Levensloopregeling

De levensloopregeling - spaar voor uw verlof


Sinds 1 januari 2006 kunnen werknemers sparen in de levensloopregeling, om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren.

Met de levensloopregeling spaart u een deel van uw brutosalaris. Dit spaargeld kunt u opnemen als u later een tijd met onbetaald verlof wilt gaan. De reden waarom u het verlof opneemt is niet belangrijk. U kunt bijvoorbeeld verlof opnemen als:

- u moet zorgen voor een ernstig ziek kind of ouders (langdurend zorgverlof)
- u een jaar vrij wilt om tot rust te komen of te reizen (sabbatical)
- u voor kinderen onder de acht jaar moet zorgen (ouderschapsverlof)
- u een opleiding of cursus wilt volgen
- u verlof wilt opnemen voordat u met pensioen gaat

Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren.

Levenslooprekening
Als u meedoet met de levensloopregeling wordt van uw brutoloon een bedrag ingehouden. Dit geld wordt gestort op een speciale spaarrekening die op uw naam staat. Ook kunt u een rekening onderbrengen bij een instelling, een zogenaamde levenslooprekening. Dit kan bij een verzekeraar, bank, dochter van een pensioenfonds, pensioenuitvoeringsbedrijf of beheerder van een beleggingsinstelling. 

Bijdrage werkgever
Uw werkgever kan bijdragen aan uw levensloopregeling. Hij is dit niet verplicht.

Gespaarde tijd
In overleg met uw werkgever kunt u ook gespaarde tijd omzetten in geld. Het gaat dan bijvoorbeeld om extra vakantiedagen, overwerkuren en adv-dagen. Het bedrag kan op uw levenslooprekening worden gestort. Uw wettelijke vakantiedagen kunt u niet omzetten in geld.

Per jaar kunt u maximaal 12% van uw brutoloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van uw bruto jaarloon sparen.
Als u het spaargeld hebt gebruikt, kunt u weer opnieuw sparen tot het maximum.

Meer sparen voor oudere werknemers
Als u op 31 december 2005 51 jaar of ouder was, maar nog geen 56 jaar, mag u per jaar meer dan 12% van het brutoloon sparen. In totaal mag u maximaal 210% van het bruto jaarsalaris sparen.

Als u voor 31 december 2005 56 jaar of ouder was dan geldt er voor u geen overgangsregeling. U kunt gebruikmaken van de VUT en prepensioenregelingen met bijbehorende fiscale voordelen. Als er geen VUT of prepensioenregeling in uw bedrijf geldt, kunt u meedoen aan de levensloopregeling. U spaart per jaar maximaal 12% van uw brutoloon. 

Rente
De rente op uw levenslooprekening wordt bijgeschreven op uw spaartegoed. U mag maximaal 210% van het bruto jaarloon sparen. De rente telt mee bij de berekening hiervan. Hebt u uw spaarmaximum bereikt, dan kan uw totale tegoed door de rente wel blijven groeien.  

Personenschade