VERBOND VAN VERZEKERAARS

Uitspraak nr. 105 van de Verbondscommissie Samenloop inzake "gescheurde pompslang" Betreft: AVB-verzekering/wa-motorrijtuigverzekering

Partijen: Verzekeraar A
en
Verzekeraar B


Verzekeraar A en Verzekeraar B hebben zich ter verkrijging van een uitspraak van de Verbondscommissie Samenloop tot deze commissie gewend ter beslechting van een geschil dat tussen partijen is gerezen.
Feitelijke gegevens
Tijdens bouwwerkzaamheden wordt met behulp van een motorrijtuig van X, waarop een
pompinstallatie is bevestigd, mortel verpompt. Op een gegeven moment ontstaat er een
scheur in de pompslang. Door de opening die ontstaat wordt mede door de hoge druk in de
pompslang, de mortel weggespoten waardoor automobielen die op het aangrenzende
parkeerterrein staan worden bevuild.
X heeft een AVB-verzekering lopen bij Verzekeraar A.
Voor het motorrijtuig van X is een wa-motorrijtuigverzekering gesloten bij Verzekeraar B.
Partijen verschillen van mening over de vraag wie dekking dient te verlenen voor de veroorzaakte schade.

Het geschil
In zijn memorie van eis stelt Verzekeraar A:
"Op 3 september 1998 voert X bouwwerkzaamheden uit waarbij met behulp van een motorrijtuig van verzekerde anhydriet wordt verpompt. Op een gegeven moment ontstaat er een scheur in de slang waardoor de vloermortel diverse auto's besmeurt.
De chauffeur van het voertuig heeft verklaard dat hij met een trailer/oplegger met daarop gemonteerd een pompinstallatie bezig was om vloermortel naar de 8e verdieping te verpompen. Door een scherp stuk ijzer welke onder de pompslang lag, is de pompslang doorgescheurd. Door de opening die ontstond werd mede door de hoge druk in de pompslang, de anhydrietmortel weggespoten. De automobielen die op het aangrenzende parkeerterrein stonden werden hierdoor bevuild.
Wij zijn met de WAM-verzekeraar van de vrachtwagen, Verzekeraar B, in discussie wie dekking dient te bieden voor deze schade.
Ons inziens gaat het hier om een schade met of door een motorrijtuig dat de verzekerde bezit, houdt, bestuurt of gebruikt. De slang is onlosmakelijk verbonden met de trailer. De trailer is gekoppeld aan de trekker. Nu de slang onderdeel uitmaakt van het motorrijtuig zijn wij van mening dat in het motorrijtuig zelf een gebrek is ontstaan waardoor de schade is veroorzaakt. Schade met of door een motorrijtuig is op de AVB-polis niet gedekt, derhalve zijn wij van mening dat de WAM-verzekeraar dekking dient te bieden.
Op ons standpunt dat het gebrek is gejegen in het motorrijtuig zelf, reageert de WAM-verzekeraar door te stellen dat er geen sprake is van "eigen gebrek". Hiermee doelt zij op de definitie van artikel 249 K, welke ons inziens niet met onderhavige casus heeft te maken."

In zijn memorie van antwoord stelt Verzekeraar B:
"De AVB-verzekeraar heeft de casus correct beschreven. Het gaat in deze om de vraag welke van beide polissen de aansprakelijkheid dekt voor onderhavige schade, die met de lading tijdens het lossen is toegebracht. Uit het bij de memorie van eis overgelegde arrest van de Hoge Raad van 31 maart 2000 blijkt dat voor het antwoord op deze vraag bepalend is, wat de oorzaak van de schade is. Als de oorzaak gelegen is in een gebrek van (een deel) van het motorrijtuig, dan valt de schade onder de dekking van de WAM-polis. En als het een andere oorzaak betreft, dan dekt de AVB-polis de schade, mits althans verzekerde daarvoor aansprakelijk is. Zie ook het commentaar bij dit arrest in Verzekeringsrechtelijke berichten nr. 6 van september 2000 (p. 100 e.v.). Zie tevens de uitspraken 18, 20 en 79 van uw Commissie.
In de van de chauffeur van de vrachtauto verkregen verklaring wordt bevestigd, dat de rechtens relevante oorzaak van de schade is gelegen in een in of onder het zand gelegen scherp stuk ijzer. Door dit stuk ijzer is bij het uit de tank van de vrachtauto verpompen van anhydriet-mortel een scheur ontstaan in de aan de vrachtauto gekoppelde slang. Hierdoor spoot de mortel uit de gescheurde slang en beschadigde geparkeerde auto's. De rechtens relevante oorzaak is dus niet gelegen in een defect ("eigen" gebrek) van het motorrijtuig zelf. De Hoge Raad volgend dient de AVB-verzekeraar dan dekking te verlenen.
De aansprakelijkheidsvraag nadrukkelijk in het midden latend merken wij op, dat onze WAM-verzekering weliswaar de aansprakelijkheid dekt voor schade toegebracht met of door het motorrijtuig (art. p) en voorts, zij het subsidiair, onder de dekking begrijpt de aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door zaken tijdens laden en lossen, ook met een op het motorrijtuig of aanhangwagen aanwezige installatie (art. q lid e). Echter, omdat de oorzaak buiten het motorrijtuig en ook buiten de geloste zaak is gelegen, valt de schade niet onder onze dekking.
Volgens artikel a van de AVB-verzekering daarentegen is bij eiser verzekerd de aansprakelijkheid voor personenschade en schade aan zaken. Weliswaar is volgens artikel b niet gedekt de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig, maar omdat de schade niet met of door het motorrijtuig is veroorzaakt maar door het stuk ijzer, is deze uitsluiting in haar geheel niet van toepassing. Derhalve geldt artikel a in volle omvang en heeft de AVB-verzekeraar terecht dekking verleend."

Overwegingen van de commissie
Dit geschil is als samenloopgeschil aan de commissie voorgelegd overeenkomstig artikel 2 lid 2 van haar reglement op grond waarvan de commissie dit geschil in behandeling neemt.
De commissie stelt vast dat partijen de aansprakelijkheid in het midden laten. Van de commissie wordt een uitspraak verlangd inzake de vraag wie dekking moet verlenen voor de schade die is ontstaan.

De commissie stelt vast dat voor de beoordeling van dit geschil de volgende door partijen
gehanteerde polisbepalingen van belang zijn:
Van de wa-motorrijtuigverzekering van Verzekeraar B
Artikel q Onder de dekking is begrepen de aansprakelijkheid voor schade, toegebracht met of
door:
lid c: zaken, die zijn bevestigd op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen, dan wel
daaraan zijn gekoppeld;
lid e: zaken tijdens laden en lossen, ook met een op het motorrijtuig of de aanhangwagen
aanwezige installatie;
Artikel r. De onder d, e en f omschreven dekking is uitsluitend van kracht voor zover ter zake
geen andere verzekering van kracht is, al dan niet van oudere datum.

De commissie stelt vast dat de polis van Verzekeraar B op grond van artikel q lid c dekking biedt, aangezien gesteld kan worden dat de schade is toegebracht met of door een aan een motorrijtuig bevestigde zaak, in casu de gescheurde pompslang. De commissie merkt hierbij op dat Verzekeraar B er in haar memorie van antwoord ten onrechte vanuit gaat dat de relevante oorzaak van de schade bepalend zou zijn voor de dekkingsvraag. Verzekeraar B gaat hierbij voorbij aan het feit dat in de tekst van haar polisbepaling wordt gesproken van "toegebracht met of door" en niet van "veroorzaakt met of door".
Op basis van artikel q lid e bestaat ook subsidiaire dekking, omdat ook gesteld kan worden dat de schade is toegebracht met de mortel, te kwalificeren als vallend onder "zaken tijdens laden en lossen,...". Deze dekking is echter niet aan de orde omdat er al primaire dekking op grond van artikel q lid c bestaat.
Van de AVB-verzekering van Verzekeraar A
Artikel b Motorrijtuigen
Niet gedekt is de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt met of door een motorrijtuig dat
de verzekerde bezit, houdt, bestuurt of gebruikt.
Deze uitsluiting geldt evenwel niet voor:

c laden/lossen
De aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door lading, bij het laden of lossen van
motorrijtuigen;

De commissie stelt vast dat de schade, waarvan gesteld kan worden dat die is veroorzaakt door de mortel terwijl deze wordt gelost van het motorrijtuig, valt binnen de dekkingsomschrijving van artikel c zodat de polis van Verzekeraar A dekking biedt.
Conclusie
De commissie concludeert dat de veroorzaakte schade zowel onder dekking van de wa-motorrijtuigverzekering van Verzekeraar B als onder de dekking van de AVB-verzekering van Verzekeraar A valt, zodat er sprake is van samenloop van dekking van aansprakelijkheidsverzekeringen. Dit geschil dient derhalve geregeld te worden conform artikel 1 van de "Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen" zodat ieder zijn deel draagt naar evenredigheid van het bedrag waarvoor ieder afzonderlijk had kunnen worden aangesproken.

Bindend advies
Partijen hebben zich tot de commissie gewend ter verkrijging van een bindend advies. De commissie geeft als bindend advies dat iedere partij zijn gedeelte van de schade voor zijn rekening neemt, waarbij de commissie voor de berekening van dat gedeelte verwijst naar de in artikel 1 van de "Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen" gegeven verdeelsleutel, die geënt is op de verdelingsregeling in artikel 7.17.2.24a NBW.
Aldus is beslist op 22 maart 2001 door mr. S.A.M. Brugman, mr. M.M.C.J.M. de Nerée tot Babberich, mr. M.J. Tolman, mr. D.F. Richters, en mw. mr. A.G. Verhoeven, leden van de Verbondscommissie Samenloop, in tegenwoordigheid van mw. mr. W.H. Quaedvlieg-Meijer, secretaris.


De voorzitter De secretaris
mr. D.F. Richters mr. W.H. Quaedvlieg-Meijer