikel 46, lid 3 van de verordening)
BELGIË
Regelingen, toegepast door de Belgische organen waarvoor de beslissing bij overeenstemming
bindend is
Regeling voor mijnwerkers
Lidstaten Regelingen, toegepast door de
organen der lidstaten die de
beslissing ter erkenning van de mate
van invaliditeit hebben genomen Algemene
regeling
Algemene
invaliditeit
Beroepsinvaliditeit
Regeling voor
zeelieden
DOSZ (Dienst
voor overzeese
sociale zekerheid)
FRANKRIJK 1. Algemene regeling:
– groep III (hulpbehoevendheid) Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– groep II Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– groep I Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
2. Regeling voor de landbouw
– algehele algemene invaliditeit Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
–twee derde algemene invaliditeit Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– hulpbehoevendheid Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
3. Regeling voor mijnwerkers
– gedeeltelijke algemene
invaliditeit
Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– hulpbehoevendheid Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– beroepsinvaliditeit Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
4. Regeling voor zeelieden
– algemene invaliditeit Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– hulpbehoevendheid Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– beroepsinvaliditeit Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
ITALIË 1. Algemene regeling
– invaliditeit van arbeiders Geen
overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
– invaliditeit van bedienden Geen
overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
2. Zeelieden
– ongeschiktheid voor de
scheepvaart
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
LUXEMBURG
(1)
Invaliditeit van arbeiders Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
Invaliditeit van bedienden Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Overeenstemming Geen
overeenstemming
(1) De gegevens over de overeenstemming tussen Luxemburg enerzijds en Frankrijk en België anderzijds, zullen aan een technisch
heronderzoek worden onderworpen, waarbij rekening zal worden gehouden met wijzigingen van de nationale Luxemburgse
wetgeving.
FRANKRIJK
Regelingen, toegepast door de Franse organen waarvoor de beslissing bij overeenstemming bindend is
Algemene regeling Regeling voor de landbouw Regeling voor de mijnen Regeling voor zeelieden
Lidstaten Regelingen, toegepast door de
organen der lidstaten die de
beslissing ter erkenning van
de mate van invaliditeit
hebben genomen Groep I Groep II Groep III
(hulpbehoevendheid)
Invaliditeit
twee derde
Algehele
invaliditeit
Hulpbehoevendheid
Algemene
invaliditeit
twee derde
Hulpbehoevendheid
Beroepsinvaliditeit
Algemene
invaliditeit
twee derde
Algehele
beroepsinvaliditeit
Hulpbehoevendheid
BELGIË 1. Algemene regeling Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
2. Regeling voor
mijnwerkers
– gedeeltelijke algemene
invaliditeit
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
– beroepsinvaliditeit Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenste
mming
Geen
overeenste
mming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
(2)
3. Regeling voor zeelieden Overeenstemming
(1)
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
(1)
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
(1)
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
ITALIË 1. Algemene regeling
– invaliditeit van
arbeiders
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
– invaliditeit van
bedienden
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
2. Regeling voor zeelieden
– Ongeschiktheid voor
de scheepvaart
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
LUXEMBURG
(3)
Invaliditeit van arbeiders Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Invaliditeit van bedienden Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
Geen
overeenstemming
(1) Voor zover de door het Belgische orgaan erkende invaliditeit algemeen is.
(2) Alleen wanneer het Belgische orgaan de ongeschiktheid voor boven- en ondergrondse arbeid heeft erkend.
(3) De gegevens over de overeenstemming tussen Luxemburg enerzijds en Frankrijk en België anderzijds, zullen aan een technisch heronderzoek worden onderworpen, waarbij rekening zal worden gehouden met wijzigingen
van de nationale Luxemburgse wetgeving.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
113
ITALIË
Regelingen, toegepast door de Italiaanse organen waarvoor de beslissing bij
overeenstemming bindend is
Algemene regeling
Lidstaten Regelingen, toegepast door de organen
der lidstaten die de beslissing ter
erkenning van de mate van invaliditeit
hebben genomen
Arbeiders Bedienden
Zeelieden -
Ongeschiktheid voor de
scheepvaart
BELGIË 1. Algemene regeling Geen overeenstemming Geen overeenstemming Geen overeenstemming
2. Regeling voor mijnwerkers
– gedeeltelijke algemene
invaliditeit
Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
– beroepsinvaliditeit Geen overeenstemming Geen overeenstemming Geen overeenstemming
3. Regeling voor zeelieden Geen overeenstemming Geen overeenstemming Geen overeenstemming
FRANKRIJK 1. Algemene regeling
– Groep III (hulpbehoevendheid) Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
– Groep II Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
– Groep I Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
2. Regeling voor de landbouw
– algehele algemene invaliditeit Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
– gedeeltelijke algemene
invaliditeit
Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
– hulpbehoevendheid Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
3. Regeling voor mijnwerkers
– gedeeltelijke algemene
invaliditeit
Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
–hulpbehoevendheid Overeenstemming Overeenstemming Geen overeenstemming
–beroepsinvaliditeit Geen overeenstemming Geen overeenstemming Geen overeenstemming
4. Regeling voor zeelieden
–gedeeltelijke algemene invaliditeit Geen overeenstemming Geen overeenstemming Geen overeenstemming
– hulpbehoevendheid Geen overeenstemming Geen overeenstemming Geen overeenstemming
– beroepsinvaliditeit
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
114
LUXEMBURG 1
Regelingen, toegepast door de Luxemburgse organen
waarvoor de beslissing bij overeenstemming bindend is
Lidstaten Regelingen, toegepast door de organen der
lidstaten die de beslissing ter erkenning
van de mate van invaliditeit hebben
genomen
Invaliditeit van arbeiders Invaliditeit van bedienden
BELGIË 1. Algemene regeling
2. Regeling voor mijnwerkers
- gedeeltelijke algemene invaliditeit
- beroepsinvaliditeit
3. Regeling voor zeelieden
Overeenstemming
Geen overeenstemming
Geen overeenstemming
Overeenstemming (1)
Overeenstemming
Geen overeenstemming
Geen overeenstemming
Geen overeenstemming (1)
FRANKRIJK 1. Algemene regeling :
- Groep III (hulpbehoevendheid)
- Groep II
- Groep I
2. Regeling voor de landbouw
- algehele algemene invaliditeit
- twee derde algemene invaliditeit
- hulpbehoevendheid
3. Regeling voor mijnwerkers
twee derde algemene invaliditeit
- hulpbehoevendheid
- algehele algemene invaliditeit
4. Regeling voor zeelieden
- gedeeltelijke algemene invaliditeit
- hulpbehoevendheid
- beroepsinvaliditeit
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Geen overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Geen overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Geen overeenstemming
Overeenstemming
Overeenstemming
Geen overeenstemming
(1) Voorzover de door het Belgische orgaan erkende invaliditeit algemeen is.
1 De gegevens over de overeenstemming tussen Luxemburg enerzijds en Frankrijk en België
anderzijds, zullen aan een technisch heronderzoek worden onderworpen, waarbij rekening zal
worden gehouden met wijzigingen van de nationale Luxemburgse wetgeving.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
115
BIJLAGE VIII
Gevallen waarin de onafhankelijke prestatie even hoog of hoger is dan de prestatie pro rata
(artikel 52, lid 4)
A. DENEMARKEN
Alle aanvragen om pensioenen als bedoeld in de wet op het sociaal pensioen, met uitzondering van
de in bijlage IX vermelde pensioenen.
B. FRANKRIJK
Alle aanvragen voor ouderdoms- of nabestaandenpensioenen als bedoeld in de stelsels voor aanvullende
ouderdomspensioenen voor werknemers of zelfstandigen, met uitzondering van aanvragen
voor ouderdoms- of nabestaandenpensioenen zoals bedoeld in de regeling voor aanvullende
pensioenen voor burgerluchtvaartpersoneel.
C. IERLAND
Alle aanvragen om bejaardenpensioenen, (op bijdrage- of premiebetaling berustende) ouderdomspensioenen,
weduwepensioenen en (op bijdrage of premiebetaling berustende) weduwnaarspensioenen
D. NEDERLAND
Alle aanvragen om ouderdomspensioenen krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW).
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
116
E. PORTUGAL
Alle aanvragen om invaliditeits-, ouderdoms- en nabestaandenpensioenen, met uitzondering van de
gevallen waarin het totale aantal verzekeringstijdvakken die krachtens de wetgeving van meer dan
een lidstaat zijn vervuld, 21 kalenderjaren of meer bedragen, de nationale tijdvakken van verzekering
20 jaar of minder bedragen en de berekening is gebaseerd op artikel 11 van Wetsdecreet
nr. 35/2002 van 19 februari, dat de regels voor de vaststelling van het pensioenbedrag bevat. In deze
gevallen kan, door de toepassing van gunstiger parameters voor de vorming van de pensioenen, het
resultaat van de pro-rata-berekening hoger uitvallen dan dat van de onafhankelijke berekening.
F. ZWEDEN
Inkomensgerelateerde ouderdomspensioenen (Wet 1998:674), inkomensgerelateerde nabestaandenpensioenen
in de vorm van een aanpassingspensioen en pensioentoeslag voor kinderen wanneer het
overlijden voor 1 januari 2003 plaatsvond en het weduwepensioen (Wet 2000:461 en
Wet 2000:462).
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
117
G. VERENIGD KONINKRIJK
Alle aanvragen om rust- en weduwepensioenen en uitkeringen bij overlijden op grond van titel III,
hoofdstuk 5, van de verordening, met uitzondering van de aanvragen waarvoor:
a) tijdens een belastingjaar aanvangende op of na 6 april 1975:
i) de betrokkene krachtens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk en een andere lidstaat
tijdvakken van verzekering, van arbeid of van wonen heeft vervuld, en
ii) één (of meer) onder i) bedoelde belastingjaren niet beschouwd wordt (worden) als een
rechtverstrekkend jaar in de zin van de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk;
b) de krachtens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk vóór 5 juli 1948 vervulde verzekeringstijdvakken
in aanmerking zouden worden genomen om artikel 47, lid 1, onder b),
toe te passen, door rekening te houden met tijdvakken van verzekering, van arbeid of van
wonen die vervuld zijn krachtens de wetgeving van een andere lidstaat.
_____________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
118
BIJLAGE IX
Prestaties en overeenkomsten waarbij artikel 49 kan worden toegepast
I. Prestaties als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder a), van de verordening waarvan het bedrag
onafhankelijk is van de duur van de vervulde tijdvakken van verzekering of van wonen
A. BELGIË
Uitkeringen krachtens de algemene invaliditeitsregeling, de bijzondere invaliditeitsregeling voor
mijnwerkers en de bijzondere regeling voor zeelieden ter koopvaardij.
Uitkeringen krachtens de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.
Uitkeringen in verband met invaliditeit krachtens het overzeese socialezekerheidsstelsel en de
invaliditeitsregeling van gewezen werknemers van Belgisch Kongo en Rwanda-Oeroendi.
B. DENEMARKEN
Het volledige Deense nationale ouderdomspensioen, verworven na tien jaar wonen door personen
aan wie uiterlijk vanaf 1 oktober 1989 een pensioen wordt toegekend.
C. GRIEKENLAND
Uitkeringen krachtens Wet nr. 4169/1961 – bepalingen betreffende het verzekeringsstelsel voor de
landbouw (OGA)
D. SPANJE
De Spaanse nabestaandenpensioenen, toegekend krachtens de algemene en bijzondere stelsels, met
uitzondering van het bijzondere stelsel voor ambtenaren.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
119
E. FRANKRIJK
Invaliditeitspensioen krachtens het algemene socialezekerheidsstelsel of krachtens het stelsel voor
werknemers in de landbouw.
Het invalide-, weduwen of -weduwnaarspensioen van het Franse algemene socialezekerheidsstelsel
of van het stelsel voor werknemers in de landbouw, wanneer dit wordt berekend op basis van een
invaliditeitspensioen van de overleden echtgenoot, vastgesteld op grond van artikel 47, lid 1,
onder a).
F. IERLAND
Invaliditeitspensioen van het type A.
G. NEDERLAND
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966, zoals gewijzigd.
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) van 24 april 1997, zoals gewijzigd.
Algemene Nabestaandenwet (ANW) van 21 december 1995.
H. FINLAND
Nationale pensioenen voor personen die gehandicapt zijn geboren of op jonge leeftijd gehandicapt
zijn geworden (nationale pensioenwet (547/93)).
Nationale pensioenen overeenkomstig de nationale pensioenwet van 8 juni 1956, uitgekeerd
krachtens de overgangsregeling van de nationale pensioenwet (547/93).
Het aanvullende bedrag van het pensioen voor kinderen, in overeenstemming met de wet op het
nabestaandenpensioen van 17 januari 1969.
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
120
I. ZWEDEN
Inkomensgerelateerde nabestaandenpensioen in de vorm van een pensioentoeslag voor kinderen en
een aanpassingspensioen wanneer het overlijden plaatsvond op 1 januari 2003 of later en de overledene
was geboren in 1938 of later (Wet 2000:461).
II. Uitkeringen als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder b), waarvan het bedrag wordt bepaald op
basis van een fictief tijdvak dat geacht wordt te zijn vervuld tussen de datum waarop de
verzekerde gebeurtenis is ingetreden en een latere datum
A. DUITSLAND
De Duitse invaliditeits- en nabestaandenpensioenen, waarvoor rekening is gehouden met een aanvullend
tijdvak ("Zurechnungszeit").
De Duitse ouderdomspensioenen, waarvoor rekening is gehouden met een reeds verworven fictief
tijdvak.
B. SPANJE
De rustpensioenen of pensioenen bij blijvende arbeidsongeschiktheid (invaliditeit) krachtens het
bijzondere stelsel voor ambtenaren die zijn verschuldigd krachtens Titel I van de Wet op de
staatspensioengerechtigden, indien de begunstigde op het tijdstip van de intreding van de verzekerde
gebeurtenis een ambtenaar in actieve dienst was of een daarmee gelijkgesteld persoon;
overlijdens- en nabestaandenpensioenen (weduwen-/weduwnaarspensioen, wezenpensioen en
ouderpensioen) die verschuldigd zijn krachtens Titel I van de geconsolideerde tekst van de Wet op
de staatspensioengerechtigden, indien de begunstigde op het tijdstip van overlijden een ambtenaar
in actieve dienst was of een daarmee gelijkgesteld persoon.
C. ITALIË
De Italiaanse pensioenen bij algehele arbeidsongeschiktheid (inabilità).
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
121
D. LUXEMBURG
De Luxemburgse invaliditeits- en nabestaandenpensioenen.
E. FINLAND
Het Finse werknemerspensioen waarvoor rekening wordt gehouden met toekomstige tijdvakken
overeenkomstig de nationale wettelijke regeling.
F. ZWEDEN
"Sjukersättnung och aktivitetsersätning" (arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor personen boven
de 30 jaar respectievelijk voor personen van 19 – 30 jaar) in de vorm van een gegarandeerde uitkering
(Wet 1962:381).
Nabestaandenpensioen berekend op basis van fictieve tijdvakken van verzekering (Wet 2000:461 en
Wet 2000:462).
Ouderdomspensioenen in de vorm van een gegarandeerd pensioen berekend op basis van eerder
meegetelde fictieve tijdvakken (Wet 1998:702).
III. Overeenkomsten als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder b), i), van de verordening teneinde te
voorkomen dat hetzelfde fictieve tijdvak meermaals in aanmerking wordt genomen
Het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 28 april 1997 tussen de Republiek Finland en de
Bondsrepubliek Duitsland.
Het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 10 november 2000 tussen de Republiek Finland
en het Groothertogdom Luxemburg.
Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992.
___________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
122
BIJLAGE X
Bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties
(Artikel 70, lid 2, onder c)
De inhoud van deze bijlage zal zo spoedig mogelijk en uiterlijk voor de in artikel 91 vermelde
datum van toepassing van deze verordening overeenkomstig het Verdrag door het Europees
Parlement en de Raad worden vastgesteld.
__________________
30.4.2004 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 166/
_______________________________________________________________________________
123
BIJLAGE XI
Bijzondere bepalingen betreffende de toepassing van de wetgeving van de lidstaten
(artikelen 51, lid 3; 56, lid 1 en 83)
De inhoud van deze bijlage zal zo spoedig mogelijk en uiterlijk voor de in artikel 91 vermelde
datum van toepassing van deze verordening overeenkomstig het Verdrag door het Europees
Parlement en de Raad worden vastgesteld.
_______________