Arbeidscapaciteit.
Buitengewone lasten als aftrekpost per 1-1-2015 (docm)
Belastingschade.
Diverse.
Zie ook
Belastbaarheid ongevallenverzekering.
Een stuk ijzer was in het aandrijfmechanisme van een transportband gekomen. Belanghebbende wilde dit wegnemen. Een collega vergat de sleutel uit het contact te nemen. Een andere collega startte de band, waarna de arm van cliënt en diens hoofd werden gegrepen door de transportband. Gelet op de aard van de werkzaamheden en de omstandigheden is het Hof van oordeel dat het ongeval en de daardoor veroorzaakte schade uitsluitend aan belanghebbende als werknemer is kunnen overkomen. De dienstbetrekking impliceerde klaarblijkelijk het verrichten van werkzaamheden met een gevaarlijk karakter. Het Hof acht het daarbij voorts ondenkbaar dat een dergelijk ongeval ook aan een toevallig op het werk aanwezige derde had kunnen overkomen. Voorts staat de vergoeding in verband met de omstandigheid dat belanghebbende door het ongeval hogere inkomsten misloopt die hij zeer waarschijnlijk als bedrijfsleider zou hebben kunnen genieten. Een en ander laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat de vergoeding "causaal is verbonden" met de dienstbetrekking en is aan te merken als loon uit dienstbetrekking.
De raad houdt de overweging van het Hof in stand luidende dat het op de ondergrond betrekking hebbende gedeelte van de koopprijs een prijs van f 398,75 per m2 betrof, die aanzienlijk verschilt van de door de inspectie der Registratie en Successie getaxeerde prijs van f 250,-- per m2. Niet is weersproken dat het vervreemde bedrijfsmiddel in het bedrijf overtollig was. De vergoeding van belastingschade door de koper over de verkoopwinst moet tot de belastbare winst (art. 7 IB64) worden gerekend, aangezien niet is bewezen dat de door de gemeente vergoede schade is opgetreden als een noodzakelijk gevolg van een dreigende onteigening van een aan belanghebbende toebehorend perceel.
Door een beroepsfout van de notaris kon belanghebbende zijn onderneming niet in een BV omzetten.
De door de notaris aan belanghebbende betaalde vergoeding van f 30.817,-- kan op niets anders betrekking hebben dan op door belanghebbende als gevolg van de omzetting geleden belastingschade, aangezien tussen een omzetting van een onderneming in een B.V. op de voet dan wel niet op de voet van artikel 18 van de Wet slechts relevant is het verschil in belasting. Deze belastingschade behoeft als zodanig niet in aanmerking genomen te worden bij de heffing van inkomensbelasting als een voordeel verkregen uit onderneming.
Het is onduidelijk of de uitspraak op bezwaar strekt tot ongegrondverklaring of tot niet-ontvankelijkverklaring wegens motiveringsverzuim. Het was de Inspecteur aanstonds duidelijk waartegen het bezwaar was gericht. Ter zitting beaamt hij dat zijn uitspraak inhoudt dat het bezwaar ongegrond is verklaard. Doordat het LISV in het onderwerpelijke jaar een nabetaling heeft gedaan over het jaar ervoor, lijdt belanghebbende belastingschade. Dit kan niet worden hersteld door de nabetaling tot het inkomen van het voorgaande jaar, met aanmerkelijk lagere inkomsten te rekenen. Ook komt hij niet in aanmerking voor de uitsmeerregeling. Beroep ongegrond.
Als voldoende aannemelijk is gemaakt dat de werkzaamheden in grote mate zelfstandig worden uitgevoerd en dat er een niet te verwaarlozen kans bestaat dat verlies geleden wordt kan, mede gelet op de overige feiten en omstandigheden van het geval, het voordeel uit de werkzaamheden worden aangemerkt als winst uit onderneming.
Zie Besluit voorkoming dubbele belasting 1989