Horen en zitting

zie ook procesrecht

Art. 4:7 AWB

Wijze van horen
Het horen kan mondeling, schriftelijk of zelfs telefonisch gebeuren, afhankelijk van de omstandigheden (art. 4:9 AWB, MvT, PG AWB 1, p. 256[40]). Horen behoeft niet altijd te gebeuren, maar wel als daardoor het besluit beter is voorbereid (VzABRS 6 juni 1997 M&R nr 1997, 119 [41]).

Herstel verzuim
Als geen hoorzitting in het primaire proces heeft plaatsgevonden kan dat in bezwaar hersteld zijn (ABRS 9 juli 1996 ABkort 1996, 545[74]).

Art. 7:2 AWB
Belanghebbende
Degene die om toepassing dwangmaatregelen gevraagd heeft is een belanghebbende die gehoord dient te worden (ABRS 13 juni 1995 M&R 1996, 12[78]).

Horen niet altijd vereist
Het hoor en wederhoorprincipe behoort bij de fair play in het verkeer tussen overheid en burger, maar is niet altijd vereist. Als daarin een fout is gemaakt kan de bezwaarfase dienen tot reparatie daarvan (CRvB 19 december 1996 RAWB 1997, 84[39]).

Indien nadere informatie bij de hoorzitting of in een ander stadium bekend wordt brengt het hoor en wederhoor principe met zich mee dat de belanghebbende ook daarover gehoord wordt (Rb. 's-Gravenhage 30 september 1994 TAR 1994, 261[85]). Als niet aan het hoor en wederhoor principe alvorens een besluit te nemen is voldaan, wordt het in beginsel vernietigd (CRvB 4 december 1997 JB 1998, 38[86]).

In artikel 7:3 van de AWB zijn uitzonderingen opgenomen op de in artikel 7:2 van de AWB opgenomen hoorplicht. Zo behoeft niet te worden gehoord indien de belanghebbenden uitdrukkelijk hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht daartoe (CRvB 27 mei 1998, AA8743[79]).

Art. 7:5 AWB
Grens geding
De belanghebbende dient bezwaar te maken tegen het horen in strijd met art. 7:5 AWB, de rechter mag daar niet ambtshalve over oordelen omdat hij daarmede buiten de grenzen van het geding treedt (CRvB 8 januari 1998 ABkort 1998, 217[81]).

Zorgvuldig horen
Het horen door een ambtenaar, die als toehoorder of waarnemer aanwezig is geweest bij het onderzoek van het primaire besluit aanleiding heeft gegeven is onvoldoende grond om het bestreden besluit te vernietigen. (CRvB 10 september 1996 RAWB 1997, 21[82]).

Bij een besloten behandeling moet de gelegenheid tot reageren worden geboden (Rb. Rotterdam 4 december 1995 AWB-katern 1996, 55[83]).

Een verslag van de hoorzitting moet uiterlijk met het besluit worden toegezonden aan belanghebbenden (ABRS 12 juni 1997 JB 1997, 188[84]).

Art. 8:62 AWB
Medische gegevens
Indien de zitting onderzoek m.b.t. medische gegevens betreft kan niet categorisch vastgehouden worden aan categorische behandeling met gesloten deuren (CRvB 25febr. 1998 JB 1998, 61[109]).

[39] CRvB 19 december 1996 RAWB 1997, 84
Als geen hoorzitting plaatsvond kan de Raad er niet aan voorbijzien dat de in de AWB voorziene bezwaarschriftprocedure een heroverweging beoogt van het primaire besluit in het kader waarvan een omissie als hier aan de orde kan worden gerepareerd, hetgeen in dit geval naar het oordeel van de Raad met het horen van appellant in de bezwaarfase ook genoegzaam is geschied.

[40] MvT, PG AWB 1, p. 256
Belanghebbenden blijken er in veel gevallen de voorkeur aan te geven hun zienswijze schriftelijk naar voren te brengen. Indien het bestuursorgaan de gelegenheid wil bieden tot telefonisch contact, zal dat veelal voor een belanghebbende aantrekkelijk zijn. Mondeling horen is voorts op vele manieren mogelijk. Aan artikel 4.1.2.3 [4:9] ligt de veronderstelling ten grondslag dat het bestuursorgaan kan overzien welke belanghebbenden over een voorgenomen beschikking geraadpleegd moeten worden in verband met bepaalde gegevens over feiten en belangen die hen betreffen.  Indien het gaat om een grote groep belanghebbenden of indien rekening moet worden gehouden met het bestaan van aan het bestuur nog niet bekende belanghebbenden, leent het artikel zich echter niet goed voor toepassing. Alsdan zal het bestuursorgaan gebruik kunnen maken van de procedure welke is voorzien in de artikelen 3.4.1 e.v. AWB.
Denkbaar is de situatie dat het bestuursorgaan toepassing geeft aan artikel 4.1.2.3 [4:9] en belanghebbenden hoort, maar daarbij een of meer belanghebbenden over het hoofd ziet, die ook gehoord hadden moeten worden. Mogelijk is ook dat het bestuur zich ten onrechte beroept op een van de uitzonderingsgronden van de artikelen 4.1.2.1 of 4.1.2.2. Een dergelijke onvolkomenheid in de voorbereiding zal niet zonder meer hoeven te leiden tot vernietigbaarheid van de beschikking in kwestie. In de bezwaarfase zal een dergelijk gebrek vaak nog hersteld kunnen worden.
Pres. Rb. Almelo 3 januari 1995 NA 1995, 57
Telefonisch contact voorafgaande aan dwangsom-vaststelling kan niet worden aangemerkt als een voldoen aan de verplichting ex art. 4:8 AWB.

[41] VzABRS 6 juni 1997 M&R nr 1997, 119
Hoewel naar de letter niet verplicht, zou toch toepassing van art. 4:8 AWB verweerders wellicht een beter inzicht in de omvang van het probleem en de mogelijkheden en beperkingen van oplossingen ervan hebben kunnen verschaffen. Door dit na te laten is het besluit naar het oordeel van de Vz. niet zorgvuldig totstandgekomen.
ABRS 2 oktober 1995 AB 1996, 50
Volgens de Afd. moet bij de toepassing van een sanctie in beginsel worden gehoord
CRvB 3 maart 1995 ABkort 1995, 425
Niettemin kunnen er omstandigheden zijn, waarbij het niet-horen onzorgvuldigheid kan opleveren. Deze omstandigheden kunnen zich voordoen, indien onduidelijkheid over de feitelijke toedracht aan een evenwichtige besluitvorming in de weg staat of het standpunt van betrokkenen voor een juiste oordeelsvorming essentieel is.

[74] ABRS 9 juli 1996 ABkort 1996, 545
Dwangsombeschikking. Strijd art. 4:8. Wel in bezwaar gehoord. Appellant is feitelijk niet in zijn belangen geschaad doordat hij zijn zienswijze niet heeft kunnen kenbaar maken voorafgaand aan de dwangsom.

[78] ABRS 13 juni 1995 M&R 1996, 12
Appellant is direct omwonende en degene op wiens verzoek het besluit tot oplegging van een dwangsom is genomen. Gelet hierop moet appellant worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 7:2, tweede lid, AWB en had appellant derhalve schriftelijk - en persoonlijk - op de hoogte moeten worden gebracht van de hoorzitting (vgl. artt. 44, 163 e.v. Rv; art. 25 lid 4 Awr).

[79] CRvB 27 mei 1998, AA8743 Afzien van hoorzitting moet uitdrukkelijk gebeuren
Niet is voldaan aan de voorwaarden waaronder van het horen kon worden afgezien, als de mogelijkheid van betrokkene om zich te doen horen afhankelijk is gemaakt van het vereiste dat hij binnen 4 weken reageert.

[81] CRvB 8 januari 1998 ABkort 1998, 217
Art. 7:5 lid 1 aanhef en onder a, AWB is naar de opvatting van de Raad geen voorschrift van openbare orde. Derhalve heeft de Rb. het in geding zijnde besluit ten onrechte ambtshalve getoetst aan dit artikel. Daarmee is de Rb. getreden buiten de grenzen van het geding en dit betekent dat de aangevallen uitspraak op dit punt voor vernietiging in aanmerking komt.

[82] CRvB 10 september 1996 RAWB 1997, 21
Indien het horen door een ambtenaar plaatsvindt, verdient het de voorkeur dat het horen geschiedt door een ambtenaar die niet als toehoorder of waarnemer aanwezig is geweest bij het onderzoek dat tot het primaire besluit aanleiding heeft gegeven om aldus tot meer distantie van de ambtelijke behandeling van een bezwaarschrift te bereiken. In de omstandigheid dat dit in casu niet is gebeurd, ziet de Raad echter onvoldoende grond om het bestreden besluit te vernietigen.
CBB 27 febr. 1996 AB 1996, 252
Meerderheid van bij het horen betrokken personen is ook bij de primaire besluitvorming betrokken geweest. Mede-betrokkenheid kan blijken uit het stellen van een medeparaaf. Strijd met art. 7:5, eerste lid en sub b, AWB: Het beroep moet dan ook gegrond worden verklaard.

[83] Rb. Rotterdam 4 december 1995 AWB-katern 1996, 55
Deels besloten behandeling bezwaarprocedure; geen gelegenheid tot reageren; strijd fair play beginsel en art. 3:9 AWB (zie ook artt. 7:18, 7:20 AWB).

[84] ABRS 12 juni 1997 JB 1997, 188
Gelet op de betekenis van de hoorzitting in het kader van de besluitvorming in de bezwaarschriftfase, ligt het evenwel (hoewel de AWB daartoe niet verplicht) voor de hand dat het verslag van de hoorzitting uiterlijk gelijktijdig met het bestreden besluit aan belanghebbenden wordt toegezonden. Indien het verslag van de hoorzitting voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit aan belanghebbenden wordt toegezonden, wordt hen daarmee de mogelijkheid geboden aan het desbetreffende bestuursorgaan kenbaar te maken of het verslag naar de mening van betrokkenen een juiste weergave bevat van de hoorzitting. Uit een oogpunt van zorgvuldige voorbereiding zal dat ook veelal de voorkeur genieten. In dat geval kan immers het bestuursorgaan bij het nemen van de beslissing op het bezwaarschrift met eventuele opmerkingen ook nog rekening houden.
CRvB 4 december 1997 JB 1998, 38
Het eerst bij het besluit van 13 januari 1995 meezenden van de notulen van de betreffende hoorzittingen acht de Raad niet een juiste toepassing van art. 7:9 AWB.

[85] Rb. 's-Gravenhage 30 september 1994 TAR 1994, 261
De rechtbank overweegt dat in bezwaar- en administratieve beroepsprocedures het rechtsbeginsel van hoor en wederhoor in acht moet worden genomen. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit daaruit voort dat de hoorplicht zich ook uitstrekt over nadere informatie die wezenlijk afwijkt van datgene waarmee betrokkene in de Bezwarencommissie is geconfronteerd. (...) De rechtbank is dan ook [eiser niet in de gelegenheid gesteld gehoord te worden betreffende nieuwe informatie; de Adviescommissie niet in de gelegenheid gesteld te bepalen of naar aanleiding van de nieuwe informatie het aan verweerder verstrekte advies wellicht heroverweging behoefde] van oordeel dat met betrekking tot de gang van zaken rond de behandeling van eisers bezwaar verweerder het rechtsbeginsel van hoor en wederhoor niet in voldoende mate in acht heeft genomen, zodat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid.

[86]CRvB 4 december 1997 JB 1998, 38
Appellant en zijn raadsman zijn echter niet in de gelegenheid gesteld om op de door eerdergenoemde personen afgelegde verklaringen te reageren voordat de commissie haar advies heeft uitgebracht en/of voordat gedaagde de beslissing op bezwaar heeft genomen. Vernietiging wegens strijd met art. 7:9 AWB.
Pres. Rb. Groningen 11 mei 1995 JB 1995, 229
Ambtelijk advies van na de hoorzitting; voorlegging aan bezwaarmakende niet vereist: slechts indien dit [advies] nog niet eerder genoemde feiten bevat zal de bezwaarmakende de bedoelde gelegenheid wel moeten worden geboden.
Rb. Rotterdam 30 oktober 1997 AWB-katern 1998, 20
Advies bevat geen nieuwe feiten en omstandigheden, zodat het niet toezenden aan de gemachtigde voorafgaand aan de beslissing op bezwaar geen strijd oplevert met art. 7:9 AWB.

[109] CRvB 25febr. 1998 JB 1998, 61
Art. 88h, eerste lid WAO, luidende als volgt: 1. In afwijking van art. 8:62 AWB vindt het onderzoek ter zitting, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten deuren plaats. De Raad acht termen aanwezig om zich ambtshalve uit te spreken over de vraag of dit voorschrift zich verdraagt met de vereisten voor een eerlijk proces zoals onder meer besloten liggend in eenieder verbindende verdragsbepalingen als art. 6, eerste lid, EVRM en art. 14, eerste lid, IVBPR. (...) Evenwel moet de Raad ook vaststellen, gelet op de eerder genoemde rechtspraak (met name EHRM 26 september 1995, Series A, vol. 325: de omstandigheden van het geval dienen een inbreuk op de openbaarheid te rechtvaardigen) dat een categorische uitsluiting van openbare behandeling zich niet verdraagt met het voorschrift van art. 6, eerste lid, EVRM. Tegemoetkoming aan zowel de belangen die door deze verdragsbepaling zijn gewaarborgd als die welke de wetgever met art. 88h, eerste lid, WAO heeft willen beschermen, brengt mee dat de rechter dit laatste voorschrift aldus toepast dat de behandeling van het geding ter zitting, voorover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten deuren plaatsvindt en dat hij, ambtshalve of op verzoek van één of meer partijen, kan beslissen dat die behandeling in het openbaar zal geschieden. De Raad acht het aangewezen dat partijen bij de uitnodiging als bedoeld in art. 8:56 AWB in deze zin worden ingelicht.