Rechtsmiddelenclausule

Art. 3:45 AWB

Invloed op termijn
Het ontbreken van de rechtsmiddelenclausule kan een reden zijn om aan te nemen dat bezwaar of beroep verschoonbaar te laat is ingediend. Dat kan mede afhangen van de vraag of men hulp heeft van een advocaat en van de duur van de termijnoverschrijding (ABRS 3 juli 1997 Gst. 7068, 7[33]).

Herstel met brief
Geen, of onjuiste vermelding van de bezwaarclausule kan hersteld worden met een gewone brief (art. 6:23 AWB CRvB 25 juni 1996 RSV 1997, 14[75]).

[33] ABRS 3 juli 1997 Gst. 7068, 7
Het enkele feit dat de op grond van art. 3:45 AWB vereiste rechtmiddelenclausule in het besluit in primo ontbrak, leidt de Afd. niet tot het oordeel dat er sprake is van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Vast staat immers dat appellant reeds op of omstreeks 12 april 1994 kennis droeg van het besluit in primo en dat hij zich vervolgens tot zijn advocaat heeft gewend voor rechtshulp. Appellant moet dan ook worden geacht tijdig te hebben kunnen vernemen waar en binnen welke termijn tegen het besluit in primo bezwaar kon worden gemaakt. In dat licht kan de hier aan de orde zijnde - ruime - overschrijding van de bezwaartermijn niet worden verontschuldigd met een beroep op het ontbreken van de rechtmiddelvoorlichting (zie ook ABRS 11 oktober 1994 JG 95.0039; ABRS 26 oktober 1995 AB 1995, 585; ABRS 3 juli 1997 Gst. 7068, 7; CRvB 1 juni 1995 ABkort 1995, 615; Hof 's-Gravenhage 23 april 1997 V-N 1997, p. 2964; CBB 26 april 1995 JB 1995, 159; Pres. Rb. 's-Gravenhage 29 november 1994 AWB-katern 1995, 55; Rb. 's-Hertogenbosch 4 november 1994 NA 1995, 54; Pres. Rb. Assen 4 november 1994 JB 1994, 309; Rb. Breda 15 januari 1996 JB 1996, 67).

[75] CRvB 25 juni 1996 RSV 1997, 14
Het niet vermelden van het juiste rechtsmiddel in een besluit noopt niet tot het intrekken van dit besluit en het vervolgens opnieuw nemen van een gelijkluidend besluit. De omissie had hersteld kunnen worden door de belanghebbende bij gewone brief erop te wijzen dat er in verband met het bepaalde in art. 84, vierde en vijfde lid, ABW geen bezwaar bij ged. mogelijk is. Het besluit van 3 oktober 1995 komt dan ook wegens strijd met art. 6:18, derde lid, AWB voor vernietiging in aanmerking dat brengt tevens mee dat de daarin opgenomen intrekking van het besluit van 9 augustus 1995 ongedaan wordt gemaakt.