Uitspraak no. 117 van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake samenloopgeschil "Regeling asbestschaden".
Partijen
Partij A
en
Partij B
Partij A en partij B hebben zich ter verkrijging van een bindend advies van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars tot deze commissie gewend ter beslechting van een geschil dat tussen hen is gerezen.
Feitelijke gegevens
C is van 1960 tot 1994 werkzaam geweest in verschillende functies bij D. In 2003 is bij C de diagnose maligne mesothelioom gesteld. Deze ziekte is veroorzaakt door blootstelling aan asbest. C heeft D voor deze schade aansprakelijk gesteld.
Vanaf 1974 tot 2001 is A leidende verzekeraar geweest op de aansprakelijkheidsverzekering van D. In 2001 is B als leidende verzekeraar risico gaan lopen tot 2003. Vanaf 2003 is E leidende verzekeraar. Alledrie de verzekeraars hebben een polis afgegeven op basis van loss-occurence. Slechts de polis van de huidige verzekeraar E kent een asbestuitsluiting, hetgeen betekent dat deze polis voor asbestschaden geen dekking biedt.
Partijen verschillen van mening over de vraag wie als regelend verzekeraar dient op te treden en daar waar noodzakelijk tot afwikkeling van de schade dient over te gaan met de mogelijkheid van verhaal.
Geschil
Partijen hebben elkaar niet kunnen overtuigen van de juistheid van de wederzijds ingenomen standpunten.
A stelt zich op het standpunt dat, nu de polis van E een asbestuitsluiting kent, B regelend verzekeraar is op basis van de Regeling asbestschaden. In deze regeling is er voor gekozen, aldus A, om alle verzekeraars die geen asbestuitsluiting in hun polis hebben opgenomen, vanaf het eerste moment van de blootstelling aan asbest tot aan het manifest worden van de gezondheidsklachten te betrekken in de Regeling. A wijst erop dat de Regeling asbestschaden bepaalt dat er geen discussie gevoerd dient te worden over het ontstaans- of veroorzakingsmoment van de schade en dat in beginsel alle verzekeraars voor het geheel kunnen worden aangesproken..
B verwerpt het standpunt van A dat B op basis van de Regeling asbestschaden als regelend verzekeraar zou moeten optreden. B is van mening dat A dient te bewijzen dat de schade van C manifest is geworden in de verzekeringsperiode bij B.
Overwegingen van de commissie
De commissie heeft kennis genomen van de aan haar overgelegde stukken.
De commissie stelt vast dat de volgende door partijen gehanteerde polisvoorwaarden van belang zijn:
Artikel 2 van de polisvoorwaarden van B
2.2. Grenzen van de dekking naar tijd
a) inloop
Verzekerd is de aansprakelijkheid voor schade, die zich eerst manifesteert tijdens de looptijd van de verzekering, ongeacht wanneer de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.
3.8 Andere verzekeringen
Voor schade, waarvoor de aansprakelijkheid onder enig andere verzekering verzekerd is of daaronder verzekerd zou zijn indien onderhavige verzekering niet zou hebben bestaan; een daarop toepasselijk eigen risico zal nimmer onder de dekking van deze verzekering vallen.
Artikel 5 van de polisvoorwaarden van A
5. Dekking in de tijd
De verzekering dekt de aansprakelijkheid van de verzekerde voor schaden welke ontstaan en/ of zich openbaren tijdens de contractsduur van de verzekering ongeacht wanneer de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.
9.2. Samenloop
Indien blijkt dat de door deze verzekering gedekte aansprakelijkheid, inclusief de aansprakelijkheid van opdrachtgevers en (onder)aannemers, eveneens op (een) andere polis(sen) gedekt is of daarop gedekt zou zijn als de onderhavige polis niet zou hebben bestaan, geldt de onderhavige polis als excedent van de andere polissen.
De commissie wijst erop dat de Regeling asbestschaden is ontworpen om de afwikkeling van asbestschaden door verzekeraars vlot te laten verlopen, waardoor de schade van het slachtoffer goed en snel wordt geregeld, waarna de de uiteindelijke lastenverdeling plaatsvindt tussen de verzekeraars die voor die schade (mogelijk) aangesproken hadden kunnen worden. Deze aan de Regeling ten grondslag liggende uitgangsprincipes vinden met name hun beslag in de artikelen 1.1, 1.2 en 1.3 van de onderhavige Regeling .
De vermelde artikelen van de Regeling asbestschaden van 22 juni 1999 (bijlage 1 van circulaire AAA 99/04 van 22 juni 1999) luiden als volgt.
Regeling asbestschaden
1.Regelend verzekeraar
1.1.
Behandeling en – in geval van aansprakelijkheid van de verzekerde - betaling geschiedt door de regelend verzekeraar. De regelend verzekeraar is de verzekeraar die de aansprakelijkheid van de werkgever heeft verzekerd op het moment van de eerste melding van een (mogelijke) aansprakelijkheidsclaim door verzekerde, mits dekking aanwezig is
1.2
Indien de verzekeraar als bedoeld in punt 1.1 een loss occurrenceverzekeraar is maar een ander dan de loss occurrenceverzekeraar van de datum waarop bij het slachtoffer voor het eerst de diagnose asbestziekte is gesteld, zal laatstgenoemde verzekeraar als regelend verzekeraar worden aangemerkt.
1.3
Betrokken verzekeraars zullen geen beroep doen op samenloopclausules, noch zal er
discussie worden gevoerd over het ontstaans- of veroorzakingsmoment van de schade
De commissie stelt voorop dat aan de hand van de letterlijke bewoordingen van de Regeling asbestschaden geen pasklaar antwoord kan worden verstrekt op de vraag welke verzekeraar in het onderhavige geval als regelend verzekeraar zal hebben te gelden Volgens artikel 1.1 is namelijk de regelend verzekeraar de verzekeraar die de aansprakelijkheid van de werkgever heeft verzekerd op het moment van de eerste melding van een (mogelijke) aansprakelijkheidsclaim door verzekerde, mits dekking aanwezig is.
Vaststaat dat E de verzekeraar is die de aansprakelijkheid van de werkgever verzekerd had op het moment van de eerste melding. E heeft echter een asbestuitsluiting in haar voorwaarden opgenomen, zodat de verzekering van E op grond van deze uitsluiting in ieder geval geen dekking biedt en E daarom niet als regelend verzekeraar behoeft op te treden. In de Regeling asbestschaden ontbreekt echter een oplossing voor de vraag wie bij het ontbreken van dekking op de verzekering, die loopt op het moment van de melding, dan als regelend verzekeraar dient op te gaan treden.
Naar het oordeel van de commissie brengt een redelijke uitleg van de Regeling asbestschaden mee dat in zo’n geval de verzekeraar die in tijd gerekend vóór E dekking verleende, in casu B, als regelend verzekeraar zal hebben op te treden, tenzij B kan aantonen dat ook haar polis geen dekking biedt voor de schade.
Daarvoor is echter onvoldoende de loutere constatering dat de diagnose mesothelioom eerst na afloop van de verzekeringsperiode bij B is vastgesteld. Bepalend voor dekking onder de bij B lopende polis is immers dat de schade (in dit geval de geconstateerde mesothelioom) zich dient te hebben gemanifesteerd dan wel zich heeft geopenbaard tijdens de looptijd van de verzekering. Algemeen wordt aangenomen dat van het zich openbaren in de hiervoor bedoelde zin kan worden gesproken, zodra de klachten die zich voordoen, verband houden met mesothelioom Het is dan ook niet onwaarschijnlijk te achten dat de eerste klachten die verband hielden met mesothelioom zich op een eerder moment hebben voorgedaan dan het moment waarop de diagnose mesothelioom werd gesteld en dat die eerdere klachten zich reeds voordeden tijdens de verzekeringsperiode bij B. B heeft evenwel geen feiten gesteld waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat de klachten bij het slachtoffer zich eerst na afloop van de verzekeringsperiode bij B hebben geopenbaard.
Bindend advies
Partijen hebben zich tot de commissie gewend ter verkrijging van een bindend advies. De commissie geeft als bindend advies dat B op grond van de Regeling asbestschaden als regelend verzekeraar dient op te treden en dat B na behandeling en afwikkeling van de asbestschade overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling asbestschaden recht van verhaal heeft op andere bijdrageplichtige verzekeraars, waaronder A
Aldus beslist op 19 februari 2007 door mr. R.G.L. Gerrits, mr. M.M.C.J.M. de Nerée tot Babberich, mr. P.P. Roerink, mr. A.J. van Rooijen, mr. D.F. Richters en mr. M.J. Tolman, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars, in tegenwoordigheid van mw. mr. R.M.L.A. Martius, secretaris.
voorzitter secretaris
mr. D.F. Richters mw. mr. R.M.L.A. Martius