Bestuurscompensatie en belangenafweging

zie ook onrechtmatigheid en toerekening

HR 17-09-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7887 Rechtmatig handelen kan tot nadeelscompensatie verplichten

Ook indien een overheidshandeling op zichzelf niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt, is de overheid op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk voor de onevenredig nadelige gevolgen van zodanige handeling, dat wil zeggen de gevolgen die buiten het normale maatschappelijk risico of het normale bedrijfsrisico vallen en die op een beperkte groep burgers of instellingen drukken (vgl. HR 30 maart 2001, nr. C00/083, NJ 2003, 615).

Onevenredige belangenschade geen uitzondering leer formele rechtskracht
Een onevenredige belangenschade in strijd met het bepaalde in art. 3:4, lid 2 Awb maakt een besluit dat formeel rechtskracht heeft niet onrechtmatig en doorbreekt de leer van de formele rechtskracht niet. De bestuursrechter is bij uitsluiting van de civiele rechter bevoegd een vordering terzake onevenredige belangenschade te beoordelen, hetgeen in beginsel ook mogelijk is zonder dat tegen het besluit bezwaar is ingediend (2002-12-06 HR AE8182 ).

Nadeelscompensatie
Lid 2 van art. 3:4 AWB betreft het in Frankrijk als égalité devant les charges publiques bekend staande beginsel dat het bestuursorgaan verplicht tot de betaling van nadeelscompensatie als een enkel belang voor een hoger belang moet wijken. Een specifiek voorbeeld daarvan is de plancompensatie van art. 49 WRO in geval van benadeling door de vaststelling van een bestemmingsplan. Voor fouten in de uitvoering van een bestemmingsplan geldt het niet (HR 27-5-1994 RvdW 94, 119[27]; ABRS 22-11-1983, AB 84, 154, bestuurs- of nadeelscompensatie is aanvaardbaar; zie ook CRvB 1-12-1994 TAR 95, 32

Nadeelscompensatie bestemmingsplan schade toerekenbaarheid onrechtmatige daad
Degene die schade lijdt door een bestemmingsplan of de uitvoering daarvan kan schade vergoeding eisen op grond van art. 49 Wet Ruimtelijke Ordening, grove fouten in de uitvoering van het plan komen niet voor vergoeding o.g.v. dit artikel in aanmerking.
Als door een handeling schade ontstaat is er pas aansprakelijkheid indien de handeling en schade toerekenbaar zijn. Niet is gesteld, noch bewezen dat de schade voorzienbaar was, zodat toerekening niet kan plaats vinden. Dit wordt niet anders als er een inbreuk is gemaakt op eens anders subjectief recht (HR 27-5-1994 RvdW 94, 119).

Nadeelscompensatie relatieve onrechtmatigheid belangenafweging
Het uitvaardigen en uitvoeren van een regeling m.b.t. veevoeder behoort gezien het maatschappelijk belang door de varkensfokkers te worden geduld.
Indien de bescherming van een grote groep een kleine groep onevenredig benadeelt is het onrechtmatig indien de staat geen regeling treft die het het getroffen bedrijf / bedrijven mogelijk maakt het bedrijf aan te passen of niet tegemoet komt aan de economische belangen van die bedrijven waar het niet de normale bedrijfsrisico's betreft die voor rekening van de ondernemer behoren te blijven. Het nalaten compensatie aan te bieden als een lager belang voor een hoger moet wijken is onrechtmatig. (HR 18-1-1991 NJ 92, 638 Staat / Leffers[28])
Vgl. Kraaien en Roeken arrest HR 10-3-1972 72, 278. Degene die overeenkomstig vergunning handelt pleegt geen onrechtmatige daad. Het wordt onrechtmatig bij langdurig handelen waarvan anderen last hebben;
Vgl. HR 3-4-1998, RvdW 1998, 82 c
De onrechtmatigheid als bij Staat / Leffers geldt ook ten opzichte van ondernemers die niet geheel op vervoedering van swill hun bedrijf hadden ingericht. Er mag geen rekening gehouden worden met individuele omstandigheden omdat zulks zou leiden tot alleen op draagkrachtverschil berustend onderscheid tussen ondernemers die in gelijke mate getroffen worden door het swill verbod. De onrechtmatigheid is niet gelegen in het uitvaardigen en uitvoeren van het verbod maar daarvan in combinatie met het achterwege laten van bestuurscompensatie.

Rechtmatige daad nadeelscompensatie openbaar belang Beurskens / Overloon
Het (publiekrechtelijk) rechtsgevolg van een beslissing omtrent schadevergoeding tengevolge van rechtmatig overheidsoptreden vloeit uit het, mede aan art. 3.4. lid 2 AWB ten grondslag liggende algemeen rechtsbeginsel van "égalité" devant les charges publiques", op grond waarvan bestuursorganen zijn gehouden tot compensatie van onevenredige buiten het maatschappelijk risico vallende en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende schade als gevolg van hun op de behartiging van het openbaar belang gerichte optreden.
Over het zuiver schadebesluit oordeelt de rechter die ook oordeelt over de schadeoorzaak (ABRS 18-2-1997, AB 97, 143, JB 97, 47, BR 97, p. 367 e.v.).

Milieu brandweer blussen waterverontreiniging schade
Brand in loods met cacao. Bluswater wordt afgewaterd via afwateringsstelsel van buren. Deze geeft, als houder van een WVO lozingsvergunning, opdracht om verontreinigd bluswater op te vangen en op te slaan en vordert in kort geding van zowel eigenaar van de loods als de Gemeente onder meer betaling van de gemaakte kosten. Voorzover de brandweer wordt aangesproken op handelen of nalaten in het kader van de publiekrechtelijke uitoefening moeten de kosten door de brandweer worden gedragen; verhaal langs publiek of privaatrechtelijke weg is uitgesloten. Brandweer moet kosten dragen die voortvloeien uit het gebruik van het terrein van de buren, maar is niet aansprakelijk voor schade aan het afwateringssysteem (Rb Amsterdam 30-10-1997 S&S 1998, 69).

Onzuiver schadebesluit gelijkheidsbeginsel nadeelscompensatie
Het besluit over schadevergoeding maakt onderdeel uit van het besluit de veemarkt te sluiten en is daardoor geen zuiver, zelfstandig, maar een onzuiver schadebesluit. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente de onevenredige schade, die redelijkerwijze niet of niet geheel ten laste van de betrokkene behoort te blijven, te vergoeden. Onevenredige schade is echter niet geleden (ABRS 28-12-1995 AB 1996, 206).

Waterschap beheer middelen bestuurscompensatie beleid
De vraag hoever de verplichtingen van het Waterschap strekken hangt mede af van haar financiële middelen. Het Waterschap kan een zekere beleidsvrijheid niet worden ontzegd. (Haas de / Waterschap de Dommel HR 19-11-1999 RvdW 1999, 180 C, zie ook HR 9-10-1981, NJ 1982, 332 en HR 8-1-1999, NJ 1999, 319). Het niet verder voortzetten van de normalisering van de Dommel was ook mede daarom niet onrechtmatig omdat het Waterschap de eisers ter compensatie van onevenredige nadelen een uitkoopregeling heeft voorgesteld.

[27] HR 27-5-1994 RvdW 94, 119.
Degene die schade lijdt door een bestemmingsplan of de uitvoering daarvan kan schade vergoe­ding eisen op grond van art. 49 Wet Ruimtelijke Ordening, grove fouten in de uitvoering van het plan komen niet voor vergoeding o.g.v. dit artikel in aanmerking.
Als door een handeling schade ontstaat is er pas aansprakelijkheid indien de handeling en schade toerekenbaar zijn. Niet is gesteld, noch bewezen dat de schade voorzienbaar was, zodat toerekening niet kan plaats­ vinden. Dit wordt niet anders als er een inbreuk is gemaakt op eens anders subjectief recht.

[28] HR 18-1-1991 NJ 92, 638 Staat / Leffers.
Het uitvaardigen en uitvoeren van een regeling m.b.t. veevoeder behoort gezien het maatschappelijk belang door de varkensfokkers te worden geduld. Indien de bescherming van een grote groep een kleine groep onevenredig benadeelt is het onrechtmatig indien de staat geen regeling treft die het het getroffen bedrijf / bedrijven mogelijk maakt het bedrijf aan te passen of niet tegemoet komt aan de economische belangen van die bedrijven waar het niet de normale bedrijfsrisico's betreft die voor rekening van de ondernemer behoren te blijven.
HR 3-4-1998, RvdW 1998, 82 c
De onrechtmatigheid als bij Staat / Leffers geldt ook ten opzichte van ondernemers die niet geheel op vervoedering van swill hun bedrijf hadden ingericht. Er mag geen rekening gehouden worden met individuele omstandigheden omdat zulks zou leiden tot alleen op draagkrachtverschil berustend onderscheid tussen ondernemers die in gelijke mate getroffen worden door het swill verbod. De onrechtmatigheid is niet gelegen in het uitvaardigen en uitvoeren van het verbod maar daarvan in combinatie met het achterwege laten van bestuurscompensatie.