Collegaverweer en inlening

Notitie C. Visser 1-5-2009 Collegaverweer en inlening


Het collega verweer komt goed tot uitdrukking in de sociale verzekeringswetgeving. Een fraai voorbeeld ziet u in HR 20-05-1983 NJ 1984, 649.

In art. 6:107a lid 4 BW is dat overgenomen. Het artikel is immers niets anders dan het naar privaatrecht ombuigen van de verhaalsartikelen uit de sociale verzekeringswetgeving.

Over het onderwerp wordt bijvoorbeeld in De Groene Serie Privaatrecht SCHADEVERGOEDING geschreven: De werkgever mag niet op de veroorzakende collega verhalen behalve bij opzet / bewuste roekeloosheid.

Een voorbeeld van toewijzing bij opzet vindt u in Rechtbank Zwolle 14-11-2007 BD3195

Er is alle reden naar de sociale wetgeving te kijken en wel naar de verhaalsartikelen 52 b ZW en en 91 WAO. In lid 2 van beide artikelen is bepaald dat het collegaverweer ook niet mogelijk is in de collega verhouding bij de materiële werkgever. Deze leden zijn later toegevoegd. Ik herinner me een uitspraak van voor de toevoeging dat verhaal niet was toegestaan. Ik kan deze uitspraak niet reproduceren.

Bij Zfw-regres geldt overigens de extra eis, dat de collega's beiden verzekerd zijn bij een ziekenfonds.

Als het verhaalsrecht is gebaseerd op de VOA, kan het collega-werknemerverweer niet worden gevoerd (zie HR 10.12.1993 NJ 1995, 493).

Het collegaverweer kent een reflexwerking daarvan in die zin dat een formeel werkgever niet op de materiële werkgever zou kunnen verhalen quod non.
Het is namelijk niet de werkgever van de aansprakelijke werknemer die op de werknemer verhaalt, maar een heel andere werkgever van een collega. Die werkgever heeft geen enkele relatie met de aansprakelijke en heeft daarom in beginsel een vorderingsrecht, behalve als de rechter zo vriendelijk zou willen zijn een reflexwerking te aanvaarden, waarvoor art. 6:107a lid 4 BW voor mij geen aanknopingspunten biedt.

Het gaat hier niet zozeer om de achterliggende reden van het collega verweer, niet verstoring van de verhouding tussen werknemers en werkgever. Bij een inlener en een uitlener ontstaat schade binnen de risicosfeer van de materiële werkgever. Ik vind daarom dat in beginsel de schade op het bord moet komen van de materiële werkgever en ik geloof daarom niet in een reflexwerking.

Het zou anders zijn als de collega-werknemer zou worden aangesproken. Dan zou ik er meer voor voelen te denken aan een reflexwerking, zoals een pendant van de paardesprong in art. 6:257 BW.

Volgens mij kom je in de verhouiding bij uitlening niet aan het collegaverweer toe, maar moet je kijken naar de contractuele verhoudingen tussen inlener en uitlener. Daarin staat meestal een aansprakelijkheidsverhogend beding dat de inlener moet vrijwaren. Een aansprakelijkheidsverhogend beding is uitgesloten en daarop zou je een beroep kunnen doen, als je uitgaat van een reflexwerking, wat overigens niet onverdedigbaar is.

CV

 

• Artikel 107a

o 1. Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, houdt de rechter bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de gekwetste aanspraak kan maken rekening met de aanspraak op loon die de gekwetste heeft krachtens artikel 629, lid 1, van Boek 7 of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomst.

o 2. Indien een werkgever krachtens artikel 629, lid 1, van Boek 7 of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verplicht is tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid van de gekwetste het loon door te betalen, heeft hij, indien de ongeschiktheid tot werken van de gekwetste het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, jegens deze ander recht op schadevergoeding ten bedrage van de door hem betaalde loon, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor de aansprakelijke persoon, bij het ontbreken van de loondoorbetalingsverplichting aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de gekwetste is gehouden.

o 3. De in lid 2 bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door de werkgever gemaakte redelijke kosten ter nakoming van zijn in artikel 658a van Boek 7 bedoelde verplichtingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.

o 4. Indien de aansprakelijke persoon een werknemer is, heeft de werkgever slechts recht op schadevergoeding indien de ongeschiktheid tot werken het gevolg is van diens opzet of bewuste roekeloosheid.

 

NJ 1984, 649

HOGE RAAD

20 mei 1983, nr. 12075.

(Mrs. Ras, Snijders, Martens, Van den Blink, Verburgh; A-G Biegman-Hartogh; m.nt. FHJM).

RvdW 1983, 102

Wetsbepaling

Wamil art. 8; Ziektewet art. 52a, 52b; WAO art. 90, 91

Titel

Verhaal voor uitkeringen krachtens de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Militairen (Wamil), verricht door Bedrijfsvereniging ter zake van arbeidsongeschiktheid van een verzekerde militair als gevolg van een verkeersongeval.

Samenvatting

1. Art. 8 Wamil brengt mee, dat op het verhaal art. 52b Ziektewet (ZW) en art. 91 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van overeenkomstige toepassing zijn met als gevolg dat de Bedrijfsvereniging geen verhaal op een der schuldigen aan het ongeval kan nemen, nu zowel het slachtoffer als die schuldige als dienstplichtig militair in werkelijke dienst waren.

2. Uitgaande van het bovenstaande kan de Bedrijfsvereniging op de andere aan het ongeval schuldige bestuurder, die geen militair was, niet voor 100% verhaal nemen maar slechts naar evenredigheid van diens door het Hof op 80% gestelde schuld. Het strookt met de strekking van de ten deze van overeenkomstige toepassing zijnde art. 52a ZW en art. 90 WAO, dat de aangesprokene jegens het verhaal nemend orgaan een beroep kan doen op het ontbreken van verhaal zijnerzijds op een mede-schuldige die jegens hem bedoeld verweer uit art. 52b ZW en art. 91 WAO kan voeren.

De Groene Serie Privaatrecht

SCHADEVERGOEDING

Afdeling 6.1.10. Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding

Inleiding (Bewerkt door prof. mr. S.D. Lindenbergh 1)

Artikel 107a. Verhaalsrecht werkgever (Bewerkt door mr. A.T. Bolt)

Aantekening 7. Regres op een collega-werknemer (lid 3), bij t/m 15-10-2008

Wettekst Overzicht

________________________________________

Wanneer de voor de arbeidsongeschiktheid van de benadeelde aansprakelijke persoon eveneens werknemer is van de verhaalzoekende werkgever, kan de werkgever zijn regresrecht slechts uitoefenen wanneer de aansprakelijke werknemer opzet of bewuste roekeloosheid kan worden verweten. Dit in art. 107a lid 3 neergelegde 'collega-verweer' is in de eerste plaats bedoeld om verstoring van de arbeidsverhoudingen te voorkomen. In de tweede plaats wordt ter rechtvaardiging van de onderhavige beperking van het regresrecht van de werkgever aangevoerd, dat de dagelijkse omgang op de werkplek met werktuigen en gereedschappen de werknemer er licht toe zal brengen niet alle voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van ongevallen noodzakelijk is. Het wordt dan redelijk geacht om de daaruit voortvloeiende schade, die binnen dienstverband wordt opgelopen, voor rekening van de werkgever te laten. Zie Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 1995/96, 24 326, nr. 7, p. 10. Zie over het collega-verweer ook E.F.D. Engelhard, diss., § 9.2.9.

Zie over de kenmerken en de interpretatie van het vergelijkbare collega-verweer in de ZW, WAO en ZfW art. 108, aant. 72 .

• Artikel 52b ZW

o 1. Het bepaalde in het vorige artikel geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte verzekerde, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de ongeschiktheid tot werken is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk verzekerde.

o 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt mede als werkgever beschouwd de inlener, bedoeld in artikel 34 van de Invorderingswet 1990.

• Artikel 91 WAO

o 1. Het bepaalde in het vorige artikel geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte verzekerde, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de arbeidsongeschiktheid is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk verzekerde.

o 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt mede als werkgever beschouwd de inlener, bedoeld in artikel 34 van de Invorderingswet 1990.

Documentnummer

NJ 1995/493

Documentdatum

10-12-1993

Rolnummer

15126

Auteur

HOGE RAAD

10 december 1993, nr. 15126

(Mrs. Snijders, Roelvink, Heemskerk, Nieuwenhuis, Swens-Donner; A-G Vranken; m.nt. CJHB)

RvdW 1993, 246

Wetsbepaling

BW (oud) art. 1403 lid 3; VOA art. 2; WAO art. 91; Ziektewet art. 52b; Ziekenfondswet art. 83c

Titel

Dienstongeval veroorzaakt door collega-ambtenaar. Verhaalsrecht VOA; beperkingen overeenkomstig de WAO, Ziektewet en Ziekenfondswet.

Samenvatting

De stelling dat voor het verhaalsrecht op grond van de VOA dezelfde of overeenkomstige beperkingen moeten gelden als die welke gelden ingevolge de art. 91 WAO, 52b Ziektewet en 83c Ziekenfondswet, zulks in elk geval wanneer het verhaalsrecht invaliditeitspensioenen betreft en het ongeval waardoor de schade is veroorzaakt, aan de benadeelde tijdens zijn in ambtelijke dienst uitgeoefende werkzaamheden overkomen is, is door de Hoge Raad in zijn arrest van 29 juni 1979, NJ 1980, 33 reeds verworpen. De rechtsontwikkeling sedert het wijzen van dat arrest geeft de Hoge Raad geen aanleiding thans anders te oordelen. Ook voor de stelling dat anders moet worden geoordeeld wanneer het gaat om een dienstongeval en invaliditeitspensioen, bieden de bewoordingen, de geschiedenis en de strekking van art. 2 VOA geen aanknopingspunt. NOOT *

Art. 6:257. BW

Kan een partij bij een overeenkomst ter afwering van haar aansprakelijkheid voor een gedraging van een aan haar ondergeschikte aan de overeenkomst een verweermiddel jegens haar wederpartij ontlenen, dan kan ook de ondergeschikte, indien hij op grond van deze gedraging door de wederpartij wordt aangesproken, dit verweermiddel inroepen, als ware hijzelf bij de overeenkomst partij.