Dreigende schade


Hof Den Haag 17-10-1995 SES 1997, 102


Art. K 256, 277, 283
Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) tegen o.a. schade aan goederen (art. 1 sub 4), met o.m. de clausule: 'Van de dekking is uitgesloten de aansprakelijkheid van de eigenaar (...) voor de door of met het motorrijtuig (...) veroorzaakte schade. Deze uitsluiting geldt niet ter zake van de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt: (...) met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig' (art. 4 sub 3), een en ander onder bepaling voorts dat de aldus omschreven dekking alleen dan geldt 'indien en voor zover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering (...)'. Verzekerde heeft elders een motorrijtuigverzekering t.b.v. zwaar vervoer lopen. Tijdens het vervoer van vaten natriumhydrosulfiet geraken de achterwielen van Verzekerde's trekker met oplegger in Duitsland van de weg (januari 1990); de lading gaat schuiven, één vat slaat lek en de trekker-combinatie kan niet op eigen kracht haar weg vervolgen. De plaatselijke politie treft veiligheidsmaatregelen, schakelt het Rode Kruis en de brandweer in, zet de weg af, en doet de lading afvoeren. Verzekerde spreekt AVB-Assuradeuren aan tot vergoeding van de haar uit dien hoofde in rekening gebrachte kosten.
De AVB biedt geen dekking voor de door de politie gemaakte kosten terzake van het weer op de weg zetten van de trekker-combinatie, aangezien die kosten niet vallen onder het begrip 'schade' als omschreven in de verzekeringsvoorwaarden (art. 1 sub 4).
Zo de door politie, brandweer en Rode Kruis i.v.m. het lek raken van het vat met natriumhydrosulfiet gemaakte kosten als 'schade' in de zin van de verzekeringsvoorwaarden zijn aan te merken, betreft het schade veroorzaakt 'met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig' (art. 4 sub 3), waarvoor slechts dekking bestaat indien en voor zover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering. Verzekerde's motorrijtuigverzekering gaf in art. 7 dekking tegen 'aansprakelijkheid voor schade aan personen of goederen - met inbegrip van de daaruit voortvloeiende schade - die (...) is veroorzaakt met of door het motorrijtuig' inclusief 'de schade veroorzaakt door goederen, welke zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van het motorrijtuig en/of van de medeverzekerde aanhanger/oplegger (de lading)'. Verzekerde's onderhavige aansprakelijkheid is niet gebaseerd op schade aan de lading, maar op schade die werd toegebracht of dreigde te worden toegebracht aan de bodem en de hulpverleners of de omwonenden als gevolg van het weglekken van natriumhydrosulfiet uit het vervoerde vat, m.a.w. schade veroorzaakt door de lading. De aansprakelijkheid voor die schade is ingevolge vorenvermeld art. 7 - en voor zoveel nodig ex art. 283 K. - gedekt onder de motorrijtuigverzekering, zodat AVB-Assuradeuren onder de bij hen afgesloten verzekering niet tot dekking gehouden zijn.
Daaraan doet niet af dat de motorrijtuig-verzekeraar op grond van zijn eigen (vooralsnog onjuist te achten) uitleg van de desbetreffende verzekeringsbepalingen weigert uit te keren: die opstelling kan niet zonder meer een gehoudenheid van AVB-Assuradeuren meebrengen.

 

SES 1997/102

--------------------------------------------------------------------------------

HOF 's-GRAVENHAGE, 17 oktober 1995 (Mrs Borgart, Borgesius, Ritter)

Art. K 256, 277, 283

Aansprakelijkheidsverzekering
Wegvervoer
Beredderingskosten
Clausule - mits niet elders gedekt
Interpretatie
Lekkage
Milieuschade - gevaar voor
Ongeval
Opruimingskosten
Polis
Schade - begrip
Verband - oorzakelijk
Verzekering - dubbele
Verzekering - primaire
Verzekering - subsidiaire

[Essentie] Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) tegen o.a. schade aan goederen (art. 1 sub 4), met o.m. de clausule: 'Van de dekking is uitgesloten de aansprakelijkheid van de eigenaar (...) voor de door of met het motorrijtuig (...) veroorzaakte schade. Deze uitsluiting geldt niet ter zake van de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt: (...) met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig' (art. 4 sub 3), een en ander onder bepaling voorts dat de aldus omschreven dekking alleen dan geldt 'indien en voor zover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering (...)'. Verzekerde heeft elders een motorrijtuigverzekering t.b.v. zwaar vervoer lopen. Tijdens het vervoer van vaten natriumhydrosulfiet geraken de achterwielen van Verzekerde's trekker met oplegger in Duitsland van de weg (januari 1990); de lading gaat schuiven, één vat slaat lek en de trekker-combinatie kan niet op eigen kracht haar weg vervolgen. De plaatselijke politie treft veiligheidsmaatregelen, schakelt het Rode Kruis en de brandweer in, zet de weg af, en doet de lading afvoeren. Verzekerde spreekt AVB-Assuradeuren aan tot vergoeding van de haar uit dien hoofde in rekening gebrachte kosten.
De AVB biedt geen dekking voor de door de politie gemaakte kosten terzake van het weer op de weg zetten van de trekker-combinatie, aangezien die kosten niet vallen onder het begrip 'schade' als omschreven in de verzekeringsvoorwaarden (art. 1 sub 4).
Zo de door politie, brandweer en Rode Kruis i.v.m. het lek raken van het vat met natriumhydrosulfiet gemaakte kosten als 'schade' in de zin van de verzekeringsvoorwaarden zijn aan te merken, betreft het schade veroorzaakt 'met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig' (art. 4 sub 3), waarvoor slechts dekking bestaat indien en voor zover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering. Verzekerde's motorrijtuigverzekering gaf in art. 7 dekking tegen 'aansprakelijkheid voor schade aan personen of goederen - met inbegrip van de daaruit voortvloeiende schade - die (...) is veroorzaakt met of door het motorrijtuig' inclusief 'de schade veroorzaakt door goederen, welke zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van het motorrijtuig en/of van de medeverzekerde aanhanger/oplegger (de lading)'. Verzekerde's onderhavige aansprakelijkheid is niet gebaseerd op schade aan de lading, maar op schade die werd toegebracht of dreigde te worden toegebracht aan de bodem en de hulpverleners of de omwonenden als gevolg van het weglekken van natriumhydrosulfiet uit het vervoerde vat, m.a.w. schade veroorzaakt door de lading. De aansprakelijkheid voor die schade is ingevolge vorenvermeld art. 7 - en voor zoveel nodig ex art. 283 K. - gedekt onder de motorrijtuigverzekering, zodat AVB-Assuradeuren onder de bij hen afgesloten verzekering niet tot dekking gehouden zijn.
Daaraan doet niet af dat de motorrijtuig-verzekeraar op grond van zijn eigen (vooralsnog onjuist te achten) uitleg van de desbetreffende verzekeringsbepalingen weigert uit te keren: die opstelling kan niet zonder meer een gehoudenheid van AVB-Assuradeuren meebrengen.

[Tekst] Langenhuizen Internationaal Transport BV, appellante, adv. Mr A.V.M. van Dijk,
tegen
Assurantieconcern Stad Rotterdam Anno 1720 NV, geïntimeerde, adv. Mr W.A. Luiten.
(De Rb. R'dam overwoog, Red.):
`(...)
De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties staat tussen pp. het volgende vast:
1. Eiseres heeft bij de NV Maatschappij van Assurantie, Discontering en Beleening der Stad Rotterdam anno 1720 een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (hierna: de verzekering) gesloten.
De van die verzekering deeluitmakende algemene voorwaarden bepalen, voor zover thans van belang:
`Begripsomschrijvingen
Art. 1
In deze polis wordt verstaan onder:
(...)
4. Schade:
- schade tengevolge van letsel of aantasting van de gezondheid van personen, al dan niet de dood tot gevolg hebbend,
- schade tengevolge van beschadiging, vernietiging of verlies van goederen (waaronder dieren),
met inbegrip van de daaruit voortvloeiende gevolgschade.
Omvang van de dekking
(...)
Art. 4
Uitsluitingen
1. Motorrijtuigen en luchtvaartuigen
Van de dekking is uitgesloten de aansprakelijkheid van de eigenaar, houder, gebruiker of bestuurder van een motorrijtuig of luchtvaartuig voor de door of met het motorrijtuig of luchtvaartuig veroorzaakte schade.
Deze uitsluiting geldt niet ter zake van de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt:
(...)
3. met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig;
(...)
De onder 1 tot en met 3 omschreven dekking geldt alleen dan indien en voor zover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering, ongeacht op welk tijdstip deze tot stand is gekomen. (...)
(...)
3. Opzicht
Van de dekking is uitgesloten de aansprakelijkheid voor schade aan goederen veroorzaakt in de tijd dat een verzekerde of iemand namens hem deze goederen in bewaring, bewerking, bruikleen, huur, reparatie, ten vervoer of om welke reden dan ook onder zich had.
(...)'
2. Op 29 jan. 1990 is een aan eiseres in eigendom toebehorende trekker met oplegger (hierna: de combinatie), geladen met 10 ton natriumhydrosulfiet opgeslagen in 200 vaten, te Bad Münstereifel, Duitsland, bij het uitvoeren van een stuurmanoeuvre in een haarspeldbocht met de achterwielen van de weg geraakt, waarbij de lading is gaan schuiven en één vat is lek geslagen; de combinatie kon niet op eigen kracht haar weg vervolgen.
Door de toen ontstane situatie heeft de plaatselijke politie veiligheidsmaatregelen getroffen, het Rode Kruis en de brandweer ingeschakeld, de weg afgezet en de lading doen afvoeren; te dier zake is door de diverse Duitse instanties aan eiseres een bedrag van in totaal DM 17.669,49 in rekening gebracht.
3. Eiseres had ten tijde van het onder (2) omschreven ongeval via A.C. Fraser & Co Assuradeuren (hierna: Fraser) een 'motorrijtuigverzekering t.b.v. zwaar vervoer (698-09)' gesloten, welke verzekering krachtens art. 7 van de daarvan deel uitmakende Algemene verzekeringsbepalingen voldoet aan de krachtens de WAM gestelde eisen (hierna: de WAM-verzekering) en die krachtens genoemd art. 7 tevens dekt de schade veroorzaakt door goederen, welke zich bevinden op, dan wel vallen of gevallen zijn van het motorrijtuig en/of van de medeverzekerde aanhanger/oplegger.
Fraser heeft jegens eiseres het standpunt ingenomen dat de ten processe bedoelde kosten niet vallen onder de dekking van de WAM-verzekering.
(...) (datum van rente-ingang, Red.).
De stelling van pp.
Eiseres heeft aan haar verminderde vordering (uiteindelijk) de hierboven genoemde vaststaande feiten ten grondslag gelegd (met uitzondering van de onder (1) geciteerde uitsluitingen van art. 4 van de algemene voorwaarden), alsmede de stelling dat de buitengerechtelijke kosten op vergoeding waarvan zij aanspraak maakt f 2.948,40 exclusief BTW bedragen.
Gedaagde (...) heeft de vordering gemotiveerd betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd:
- op grond van art. 4 sub (1), hierboven geciteerd, is van dekking onder de verzekering uitgesloten de aansprakelijkheid van de eigenaar of bestuurder van een motorrijtuig voor de door of met het voertuig veroorzaakte schade; deze uitsluiting geldt echter niet voor schade veroorzaakt met of door goederen die zich bevinden op, danwel vallen of gevallen zijn van het motorrijtuig, in welk geval de dekking onder de verzekering echter alleen van kracht is indien en voorzover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering en dit laatste geval doet zich voor nu eiseres een WAM-verzekering heeft gesloten via Fraser;
- voor zover de aan eiseres in rekening gebrachte kosten verband houden met het weer op de weg zetten van de combinatie, zijn dat geen kosten die aangemerkt kunnen worden als schade ten gevolge van beschadiging, vernietiging of verlies van goederen, zodat de aansprakelijkheid van eiseres niet onder de verzekering gedekt is;
- voor zover de bedoelde kosten moeten worden aangemerkt als kosten ter voorkoming van een onmiddellijk dreigend gevaar van aantasting van de gezondheid van personen of schade aan goederen, is die aansprakelijkheid evenmin gedekt onder de verzekering nu die aansprakelijkheid wel verzekerd is onder de WAM-verzekering bij Fraser.
Eiseres heeft de stellingen van gedaagde gemotiveerd betwist en heeft daartoe nog het volgende aangevoerd:
- Fraser heeft haar een uitkering onder de WAM-verzekering geweigerd omdat eiseresses aansprakelijkheid te dezer zake niet onder die verzekering is gedekt;
- er was sprake van beschadiging van een goed (het lekslaan van een vat) met als gevolgschade het inschakelen van de diverse Duitse instanties, o.m. om de combinatie weer op de weg te plaatsen, hetgeen slechts een fractie betrof van de totale werkzaamheden van politie en brandweer;
- er was sprake van schade veroorzaakt door een goed (het lekke vat) dat zich op het motorrijtuig bevond.
Gedaagde heeft hetgeen eiseres nog heeft aangevoerd gemotiveerd betwist en heeft daartoe nog gesteld dat de kosten voor het weer op de weg zetten van de combinatie uiteraard niet onder de verzekering gedekt zijn, nu daarbij immers geen sprake is van een aansprakelijkheid voor schade in de zin van de verzekering.
De beoordeling van het geschil
Alle rechtens relevante feiten met betrekking tot het onderhavige geschil hebben zich voorgedaan voor 1 jan. 1992; er is aldus geen sprake van een overgangssituatie en het geschil moet daarom beoordeeld worden naar het burgerlijk recht dat tot de genoemde datum gold.
Art. 1 sub (4) jo. art. 4 sub (1), aanhef en onder (3) en slot, van gedaagdes algemene voorwaarden, hierboven onder (1) van de vaststaande feiten geciteerd, maakt duidelijk dat onder de verzekering voor schade veroorzaakt 'met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig' slechts dekking bestaat indien en voorzover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering.
Uit de eigen stellingen van eiseres volgt dat het in deze procedure eigenlijk alleen gaat om de kosten die door de plaatselijke instanties werden gemaakt in verband met het lek geraken van een door de combinatie vervoerd vat met natriumhydrosulfiet; indien deze kosten als schade moeten worden aangemerkt, is dat derhalve schade in de zin van art. 4 sub (1) onder (3).
Het enkele van de weg geraken van de combinatie zou blijkens eiseresses stellingen immers niet tot kosten van deze omvang geleid hebben en het zou in algemene zin ook niet tot enige schade hebben geleid, nu niet gesteld of gebleken is dat sprake was van door of met de combinatie aan (eigendommen van) derden veroorzaakte schade.
De WAM-verzekering geeft dekking voor aansprakelijkheid voor de schade toegebracht met of door het motorrijtuig, inclusief goederen die zich op het motorrijtuig bevinden danwel daarvan af vallen of gevallen zijn. Het moet er daarom voor gehouden worden dat deze aansprakelijkheid van eiseres is gedekt door een elders voor het desbetreffende motorrijtuig afgesloten verzekering, zodat gedaagde zich met succes beroept op de uitsluitingsgrond van art. 4 lid (1), aanhef, onder (3) en slot (en het moet er voorshands tevens voor gehouden worden dat Fraser ten onrechte uitkering onder die polis weigert).'
Volgt afwijzing.
(...)
Beoordeling van het hoger beroep
1. Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.
2. Nu dit niet door grieven of anderszins is bestreden, gaat het hof hier uit van hetgeen de Rb. onder 'De vaststaande feiten' als tussen pp. vaststaande heeft aangemerkt.
3. De - hierna gezamenlijk te behandelen - grieven zijn vergeefs voorgedragen.
4. Terecht en op juiste gronden stelt de Rb. vast, dat het in deze procedure eigenlijk alleen gaat om de kosten, die door de plaatselijke instanties (politie, brandweer en Rode Kruis) werden gemaakt i.v.m. het lek raken van een door de ten processe bedoelde vrachtauto-combinatie vervoerd vat met natriumhydrosulfiet.
5. Voor de kosten van de politie terzake van het weer op de weg zetten van de van de weg afgeraakte vrachtauto-combinatie biedt, zoals Stad Rotterdam terecht aanvoert, de tussen pp. gesloten 'Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB)' geen dekking, immers is dit niet aan te merken als schade als bedoeld in art. 1 sub (4) van de op die verzekering van toepassing zijnde algemene voorwaarden.
6. Blijkens art. 1 sub (4) jo. art. 4 sub (1), aanhef, onder (3) en slot van de algemene voorwaarden van genoemde verzekeringsovereenkomst bestaat onder de verzekering slechts dekking voor schade veroorzaakt 'met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig', indien en voorzover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering.
7. De Rb. overweegt dit terecht en op juiste gronden en zo eveneens, dat indien de hierboven onder (4) bedoelde kosten als schade moeten worden aangemerkt dit dan schade is in de zin van art. 4 sub (1) aanhef onder (3) van voormelde algemene voorwaarden.
8. Voorzover Langenhuizen meent, dat de Rb. daarmede bedoelt te zeggen dat Stad Rotterdam in dat geval (een zgn. primaire) dekking onder de verzekering dient te verlenen, berust dit op een kennelijk onjuiste lezing van de desbetreffende overwegingen van de Rb.; in de te dezen toepasselijke verzekeringsvoorwaarden valt dit ook niet te lezen.
9. Langenhuizen had ten tijde van het onheil elders, t.w. bij A.C. Fraser & Co., een motorrijtuigenverzekering t.b.v. zwaar vervoer afgesloten, welke blijkens art. 7 van de op die verzekering toepasselijke algemene verzekeringsbepalingen dekking gaf voor 'aansprakelijkheid voor schade aan personen of goederen - met inbegrip van de daaruit voortvloeiende schade ', die ... is veroorzaakt met of door het motorrijtuig' inclusief 'de schade veroorzaakt door goederen, welke zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van het motorrijtuig en/of van de medeverzekerde aanhanger/oplegger (de lading)'.
10. Met Stad Rotterdam is het hof van oordeel, dat de aansprakelijkheid niet is gebaseerd op schade aan de lading, maar op schade die werd toegebracht of dreigde te worden toegebracht aan de bodem en de hulpverleners c.q. omwonenden door het weglekken van het natriumhydrosulfiet uit het door de vrachtauto-combinatie vervoerde vat, m.a.w. schade veroorzaakt door de lading.
11. De aansprakelijkheid van Langenhuizen voor die schade was blijkens het hierboven weergegeven art. 7 van de desbetreffende algemene verzekeringsbepalingen onder de bij A.C. Fraser & Co. afgesloten verzekering - en voorzoveel nodig ex art. 283 - gedekt, zodat Stad Rotterdam onder de door Langenhuizen met haar afgesloten AVB-verzekering niet gehouden is voor die aansprakelijkheid dekking te verlenen.
12. De omstandigheid, dat A.C. Fraser & Co. op grond van haar eigen (vooralsnog onjuist te achten) uitleg van de desbetreffende verzekeringsbepalingen uitkering aan Langenhuizen weigert, doet hieraan niet af en brengt niet zonder meer met zich mede, dat de aansprakelijkheid van Langenhuizen daarom niet door een elders voor het motorrijtuig gesloten verzekering zou zijn gedekt met als gevolg dat Stad Rotterdam dan door de opstelling van A.C. Fraser & Co. tegenover Langenhuizen, waar zij buiten staat, tot de te dezen gevorderde schadeuitkering aan Langenhuizen gehouden zou zijn.
Volgt bekrachtiging.