Verzekerde som

Hoogte verplicht verzekerde bedragen

ingangsdatum aard schade minimum bedrag
1-1-1965 € 113.445,05
1-7-1968 € 181.512,09
1-1-1972 € 453.780,22
1-1-1988 € 907.560,43
11-6-2007 zaakschade € 1.000.000,00
letselschade € 5.000.000,00
1-1-2012 zaakschade € 1.120.000,00
letselschade € 5.600.000,00
1-1-2017 zaakschade € 1.220.000,00
letselschade € 6.070.000,00
vervoer > 8 personen € 12.140.000,00

 

Indexering minimum verzekerde bedragen WAM 1 januari 2012

Het ministerie van Justitie besloot de ingangsdatum van de indexering van de minimum verzekerde bedragen van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen te handhaven op 1 januari 2012.
De Europese Commissie en het ministerie van Justitie interpreteren de bepalingen van de 5e WAM-richtlijn in die zin, dat zij van mening zijn dat de indexering eigenlijk al per 1 januari 2011 had moeten plaatsvinden.
Onder voorbehoud van instemming door de Ministerraad worden de minimum verzekerde bedragen in het besluit behorende bij de WAM per 1 januari 2012 als volgt geïndexeerd:
minimum verzekerd bedrag voor materiële schade: € 1.120.000,-
minimum verzekerd bedrag voor schade aan personen: € 5.600.000,-
De eveneens in het besluit bij de WAM genoemde minimum verzekerde bedragen voor het vervoer van meer dan acht personen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (beide €10.000.000,-) worden vooralsnog niet geïndexeerd. Deze bedragen betreffen nationale regelingen en vloeien niet voort uit de WAM-richtlijn, die de indexering verplicht voorschrijft (Circulaire Verbond van Verzekeraars MOT-L 2011-07 TRA-L 2011-07).

HR 30-5-1997 RvdW 97, 1331, VR 97, 163 Rechtsverwerking bewijs Maximum WAM

Door 14 jaar lang te wachten met het aanspreken van de dader en diens werkgever zijn deze in een bewijsachterstandspositie geraakt. In die 14 jaar heeft de eiser zonder een deugdelijke rechtvaardiging daartoe te hebben aangevoerd bewijs verzameld buiten het gezichtsveld en controlemogelijkheid van hen en een procedure tegen de WAM verzekeraar gevoerd waarvan zij wisten dat deze slechts tot 1 mio aan­sprakelijk was terwijl reeds enkele jaren na het ongeval bekend was dat de schade dat bedrag ver overtrof. Enig gewicht komt ook toe aan het ontnemen van de mogelijkheid voorzieningen te treffen tegen de financiële gevolgen. Het Hof heeft daarom terecht geoordeeld dat eisers daardoor hun recht verwerkt hebben.

HR 29-4-1977 VR 1977, 68 Rente en BGK boven verzekerd bedrag

dat de verzekeraar van de aansprakelijkheid voor door een motorrijtuig veroorzaakte schade krachtens artikel 6 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen een eigen verbintenis heeft jegens de benadeelde tot vergoeding van door het motorrijtuig veroorzaakte schade voor welke een of meer van de verzekerde personen aansprakelijk is; dat deze schuld van de verzekeraar jegens de benadeelde op grond van het bepaalde in artikel 11 lid 1, tweede zin, in verband met artikel 22 van genoemde wet beperkt is tot het bedrag bedoeld in artikel 22, indien de betreffende verzekering voor een niet hoger bedrag was gesloten; — dat de verzekeraar over deze aldus beperkte schuld, zoals iedere schuldenaar van een geldsom, bij niet tijdige voldoening van de schuld ter vergoeding van de daardoor veroorzaakte vertragingsschade aan de benadeelde die hem overeenkomstig de bepalingen van artikel 1296 van het Burgerlijk Wetboek terzake heeft aangemaand, wettelijke interessen moet betalen;
dat deze verplichting van de verzekeraar tot het betalen van wettelijke interessen over zijn schuld jegens de benadeelde los staat van zijn verbintenis jegens de verzekerde uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst; dat dan ook de beperking van het verzekerde bedrag in die overeenkomst tot ƒ 400.000 geen invloed heeft op de verschuldigdheid van wettelijke interessen krachtens artikel 1286 door de verzekeraar aan de benadeelde; dat het Hof in zijn bestreden arrest derhalve terecht heeft geoordeeld dat Ennia over het door haar verschuldigde bedrag van ƒ 400.000, ook wanneer men uitgaat van de in het vierde en vijfde onderdeel gestelde omstandigheden, wettelijke interessen is verschuldigd; dat hieruit volgt dat de onderdelen 4, 5 en 6 van het middel ongegrond zijn ;

en HR 31-10-1997 VR 1998, 46:
2.4.3. Naar Nederlands recht is het oordeel van de rechtbank, dat het hof tot de zijne heeft gemaakt, juist. Evenals de verplichting van de WAM-verzekeraar tot het betalen van wettelijke rente over zijn schuld jegens de benadeelde losstaat van zijn verbintenis jegens de verzekerde uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst, staat ook de verplichting van de verzekeraar tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten los van deze verbintenis.
Het vorenoverwogene brengt mee dat onderdeel 3a ook voor het overige faalt.

Rb Dordrecht 14-9-1994 VR 1996, 120 Onvoldoende verzekerd bedrag, WAM, Ziekenfonds

Bij onvoldoende dekking heeft de benadeelde voorrang en moet het ziekenfonds de vordering tenachterstellen.

WAM