Geestelijk letsel

Arbeidsovereenkomst onredelijk ontslag vergoeding psychische schade smartegeld BW 7a:1638x BW 7a:1639s BW 7:658
Door het nalaten een vergoeding bij beëindiging toe te kennen heeft de werkgever de dienstbetrekking kennelijk onredelijk beëindigd.
Psychische schade ten gevolge van bejegening door een chef en het ontbreken van afdoende begeleiding behoort niet tot de schade waarvan op de voet van art. 7a:1638x BW vergoeding kan worden gevorderd.HR 30-1-1998 VR 99, 29

Onbehagen beslag smartegeld vermogensschade, overheid, onrechtmatige daad
Degene die beslag legt handelt op eigen risico. Indien het ten onrechte is gelegd dient hij de daaruit ontstane schade te vergoeden. Zie NJ 1965, 331 en 92, 321.
In dit soort gevallen zal er in de regel sprake zijn van een meer of minder sterk psychisch onbehagen zonder dat er sprake is van een geestelijk letsel dat aangemerkt kan worden als een aantasting van de persoon. HR 13-1-1995 RvdW 95, 29, zie ook Hof Leeuwarden 24-5-96, Prg 98, 5012

Smartegeld immateriële geestelijke schade oogmerk BW 6:106 lid 1 sub a en b
Nu de man het oogmerk had door het ombrengen van de twee kinderen immateriële schade toe te brengen aan de vrouw komt haar een vergoeding voor smartegeld toe. Hoewel die opzet niet aanwezig was voor het derde kind is ook aan dat kind ernstig geestelijk letsel toegebracht wat voor vergoeding vatbaar is. Hof Den Bosch 3-2-1998 VR 1999, 63

Geestelijk letsel smartegeld belastingen onbehagen ontvanger / Bos HR 13-1-1995, NJ 97, 366
Als een Ontvanger der belastingen onrechtmatig beslag heeft gelegd kan niet uitgegaan worden van een aantasting van de persoon als bedoeld in art. 6:106 1b BW. Er is dan wel sprake van meer of minder sterk psychisch onbehagen en zich gekwetst voelen. Niet aannemelijk is dat er sprake is van geestelijk letsel. ( Ondanks diverse malen opname in een psychiatrische inrichting en zelfmoordpogingen) (Zie ook jurisprudentie over medische aansprakelijkheid, steriliteit en wrongful birth, HR 21-2-1997, RvdW 97, 54.
Contrair en nieuwer
Kip & Sloetjes / Rabo HR 2-5-1997, NJ 97, 662
Als door de onrechtmatige gedraging van de bank groot psychisch leed is ontstaan doordat Kip gedwongen is geweest zijn aandelen in het Elka concern te verkopen, dat hij van de grond af had opgebouwd en zijn levenswerk was, dan kan dat voldoende zijn om een vordering voor immateriële schade te dragen.
Vgl HR 23-1-1998, VR 1998, 105.
Ook naar het tot 1-1-1992 geldende recht kan geestelijk letsel van een benadeelde in omstandigheden worden aangemerkt als een aantasting van de persoon en recht geven op vergoeding van immateriële schade.

Geestelijk letsel smartegeld kind ouder opvoeding
Het gewraakte handelen begon voor 1992 volgens art. 173 Overgangswet NBW dient naar het oude recht geoordeeld te worden.
Bij een aantasting in de persoon kon naar dat recht niet snel immateriële schade worden aanvaard, alleen bij shockschade of een ernstige aantasting van iemands privacy. Gevolgen van tekortkomingen in de opvoeding komen niet voor smartegeld in aanmerking. Ook in het huidig recht zal in dat geval niet snel tot schadevergoeding worden gekomen. Anders zou het zijn bij zeer ernstige misdragingen die een psychische storing tot gevolg hebben.
Kg ONBW 173 Meppel 28-8-1997 PrG 97, 4838 in gelijke zin HR 8-4-1983, NJ 84, 717

Geestelijk letsel smartegeld psychisch letsel dood vorderingsrecht
De echtgenote heeft alleen recht op smartegeld als zij het dodelijk ongeval zelf heeft waargenomen.
Naar oud recht bestond geen vorderingsrecht als de ouder betrokken was bij het ongeval waardoor het kind overleed. Rb Assen 14-6-1994 VR 96, 123; vgl. HR 8-4-1983, NJ 84, 717.

Medische aspecten