Alcohol polisdekking jurisprudeniteoverzicht tot 2000






RECHTBANK ZUTPHEN 26 november 1998 VR 2000, 8
Art. 6, 11 en 15 lid 2 WAM
Verhaal WAM-verzekeraar wegens alcohol en ontzegging rijbevoegdheid.
Inzittende van auto met dronken bestuurder wordt slachtoffer van ongeval. Hij zou tevoren aan de bestuurder hebben bevestigd het risico verbonden aan het feit dat aan de bestuurder bovendien de rijbevoegdheid was ontzegd en de daaruit mogelijk voortvloeiende problemen met de WAM-verzekering te aanvaarden. Hoewel uit het vonnis niet blijkt of dat laatste tussen de inzittende en de WAM-verzekeraar aan de orde geweest is, heeft het kennelijk geen invloed gehad op de vordering van de inzittende op de WAM-verzekeraar. Het heeft ook geen invloed op verhaalsrecht. Wel 25% korting wegens eigen schuld (zie noot).

Alcohol adem onderzoek apparatuur mondstuk hygiëne strafzaak HR 8-7-1997 VR 98, 1
Desverlangd moet op een voor de bestuurder controleerbare wijze een nieuw mondstuk worden geplaatst op het apparaat voor ademanalyse.

Alcohol adem gehalte causaliteit Rb Den Bosch 16-5-1997, jur 43
Bij rijden onder invloed van een aanmerkelijke hoeveelheid alcohol (220 mg per liter uitgeademde lucht komt overeen met het wettelijk maximum van 0,5 0/00 mg alcohol per liter bloed) mag men vermoeden dat de bestuurder verkeersfouten heeft gemaakt die het ongeval mede veroorzaakt hebben (vgl HR 21-10-1994, NJ 1995, 95 RvdW 94, 210). Aan de hand van de omstandigheden worden i.c. die vermoedens weerlegd.

HOGE RAAD
21 oktober 1994, NJ 1995, 95 RvdW 1994, 210
BW art. 6:98; VOA art. 2; WAM art. 25, 26
Verhaal VOA. Aansprakelijkheid Waarborgfonds Motorverkeer; eis dat verhaalzoekende eerst mogelijk aansprakelijke chauffeur in rechte betrekt. Overgangsrecht aanpassing WAM aan EG-richtlijn 90/232. Causaliteit bij verkeersongeval na gebruik alcohol.
De wet van 23 november 1992, Stb. 610, welke wet strekte ter aanpassing van de WAM aan de derde richtlijn van 14 mei 1990 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lid-staten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (90/232/EEG, PB EG L 129), geeft aan de verhaalzoekende geen vorderingsrecht waar zij dit tevoren niet aan de - onder de oude wet voorgevallen - feiten kon ontlenen.
Het hof heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het verweer van het Waarborgfonds dat de verhaalzoekende tot vaststelling van de aansprakelijke persoon of personen niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden verwacht, gegrond te achten. Het heeft in dit verband terecht onderzocht of in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van de verhaalzoekende een "juridische actie" tegen een van de betrokken chauffeurs of diens verzekeraar kon worden gevergd, en daarbij van belang geoordeeld dat deze chauffeur, die onder invloed van een aanmerkelijke hoeveelheid alcohol reed, in een procedure zou hebben te bewijzen dat het ongeval ook zou hebben plaatsgevonden als hij destijds niet onder invloed daarvan was geweest, en hij dan slechts geringe kans zou hebben om in dat bewijs te slagen.
Door ervan uit te gaan dat bij rijden onder invloed van een aanmerkelijke hoeveelheid alcohol het causaal verband tussen deze invloed en een ten tijde daarvan voorgevallen ongeval in beginsel is gegeven, heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

Rb. Amsterdam 28 juni 1995, VR 1997, 41:
Ongevallen-inzittendenverzekering met uitsluiting voor geval bestuurder krachtens enige wet niet bevoegd is auto te besturen dan wel onder alcoholinvloed verkeerde en deswege strafrechtelijk is veroordeeld. Ongeval in Joegoslavië. Promillage geconstateerd van ruim 1,5, terwijl ter plaatse besturen met meer dan 0,5promille niet is toegestaan. Dat betekent - naar letter van polis - dat bestuurder niet bevoegd was en verzekeraar beroept zich terecht op uitsluiting ofschoon geen strafrechtelijke veroordeling is gevolgd.

Rb. Amsterdam 31 mei 1995, VR 1997, 40:
Alcoholuitsluiting in cascoverzekering. Verzekerde strafrechtelijk wegens formeel onvolkomen bloedonderzoek vrijgesproken. Toedracht plus niet inhoudelijk bestreden vaststelling promillage 1.35 voldoende grond voor slotsom alcoholinvloed als in polis omschreven.

Alcohol Misdrijf Bundesgerichtshof Karlsruhe Deutsches Autorecht 1996, 10 p. 393 ev.
Bij een promillage van 1,1 of meer begaat men een misdrijf omdat men dan niet in staat is een motorvoertuig te besturen.

Rb. Rotterdam 15 juni 1995, VR 1996, 134 (RvL):
Alcoholclausule in wagenschadepolis. Verzekerde rijdt na drankgebruik tegen boom en weigert ademtest. Informatieplicht verzekerde gaat niet zover dat hij aan politie-onderzoek moet meewerken en bij weigering geacht wordt onder invloed te hebben gereden. Wel vermoeden behoudens tegenbewijs door verzekerde. Bewijs geleverd (zie de kritische noot bij het vonnis).

Hof Amsterdam 19 januari 1995, VR 1996, 10:Wagenschadeverzekering. Kort geding. Uitleg alcoholclausule.
Polisuitsluiting bij besturen in strijd met art. 26 WVW tenzij OM bestuurder transactie heeft of zou hebben voorgesteld. Ongeval doordat bestuurder na alcoholgebruik in slaap valt. Ademproef wijst te hoog; formulier wordt met gedeeltelijk onleesbare tekst afgedrukt en OM seponeert wegens "onvoldoende bewijs". Verzekeraar voldoende aannemelijk gemaakt dat bestuurder onder invloed als bedoeld in art. 26 WVW en polisclausule reed, waartegenover verzekerde aannemelijk had moeten maken dat overtreding zo gering was dat transactie was gevolgd. Verzekeraar in bodemprocedure kansrijk, dus zeker geen aanleiding voor toewijzing in kort geding.


HOF AMSTERDAM, 30 december 1993 VR 1994, 223
Geen pseudo-verschoningsrecht voor politie ten aanzien van identiteit anonieme getuige.
Politie relateert in p-v verklaring van getuige, die anoniem wenst te blijven, omtrent alcoholgebruik door verzekerde, die van verzekeraar uitkering vordert uit polis waarin alcoholuitsluiting. Verbalisant weigert met beroep op vertrouwelijkheid naam getuige bekend te maken hetgeen door rechtbank o.g.v. art. 205 lid 2 Rv wordt toegelaten.
Hof: Deze bepaling strekt er niet toe bepaalde categorieën personen pseudo-verschoningsrecht toe te kennen. Ieder is verplicht te getuigen en verschoningsrecht komt slechts toe aan de in art. 191 lid 2 b Rv genoemden, waaronder niet politieambtenaar. Als zeer zwaarwegende belangen op het spel staan heeft rechter bevoegdheid te beletten dat aan vraag gevolg wordt gegeven. Garantie van politie aan getuige identiteit niet prijs te geven daartoe onvoldoende. Niet aan getuige te bepalen welke informatie op vraag wel en welke niet hoeft te worden gegeven.

Alcohol meerijden bromfiets Rb Zwolle 27-1-1993 VR 94, 127
Indien de duopassagier wist of redelijkerwijze moest weten dat de bestuurder een aanzienlijke hoeveelheid alcohol op had brengt dat met zich mee dat deze rekening had moeten houden met onverantwoord rijgedrag en de mogelijkheid van ernstige ongelukken, 25% eigen schuld.

Alcohol meerijden bromfiets helm 14+ Hof Den Haag 29-6-1993 VR 94, 126
Meerijden van 14 jarig meisje bij beschonken vriend levert 15 % medeschuld op.

Hof Amsterdam 18 november 1993, VR 1994, 125:
Zie deze aant. onder 1 en afdeling 9, aant. 375.3. WAM- en casco-verzekering. Aanrijding onder drankinvloed.

strafnorm civiele norm alcohol onrechtmatig bewijs VR 92, 11
Een strafnorm is geen civiele norm. Het bewijs is niet onrechtmatig verkregen.

RvT Schadeverzekeringsbedrijf 15 januari 1990, VR 1991, 104:
Autocascoverzekering t.n.v. BV. Voor alcoholuitsluiting niet vereist dat strafrechtelijk overtreding van art. 26 WVW wordt vastgesteld. Vrijspraak kan aan zodanig beroep in de weg staan, maar niet nu klagers directeur door onjuiste verklaring omtrent bestuurderschap ertoe heeft bijgedragen dat geen bloedproef-resultaat voorhanden is. Klager heeft verzuimd verzekeraar tijdig in rechte te betrekken - hetgeen in gegeven omstandigheden in de rede zou hebben gelegen - en beroep op vervaltermijn schaadt goede naam bedrijf niet.

Hof Arnhem 18 juni 1986, NJ 1989, 185, VR 1989, 83:
Cascoverzekering met uitsluiting zodanig alcoholgebruik dat bestuurder geacht moet worden met (voorwaardelijk) opzet aan intreden verzekerd risico te hebben bijgedragen, welk gebruik in polis werd bepaald op 1 promille. Ook voor polis moet zijn voldoen aan WVW-regels, nu verzekeraar zelf verband heeft gelegd met strafrechtelijk bloedonderzoek.


Hof 's-Gravenhage 10 november 1983, VR 1986, 92:
Na aanrijding door alledaagse fout tweemaal ademproef; rijverbod 8 uur; geen bloedproef. Beroep op polisbepaling, dat geen dekking wordt verleend bij zodanige invloed alcohol dat verzekerde niet in staat kan worden geacht naar behoren te besturen dan wel dat besturen hem zou zijn verboden, in strijd met goede trouw, nu blaasproef niet boven 0,5 lag, geen bloedproef is genomen en verkeersfout ook in geheel nuchtere toestand gemaakt had kunnen zijn.

Rb. Amsterdam 23 november 1983, VR 1985, 124:
Verzekerde had 2 uur na ongeval promillage van 1,19 en is veroordeeld ex art. 26.2 WVW. In combinatie met zeer snelle en uiterst onbeheerste wijze van rijden wettigt dit vermoeden van alcoholinvloed als in polisuitsluiting omschreven.

Hof 's-Gravenhage 20 december 1985, VR 1985, 63:
Huurder veroorzaakt onder alcoholinvloed verkeersongeval en wordt ter zake van art. 36 lid 3 WVW veroordeeld. Zie afdeling 6, aant. 234.

Rb. Amsterdam 19 november 1980, VR 1982, 3:
Uitsluiting cascopolis als bestuurder bij ongeval onder invloed alcohol of andere bedwelmende stof verkeert en terzake wordt veroordeeld; vindt geen vervolging plaats dan mag verzekeraar die toestand bewijzen. Dit slaat zowel op eerste als op tweede lid art. 26 WVW. Verzekerde veroordeeld ex art. 33a lid 3 WVW. Verzekeraar heeft met politie-p.v. en uitslag ademtest toepasselijkheid uitsluiting voldoende aangetoond.

Rb. Amsterdam 29 oktober 1980, VR 1981, 20:
Polisuitsluiting cascoverzekering bij zodanige alcoholinvloed dat verzekerde niet tot behoorlijk besturen in staat kan worden geacht. Verzekerde rijdt met hoge snelheid en rijdt achterop langzamer rijdende voorligger. Promillage 1,24. Vraag schadeaangifte alcoholgebruik ontkennend beantwoord. Beroep op polisbepaling dat is uitgesloten schade waaromtrent verzekerde onware opgave doet niet in strijd met goede trouw. Ten overvloede, uit promillage en toedracht volgt alcoholinvloed als in polisuitsluiting bedoeld; veroordeling ex art. 26 WVW niet vereist.


Rb. Amsterdam 26 juli 1977, VR 1978, 1:
Auto van werkgever voor permanent gebruik, all-risks verzekerd. Schade aan auto en derden onder drankinvloed. Verzekeraar betaalt cascoschade aan werkgever, vergoedt derden hun schade en neemt verhaal voor het geheel op werknemer. Onder drankinvloed schade veroorzaken is naar norm HR 26 juni 1959 (hiervóór aant. 226.1) wanprestatie jegens werkgever en verzekeraar subrogeert in schadeaanspraak wagenschade. Schade derden betaalt verzekeraar krachtens WAM; dat hij zich in rechten derden heeft laten subrogeren baat niet, want hij was uit eigen hoofde ex art. 6 WAM aansprakelijk (in polis voorbehouden regres baat evenmin; zaak dateert echter van vóór art. 15 WAM).