Verplaatste schade

art. 6:107 BW

Ouders verpleging verzorging kind vakantie ziekenhuis bezoek BW 6:107 lid 1 HR 28-05-1999, RvdW 1999, 89c NJ 1999, 564 nt Bloembergen, VR 1999, 166 Kruidhof/Losser
Kind vordert van laedens vergoeding van schadeposten die eigenlijk van ouders zijn. In afwijking op regel dat schade concreet moet worden berekend, eist billijkheid in dit geval dat schade abstract wordt berekend. Door het kind zelf te verzorgen en te verplegen voldoen ouders in natura aan een verplichting die primair op de aansprakelijke rust. Met voorbijgaan van het niet door professionele hulpverleners verlenen van die hulp en het feit dat de ouders geen aanspraak jegens het kind hebben voor vergoeding mag de rechter de inkomstenschade van de ouders als vergoeding toewijzen voor zover die niet hoger is dan de kosten van professionele hulp.
Het verloren gaan van vakantiedagen wegens het ziekenhuisbezoek komt niet voor vergoeding in aanmerking. Daarmede zijn geen kosten bespaard. De heilzame invloed van het bezoek op het genezingsproces moet toegeschreven worden aan de persoonlijke band tussen ouders en kind. Kosten gemaakt door ouders ter verzorging in hun vrije tijd van het kind, komt wel voor vergoeding in aanmerking. Criterium is of professionele hulpverlener dezelfde taak zou hebben verricht.

Bezoekkosten overleden kind
Moeder vordert inkomensschade in verband met bezoeken van haar (inmiddels overleden) kind. Art. 6:107 lid 1 BW geeft volgens Rechtbank slechts recht op vergoeding van verplaatste schade. Dit is schade die slachtoffer zelf had kunnen vorderen. Naar huidig recht komt betreffende vermogensschade niet voor vergoeding in aanmerking (Rb 's-Hertogenbosch 13-7-2001 NJ Kort 2002, 3).

Regresnemers