Bekendmaking

Zie ook bezwaar en beroep, horen en zitting, motivering, oproeping, procesrecht, rechtsmiddelenclausule,termijnen, uitspraak en zorgvuldig bestuur

Art. 3:41 AWB

Bekendmaking
Een besluit is gericht op het tot stand brengen van rechtsgevolgen. Het is vanzelfsprekend dat die niet kunnen intreden dan nadat het besluit bij de betrokkene bekend is gemaakt (art. 3:40 AWB). De wet laat terugwerkende kracht toe. Terugwerkende kracht kan in omstandigheden strijdig zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. De bekendmaking gebeurt veelal door toezending van het besluit aan de aanvrager en eventuele andere belanghebbenden. De datum van het poststempel is bepalend voor het tijdstip waarop de (bezwaar)termijn gaat lopen (CRvB 4 december 1997 JB 1998, 39[30])

Frankering
Over het risico van onvoldoende frankering wordt verschillend gedacht door HR en CRvB (HR 8 juli 1996 BNB 1996, 268; CRvB 18 mei 1994, AB 1994, 652[31])

Aantekenen
Een bestuursorgaan hoeft niet alle post aangetekend te verzenden, maar er zijn poststukken die zo belangrijk zijn, dat van het bestuursorgaan verwacht mag worden dat het zich inspant om het risico van niet-aankomen volledig uit te sluiten. Het aanplakken op een hut kan volstaan als er geen betere methode is (ABRS 27 juli 1995 Gst. 7020, nr 3[32]).

Art. 7:12 AWB
Verzending aan gemachtigde
De beslissing op bezwaar moet ook aan de gemachtigde worden verzonden (Rb. Haarlem 24 juni 1996 AWB-katern 1996, 95[92])
.

[30] CRvB 4 december 1997 JB 1998, 39
Bij bekendmaking door toezending is de datum van de toezending bepalend voor het tijdstip waarop de bezwaartermijn gaat lopen. Als datum van toezending per post geldt de datum waarop het stuk ter verzending aan de PTT is aangeboden en ten bewijze waarvan de PTT dat stuk van een datumstempel voorziet.  Het beroep van appellant op art. 3:37, derde lid, BW in verbinding met art. 3:59 BW wordt verworpen reeds op grond van de vaststelling dat de wetgever in de AWB een eigen sluitend stelsel van procedurele bepalingen betreffende bezwaar heeft opgenomen met inbegrip van bepalingen over het einde en het begin van de bezwaartermijn (zie ook CRvB 10 febr. 1995 AB 1995, 356; ABRS 28 september 1995 AB 569; HR 8 september 1995 RvdW 1995,167, art. 3:37 AWB, derde lid, BW; vereiste voor werking is bereiken, tenzij).
HR 29 mei 1996 BNB 1996, 282
Mocht de vaststelling berusten op het oordeel dat een poststuk eerst ter post is bezorgd, nadat het van een poststempel is voorzien, dan geeft dit bezorging oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Een poststuk is immers reeds ter post bezorgd op het moment dat het in de brievenbus is gedeponeerd dan wel op het moment dat het op het postkantoor is aangeboden. Mocht die vaststelling berusten op het oordeel van het Hof dat X haar stelling dat zij het poststuk op 6 april 1994 heeft bezorgd, niet aannemelijk heeft gemaakt, dan is dat oordeel met de enkele vaststelling dat het poststempel is gedateerd op 11 april 1994, onvoldoende gemotiveerd.
CRvB 21 febr 1997 RSV 1997, 137
De Raad overweegt daartoe dat het per Falkland Koerier verzenden van een beroepschrift niet is gelijk te stellen met het ter post verzenden in de zin van art. 6:9, tweede lid, AWB reeds omdat niet d.m.v. een stempel op de enveloppe of anderszins is komen vast te staan op welk moment het beroepschrift bij dit particuliere bedrijf is aangeboden.
HR 29 mei 1996 (BNB 1996, 282)
Mocht die vaststelling (datum terpostbezorging) berusten op het oordeel dat een poststuk eerst ter post is bezorgd, nadat het van een poststempel is voorzien, dan geeft dit oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Een poststuk is immers reeds ter post bezorgd op het moment dat het in de brievenbus is gedeponeerd dan wel op het moment dat het op het postkantoor is aangeboden. Mocht die vaststelling berusten op het oordeel van het Hof dat X haar stelling dat zij het poststuk op 6 april 1994 heeft bezorgd, niet aannemelijk heeft gemaakt, dan is dat oordeel met de enkele vaststelling dat het poststempel is gedateerd op 11 april 1994, onvoldoende gemotiveerd.
CRvB 5 april 1995 (RSV 1995, 247)
Voor wat betreft het tijdstip van ter post bezorging van het klaagschrift meent ook de Raad in casu te moeten uitgaan van het poststempel van de PTT nu naar zijn oordeel een door een frankeermachine aangebrachte datumaanduiding geen overtuigend bewijs oplevert voor de ter post bezorging op die datum en ook niet gebleken is of aangetoond dat de behandeling van het betreffende poststuk bij de PTT vertraging heeft ondervonden. 
Bewijslast post aantekenen ABRS, 02-09-1996 AB 1997, 51
Indien een poststuk niet aangetekend wordt verzonden, aanvaardt de verzender in beginsel
het risico dat het betreffende stuk nimmer wordt ontvangen. Dit brengt mee dat de stelling van verweerder dat niet tijdig uitstel is gevraagd, alleen terzijde kan worden gesteld indien de
ontvangst voldoende aannemelijk is geworden. Het ligt met name op de weg van de afzender dit aan te tonen.

Bewijs bevestiging e-mail beleid beroep CvB HBO 08-07-1998 PrG 1998, 5076
Een mededeling in een e-mail bericht waarin een beleidswijzing bekend wordt gemaakt is niet voldoende om daaraan gevolgen te verbinden als op het bericht geen reactie komt. Daartoe dient de school de betrokkene eerst nogmaals te benaderen.

Bewijs post hoor/wederhoor Rb Leeuwarden 17-11-1999 PrG 2000, 5392
De kantonrechter had geen beschikking tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst mogen geven ondanks een juiste wijze van oproeping per post van de werknemer. Immers, het komt voor dat post geadresseerden niet bereikt en er zijn andere meer zekere methoden van verzending en oproeping zoals aangetekende brieven en bezoeken door de deurwaarder.

Bewijs fax ondertekening HR 27-11-1992 RvdW 1992, 266
Een redelijke met de voortgang van de communicatietechniek rekening houdende en met de eisen van een goede procesorde verenigbare wetstoepassing brengt mee dat, ingeval een naar behoren ondertekend verzoekschrift volledig, met de daarop zichtbare ondertekening, per fax wordt verzonden naar en ontvangen door de griffie van het gerecht waar het moet worden ingediend, de ter griffie ingekomen faxkopie dient te worden aangemerkt als een naar behoren ondertekend verzoekschrift. Het ontbreken van een zichtbare en met het "origineel" overeenstemmende afdruk van de handtekening van de indiener op de ter griffie ingekomen fax vormt een gebrek dat hersteld kan worden door middel van een spoedige toezending van het originele verzoekschrift.

Fax verzoekschrift indiening griffie BW 3:37 / Rv 125b HR 10-06-1994 NJ 1995, 284
Naar hedendaagse opvattingen kan verzending per post of per fax daartoe even goed dienen als "indiening ter griffie" en dient zij deswege daarmede op één lijn te worden gesteld (vgl. resp.: HR 21 april 1978, NJ 1979, 343 en HR 27 nov. 1992, NJ 1993, 569). Daarbij is het aan de gerechten hun griffie met het oog op verzending van verzoekschriften per post en per fax zodanig in te richten dat óók ten aanzien van deze wijzen van indienen enerzijds in voldoende mate rekening wordt gehouden met de bij rechtszekerheid betrokken belangen van onder meer de wederpartij van de rechtzoekende, maar anderzijds de aan deze laatste ter beschikking staande termijnen niet worden verkort.
Ingeval een gerecht bekend heeft gemaakt dat het een bepaalde postbus heeft, staat het een rechtzoekende vrij de postzending waarbij hij zijn verzoekschrift ter griffie van dat gerecht wil indienen, te adresseren aan deze postbus. Doet hij dat, dan is de "indiening ter griffie" van het verzoekschrift voltooid op het moment waarop de postzending in de desbetreffende postbus is gekomen dan wel ten postkantore waar deze wordt aangehouden, op een daarmede gelijk te stellen wijze wordt bewaard.

Fax binnenkomst sluitingstijd griffie HR 16-02-1996 NJ 1997, 55
Nu ervan mag worden uitgegaan dat op de griffies aanwezige faxapparaten in de regel voldoen aan de voorwaarde dat zij in staat zijn om dag en uur van ontvangst van binnengekomen faxen zelfstandig en precies te registreren, wordt voor deze wijze van indienen van verzoekschriften ter griffie het beste voldaan aan de eisen van rechtszekerheid en het niet verkorten van aan rechtzoekenden ter beschikking staande termijnen, indien wordt aanvaard dat de griffies van de gerechten het ontvangen van faxen na sluitingstijd mogelijk moeten maken, alsmede dat een per fax verzonden verzoekschrift dat blijkens evenbedoelde zelfstandige registratie bij het gerecht is begonnen binnen te komen vóór 24.00 uur op de laatste dag van een termijn, geldt als binnen deze termijn ter griffie ingediend. Ingeval de desbetreffende griffie nog niet is uitgerust met een faxapparaat dat aan voormelde voorwaarde voldoet, moet bij wege van tijdelijke regel worden aangenomen dat een per fax verzonden verzoekschrift dat wordt aangetroffen bij het openen van de griffie op de dag volgende op de laatste dag van een termijn, wordt aangemerkt en behandeld als vóór 24.00 uur van de laatste dag van de termijn te zijn binnengekomen.
Het voorgaande is niet van toepassing op het per fax indienen van een schriftuur als bedoeld in art. 433 tweede lid Sv. Daarvoor geldt het vereiste dat een dergelijke schriftuur ook dan uiterlijk moet zijn ingekomen op de dag vóór die der terechtzitting vóór sluiting van de griffie van de Hoge Raad (vgl. HR 8 maart 1994, DD 94.286).

Bewijs fax registratie bevestiging HR 20-03-1998 NJ 1998, 548
De fax waarin het cassatieverzoek werd gedaan was niet door het faxapparaat van de Hoge Raad geregistreerd. Het “confirmation report” van het faxapparaat van de cassatieadvocaat vermelde het telefoonnummer en de tijd van verzending.
De Hoge Raad neemt daarom aan dat het cassatieverzoek de Raad (nog net) tijdig heeft bereikt.
Ook neemt de Raad aan dat de fax door een niet opgehelderde oorzaak niet is afgedrukt of in het ongerede is geraakt, wat beide omstandigheden zijn die niet voor rekening van de verzender behoren te komen.

Fax brief strafrecht Rv 263 lid 2 oud HR 16-11-1999 NJ 2000, 214
Een fax is geen schriftelijke opgave per brief tot oproeping getuigen in de zin van art. 263 lid 2 (oud) Wetboek van Strafvordering.

Post bewijslast ontvangst BW 3:37 HR 08-09-1995 NJ 1996, 567
Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet - op grond van art. 3:37 lid 3 BW,
welke bepaling ook het vóór 1 jan. 1992 geldende recht weergeeft - om haar werking te
hebben, die persoon hebben bereikt, maar ook een verklaring welke die persoon niet of niet
tijdig heeft bereikt, heeft haar werking indien dit niet (tijdig) bereiken het gevolg is van zijn
eigen handeling, van de handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is, of van andere
omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt.
Met betrekking tot aangetekende brieven geldt dat de afzender daarvan, wanneer de geadresseerde stelt dat de brief hem niet heeft bereikt, dient te bewijzen dat hij de brief aangetekend en naar het juiste adres heeft verzonden, en bovendien aannemelijk dient te maken dat de brief aan de geadresseerde is aangeboden op de wijze die daartoe ter plaatse van bestemming is voorgeschreven (vgl. HR 10 aug. 1990, NJ 1991, 229).

Post ontvangst verzending vertraging zeepost HR 30-5-1995 VR 96, 37
Vertraging door wijze van verzending per zeepost komt voor rekening van de afzender.

[31] HR 8 juli 1996 BNB 1996, 268
Nu het onvoldoende gefrankeerde beroepschrift door het Hof niet is geaccepteerd en een voldoende gefrankeerd beroepschrift eerst ter post is bezorgd na 26 mei 1994, is belanghebbende door het Hof terecht niet-ontvankelijk in zijn beroep verklaard. (anders CRvB 18 mei 1994, AB 1994, 652)

[32] ABRS 27 juli 1995 Gst. 7020, nr 3
Deze aanschrijving [bestuursdwang] hebben verweerders op dezelfde dag op de deur van de werkhut doen aanbrengen, waarna zij op 10 april 1991 [de dag na afloop van de beroepstermijn] de aanschrijving ten uitvoer hebben gelegd.

[92] Rb. Haarlem 24 juni 1996 AWB-katern 1996, 95
Beslissing op bezwaar wel verzonden aan belanghebbende, maar niet aan zijn gemachtigde: `aan het vereiste van bekendmaking als bedoeld in art. 7:12, tweede lid, AWB is voldaan.