Overzicht
Verbintenis zijn rechten en verplichtingen.
Verbintenissen ontstaan:
- uit de wil van een of meer partijen
- van rechtswege
Contractuele aansprakelijkheid ontstaat als een partij tekortkomt in de uitvoering van een overeenkomst.
Wettelijke aansprakelijkheid ontstaat als de wet aan schending van een norm een verbintenis tot schadevergoeding verbindt.
Zaakwaarneming is een wettelijke verbintenis uit rechtmatige daad, waarvoor
de volgende eisen gelden:
- behartiging van eens anders belang
- de zaakwaarnemer heeft de intentie andermans belang te behartigen
- de omstandigheden rechtvaardigen de behartiging
- een vooraf bestaande bevoegdheid tot belangenbehartiging ontbrak
Aan de zaakwaarneming zijn voor beide partijen rechtsgevolgen verbonden.
De wet verbindt aan een betaling die onverschuldigd is gedaan een verbintenis tot ongedaanmaking van de prestatie.
Van ongerechtvaardigde verrijking is sprake als de een ten koste van de ander wordt verrijkt en die verrijking niet gerechtvaardigd is.
Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Volgens artikelen 6:162 en 6:163 BW zijn er vijf vereisten voor aansprakelijkheid
- onrechtmatigheid
- inbreuk op een recht
- doen of nalaten in strijd met wettelijke plicht of in strijd met ongeschreven
normen
door een rechtvaardigingsgrond kan een onrechtmatige daad zijn onrechtmatigheid
verliezen
- toerekening aan de dader bij
- schuld van de dader
- oorzaak die krachtens de wet of verkeersopvatting voor zijn rekening komt
- causaal verband
onrechtmatigheid moet de oorzaak van de schade zijn volgens de leer van de redelijke
toerekening
- schade
- relativiteit
de geschonden norm moet het doel hebben gehad het getroffen belang te beschermen
Indien voor aansprakelijkheid schuld of toerekening een rol speelt is er sprake van schuldaansprakelijkheid, anders spreken we van risicoaansprakelijkheid.
Risicoaansprakelijkheid komt vooral voor bij kwalitatieve aansprakelijkheid.
Bij aansprakelijkheid bij handelen binnen een groep is ieder lid van de groep hoofdelijk aansprakelijk. Het deel uitmaken van de groep wordt beschouwd als oorzaak van de schade.
Bij alternatieve causaliteit gaat het om schade die kan zijn veroorzaakt door handelingen van meerdere personen, waarbij vaststaat dat de schade tenminste door één van die handelingen is veroorzaakt.
De aangesprokene kan zich van de schadevergoedingsplicht bevrijden als hij aantoont dat zijn handeling de schade niet heeft veroorzaakt.
Hoofdelijke aansprakelijkheid heeft als gevolg dat de schuldeiser iedere schuldenaar voor de gehele vordering kan aanspreken, het externe verhaalsrecht. Als één alles betaald heeft zijn de anderen bevrijd van hun verplichting t.o.v. de benadeelde.
Degene die betaald heeft, heeft een vordering op de anderen in verhouding tot de mate waarin de schade aan een ieder is toe te rekenen, het interne verhaalsrecht.
De eigen schuld (causale bijdrage) van de benadeelde vermindert de schadevergoedingsplicht
van de aansprakelijke.
Voor het bepalen van de eigen schuld van de benadeelde gelden dezelfde regels
als voor het bepalen van de schuld van de dader. In het BW wordt gesproken over
toerekening aan de benadeelde.
De twee fasen voor de bepaling van de schadevergoeding:
- de wederzijdse toerekening van gemaakte fouten
- de toerekening naar billijkheid
Onderwerpen
Verbintenissen
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke betrekking tussen twee of meer personen
waarbij de één verplicht is tot een bepaalde prestatie tegenover
de ander, die recht heeft op die prestatie.
Ontstaansbronnen:
- verbintenissen uit overeenkomst door de wil van een of meer partijen
- verbintenissen uit de wet
- onrechtmatige daad;
- zaakwaarneming;
- onverschuldigde betaling;
- ongerechtvaardigde verrijking;
- tekortkoming in de nakoming van een verbintenis
Zaakwaarneming
Artikelen ter illustratie:
Art. 6:198 BW. (6.4.1.1)
Zaakwaarneming
Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met
de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een
rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen.
Art. 6:199 BW. (6.4.1.2)
Zorgplicht; voortzettingsplicht
1. De zaakwaarnemer is verplicht bij de waarneming de nodige zorg te betrachten
en, voor zover dit redelijkerwijze van hem kan worden verlangd, de begonnen
waarneming voort te zetten.
Verantwoording
2. De zaakwaarnemer doet, zodra dit redelijkerwijze mogelijk is, aan de belanghebbende
verantwoording van hetgeen hij heeft verricht. Heeft hij voor de belanghebbende
gelden uitgegeven of ontvangen, dan doet hij daarvan rekening.
Art. 6:200 BW. (6.4.1.3)
Schadevergoeding
1. De belanghebbende is, voor zover zijn belang naar behoren is behartigd, gehouden
de zaakwaarnemer de schade te vergoeden, die deze als gevolg van de waarneming
heeft geleden.
Beloning
2. Heeft de zaakwaarnemer in de uitoefening van een beroep of bedrijf gehandeld,
dan heeft hij, voor zover dit redelijk is, bovendien recht op een vergoeding
voor zijn verrichtingen, met inachtneming van de prijzen die daarvoor ten tijde
van de zaakwaarneming gewoonlijk werden berekend.
Art. 6:201 BW. (6.4.1.4)
Vertegenwoordigingsbevoegdheid
Een zaakwaarnemer is bevoegd rechtshandelingen te verrichten in naam van de
belanghebbende, voor zover diens belang daardoor naar behoren wordt behartigd.
Art. 6:202 BW. (6.4.1.5)
Goedkeuring door belanghebbende
Heeft iemand die is opgetreden ter behartiging van eens anders belang, zich
zonder redelijke grond daarmede ingelaten of dit belang niet naar behoren behartigd,
dan kan de belanghebbende door goedkeuring van het optreden zijn bevoegdheid
prijsgeven jegens hem het gebrek in te roepen. Aan de belanghebbende kan door
hem een redelijke termijn voor de goedkeuring worden gesteld.
Vereisten voor zaakwaarneming
1. behartiging van eens anders belang.
2. de zaakwaarnemer moet de bedoeling hebben om het belang van een ander te
behartigen;
3. de omstandigheden moeten het optreden van de waarnemer rechtvaardigen, er
moet een redelijke grond zijn.
Bemoeizucht geeft geen zaakwaarneming. Niet vereist is dat de belangenbehartiging
resultaat heeft
4. er mag geen sprake zijn van een bevoegdheid tot belangenbehartiging die gebaseerd
is op de wet of die voortvloeit uit een rechtshandeling.
Belangenbehartiging die tussen partijen is overeengekomen is dus geen zaakwaarneming.
Rechtsgevolgen van zaakwaarneming
De verplichtingen van de zaakwaarnemer, verbintenissen van rechtswege:
- bij de zaakwaarneming de nodige zorg, betrachten;
- een eenmaal begonnen zaakwaarneming voortzetten, voor zover dit redelijkerwijs
van hem kon worden verlangd;
- rekening en verantwoording afleggen.
De contraprestatie is schadevergoeding, zelfs als achteraf blijkt dat de waarneming, voor de belanghebbende niet voordelig is geweest, zolang de waarneming naar behoren is gebeurd.
Onverschuldigde betaling
Artikel ter illustratie
Art. 6:203 BW. (6.4.2.1)
Onverschuldigde betaling; goed
1. Degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, is gerechtigd
dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen.
Geldsom
2. Betreft de onverschuldigde betaling een geldsom, dan strekt de vordering
tot teruggave van een gelijk bedrag.
Andere prestatie
3. Degene die zonder rechtsgrond een prestatie van andere aard heeft verricht,
heeft eveneens jegens de ontvanger recht op ongedaanmaking daarvan.
Een onverschuldigde betaling levert een verbintenis uit de wet op. Een betaling is het verrichten van een prestatie jegens een ander. Als die betaling zonder rechtsgrond is gedaan, is het een onverschuldigde betaling. Reeds direct op het moment van de betaling ontstaat dan voor de ontvanger een verbintenis tot ongedaanmaking van de prestatie.
Ongerechtvaardigde verrijking
Artikel ter illustratie
Art. 6:212 BW. (6.4.3.1)
Vordering tot schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking
1. Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is verplicht,
voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn
verrijking.
2. Voor zover de verrijking is verminderd als gevolg van een omstandigheid die
niet aan de verrijkte kan worden toegerekend, blijft zij buiten beschouwing.
3. Is de verrijking verminderd in de periode waarin de verrijkte redelijkerwijze
met een verplichting tot vergoeding van de schade geen rekening behoefde te
houden, dan wordt hem dit niet toegerekend. Bij de vaststelling van deze vermindering
wordt mede rekening gehouden met uitgaven die zonder de verrijking zouden zijn
uitgebleven.
Bij ongerechtvaardigde verrijking is de verbintenis een schadevergoeding niet,
zoals uit
onverschuldigde betaling de ongedaanmaking van een prestatie.
Eisen zijn:
1. verrijking van de een (verkregen voordeel, afgewend nadeel);
2. schade van de ander;
3. de verrijking van de een ging ten koste van de ander. (Er moet dus verband
bestaan tussen verrijking en schade);
4. de verrijking is ongerechtvaardigd.
Onrechtmatige daad
Art. 6:162 BW. (6.3.1.1)
Schadevergoeding
1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden
toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
Onrechtmatige daad
2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een
doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven
recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid
van een rechtvaardigingsgrond.
Toerekening aan dader
3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te
wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in
het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
Art. 6:163 BW. (6.3.1.2)
Relativiteit
Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet
strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.
De belangrijkste verbintenis tot schadevergoeding uit de wet is de schadevergoedingsplicht o.g.v. onrechtmatige daad. Deze schadevergoedingsplicht strekt zich niet alleen uit over schade die men door zijn eigen handelen of nalaten veroorzaakt, maar ook voor schade veroorzaakt door personen waarvoor men aansprakelijk is. In dit geval spreekt men van kwalitatieve aansprakelijkheid: de aansprakelijkheid vloeit dan voort uit een hoedanigheid. Naast de aansprakelijkheid voor eigen daden kennen we dus de kwalitatieve aansprakelijkheid voor personen, alsmede de kwalitatieve aansprakelijkheid voor zaken.
Rechtvaardigingsgronden
Artikelen ter illustratie
Wetboek v. Strafrecht boek 1, TITEL III
Uitsluiting en verhoging van strafbaarheid
Art. 41.
Noodweer en noodweerexces
1. Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke
verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke,
wederrechtelijke aanranding.
2. Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging,
indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging,
door de aanranding veroorzaakt.
Art. 42.
Uitvoering wettelijk voorschrift
Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.
Art. 43.
Uitvoering (on)bevoegd ambtelijk bevel
1. Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk
bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag.
2. Een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel heft de strafbaarheid niet op, tenzij
het door de ondergeschikte te goeder trouw als bevoegd gegeven werd beschouwd
en de nakoming daarvan binnen de kring van zijn ondergeschiktheid was gelegen.
Een onrechtmatige daad kan door een rechtvaardigingsgrond zijn onrechtmatigheid
verliezen. De dader is dan niet voor de schade aansprakelijk. De rechtvaardigingsgronden
vallen grotendeels samen met de in het Wetboek van Strafrecht genoemde rechtvaardigingsgronden:
- noodweer;
- wettelijk voorschrift;
- ambtelijk bevel of toestemming.
Van noodweer is sprake als iemand een handeling verricht die nodig is voor een noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
Om een beroep te kunnen doen op de rechtvaardigingsgrond wettelijk voorschrift
is nodig dat het wettelijk voorschrift verbindend is en dat aan de voorwaarden
wordt voldaan die het betreffende wettelijke voorschrift stelt voor zijn naleving.
Bij handelen volgens een wettelijk voorschrift of bepaalde bevoegdheid kan met
name worden gedacht aan inbreuken op een eigendomsrecht die politie of brandweer
bij hun taakuitoefening moeten maken, zoals bijvoorbeeld het forceren van een
deur.
Voor een beroep op de rechtvaardigingsgrond ambtelijk bevel of toestemming moet het gaan om een feit dat wordt begaan ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegeven door het daartoe bevoogde gezag. Het moet dus wel gaan om een bevoegd gegeven ambtelijk bevel. Een duidelijk onbevoegd gegeven ambtelijk bevel werkt niet als rechtvaardigingsgrond.