Gemeenschap van goederen

Protocol



Hof Den Haag 25 maart 2015 ECLI:NL:GHDHA:2015:2874 uitkering VAV voor periode na ontbinding huwelijk is verknocht

Of een goed is verknocht hangt af van de aard van dat goed. Een uitkering VAV voor in de toekomst te derven arbeidsinkomen is naar haar aard een goed dat is verknocht aan de echtgenoot die deze ontvang en valt niet in de gemeenschap voor zover het betrekking heeft op de na-huwelijkse periode.

Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2014| ECLI:NL:GHARL:2014:4137 Letselschadeuitkering niet te identificeren op beleggingsrekening, daarom geen beroep op verknochtheid

Hof Amsterdam 21-7-2009 BJ4691 Verknochtheid pensioen, Boon van Loon

Hof 's-Hertogenbosch 1 juli 2008 BD8635 een schuld door een aanrijding is niet verknocht

De man heeft als bestuurder na een achtervolging een ongeluk veroorzaakt. Partijen waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Deze omvat volgens art. 1:94 lid 1 B.W. ook de schulden met de uitzondering van art 1:94 lid 3 B.W. voor goederen en schulden die aan een der echtgenoten op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn. Dat hangt af van de aard daarvan zoals deze mede door de maatschappelijke opvattingen wordt bepaald (HR 24 oktober 1997, NJ 1998/693). Het hof acht het enkele gegeven dat de schuld aan Polis Direct is ontstaan als direct gevolg van een onrechtmatig handelen van de man onvoldoende om de schuld als een aan man verknochte schuld aan te merken.

RvT 19-11-2007, 2007, 091 verzekeraar behoeft instemming ex-echtgenoot

Verzekeraar heeft begin mei 2004 van klager de mededeling ontvangen dat diens ex- echtgenote niet door hem gemachtigd was kwijting te verlenen voor haar vordering op verzekeraar. Verzekeraar had derhalve moeten weten dat het hem op grond van artikel 3:170 BW niet vrijstond aan de ex-echtgenote zonder verkregen instemming van klager, bijvoorbeeld blijkend uit het medeondertekenen van de vaststellingsovereenkomst, een betaling te doen ter zake van de aanrijdingschade voorzover de vordering tot vergoeding van deze schade in de ontbonden huwelijksgemeenschap viel.

Rb Zwolle 4 januari 2006 AV4663 met smartengeld gekochte levensverzekeringspolis is verknocht

Voldoende is bewezen dat de levensverzekeringspolis is gekocht met een smartengelduitkering na ongeval. De uitkering is verknocht, de daarmee gekochte verzekering valt daarom niet in de gemeenschap.

HR 24-10-1997 RvdW 97, 210 Vorderingsrecht huwelijk verknochtheid smartegeld arbeidscapaciteit

Of goederen en schulden ex art. 1:94 lid 3 BW verknocht zijn aan één der echtgenoten hangt af van de aard van het goed of de schuld. (HR 23-12-1988, NJ 89, 700). De vordering voor smartegeld is naar de aard bestemd voor compensatie van het leed dat de vrouw heeft en zal ondergaan. De materiële schade strekt tot vervanging van arbeidsinkomsten die de vrouw na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap zal derven. Deze vorderingen zijn naar de aard verknocht aan de persoon.
Zie ook Hof Amsterdam 28-3-1996, NJ kort, 96, 56
De ontvangen vergoeding voor smartegeld en verlies arbeidsvermogen zijn verknocht aan de persoon en vallen niet in de gemeenschappelijke boedel.

HR 18-03-1994 NJ 1995, 410 bevrijdende betaling echtscheiding gemeenschap

Vordering uit levensverzekering die in ontbonden en onverdeelde huwelijksgoederengemeenschap valt. Bevoegdheid deelgeno(o)t(en) tot aannemen van de uitkering. Bevrijdende betaling aan degene die krachtens betalingsbeding in verzekeringsovereenkomst inningsbevoegd is.
Het gaat hier om een recht op een levensverzekeringsuitkering dat in een ontbonden en onverdeelde huwelijksgoederengemeenschap valt. Er is derhalve sprake van een "aan de gemeenschap verschuldigde prestatie" als bedoeld in art. 3:170 lid 2 BW.
Eiseres tot cassatie, die verzekeringneemster, verzekerde en begunstigde voor de uitkering is, is slechts gezamenlijk met de overige deelgenoten in de gemeenschap bevoegd tot het aannemen van de uitkering. De andersluidende regel van HR 3 febr. 1967, NJ 1967, 441 heeft geen gelding meer.
Een beding in een overeenkomst waarbij een bepaalde persoon is aangewezen als degene aan wie de ingevolge deze overeenkomst te verrichten betalingen moeten worden gedaan, levert een "redelijke grond" in de zin van art. 6:34 BW op, waarop de schuldenaar zonder tot enig nader onderzoek te zijn gehouden mag afgaan. Hij heeft, zulks doende, bevrijdend betaald, ook als deze persoon achteraf blijkt toen deelgenoot in een ontbonden huwelijksgemeenschap te zijn geweest. Dit is slechts anders wanneer de schuldenaar ten tijde van die betaling wist of op grond van een tijdige mededeling van de andere deelgenoot of diens erfgenamen had behoren te begrijpen dat degene die door het beding is aangewezen, jegens die anderen niet tot het ontvangen van de betaling bevoegd was

Familierecht