1997-00-00 Motorrijtuigverzekering I WAM





MOTORRIJTUIGVERZEKERING I

Overzicht

De Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) beoogt bescherming van de financiële belangen van degene die door het gemotoriseerde verkeer benadeeld wordt.

De WAM regelt niet het aansprakelijkheidsrecht wel een verzekeringsplicht voor motorrijtuigen. De verbintenissen tussen partijen worden er niet door beïnvloed.

Het doel van de WAM wordt bereikt door:
- het eigen recht van de benadeelde jegens de verzekeraar
- de beperking van de toegestane uitsluitingen
- de 16 dagen na-risico-termijn
- de instelling van het Waarborgfonds

De verzekeringsplicht rust in beginsel op de bezitter, in enkele gevallen rust de plicht op de houder.

Van de verzekeringsplicht zijn vrijgesteld:
- buitenlands gekentekende motorrijtuigen
- bepaalde motorrijtuigen die geen gevaar opleveren
- de Staat
- gemoedsbezwaarden die een vrijstellingsbewijs hebben

De verzekering moet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe een motorrijtuig in het verkeer aanleiding kan geven dekken. Dat moet ruim worden uitgelegd.
De aansprakelijkheid van de vervoerder van gevaarlijke stoffen (de exploitant) moet ook gedekt zijn.

Motorrijtuig = ieder voertuig dat mechanisch of motorisch wordt voortbewogen over de grond, anders dan langs spoorstaven.
Het gaat om de wijze van voortbeweging waarvoor het motorrijtuig bestemd is.
Het motorrijtuig omvat alles daarop of daaraan bevestigd met inbegrip van aanhangwagens en schade door (afgevallen) lading.

Het werk- en bezitsrisico valt buiten de WAM.
De dekking omvat:
- zaakschade
- personenschade
- de gevolgen daarvan

Zuivere vermogensschade valt niet onder de dekking.

Het verzekerd bedrag is minimaal f 2.000.000,—

Een motorrijtuig ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder niet meegerekend, moet voor f 300.000,—per zitplaats verzekerd zijn tot ten hoogste f 6.000.000,—
Bij betaald personenvervoer moet f 30.000,—extra verzekerd zijn voor zaken van passagiers.

De verzekerde som in geval van vervoer van gevaarlijke stoffen moet ten minste f 15.000.000,—per gebeurtenis zijn.
De dekking moet geldig zijn in een groot aantal Europese landen en moet voldoen aan de in die landen geldende eisen voor de verzekering van motorrijtuigen.

De benadeelde heeft een rechtstreeks vorderingsrecht op de verzekeraar, het vorderingsrecht geldt tot het volledige verzekerd bedrag ook als deze hoger is dan het wettelijk minimum.

Wettelijke rente is door de WAM boven het verzekerd bedrag gedekt.

De verzekeraar mag zich niet beroepen op vernietigbaarheid van de verzekering of op uitsluitingen tegenover de benadeelde, wel tegenover de verzekerde.

De wel toegestane uitsluitingen zijn:
- diefstal of geweldpleging
- schade aan vervoerde zaken
- schade aan de bestuurder
- schade bij bepaalde gelegenheden

De uitsluitingen gelden alleen als zij met de verzekeringnemer overeengekomen zijn. Dat is niet altijd het geval is.
De uitsluiting schade aan de bestuurder geldt niet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, tenzij de verzekeringsplichtige een bedrijf is en de bestuurder zelf daaraan leiding geeft.

Het rechtstreeks vorderingsrecht verjaart na drie jaar.
Iedere onderhandeling stuit de verjaring.

De verzekeraar heeft verhaalsrecht voor krachtens de WAM gedane uitkeringen op de aansprakelijke als dat niet onder de polis gedekt is.
Het verhaalsrecht ontbreekt als de aansprakelijke te goeder trouw mocht verwachten dat de aansprakelijkheid wel gedekt was.

De verzekeraar moet van het aangaan en beëindigen van een verzekering van binnenlandse kentekenplichtige motorrijtuigen kennis geven bij de RDW, de overheid kan zo controleren of aan de verzekeringsplicht is voldaan.
Belanghebbenden kunnen bij de RDW opvragen bij welke verzekeraar een bepaald kenteken is verzekerd.

De bestuurder van een binnenlandse niet-kentekenplichtige motorrijtuigen moet een verzekeringsbewijs bij zich dragen.
Bromfietsen moeten voorzien zijn van een voorgeschreven verzekeringsplaat.

De bestuurder van buitenlandse motorrijtuigen moet in het bezit zijn van een geldig verzekeringsbewijs behalve als het voertuig geregistreerd is in een land dat behoort tot het verzekeringsgebied van de WAM.

De verzekeraar loopt narisico.
Voor binnenlandse kentekenplichtige motorrijtuigen loopt de narisicotermijn gedurende 16 dagen met ingang van de dag volgend op beëindiging van de verzekering mits de kennisgeving binnen 30 dagen na die datum is gebeurd, indien later vanaf de dag vankennisgeving aan de RDW.

Voor binnenlandse niet-kentekenplichtige motorrijtuigen loopt het narisico na afloop van de geldigheidsduur van het verzekeringsbewijs.

De 16 dagen narisicotermijn vervalt bij het van kracht worden van een andere verzekering voor het voertuig.

Het Waarborgfonds voorziet in een valnetfunctie en wordt gefinancierd uit:
- bijdragen van verzekeraars
- bijdragen van de Staat
- bijdragen van vrijgestelde gemoedsbezwaarden
- opgelegde boeten aan onverzekerden

Recht op schadevergoeding van het Waarborgfonds bestaat bij:
- niet kan worden vastgesteld wie de aansprakelijke persoon is
- onverzekerd motorrijtuig
- diefstal of geweldpleging
- onvermogen verzekeraar
- gemoedsbezwaarden

Het Waarborgfonds heeft een subsidiair karakter.
De aansprakelijke partijen moeten eerst aangesproken worden.
De aansprakelijkheid van het Waarborgfonds is beperkt tot de minimumeisen van de WAM.

Het Waarborgfonds heeft een verhaalsrecht op:
- alle aansprakelijke personen
- degenen die hun verzekeringsplicht niet zijn nagekomen

Onderwerpen

Burgerrechtelijke Aansprakelijkheid, waartoe een motorrijtuig aanleiding kan geven
Artikel ter illustratie.
Art. 3. WAM
1. De verzekering moet dekken de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, waartoe het motorrijtuig in het verkeer aanleiding kan geven, van iedere bezitter, houder en bestuurder van het verzekerde motorrijtuig, alsmede van degenen die daarmede worden vervoerd, zulks met uitzondering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van hen die zich na het sluiten van de verzekering door diefstal of geweldpleging de macht over het motorrijtuig hebben verschaft en van hen die, dit wetende, dat motorrijtuig zonder geldige reden gebruiken.
2. De verzekering moet de schade omvatten, welke aan personen en aan goederen wordt toegebracht door feiten die zijn voorgevallen op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is. Hierin is begrepen de schade, toegebracht aan personen die onder welke titel ook, worden vervoerd door het motorrijtuig, dat de schade veroorzaakt; de zaken, door dat motorrijtuig vervoerd, kunnen van de verzekering worden uitgesloten, behoudens wanneer het betreft zaken, toebehorende aan personen, vervoerd krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wet personenvervoer (Stb. 1987, 175).
3. De verzekering moet voorts de schade omvatten welke aan personen en zaken wordt toegebracht door feiten, voorgevallen in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landen. De hoogte van de dekking van de schade, die bedoeld in het tweede lid daaronder begrepen, wordt bepaald door de wetgeving van het land waar het feit is voorgevallen dan wel door de wetgeving van het land waar het motorrijtuig gewoonlijk is gestald, indien in laatstbedoeld land de dekking hoger is. Indien het bureau, bedoeld in artikel 2 zesde lid, een zodanige schade heeft verrekend, heeft het voor het betaalde bedrag verhaal op degene op wie de verplichting tot verzekering rust, voor zover deze verplichting niet overeenkomstig het bepaalde in dit lid is nagekomen.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid moet ten aanzien van motorrijtuigen, als bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (Pb. EG, 2 mei 1972, L 103), gewijzigd bij de Richtlijn van de Raad van 19 december 1972 (Pb. EG, 28 december 1972, L 291, rectificatie in Pb. EG, 23 maart 1973, L 75), de verzekering de schade omvatten welke aan personen en goederen wordt toegebracht door feiten, voorgevallen op het grondgebied waar de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.
5. De verzekering moet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de door het motorrijtuig veroorzaakte schade dekken zoals die aansprakelijkheid voortvloeit uit de toepasselijke wet.
De verzekering moet dekking verlenen voor de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, waartoe het motorrijtuig in het verkeer aanleiding kan geven.
Dat wordt bepaald door het aansprakelijkheidsrecht: art. 185 WVW, art. 6:162 BW e.v. De WAM stelt geen ongevalseis zoals art. 185 WVW.
Vliegt een auto bij verkeersdeelname in brand waardoor het wegdek beschadigd wordt, dan is dat een schade die onder de WAM valt.

Lid 3 bepaalt dat de WAM-verzekering de aansprakelijkheid moet dekken van de vervoerder (exploitant) van gevaarlijke stoffen. Gedekt is de aansprakelijkheid van de exploitant waartoe een gevaarlijke stof, aan boord van het motorrijtuig, aanleiding kan geven. De exploitant is aansprakelijk vanaf het begin van inladen van de gevaarlijke stof tot het einde van de uitladen van de stof. Dat geldt ook voor de WAM-verzekeraar.
De lading hoeft zich dus niet daadwerkelijk in het motorrijtuig te bevinden, wil er dekking zijn.
Als het motorrijtuig duurzaam buiten gebruik is gesteld en buiten de weg is geplaatst, is het WAM-risico beëindigd.

Schade door lading
Ook andere lading dan gevaarlijke stoffen kan aanleiding geven tot schade bijv. als de lading uitsteekt of van het motorrijtuig valt.
Het is aannemelijk dat een op de autoweg liggende kist daar gekomen is door een auto. Daarom is een motorvoertuig, en daarmede daarvoor het Waarborgfonds aansprakelijk.

Verkeersrisico
Art 3 WAM stelt de dekkingseis: de aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig in het verkeer aanleiding kan geven. Het begrip verkeer omvat daarbij in de
Die aansprakelijkheid omvat niet alleen actief aan het verkeer deelnemende motorrijtuigen, maar ook passieve verkeersdeelname moet verzekerd zijn, zoals parkeren op een gevaarlijke plek, het opendoen van een portier.

De WAM geldt niet bij het zuivere werkrisico, zoals schade door multifunctionele voertuigen die wel de bestemming verkeersdeelname hebben maar ook als machine gebruikt worden. Te denken valt aan hei- en graafwerkzaamheden.
Ook geldt de WAM niet voor het gebruiks- of bezitsrisico, zoals het dichtdraaien van het autoraam bij afscheid nemen waardoor een arm beklemd raakt, of het in brand vliegen van een geparkeerde auto zonder enig verkeersverband.

De polis kan daar wel dekking voor bieden omdat deze in het algemeen dekking biedt voor:
- WAM-aansprakelijkheid;
- schade met of door het motorvoertuig veroorzaakt (dus ook zonder verkeersverband).

Terrein
Art. 1.
Begripsbepalingen motorrijtuigen
Voor de toepassing van deze wet worden verstaan onder:
motorrijtuigen
motorrijtuigen: alle rij- of voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven over de grond te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders; als een deel daarvan wordt aangemerkt al hetgeen aan het rij- of voertuig is gekoppeld of na koppeling daarvan is losgemaakt of losgeraakt, zolang het nog niet buiten het verkeer tot stilstand is gekomen;
verzekerden
verzekerden: zij wier aansprakelijkheid overeenkomstig de bepalingen van deze wet is gedekt;
benadeelden
benadeelden: zij die schade hebben geleden welke grond oplevert voor toepassing van deze wet, alsmede hun rechtverkrijgenden;
vergunning
vergunning: een vergunning, die een verzekeringsonderneming ingevolge artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 behoeft voor de uitoefening van de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen;
verzekeraar
verzekeraar: de verzekeringsonderneming, die in het bezit is van een vergunning, of heeft voldaan aan de ingevolge de artikelen 37 of 38 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 vereiste procedure met betrekking tot een bijkantoor in Nederland dan wel, indien het de in die wet bedoelde dienstverrichting naar Nederland betreft, heeft voldaan aan het bepaalde in de artikelen 111, eerste of tweede lid, 113, eerste, tweede of vierde lid, 116, eerste of derde lid, of 118, tweede, derde of vijfde lid, van die wet, en het bureau, bedoeld in artikel 2 zesde lid, dat is belast met de afwikkeling van de schade, welke in Nederland is veroorzaakt door motorrijtuigen die gewoonlijk in het buitenland zijn gestald, en van de schade, welke in een van de krachtens artikel 3, derde lid, aangewezen landen is veroorzaakt door motorrijtuigen die gewoonlijk in Nederland zijn gestald;
weg
weg: een weg waarop de omschrijving van het begrip ,,wegen'' in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is; onder ,,weg'' wordt mede verstaan een vaartuig dat wordt gebruikt bij de uitoefening van een veerdienst;
terrein
terrein: een terrein dat toegankelijk is voor het publiek of voor een zeker aantal personen die het recht hebben daar te komen;
kenteken
kenteken: een kenteken als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994;
kentekenbewijs
kentekenbewijs: een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994;
Waarborgfonds Motorverkeer en fonds: de krachtens artikel 23, eerste lid, aangewezen rechtspersoon.

Het begrip terrein moet breed uitgelegd worden, zolang het maar niet om water en lucht gaat, zolang een motorvoertuig en enkele personen er maar kunnen komen. Te denken valt aan haventerreinen, garages, opslagplaatsen, expeditiehavens en andere plaatsen.