Wilsgebreken

letsel overeenkomst dwaling deskundigheid belangenbehartiger
Nu volgens diens opgave klaagsters belangenbehartiger werkzaam was geweest op de letselschade‑afdeling van een grote verzekeraar mocht verzekeraar ervan uitgaan dat de belangenbehartiger in staat was klaagsters belangen voldoende te behartigen. Verzekeraars standpunt, dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn klaagster te houden aan de door haar ondertekende vaststellingsovereenkomst, is verdedigbaar. RvT RvT III 1998, 38

Overeenkomstenrecht