Uitspraak nr. 110 van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake samenloopgeschil "defecte slangkoppeling"

Betreft: WA-motorrijtuigverzekering / AVB-verzekering

Partijen: Verzekeraar A
en
Verzekeraar B

Verzekeraar A en Verzekeraar B hebben zich ter verkrijging van een uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars tot deze commissie gewend ter beslechting van een geschil dat tussen partijen gerezen is.

Feitelijke gegevens
Op 2 mei 2001 wordt door X met behulp van een trekker met tankoplegger (die voorzien is van
een losinstallatie waaraan een lossiang werd bevestigd) een lading zetmeel gelost in een
opslagsilo op een fabrieksterrein. Door een defect aan de slangkoppeling (inwendig in de
slang) is tijdens het lossen een hoeveelheid zetmeel vrijgekomen, welke het fabrieksterrein
heeft verontreinigd.
Het WA-motorrijtuigrisico is verzekerd bij Verzekeraar A..
X heeft een AVB-verzekering lopen bij Verzekeraar B.

Partijen verschillen van mening over de vraag wie dekking dient te verlenen voor de veroorzaakte schade.\

Het geschil
In zijn memorie van eis stelt Verzekeraar A onder meer:
"Op of omstreeks 2 mei 2001 wordt door X met behulp van een trekker met tankoplegger (die voorzien is van een losinstallatie waaraan een lossiang werd bevestigd) een lading zetmeel gelost in een opslagsilo op een fabrieksterrein. Door een defect aan de slangkoppeling (inwendig in de slang) is tijdens het lossen een hoeveelheid zetmeel vrijgekomen welke het fabrieksterrein heeft verontreinigd.

Op het schadeaangifteformulier is de toedracht van de schade als volgt omschreven: "Ten gevolge van een breuk van een slangkoppeling inwendig in de slang is tijdens de bulklossing een hoeveelheid zetmeel (ca. 1.000 kg) verloren gegaan en heeft het fabriekterrein verontreinigd."

Verzekeraar A verschilt met Verzekeraar B van mening over de vraag welke verzekering voor de onderhavige schade dekking moet bieden. Verzekeraar A is van mening dat er geen dekking is op haar WAM-verzekering en dat de AVB-verzekering dekking moet bieden en Verzekeraar B is van mening dat de WAM-verzekering dekking moet bieden, althans dat op haar AVB-verzekering de onderhavige schade niet is gedekt.

De WAM-polis van Verzekeraar A is een zogenaamde rubriekenpolis. In art. c.1 is de aansprakelijkheid door laad- of losmaterieel expliciet uitgesloten van de dekking. Het werkrisico valt immers niet onder de WAM-strik.

Het werkrisico (waaronder de schade met of door lading en/of last kan op de WAM-polis van Verzekeraar A wel (aanvullend) worden meeverzekerd. X heeft deze rubriek echter niet 1.
meeverzekerd, zodat deze rubriek niet van toepassing is en op grond van art. c van de polisvoorwaarden de schade niet op deze WAM-verzekeringsovereenkomst is gedekt. Verzekeraar A is van mening dat de schade daarentegen wel gedekt is op de AVB-verzekering van Verzekeraar B.
Verzekeraar A is van mening dat op grond van art. p.1 er verzekeringsdekking is voor de onderhavige schade.
Verzekeraar A wijst in dit kader tevens op een arrest van de Hoge Raad van 31 maart 2000 NJ 2000, 357 (besproken in Vrb 2000-6 door mr. R.G.L. Gerrits) alsmede op de uitspraak van de Verbondscommissie Samenloop nr. 105 inzake de "gescheurde pompslang". In de zaak die de Hoge Raad heeft behandeld stond zowel in de AVB-polisvoorwaarden als in de WAM-polisvoorwaarden "schade veroorzaakt door" en niet zoals in de AVB-polisvoorwaarden van Verzekeraar B in het onderhavige geval "schade toegebracht door". Door de formulering "schade veroorzaakt door" heeft de Hoge Raad beslist, dat voor de vraag welke polis dekking moet bieden, in dat geval gekeken moet worden naar de oorzaak van de schade.
In de onderhavige zaak staat er "schade toegebracht door" in plaats van "veroorzaakt door", zodat voor de dekking niet gekeken moet worden naar de oorzaak van de schade (de defecte losslang) maar moet er gekeken worden naar wat de schade aan het fabrieksterrein heeft toegebracht, en dat is het zetmeel. Dit in navolging van de uitspraak 105 van de Verbondscommissie Samenloop. In casu is de schade toegebracht door zaken die van het motorrijtuig Werden gelost. Het zetmeel heeft immers het bedrijfsterrein verontreinigd. Dit houdt in dat de AVB-polis van Verzekeraar B dekking biedt voor de onderhavige schade.

Verzekeraar B liet per brief van 31 juli 2002 weten dat hij de interpretatie van de uitspraak van
de Hoge Raad niet deelt,
Hij acht voor het beantwoorden van de dekkingsvraag op de AVB-polis de oorzaak van de
schade beslissend, ook al staat in haar polisvoorwaarden vemeld "toegebracht" in plaats van
"veroorzaakt".
Verzekeraar B is van mening, zodra wordt vastgesteld dat de oorzaak van de schade gelegen
is in een gebrek van het motorvoertuig, dekking op zijn AVB-polis ontbreekt."

In zijn memorie van antwoord stelt Verzekeraar B:
"Wij zijn het niet eens met de zienswijze van eiser. Hij beroept zich op de uitsluiting van artikel •c.1 van zijn voorwaarden. Daarbij gaat hij er ten onrechte vanuit, dat de buiktankoplegger "aan het motorrijtuig gekoppeld laad/los- of ander werkmaterieel" is als bedoeld in dit artikel en zoals gedefinieerd in artikel a.2 van diezelfde voorwaarden. Een buiktankoplegger is immers geen object dat dient tot belading of lossing. Een buiktankoplegger is dus ook geen werkmaterieel, dat bedoeld is voor het uitvoeren van de werkzaamheden laden en lossen in de zin van artikel c.1. Een buiktankoplegger is bestemd en bedoeld om goederen mee te vervoeren. Artikel c.1 is derhalve niet van toepassing.

De oplegger was wel gekoppeld, namelijk aan de trekker, en deze combinatie vormde als zodanig een motorrijtuig, voor de wettelijke aansprakelijkheid waarvan artikel b.1 van de voorwaarden van eiser dekking biedt. Vaststaat, althans door eiser wordt niet betwist, dat de schade in casu het gevolg is van een defect aan de aan de losinstallatie van de trekker/opleggercombinatie bevestigde slangkoppeling en dat zijn verzekerde daarvoor aansprakelijk is. Deze wettelijke aansprakelijkheid voor door het motorrijtuig beschadigde goederen van derden is gedekt onder artikel b.1 van de verzekering van eiser. Deze wettelijke aansprakelijkheid van verzekerden voor schade aan derden toegebracht door de opleggers, zolang deze zijn gekoppeld aan het motorrijtuig is eveneens gedekt onder artikel b,2 van de verzekering van eiser.

Waar dus eveneens vast staat, althans door eiser niet betwist wordt, dat in casu sprake is van aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig, sluit Verzekeraar B deze aansprakelijkheid in p van zijn voorwaarden expliciet uit. Het begrip Veroorzaken met of door' impliceert immers het begrip 'toebrengen met of door'. Eiser stelt, dat de uitzondering als bedoeld in artiekel p.1 van toepassing is, namelijk de dekking voor aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door zaken die gelost worden van een motorrijtuig. Wij delen deze opvatting niet, omdat de schade toegebracht is met of door het gebrekkige motorrijtuig en niet met of door de geloste lading. Het gebrek aan het motorrijtuig is de relevante oorzaak van de schade.

Maar, gesteld dat de dekking als bedoeld in p.1 wel van toepassing zou zijn, dan is dat volgens de slotzin van p een subsidiaire dekking. Nu de schade in elk geval op de polis van eiser is gedekt, gaat die dekking dan voor."

Overwegingen van de commissie
Dit geschil is als samenloopgeschil aan de commissie voorgelegd overeenkomstig artikel 1, lid 2, van haar reglement en artikel 2 van de samenloopregeling, op grond waarvan de commissie dit geschil in behandeling neemt.
De commissfè stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat X aansprakelijk is voor de veroorzaakte schade.

Uit hetgeen partijen hebben verklaard kan worden vastgesteld dat voor het lossen van een lading zetmeel gebruik werd gemaakt van een aan de trekker gekoppelde tankoplegger, die voorzien was van een losinstallatie waaraan een losslang was bevestigd. Door een inwendig defect van de slangkoppeling is tijdens het lossen van de lading zetmeel uit deze tankbulkoplegger een hoeveelheid zetmeel vrijgekomen waardoor het fabrieksterrein werd verontreinigd.

Voor de beoordeling van dit geschil zijn de volgende polisbepalingen van belang:
Met betrekking tot de WA.-motorrijtuigverzekering van Verzekeraar A:
Artikel a Definities
a. 1 Motorrijtuig
Het op het Polisblad omschreven motorrijtuig, waarvoor een kentekenbewijs voor een
vrachtauto, oplegger of aanhanger is afgegeven, in de uitvoering zoals deze door de fabrikant
resp. importeur in de handel is gebracht, met inbegrip van alle extra's welke noodzakelijk zijn
aangebracht om het voertuig in te kunnen zetten voor doeleinden die in het aanvraagformulier
en/of de Polis zijn omschreven.
a.2 Laad/los- en werkmaterieel
De ten tijde van een gebeurtenis op of aan het motorrijtuig aangebracht of voor zijn werking daarvan afhankelijk zijnde objecten, dienende tot belading of lossing, zoals laad/loskleppen, kranen, afzet- en kipinstallaties, beweegbare vloeren, compressoren e.d.

Artikel b Omvang der verzekering
b. 1 Wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuig
De Maatschappij vergoedt tot het op het Polisblad genoemde maximum per gebeurtenis, de schade en kosten tot betaling waarvan een verzekerde verplicht is op grond van wettelijke bepalingen, hetzij krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak, hetzij op grond van een minnelijke schikking aangegaan door of met goedkeuring van de Maatschappij, indien door het motorrijtuig aan derden lichamelijk letsel wordt toegebracht of goederen van derden vernield of beschadigd zijn, terwijl bovendien de hieruit voor deze derden voortvloeiende schade door de Maatschappij vergoed wordt.

b.2 Wettelijke aansprakelijkheid aanhanger
Indien op het Polisblad is aangetekend dat een motorrijtuig in combinatie met aanhangers, opleggers etc. kan worden ingezet, dan is onder deze verzekering mede begrepen de wettelijke aansprakelijkheid van verzekerden voor schade aan derden toegebracht door de aanhangers, opleggers, etc, zolang deze zijn gekoppeld aan het motorrijtuig, alsmede wanneer de schade is ontstaan nadat deze zijn losgemaakt of losgeraakt, doch nog niet buiten het verkeer tot stilstand zijn gekomen.
Onder deze verzekering is eveneens begrepen de aansprakelijkheid van verzekerden voor schade aan derden toegebracht met of door in de Polis genoemde aanhangers, opleggers, e.d. indien deze niet gekoppeld zijn aan een motorrijtuig of indien de schade is ontstaan nadat de aanhangers, opleggers, e.d. zijn losgemaakt of losgeraakt en buiten het verkeer tot stilstand zijn gekomen; een en ander slechts indien en voor zover deze aansprakelijkheid niet verzekerd is op (een) andere polis(sen) of daarop verzekerd zou zijn indien de onderhavige verzekering niet zou hebben bestaan.

b.3 Wettelijke aansprakelijkheid lading
Onder deze verzekering is mede begrepen de wettelijke aansprakelijkheid van de verzekerden voor schade - anders dan bij het laden en lossen - aan derde toegebracht door de lading of andere zaken, terwijl deze zich bevinden op, worden vervoerd met, vallen van dan wel nadat deze zijn gevallen van het motorrijtuig. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3a van de WAM is onder de verzekering mede begrepen de aansprakelijkheid waartoe het laden en lossen van een gevaarlijke stof aanleiding kan geven en die is gebaseerd op de eerste afdeling van de 14e titel van Boek 8 BW.
Artikel c Uitsluitingen c. 1 Schade door laad/los- of werkmaterieel
Schade toegebracht met of door aan het motorrijtuig gekoppeld laad/los - of ander werkmaterieel tijdens uitvoering van de werkzaamheden waarvoor dit werkmaterieel is bedoeld.

De commissie stelt vast dat de trekker met bulktankoplegger van Van X valt onder de definitie van het motorrijtuig, zoals omschreven in artikel a.1 van de polis van Verzekeraar A. De bulktankoplegger met losinstallatie en de daaraan gekoppelde slang, met behulp waarvan de lading zetmeel werd gelost, valt onder het begrip laad/los- en werkmaterieel, zoals gedefinieerd in artikel a.2 De commissie wijst erop dat Verzekeraar B ten onrechte gevolgen wil verbinden aan zijn stelling dat een bulktankoplegger geen laad/los- of ander werkmaterieel is, maar louter een vervoermiddel.

Allereerst dient naar aanleiding hiervan te worden opgemerkt, dat naar de mening van de commissie een tankbulkoplegger niet uitsluitend is ingericht voor louter het vervoer van bulkladingen, maar dat die tankoplegger tevens is voorzien van een installatie die wordt gebruikt om alvorens met het transport van de lading een aanvang te kunnen nemen, buiklading daarin te pompen en na afloop van het transport daaruit te lossen in een opslagsilo. Voorts geldt dat artikel a.2 kort gezegd - van toepassing is zodra op of aan het motorrijtuig een losinstallatie in de meest ruime zin des woords aanwezig is. Als voorbeelden worden in de clausule o.a. laad-/loskleppen en compressoren e.d. genoemd. Een aan het motorrijtuig bevestigde slang, met behulp waarvan bulklading gelost kan worden, is een tot lossing bestemd object en valt dus onder de omschrijving van artikel a.2

Op grond van het bepaalde in artikel b.1 is de aansprakelijkheid voor schade aan derden toegebracht door het motorrijtuig in beginsel gedekt onder de polis van Verzekeraar A. De in artikel b.3 geboden dekking met betrekking tot de aansprakelijkheid voor schade toegebracht door de lading is niet van toepassing, nu in artikel b.3 een voorbehoud wordt gemaakt door de woorden: "anders dan bij laden en lossen". Tussen partijen staat vast dat in deze zaak de schade bij het lossen is toegebracht.

Schade toegebracht met of door aan het motorrijtuig gekoppeld laad- en losmaterieel tijdens de uitvoeringvan werkzaamheden waarvoor dit werkmaterieel is bestemd, is uitdrukkelijk van de dekking uitgesloten op grond van artikel c.1. Daar komt bij dat dit zogenaamde "werkrisico" in de WA-motorrijtuigverzekering apart had kunnen worden meeverzekerd door middel van het bijsluiten van de betreffende rubriek. Verzekeringnemer heeft van het meeverzekeren van deze rubriek afgezien, zodat de onderhavige uitsluiting van artikel c.1 niet door het bepaalde in deze rubriek buiten toepassing is verklaard en dus zijn gelding heeft behouden. Nu in dit geschil de schade is toegebracht door een inwendig defect in de koppeling van de losslang, als onderdeel van de tankbulkoplegger, waardoor een hoeveelheid zetmeel daaruit is gestroomd, dient op grond van het bepaalde in artikel c.1 te worden geconcludeerd dat van de verzekering van Verzekeraar A is uitgesloten de aanspraklijkheid voor schade die op de in dit artikel beschreven wijze is toegebracht.

Met betrekking tot de AVB-verzekering van Verzekeraar B is van belang:
Artikel p Motorrijtuigen, (lucht)vaartuigen, aanhangwagens
Uitgesloten is de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig,
(lucht)vaartuig of aanhangwagen, die een verzekerde in eigendom heeft, bezit, houdt,
bestuurt, gebruikt of doet gebruiken.
Als uitsluiting op het vorenstaande is wel gedekt:
1. laden en lossen
de aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door zaken, die zich bevinden op, vallen of gevallen zijn van, geladen worden op of gelost worden van een motorrijtuig, aanhangwagen of vaartuig, anders dan aan het vervoermiddel zelf.

De uit p voortvloeiende dekking geldt niet indien de door deze verzekering gedekte schade eveneens op (een) andere polis(sen) is gedekt of daarop gedekt zou zijn indien de onderhavige verzekering niet zou hebben bestaan.

De commissie stelt vast dat de aanduiding "met of door zaken", genoemd in de uitzondering op de uitsluiting onder artikel p.1, erop duidt dat de verzekering van Verzekeraar B dekking biedt voor alle gevallen waarin met de lading schade wordt toegebracht, ongeacht wat de achterliggende oorzaak van die schadetoebrenging is.

Conclusie
De commissie concludeert dat de aansprakelijkheid voor de schade, zoals die teweeg is gebracht en waarvan gesteld kan worden dat die bij het lossen met of door de vervoerde lading is toegebracht, is gedekt overeenkomstig het bepaalde in artikel p van de polisvoorwaarden van Verzekeraar B, zodat de AVB-verzekering van Verzekeraar B dekking biedt. Op de WA-motorrijtuigverzekering van Verzekeraar A is deze schade van dekking uitgesloten.
De commissie concludeert dat de in het geding zijnde aansprakelijkheid uitsluitend onder de dekking van de AVB-polis van Verzekeraar B valt.

Bindend advies
Partijen hebben zich tot de commissie gewend ter verkrijging van een bindend advies. De commissie geeft als bindend advies dat Verzekeraar B dekking zal dienen te verlenen. Aldus is beslist op 7 maart 2003 door mr. S.A.M. Brugman, mr. M.M.C.J.M, de Nerée tot Babberich, mr. D.F. Richters, mr. P.P. Roerink en mr. M.J. Tolman, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars, in tegenwoordigheid van Mw. mr. W.H. Quaedvlieg-Meijér, secretaris.

De voorzitter De secretaris
mr. D.F. Richters mevr. mr. W.H. Quaedvlieg-Meijer