Circulaire 31 januari 1969, verschuiving aansprakelijkheidsrisico

COMMISSIE SAMENLOOP VAN TRANSPORT- EN ALGEMENE W. A. -VERZEKERINGE`

Secretariaat:
J. W. Frisolaan 3
's-Gravenhage.

's-Gravenhage, 31 januari 1969.

Aan de Besturen van: Nederlandse Vereniging van Automobielassuradeuren (N. V. V. A.) Vereeniging van Transportassuradeuren in Nederland Nederlandse Vereniging van Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekeraars (W. A. V.) .

Mijne Heren,

In de Commissie Samenloop is door transportassuradeuren naar voren gebracht dat zich ten aanzien van de verzekering van WAM-plichtig landmateriaal een marktsituatie dreigt te ontwikkelen, waarin het voor verzekerden wel eens aantrekkelijk zou kunnen zijn zich - althans voor de aansprakelijkheidsdekking - van de transportassuradeuren naar de varia-assuradeuren te wenden. Een dergelijke switch, waartoe de penaltyregeling volgens het Besluit C 11 aanleiding zou kunnen geven, wordt thans gestimuleerd door de omstandigheid dat - boven de premieverbetering op grond van C 11 - per 1 maart 1969 een premieverhoging zal worden gevraagd in verband met het optrekken van het WAM-minimum voor niet gekentekend materiaal per genoemde datum tot f 400. 000, --. Daarbij kan wellicht nog een rol spelen dat voor transportverzekeringen de commissie lager is dan voor varia-verzekeringen.

De Commissie heeft bij het overleg zich gerealiseerd dat dergelijke bewegingen ten nauwste samenhangen met de zich geleidelijk aan voltrekkende branche-vervaging. De verschillen tussen de dekking vanuit de transportsfeer en de aansprakelijkheidssfeer worden kleiner; in beide branches komt men wat minder huiverig tegenover elkaars wijze van denken te staan, hetgeen met zich medebrengt dat het in de lijn der verwachtingen ligt dat - voorzover zulks nu nog niet reeds het geval is - beide markten aan cliënten geheel of vrijwel gelijke dekking voor dit risico gaan bieden. Deze ontwikkeling behoeft op zichzelf niet betreurd te worden. Zij zou echter voor assuradeuren onaangename consequenties kunnen hebben, indien daardoor een bestand verzekeringen zou ontstaan dat - al naar gelang de omstandigheden - geplaatst zal worden op hetzij de transportverzekeringsmarkt hetzij de variamarkt, zulks al naar gelang dit op een bepaald ogenblik voor de verzekeringnemer of het intermediair het beste uitkomt.

Naar het inzicht van de Commissie is het opportuun ten aanzien van de hiervoren gesignaleerde problematiek zodanige maatregelen te treffen dat geen zwervend bestand WAM-plichtig landmateriaal ontstaat. Zij zou daarom de volgende aanbeveling willen doen.

1.         Transportassuradeuren zouden er van af moeten zien de penalty volgens het Besluit C 1 1 toe te passen op de premie voor het aansprakelijkheidsrisico.

De Commissie heeft overwogen dat deze penalty-regeling oorspronkel i ik uit de sfeer van de casco-dekking afkomstig is. De factoren, die een rol spelen bij de vaststelling - en dus ook de aanpassing - van de premie voor een aansprakelijkheidsdekking van dit WAM-plichtig materiaal zijn van andere aard dan die, welke de regeling van Besluit C 11 domineren. Beide onderdelen van de dekking leiden verzekeringstechnisch gezien min of meer een "eigen leven" en voor een afzonderlijk bezien van de samenstellende delen is dan ook op bedrijfstechnische gronden veel te zeggen. Tegen het vorenstaande zou als bezwaar kunnen worden ingebracht dat bij toepassing van de aanbeveling de premieverbetering uit hoofde van C 11 niet het aansprakelijkheidsdeel zal betreffen, terwijl schaden in de aansprakelijkheidssector niet de premie voor het cascodeel beinvloeden; de totale premie zal derhalve minder stijgen dan op grond van de ervaringen vereist is. De Commissie zou daar tegenover willen stellen dat, zeker op langere termijn gezien, een afzonderlijk observeren alsmede gescheiden beoordelen en aanpassen van de deel-premies ten gunste van de assuradeur zal werken; zou bijvoorbeeld het cascodeel in tegenstelling tot het aansprakelijkheidsdeel minder goed zijn, dan zou bij ontkoppeling C 11 eerder toepassing kunnen vinden. In elk geval zal het beeld in verband met invloeden buiten de eigenlijke casco- c. q. aansprakelijkheidssfeer en toerekening van kosten niet meer versluierd worden. Uiteindelijk zal zulks er toe leiden dat voor het aansprakelijkheidsrisico in de transport- en variasector een gelijksoortige premiestelling tot stand zal kunnen komen.

Het lijkt de Commissie niet noodzakelijk dat aparte polissen voor beide delen van de dekking worden afgegeven. Wel zal de premie van elk der samenstellende onderdelen duidelijk moeten blijken, opdat enerzijds Besluit C 11 ten aanzien van het cascogedeelte doeltreffend kan worden toegepast en anderzijds autonome premiewijzingen in de W. A. -sector evenzeer tot hun recht kunnen komen.

De Commissie is zich ervan bewust dat de huidige redactie van het Besluit C 11 het in praktijk brengen van de aanbevolen methodiek in de weg staat. Bij wijziging zal exact geformuleerd moeten worden, op welke premie het Besluit van toepassing is.

2.         Varia-assuradeuren zouden er goed aan doen zich bij de bepaling van hun standpunt te laten leiden door de overweging dat verzekerden, die zich voor het aansprakelijkheidsrisico afwenden van de transportmarkt en de variàmarkt opgaan, veelal niet op de hoogte zijn van de verschillen tussen de door beide markten doorgaans geboden dekking; verzekerden gaan allereerst af op het premie-niveau. Het verdient daarom aanbeveling, indien een dekking wordt geboden, die minder ver gaat dan die, welke op landmateriaalpolissen gebruikelijk is, zulks de verzekerde duidelijk voor te houden. Deze immers zal, omdat hij praktisch niet anders weet dan van de algemene aansprakelijkheidsdekking, tot zijn schade ervaren dat de (min of meer) kale W.A.-dekking van een andere aard is.
Te allen overvloede wil de Commissie, teneinde misverstanden te vermijden, er op wijzen dat voor het verstrekken van no-claim reducties ten aanzien van landmateriaal geen enkele grond is.

Voorts zou de Commissie varia-assuradeuren willen aanbevelen om, alvorens het aansprakelijkheidsrisico voor WAM-plichtig materiaal te accepteren, zich ingeval van oversluiting bij de transportverzekeraar op de hoogte te stellen van het vroegere schadeverloop.

3.         Over de courtage zou de Commissie willen opmerken dat het eigenlijk vanzelfsprekend
moet zijn dat een courtageregeling, geldend binnen de Vereeniging van Transportassuradeuren in Nederland, voor eenzelfde soort verzekering ook gevolgd wordt buiten deze Vereeniging. De toevallige omstandigheid dat het (WAM-plichtig) landmateriaal niet op de transportafdeling wordt geadministreerd, doch – bijvoorbeeld - op de automobielafdeling, is geen steekhoudend argument voor een verschil in courtage.
De Commissie zou dan ook willen adviseren er bij alle leden van Uw verenigingen op aan te dringen dat zij ten aanzien van de courtage voor landmateriaal de norm van de transportmarkt - 15% - volgen.

4.         In samenhang met de gestelde problematiek heeft de Commissie naar aanleiding van diverse contacten, die zij resp. haar committenten over deze materie met elkaar en met anderen hebben gehad, overwogen op welke wijze medewerking zou kunnen worden verleend aan het ook door andere instanties tot uiting gebrachte streven de steeds toenemende stroom van schaden aan ondergrondse kabels en geleidingen wat in te dammen. Het gaat hier uiteraard niet slechts om de beschadiging van deze leidingen zelf, maar met name ook om de gevolgschade, die bijzonder in de papieren kan lopen. De Commissie is van oordeel dat het wensel i ik zou zijn terzake een eigen risico te stellen, uit te drukken in een percentage van de schade met een absoluut minimum. Te denken ware in dit verband aan 5% met een minimum van f 250, --.
De Commissie is van oordeel dat er ook een bovengrens moet zijn. Over de hoogte daarvan blijken de meningen in en buiten de Commissie nogal verdeeld te zijn. De Commissie acht een maximum van f 5. 000, -- verantwoord.

5.         AI evenzeer heeft de Commissie, nu het onderwerp landmateriaal ter tafel lag, zich nog eens verdiept in de vraagstukken, die de oorspronkelijke doelstelling van de Commissie vormen, nl. de samenloop van verzekeringen. Reeds vroeger heeft zij tot uitdrukking gebracht dat voor wat de aansprakelijkheidsdekking betreft de invoering van de W. A. M. met zijn verplichting tot verzekeren van bepaalde objecten het centrale punt bij het nakomen van deze verplichting legt en dat hieruit naar haar oordeel voortvloeit het vódr laten gaan van de W. A. M. polis, indien er sprake is van aansprakelijkheid voor schade, door landmateriaal aan derden toegebracht, die op meer dan één polis is gedekt. Deze aanbeveling is door de praktijk, met name in verband met de werking van het Besluit C 11, vaak doorkruist. In het kader van de hierboven gedane aanbevelingen meent de Commissie dat er alle aanleiding is Uw besturen te verzoeken deze richtlijn thans nog eens met klem aanhet bedrijf aan te bevelen.
De Commissie is zich er uiteraard van bewust met dit samenstel van aanbevelingen in de bestaande marktverhoudingen, welke laatste echter door de reeds eerder gesignaleerde branchevervaging nadere toetsing behoeven, in te grijpen. Zij vertrouwt echter niettemin te hebben bijgedragen aan een ontwikkeling, die de rust op de markt zal bevorderen en zeker op langere termijn, zowel voor de casco- als de aansprakelijkheidsverzekeraars profijtelijk zal blijken te zijn.

Met de meeste hoogachting,
Uw dv.,

Mr. A. Hazewinkel)
Secretaris