Uitspraak nr. 108 van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake samenloopgeschil "losgekoppelde aanhangwagen V"
Betreft: AVP-verzekering / WA-motorrijtuigverzekering

Partijen: Verzekeraar A
en
Verzekeraar B

Verzekeraar A en Verzekeraar B hebben zich ter verkrijging van een uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars tot deze commissie gewend ter beslechting van een geschil dat tussen partijen is gerezen.

Feitelijke gegevens
De heer X had na het opruimen van zijn garage materiaal op zijn aanhangwagen geladen om dit naar de stortplaats van de gemeente te brengen. De heer X had zijn aanhanger met één wiel op het trottoir en met één wiel op de weg geparkeerd. Ongeveer twee uur nadat de heer X de aanhangwagen losgekoppeld had geparkeerd, wilde hij hem in geladen toestand handmatig verplaatsen om hem wederom aan zijn auto te koppelen. Tijdens dit handmatig manoeuvreren kwam de aanhangwagen in aanraking met een aldaar geparkeerd staande auto van de heer Y, welke auto hierdoor beschadigd werd.
De heer X heeft een AVP verzekering gesloten bij Verzekeraar A. Het WA-motorrijtuigrisico is verzekerd bij Verzekeraar B.
Partijen verschillen van mening over de vraag wie dekking dient te verlenen.

Het geschil
In zijn memorie van eis stelt Verzekeraar A onder meer:
"Op 5 mei 2001 werd door onze verzekerde bij het - met de hand - verplaatsten van zijn aanhanger schade toegebracht aan geparkeerd staande auto, eigendom van de heer Y. De kwestie werd door verzekerde bij ons aangemeld op grond van de bij Verzekeraar A afgesloten aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren.
Het WAM-risico van de auto, waarachter de aanhanger in kwestie oorspronkelijk was gekoppeld was ten tijde van het gebeuren ondergebracht bij Verzekeraar B. In goed onderling overleg met Verzekeraar B werd besloten de door partij Y geleden schade hangende het geschil voor gezamenlijke rekening te nemen. Aangezien partijen er met elkaar over blijven verschillen ten laste van welke verzekering de schade uiteindelijk dient te komen werd overeengekomen uw commissie in deze om uitspraak te verzoeken.

Op het moment dat de aanhangwagen door de verzekerde met de hand werd verplaatst was deze nog niet "veilig buiten het verkeer tot stilstand gekomen". De aanhanger bevond zich met één wiel op het trottoir en met één wiel op de weg. Deze zaak lijkt ons derhalve analoog met een eerdere soortgelijke kwestie, waarover u in het verleden te oordelen kreeg, te weten uitspraak nr. 51. Ook hier kon de veilige doorgang voor het verkeer immers worden belemmerd, zodat de aanhangwagen nog als een deel van het motorrijtuig in de zin van artikel 1 van de WAM diende te worden beschouwd. Het is hierom dat wij van mening zijn, dat Verzekeraar B als enige voor de gehele schade dient op te komen". -

In zijn memorie van antwoord stelt Verzekeraar B onder meer:

"Verzekeraar B is op grond van de situatie ter plaatse van mening dat de aanhanger geen enkele hinder of gevaar voor het overig verkeer opleverde en aldus veilig buiten het verkeer tot stilstand was gekomen.
Verzekeraar A stelt zich daarentegen kort gezegd op het standpunt dat de aanhanger niet veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen. Zijn motivatie hiertoe lijkt te liggen in het feit dat de aanhanger met één wiel op het trottoir stond. Daarom is de zaak volgens haar analoog aan uitspraak nr. 51. Ook hier kon de veilige doorgang voor het verkeer worden belemmerd. Verzekeraar B moet constateren dat de motivatie van de conclusies van Verzekeraar A kennelijk gezocht moet worden in de woorden 'Daarom' en 'ook hier'. Op geen enkele wijze is in te zien waarom een aanhanger met één wiel op de stoep per definitie inbreuk zou maken op een veilige doorgang en het verkeer zou belemmeren en tot analogie van uitspraak nr. 51 leidt.

Opgemerkt zij dat de commissie in uitspraak nr. 51 alleen gezien de zodanige situatie ter plaatste (o.a. een parkeerverbod!!!) tot haar conclusie kwam dat de aldaar geparkeerde aanhanger de veilige doorgang voor het verkeer kon belemmeren. Welnu in casu is de situatie geheel anders en leverde de aanhanger geen enkel gevaar of hinder op voor een veilige doorgang van het verkeer. Indien Verzekeraar A meent dat dit anders is dan ligt het op zijn weg zijn stellingen hiertoe deugdelijk te onderbouwen.
Tot dan is er geen enkel reden om zich niet aan te sluiten bij de lezing van X dat de aanhanger veilig geparkeerd stond en prevaleert uitspraak nr. 52"

Overwegingen van de commissie
Dit geschil is als samenloopgeschil aan de commissie voorgelegd overeenkomstig artikel 1 van haar reglement en artikel 2 van de samenloopregeling, op grond waarvan de commissie dit geschil in behandeling neemt.
Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag of de aanhangwagen na te zijn losgekoppeld veilig buiten het verkeer tot stilstand was gekomen.
Uit hetgeen partijen over en weer hebben gesteld en uit hetgeen blijkt uit de bij de stukken gevoegde situatieschets, volgt dat de onderhavige aanhangwagen vlak achter.de geparkeerde auto van de tegenpartij werd geplaatst, met één wiel op de weg en met het andere wiel op het trottoir.

Verder leidt de commissie uit de feiten af, dat ter plekke geen parkeerverbod van kracht was en dat de aldaar op zodanige wijze geplaatste aanhangwagen, na te zijn losgekoppeld, geen direct gevaar voor het verkeer opleverde.
Het handmatig verplaatsen van de aanhangwagen, nadat ongeveer een periode van twee uur was verstreken, geschiedde dan ook niet om aan een mogelijk onveilige situatie een einde te maken, maar vond louter plaats om deze inmiddels met af te voeren spullen geladen aanhangwagen, wederom aan de auto te gaan vastkoppelen, om op deze wijze de lading vervolgens naar de gemeentelijke stortplaats te kunnen afvoeren.

De commissie stelt op grond van het vorenstaande vast, dat de aanhangwagen na het ontkoppelen veilig buiten het verkeer tot stilstand werd gebracht en dat deze op het moment van de schadetoebrenging geen onderdeel meer vormde van het motorrijtuig, zoals in artikel 1 van de WAM omschreven, zodat niet de WA-motorrijtuigverzekering van X dekking biedt voor de met de aanhangwagen toegebrachte schade, maar diens AVP-verzekering.

Conclusie
De commissie concludeert dat de in het geding zijnde aansprakelijkheid uitsluitend onder de dekking van de AVP-verzekering van Verzekeraar A valt.

Bindend advies
Partijen hebben zich tot de commissie gewend ter verkrijging van een bindend advies. De commissie geeft als bindend advies dat Verzekeraar A dekking zal dienen te verlenen. Aldus is beslist op 19 februari 2003 door mr. S.A.M. Brugman, mr. M.M.C.J.M. de Nerée tot Babberich, mr. D.F. Richters, mr. P.P. Roerink en mr. M.J. Tolman, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars, in tegenwoordigheid van mw. mr. W.H. Quaedvlieg-Meijer, secretaris.

De voorzitter De secretaris
mr. D.F. Richters mevr. mr. W.H. Quaedvlieg-Meijer