2004-02-10 wam avb


Hof Den Haag 10-02-2004 VR 2004, 129


art. 3 WAM
Voor de interpretatie van bijzondere voorwaarden voor de verzekering van het risico van wettelijke aansprakelijkheid in een motorrijtuigenverzekeringspolis moet aansluiting worden gezocht bij de WAM. De woorden "schade veroorzaakt met of door het motorrijtuig" moeten zo worden uitgelegd dat hieronder valt de schade veroorzaakt met of door het motorrijtuig op een wijze die karakteristiek is voor (schadeveroorzaking door een motorrijtuig in) het verkeer.(CV, oordeel lijkt strijdig met de Haviltex formule)

HOF DEN HAAG
(mrs Arpeau, Davids, Schmitz),
10 februari 2004

art. 3 WAM

[Essentie] Ongeval in laadbak. WAM of AVB?
Voor de interpretatie van bijzondere voorwaarden voor de verzekering van het risico van wettelijke aansprakelijkheid in een motorrijtuigenverzekeringspolis moet aansluiting worden gezocht bij de WAM. De woorden "schade veroorzaakt met of door het motorrijtuig" moeten zo worden uitgelegd dat hieronder valt de schade veroorzaakt met of door het motorrijtuig op een wijze die karakteristiek is voor (schadeveroorzaking door een motorrijtuig in) het verkeer.

[Tekst] Koop Tjuchem BV,
appellante, incidenteel geïntimeerde,
procureur: mr P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,
tegen
Stad Rotterdam anno 1720,
geïntimeerde, incidenteel appellante,
procureur: mr H.C. Grootveld.
Post alia:
Beoordeling van het hoger beroep
(...)
3. In hoger beroep staat - voor zover in dit kader van belang - het volgende vast:
a. Op 24 juli 1980 is de heer H. Entjes, terwijl hij in de laadbak van een vrachtauto stond, geraakt door een op de vrachtauto gemonteerde laadkraan. Ten gevolge van het ongeval heeft Entjes blijvend letsel opgelopen en is hij uiteindelijk geheel arbeidsongeschikt geraakt.
b. Blijkens de door de heer W.B. Hoeksema op 2 oktober 1987 ondertekende verklaring (zie bijlage 3c bij conclusie na comparitie van de zijde van Koop Tjuchem) is het volgende gebeurd:
Verklaring
We waren de vrachtauto aan het laden met landbouwwerktuigen door middel van een vaste laadkraan van de vrachtauto. Door een verkeerde handeling van mij kreeg de heer Entjes een duw van de hefboom van het kraantje, waardoor hij van de auto viel en op een werktuig terecht kwam, dat naast de vrachtauto op de grond stond.
c. Entjes heeft Koop Tjuchem in 1986 mondeling aansprakelijk gesteld voor de door hem als gevolg van het ongeval geleden schade.
d. Koop Tjuchem had ten tijde van het ongeval een AVB-polis lopen bij Royal Nederland. De op deze polis toepasselijke verzekeringsvoorwaarden AVB80 houden onder meer het volgende in:
Artikel 4
Uitsluitingen en bijzondere insluitingen
De verzekering geeft geen dekking, indien (...)
motorrijtuigen en luchtvaartuigen
f. De schade is veroorzaakt door of met een motorrijtuig of luchtvaartuig, dat een verzekerde in eigendom heeft, bezit, houdt, bestuurt of gebruikt.
Gedekt blijft evenwel
- aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een zaak, die zich bevindt in/op, valt uit/van of is gevallen uit/van een motorrijtuig;
e. Koop Tjuchem had ter zake van de in het geding zijnde vrachtauto ten tijde van het ongeval een WAM-verzekering lopen bij Stad Rotterdam. De op deze polis toepasselijke voorwaarden van motorrijtuigverzekering model M78A (hierna ook: VvM) houden onder meer het volgende in
(...)
Verplichtingen ingeval van schade
Artikel 7. De verzekeringnemer is verplicht zodra een schade is voorgevallen, resp. zodra hij van de gebeurtenis kennis heeft gekregen, de Maatschappij daarvan zo spoedig mogelijk mededeling te doen en een schadeformulier te zenden met vermelding van alle terzake dienende feiten en omstandigheden. De verzekerden zijn verplicht aan de Maatschappij alle door haar gewenste inlichtingen te verstrekken.
(...)
Bijzondere voorwaarden voor de verzekering van het risico van wettelijke aansprakelijkheid
Omvang van de verzekering
Artikel 19. De Maatschappij vergoedt tot een in de polis onder B genoemd maximum bedrag per gebeurtenis de geldsom, tot betaling waarvan een verzekerde wordt verplicht, wanneer met of door het motorrijtuig benadeling van de gezondheid van derden is veroorzaakt of lichamelijk letsel aan derden, al dan niet de dood tengevolge hebbende, is toegebracht dan wel eigendommen van derden beschadigd of geheel of gedeeltelijk verloren zijn gegaan.
(...)
Schade veroorzaakt door de lading
Artikel 23. Onder de verzekering is mede begrepen de wettelijke aansprakelijkheid van de op deze polis verzekerde personen voor schade - anders dan bij het laden of lossen - aan derden toegebracht met of door de lading of andere goederen, terwijl deze zich bevinden op, worden vervoerd met, vallen van, vallen uit, dan wel nadat deze zijn gevallen van of uit het in deze polis genoemde motorrijtuig.
f. Koop Tjuchem heeft de schade op 17 november 1986 aan haar assurantietussenpersoon, via wie de AVB-polis was afgesloten, gemeld, welke tussenpersoon contact heeft opgenomen met Royal Nederland. Bij brief van 18 juni 1987 aan Stad Rotterdam maakt Royal Nederland melding van het onder a) bedoelde ongeval alsmede van het feit dat Royal Nederland van mening is dat dit ongeval onder de dekking van de bij Stad Rotterdam afgesloten WAM-verzekering valt. Voorts verzoekt Royal Nederland te laten weten of Stad Rotterdam aansprakelijkheid erkent en bereid is de aangelegenheid verder af te wikkelen.
h. Bij brief van 27 juli 1987 laat Stad Rotterdam aan de raadsman van Entjes weten dat er geen dekking wordt verleend aangezien nimmer melding is gemaakt van het feit dat de vrachtauto was voorzien van een opbouwkraan. Stad Rotterdam schrijft daarbij: "Wij hebben onze verzekerde inmiddels overeenkomstig bericht".
i. Bij (eerst bij memorie van grieven overgelegde) brief van eveneens 27 juli 1987 laat Stad Rotterdam aan J. Fokkens en Zonen Assurantiën, de tussenpersoon van Koop Tjuchem, weten dat Stad Rotterdam is benaderd ter zake van het ongeval en dat geen dekking wordt verleend, aangezien bij de aanvraag nimmer melding is gemaakt van het feit dat de vrachtwagen voorzien was van een opbouwkraan.
j. Bij brief van 9 januari 1989 laat mr Hengeveld namens Royal Nederland aan Stad Rotterdam weten dat hij de behandeling van de zaak over heeft genomen voor wat betreft het conflict tussen Royal Nederland en Stad Rotterdam omtrent de vraag ten laste van welke polis de schade zou dienen te komen. Hierna ontstaat een briefwisseling tussen Stad Rotterdam en Royal Nederland met brieven uit 1989 en vervolgens weer uit 1991.
k. De schade van Entjes (ten bedrage van ƒ 656.230 (€ 297.784)) is door Royal Nederland aan hem op akte van geldlening van 19 februari 1992 vergoed. Koop Tjuchem heeft Royal Nederland een procesvolmacht verleend om namens haar de thans gevorderde verklaring voor recht te vragen.
4. Stad Rotterdam heeft in eerste aanleg een groot aantal verweren gevoerd, waaronder het verweer dat Koop Tjuchem de schade te laat heeft gemeld en dat Stad Rotterdam in redelijkheid een beroep kan doen op artikel 7 van de onder 3.e weergegeven polisvoorwaarden. De rechtbank heeft in haar eindvonnis van 21 oktober 1999 het beroep van Stad Rotterdam op de te late melding gehonoreerd en de vordering van Koop Tjuchem op die grond afgewezen.
5. De principale grieven 1 tot en met 8 richten zich tegen deze beslissing. Deze grieven behoeven echter geen bespreking, aangezien de vordering op grond van het hierna te bespreken en in hoger beroep gehandhaafde verweer van Stad Rotterdam niet voor toewijzing in aanmerking komt.
6. Stad Rotterdam heeft zich in deze procedure onder meer op het standpunt gesteld dat de hier in het geding zijnde schade - ook indien ervan moet worden uitgegaan dat de op de vrachtauto gemonteerde kraan mede verzekerd is - niet wordt gedekt onder de bij Stad Rotterdam gesloten WAM-verzekering. Koop Tjuchem betwist dit en stelt dat de schade wel valt onder artikel 19 (en/of artikel 23) VvM.
7. Bij de beantwoording van de vraag op welke wijze voormelde voorwaarden moeten worden uitgelegd, stelt het hof voorop dat deze uitleg afhankelijk is van de inhoud van de polisvoorwaarden en voorts van de zin, die partijen, alle omstandigheden in aanmerking genomen, daaraan redelijkerwijs over en weer mochten toekennen en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
8. De door Koop Tjuchem bij Stad Rotterdam afgesloten verzekering betreft een motorrijtuigenverzekering. Artikel 19 VvM (omvang verzekering) staat in de polisvoorwaarden vermeld onder het hoofdstuk: bijzondere voorwaarden voor de verzekering van het risico van wettelijke aansprakelijkheid. Gelet op de aard van de verzekering dient hieronder in de eerste plaats aansluiting te worden gezocht bij het zogenaamde WAM-risico. Naar het oordeel van het hof dient artikel 19 VvM, gelet op de aard van de verzekering en de inhoud van de overige voorwaarden, zo te worden uitgelegd dat hieronder valt de schade veroorzaakt met of door het motorrijtuig op een wijze die karakteristiek is voor (schadeveroorzaking door een motorrijtuig in) het verkeer. De thans in het geding zijnde schade, ontstaan (tijdens het laden van de vrachtauto) door de verkeerde bediening van een vast op het motorrijtuig gemonteerde kraan, kan in redelijkheid niet worden aangemerkt als schade die is veroorzaakt op een wijze die karakteristiek is voor het verkeer. Naar het oordeel van het hof valt de thans in het geding zijnde schade dan ook niet onder de in artikel 19 VvM bedoelde schade met of door het motorrijtuig. Het feit dat de kraan alleen werkt als de motor van de vrachtauto draait maakt dit oordeel niet anders.
9. Artikel 23 VvM dekt het ladingrisico - anders dan bij het laden en lossen - en dient in dat kader te worden uitgelegd. Naar het oordeel van het hof kan, met inachtneming van het voorgaande, deze schade voorts naar redelijkheid niet worden aangemerkt als schade veroorzaakt met of door de lading of andere goederen in de zin van artikel 23 VvM. De door Entjes geleden schade is immers ontstaan doordat hij door voormelde kraan omver is gestoten, waardoor hij van de vrachtauto is gevallen en op een werktuig is terechtgekomen dat naast de vrachtauto op de grond stond.
10. Stad Rotterdam heeft dan ook terecht geweigerd dekking te verlenen, zodat de vordering van Koop Tjuchem, zij het in hoger beroep op andere gronden, terecht is afgewezen.
11. De principale grieven behoeven, gelet op het voorgaande, thans geen verdere bespreking meer.
12. Nu de voorwaarde voor het incidenteel hoger beroep niet is vervuld, komt het hof niet toe aan een behandeling hiervan.
13. Gezien het voorgaande is het hof dan ook van oordeel dat de vonnissen van de rechtbank te Rotterdam, waarvan beroep, dienen te worden bekrachtigd, zij het op gewijzigde gronden. Koop Tjuchem zal als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding in het principaal hoger beroep worden veroordeeld.