Voor een combinatie van auto met aanhangwagen geldt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat deelname aan het verkeer eindigt zodra deze aanhangwagen na ontkoppeling ‘veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen’, waarvan in de onderhavige kwestie nog geen sprake was, daar na ontkoppeling van de aanhangwagen en het verplaatsen van het motorrijtuig, het vervoer met deze aanhangwagen met lading direct aansluitend handmatig werd voortgezet.
VERBOND VAN VERZEKERAARS
Uitspraak no. 113 van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake samenloopgeschil “Afgekoppelde aanhangwagen VI”
Betreft: AVB-verzekering / WA-motorrijtuigenverzekering
Partijen: Verzekeraar A
en
Verzekeraar B
A en B hebben zich ter verkrijging van een bindende uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars tot deze commissie gewend ter beslechting van een geschil dat tussen partijen is gerezen.
Feitelijke gegevens
C heeft bij D in België een aantal kozijnen besteld, dat op 20 oktober 2002 door een medewerker van C is opgehaald. Deze medewerker heeft hiertoe gebruik gemaakt van een auto met aanhangwagen. Omdat de combinatie van auto met aanhangwagen door zijn afmetingen niet in het geheel de fabriekshal in kon rijden, is de aanhanger losgekoppeld van de auto en vervolgens door deze medewerker van C handmatig achteruit de fabriekshal van D ingeduwd. Tijdens dit naar binnen duwen is een aantal gereedstaande kozijnen, dat bestemd was voor derden, beschadigd door de aanhangwagen.
C heeft enerzijds een AVB-verze kering afgesloten bij A en anderzijds een WA-motorrijtuigenverzekering afgesloten bij B.
Partijen verschillen van mening over de vraag welke verzekeraar dekking dient te verlenen voor de veroorzaakte schade.
Het geschil
In zijn memorie van eis stelt A onder meer:
“Wij stellen ons op het standpunt dat de aanhangwagen na ontkoppeling niet veilig tot stilstand is gebracht; immers uit de verkregen informatie blijkt, dat (een medewerker) van onze verzekerde de aanhanger heeft ontkoppeld en vervolgens handmatig verder duwde met het bekende gevolg. Wij verwijzen in onderhavig geval voorts naar eerder door u gedane uitspraken, genummerd 32, 47 en 51.
In onderhavig geval dient de aanhanger nog als een deel van het motorrijtuig in de zin van artikel I van de WAM te worden beschouwd, zodat wij de mening zijn toegedaan, dat de WAM verzekeraar de ontstane schade dient te vergoeden.
Voor de goede orde zij vermeld, dat wij ondertussen de schadelijdende partij reeds schadeloos hebben gesteld, een en ander in samenspraak met de in deze betrokken WAM verzekeraar, om reden dat wij de eerst aangesproken verzekeraar zijn geweest.”
In zijn memorie van antwoord stelt B onder meer:
“De beschadigde kozijnen bevonden zich in een loods. Betreffende aanhangwagen is door het bij ons verzekerde voertuig de loods ingereden en afgekoppeld.
Vervolgens reed het WAM-plichtige voertuig de loods uit. Nadat het voertuig de loods was uitgereden, heeft een medewerker van C zelf de aanhangwagen handmatig de loods verder ingereden en daarbij schade veroorzaakt aan de kozijnen.
Vastgesteld is, dat in de loods geen stelsel van wegen aanwezig is. Er is geen sprake van een verkeerssituatie waardoor de vaststelling “veilig buiten het verkeer tot stilstand gekomen” mank gaat. Samenloop tussen een WAM en AVB assuradeur lijkt ons niet aan de orde te zijn.
Is naar uw mening wel sprake van samenloop, dan dient A als eerst aangesproken verzekeraar overeenkomstig een richtlijn van het Verbond van Verzekeraars de schade af te wikkelen.”
Overwegingen van de commissie
Dit geschil is door A als samenloopgeschil aan de commissie voorgelegd overeenkomstig artikel 1 van haar reglement en artikel 2 van de samenloopregeling.
De commissie stelt vast dat de volgende door partijen gehanteerde polisvoorwaarden van belang zijn:
Van de AVB-verzekering van A:
Artikel X Uitsluitingen en bijzondere insluitingen
Van de verzekering is uitgesloten de aansprakelijkheid: (…)
X.a Motorrijtuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen
voor schade verband houdende met een motorrijtuig, vaartuig of luchtvaartuig, dat verzekerde bezit, houdt, bestuurt, gebruikt of als werkgever doet of laat gebruiken of dat door een niet ondergeschikte wordt gebruikt in het kader van de uitoefening van het bedrijf van verzekerde.
Deze uitsluiting geldt niet voor:
a. Ontkoppelde aanhanger / oplegger
schade veroorzaakt met of door een aanhangwagen / oplegger, die na van een motorrijtuig te zijn losgemaakt of losgeraakt, veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen.
Van de WA-motorrijtuigenverzekering van B:
Artikel Y Omvang van de dekking
(…)
Y.a.b. Aanhangwagen
Onder de dekking is begrepen de aansprakelijkheid voor schade, toegebracht met of door een één- of meerassig object, dat aan het motorrijtuig is gekoppeld of na ontkoppeling daarvan is losgemaakt of losgeraakt, maar nog niet veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen.
De commissie stelt vast dat tussen partijen in confesso is dat de schade als gevolg van een onrechtmatige daad is toegebracht met een losgekoppelde aanhangwagen, waarvoor C aansprakelijk is. De rechtens relevante vragen hierbij zijn of in het onderhavige geval met de auto en aanhangwagen in de fabriekshal “aan het verkeer werd deelgenomen” en zo ja, of de aanhangwagen waarmee de schade is toegebracht nadat deze van de auto was losgekoppeld, maar vóór het moment van toebrengen van die schade, “veilig buiten het verkeer tot stilstand was gebracht”.
De commissie stelt zich op het standpunt dat deze vragen naar Nederlands recht dienen te worden beantwoord, aangezien sprake is van samenloop tussen twee verzekeringspolissen die twee Nederlandse verzekeraars hebben gesloten met een Nederlandse verzekeringnemer en op beide polissen Nederlands recht van toepassing is.
Conform het bepaalde in artikel 2 van de WAM geldt de verzekeringsverplichting onder meer voor een motorrijtuig, dat op een weg wordt geplaatst, waarmee op een weg wordt gereden, of waarmee buiten een weg op een terrein aan het verkeer wordt deelgenomen. Onder motorrijtuigen wordt in artikel 1 van de WAM mede verstaan: ”al hetgeen daaraan is gekoppeld of na koppeling daarvan is losgemaakt of losgeraakt, zolang het nog niet buiten het verkeer tot stilstand is gekomen”; terwijl onder terrein wordt verstaan: ”een terrein dat toegankelijk is voor het publiek of voor een zeker aantal personen die het recht hebben daar te komen”.
De commissie is van mening dat het rijden met een auto en een daaraan gekoppelde aanhangwagen in de onderhavige opslagloods behoort te worden aangemerkt als deelname aan het verkeer in de zin van de WAM, te meer daar overeenkomstig vaste jurisprudentie het begrip ‘deelneming aan het verkeer’ vanwege de slachtofferbeschermende werking van de WAM ruim dient te worden opgevat.
Voor een combinatie van auto met aanhangwagen geldt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat deelname aan het verkeer eindigt zodra deze aanhangwagen na ontkoppeling ‘veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen’, waarvan in de onderhavige kwestie nog geen sprake was, daar na ontkoppeling van de aanhangwagen en het verplaatsen van het motorrijtuig, het vervoer met deze aanhangwagen met lading direct aansluitend handmatig werd voortgezet. De commissie is van oordeel, dat het met de hand verplaatsen van de aanhangwagen in de onderhavige situatie nog steeds valt te beschouwen als deelname aan het verkeer en dat de aanhangwagen op het moment van het toebrengen van de schade nog niet veilig buiten het verkeer tot stilstand was gekomen. Een bevestiging van vorenstaande visie valt te ontlenen aan hetgeen de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie heeft beslist in zijn uitspraak van 17 december 1999, NJ 2000, 427.
De commissie stelt mitsdien vast dat de onderhavige schade valt onder de reikwijdte van de WAM, hetgeen impliceert dat artikel Y.a.b. van de WA-motorrijtuigenverzekering van B dekking voor de onderhavige schade biedt en dat op grond van artikel X.a. van de AVB-voorwaarden van de verzekering van A is uitgesloten aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door motorrijtuigen, zolang een ontkoppelde aanhangwagen nog deel uitmaakt van een motorrijtuig, omdat deze na ontkoppeling nog niet veilig buiten het verkeer tot stilstand is gebracht.
Conclusie
De commissie concludeert dat de schade is toegebracht door een nog niet veilig buiten het verkeer tot stilstand gebrachte aanhangwagen, waarvoor de WA-motorrijtuigenverzekering van B dekking biedt.
Bindend advies
Partijen hebben zich tot de commissie gewend ter verkrijging van een bindend advies. De commissie geeft als bindend advies dat R dekking zal bieden voor de onderhavige schade.
Aldus is beslist op woensdag 11 augustus 2004 door mr. S.A.M. Brugman, mr. M.M.C.J.M. de Nerée tot Babberich, mr. D.F. Richters, mr. P.P. Roerink, mr. A.J. van Rooijen, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars, in tegenwoordigheid van mr. M.N.J. Heeneman, secretaris.
De voorzitter De secretaris
mr. D.F. Richters mr. M.N.J. Heeneman