Belasting

Zie ook belasting algemeen

Benadeelden.
Overlijden.
Pensioen(premie).
Regresnemers.

Benadeelden

Schadevergoeding en fiscaliteit; over belastbaarheid, zwart werk en het nieuwe belastingstelsel mr R.M.J.T. van Dort VRA 2001/173

HOGE RAAD 1 november 2000 VR 2001/90 Belastbaarheid van vergoedingen voor immateriële schade en voor verlies aan arbeidskracht. Schadevergoeding na verkeersongeval.

art. 6:95 BW, 22 Wet IB
Zelfstandig ondernemer (bodedienst) loopt letsel op bij verkeersongeval, als gevolg waarvan hij zijn onderneming moet staken. Ondernemer en WAM-verzekeraar sluiten een vaststellingsovereenkomst, op grond waarvan verzekeraar ƒ 145.726 betaalt ter vergoeding van de door hem geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het ongeval. De Inspecteur laat hiervan ƒ 21.000 als vergoeding van immateriële schade onbelast (art. 22 Wet IB).
Een vergoeding die strekt tot vergoeding van de schade die iemand in zijn onderneming heeft geleden, behoort tot de winst uit onderneming. Derhalve heeft het hof terecht het genoten voorschot op de schadevergoeding tot belanghebbendes belastbare inkomen gerekend.Het hof heeft geoordeeld: dat naar de bedoeling van de bij de vaststellingsovereenkomst betrokken partijen wederzijds in hoofdzaak is gestreefd naar compensatie van de door belanghebbende in zijn hoedanigheid van ondernemer geleden bedrijfsschade wegens het "opdrogen" van zijn belangrijkste bron van inkomen: het als zelfstandige verrichten van bodediensten; dat daaraan niet afdoet dat die partijen ter kwalificatie van de onderhavige schadevergoeding de term verlies van arbeidsvermogen hanteren.

Hof Amsterdam 2 februari 2000, V-N 2000, 21.9 vergoeding bedrijfskosten en loonkosten belast

Een zelfstandig fruitteler raakt als gevolg van een verkeersongeval in 1992 tijdelijk arbeidsongeschikt. Per januari 1996 is hij weer volledig arbeidsgeschikt. De aansprakelijke verzekeraar keert in totaal ƒ 260.000 uit, waarvan een gedeelte bij wijze van voorschot al betaalbaar was gesteld. De fruitteler had een gedeelte van de voorschotten in zijn aangifte inkomstenbelasting verwerkt als winst uit onderneming. Dit wordt rechtgetrokken door de accountant van betrokkene hetgeen door de inspecteur wordt geaccepteerd. De slotuitkering wordt vervolgens geheel buiten de aangifte gehouden. Volgens de inspecteur is dat niet terecht en behoort de vergoeding nagenoeg geheel in de heffing te worden betrokken. Het hof deelt de visie van de inspecteur en overweegt dat als gevolg van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid van betrokkene de schadevergoeding moet worden gezien als een als winst uit onderneming te belasten vergoeding voor bedrijfs- en advieskosten en extra loonkosten gedurende de beperkte periode van arbeidsongeschiktheid. Het feit dat partijen daarbij de vergoeding hebben betiteld als onbelaste vergoeding brengt het hof niet tot een ander oordeel.

Belasting inkomen werknemer Hof Den Haag 22-3-1996 ongepub.

De benadeelde is tengevolge van een ongeval arbeidsongeschikt geworden. Dat heeft ten grondslag gelegen aan een schadevergoeding. Die schadevergoeding moet dan ook beschouwd worden als een uitkering wegens verlies van arbeidsvermogen, niet als een uitkering uit dienstbetrekking en is daarom belastingvrij.

Belasting onderneming Hof Leeuwarden 1-11-1995 ongep.

Niet de titel aan de uitkering gegeven, maar de bedoeling van partijen die tot de dading komen is doorslaggevend.
Het Hof komt tot het oordeel dat de vergoeding voor een belangrijk deel, f 375000 strekte tot compensatie van de door de ondernemer geleden bedrijfsschade. Daaraan ten grondslag lag een accountantsrapport waarin met bedrijfscijfers gerekend werd, het gebruik van het woord inkomstenderving in een interne notitie van de verzekeraar en het feit dat de benadeelde uitgegaan is van de winst uit onderneming. Het later gaan gebruiken van andere termen, verlies arbeidcapaciteit verandert dat niet. Wel neemt het Hof aan dat een deel, f 75000 aangemerkt moet worden als verlies aan arbeidscapaciteit.

Belasting inkomen onderneming Hof Den Haag 31-1-1996 VR 96, 113

Dat bij de vaststelling van de hoogte van de schade rekening is gehouden met de financiële gegevens van de onderneming doet er niet aan af dat de aard van de vergoeding verband houdt met de verminderde arbeidskracht en daarom belastingvrij is.

Hof Den Haag 11 juni 1993, V-N 1993, p. 3676, FED 1993, 763 tijdelijke ao winkelier belast

Betrokkene die een eenmanszaak in herenmode dreef, loopt als gevolg van een verkeersongeval in 1984 letsel op. Alhoewel dat niet helemaal duidelijk wordt uit het arrest, lijkt het ongeval tot tijdelijke arbeidsongeschiktheid te hebben geleid. In oktober 1988 wordt in een dading met de verzekeraar de schadevergoeding vastgesteld op ƒ 433.000. De fiscus stelt zich op het standpunt dat van de totale schadevergoeding een bedrag van ƒ 23.000 kan worden aangemerkt als vergoeding voor materiële schade terwijl hij een bedrag van ƒ 80.000 beschouwt als smartengeld. Het restant, ƒ 330.000 is naar mening van de fiscus compensatie voor bedrijfsschade en vormt derhalve een als winst te belasten schadevergoeding. Ook hier weer mede op basis van de gebezigde terminologie komt het hof tot het oordeel dat een belangrijk deel van de schadevergoeding die door betrokkene werd ontvangen, betrekking heeft op inkomensschade door gederfde of te derven winst. Het hof acht ƒ 300.000 belast als winst.

Belasting onderneming akte dading specificatie 67 jaar Hof Arnhem 7-2-1992 ongep.

De akte van dading is niet gespecificeerd. Verlies aan inkomsten uit onderneming zijn gevorderd. Het is niet aannemelijk dat een 67-jarige die zijn werk afbouwde nog een fors bedrag voor verlies aan arbeidsvermogen kan vorderen. Aangenomen wordt dat verlies aan inkomstenderving werd uitgekeerd, wat belastbaar is.

Hof Arnhem 7 februari 1992, V-N 1992, p. 16101 tijdelijke ao kapper belast

Een zelfstandig kapper krijgt een verkeersongeval in 1984. Als gevolg daarvan is hij tijdelijk arbeidsongeschikt, ongeveer gedurende een jaar. In de onderhandelingen met de verzekeraar wordt gesproken en gecorrespondeerd over inkomensnadeel en schadevergoeding ter compensatie van kosten in verband met vervangende arbeidskracht. Uiteindelijk ontvangt gelaedeerde een bedrag van ƒ 180.000 in de vorm van een lumpsum-vergoeding. Het hof oordeelt, onder andere vanwege de gehanteerde terminologie zoals die uit de gedingstukken blijkt, dat een belangrijk deel van de schadevergoeding, ƒ 117.500, moet worden belast als winst uit onderneming c.q. als vergoeding voor gederfde winst ex art. 31 lid 1.

Belasting verlies arbeidsvermogen Hof Arnhem 1-8-1989 Fisc. Weekblad 1990, 501

Ondanks dat de akte van dading de vergoeding niet preciseert moet gezien het rapport van de deskundige van de verzekeringsmaatschappij aangenomen worden dat de schadeloosstelling gegrond is op de door de aanrijding verminderde werkkracht van belanghebbende. De benoeming is niet relevant maar de oorzaak van de vergoeding.

Belasting garantie fraus legis Verbond LV 1-8-1994 94, 75

Negatief advies om verplichting in de belastinggarantie op te nemen om een uitkering niet te vermelden in de belastingaangifte.

HR 29 juni 1983 VR 1985, 36 smartegeld niet belastbaar bij 1638x BW

Nu in het onderhavige geval niet de dienstbetrekking de conditio sine qua non van de schade was, is er voor de vraag naar de belastbaarheid van de vergoedingen onvoldoende oorzakelijk verband met de dienstbetrekking.
Dat belanghebbende de keuze had tussen een actie op grond van art. 1638x BW en art. 1401 en volgende van het BW is daarvoor ilustratief.
dat door een werkgever op grond van diens aansprakelijkheid voor een aan zijn werknemer overkomen ongeval aan deze werknemer betaalde vergoedingen voor immateriele schade en verlies aan arbeidskracht — behoudens bijzondere omstandigheden, zoals bepaalde afspraken in de arbeidsovereenkomst, waaromtrent te dezen echter niets is vastgesteld — niet zo zeer hun grond vinden in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moet worden aangemerkt; (vgl HR 6 september 1978 en 4 april 1979, BNB 1979, 208 en 209, de belastbaarheid als loon uit dienstbetrekking van hetgeen de belastingplichtige van zijn werkgever ontvangt als vergoeding voor immateriele schade, hangt ervan af of die vergoeding zijn grond vindt in de dienstbetrekking, aangenomen moet worden dat hetzelfde geldt voor hetgeen wordt vergoed ter zake van verlies van arbeidskracht in het algemeen en dat voor de belastbaarheid van die vergoedingen het karakter daarvan niet van betekenis is)

 

Overlijden

RvdW 92, 62 Reindersarrest

Pensioenpremie

Regresrecht werkgever voor werknemersdeel pensioenpremie.

De werkgever verkeert in dezelfde positie als UWV / bedrijfsvereniging (HR 24 oktober 2003, AF7002 art. 6:107a BW strekt ertoe de werkgever van een zieke of anderszins arbeidsongeschikte werknemer, die krachtens art. 7:629 BW (...) is gehouden het loon van de werknemer door te betalen gedurende 52 weken van diens ziekte of arbeidsongeschiktheid, wat betreft zijn regresmogelijkheden in dezelfde positie te plaatsen als waarin de desbetreffende bedrijfsvereniging verkeerde voordat art. 7:629 BW in zijn huidige vorm was ingevoerd).

De BV had een vordering voor pensioenpremies zonder onderscheid tussen werkgevers- en werknemersdeel volgens Rb Groningen 13.02.1959; NJ 1959, 538 en Rb Zwolle 13.05.1970; NJ 1970, 313; De Jong / BV Metaalnijverheid.
Doorgeredeneerd heeft de werkgever ook een vorderingsrecht daarvoor. Echter door HR 01.02.1974; NJ 1974, 391; Detam / Visscher; (geen ZW- of WAO-regres voor werkgeverspremies) moet dat beperkt worden tot het werknemersdeel (vgl Rb Den Haag 24.10.1983; rolnr. 80/4342; Gemeente Alphen aan den Rijn / H.V.S.; VOA-regres voor werknemersaandeel in ABP-pensioenpremie).

De werkgever heeft ontleent het vorderingsrecht volgens de tekst van art. 6:107a BW (lid 1 Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, houdt de rechter bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de gekwetste aanspraak kan maken rekening met de aanspraak op loon die de gekwetste heeft krachtens artikel 629, lid 1, van Boek 7 of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomst). Dat artikel legt geeft een vorderingsrecht voor de loondoorbetalingsverplichting uit art. 7:629 BW: (lid 1, Voor zover het loon niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, behoudt de werknemer voor een tijdvak van 104 weken recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar de eerste 52 weken ten minste op het voor hem geldende wettelijke minimumloon, indien hij de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling daartoe verhinderd was) en hetgeen waartoe de arbeidsovereenkomst verplicht.

De pensioenpremie is een bedrag dat de werkgever op het loon inhoudt en aan het pensioenfonds afdraagt overeenkomstig de pensioenovereenkomst of -reglement. De werknemer heeft recht op het loon maar moet daarvan een stukje afstaan, zoals pensioenpremie, spaarloon enz. Omdat pensioenpremie een loononderdeel is dat de werkgever verschuldigd is aan de werknemer maar via het pensioenfonds betaalt heeft de werkgever in beginsel een vorderingsrecht daarvoor.

In het normale bruto netto traject bereken je de consumptieruimte door van het brutoloon ook de pensioenpremie af te trekken. Dat is algemeen geaccepteerd. Maar even hard staat daar tegenover dat dan ook de pensioenschade betaald moet worden.
Laat je de benadeelde de eigen pensioenvoorziening bekostigen door de pensioenpremie niet af te trekken zonder ongeval, dan ontvangt hij zo het geld om die voorziening zelf te bekostigen en kan hij geen pensioenschade meer vorderen. In zekere mate is dat lood om oud ijzer.
Beide mogelijkheden zijn in omstandigheden redelijk.

Een beroep op het civiele plafond, door te stellen dat netto voor de werknemer bruto onder aftrek van o.a. pensioenpremie is, kan redelijk zijn als voor de werknemer geen pensioenschade ontstaat, bijvoorbeeld als bij ziekte sprake is van vrijstelling van pensioenpremie. Dat is alleen gebruikelijk bij blijvende arbeidsongeschiktheid.

Het verdient aanbeveling alleen bij blijvende a.o. de pensioenpremieafdracht namens de werknemer door de werkgever van regres uit te sluiten als aannemelijk is dat sprake kan zijn van blijvende arbeidsongeschiktheid. Het ligt voor de hand om dan te vragen naar de vrijstellingsregeling in de pensioenovereenkomst.

Regresnemers

WAO Bruto netto AAW deskundigenkosten Lisv / Europeesche Hof Amsterdam 19-3-1998, Jur 51

Tot de vordering van het Lisv behoort niet het fictieve AAW bedrag. Het Lisv heeft dit bedrag reeds afgetrokken van haar vordering. Door deze vordering af te zetten o.g.v. art 90 WAO tegen het bedrag dat de verzekerde zelf zou hebben kunnen vorderen verminderd met de AAW zou er gekomen worden tot een dubbele AAW aftrek. Daartoe geeft de tekst van de WAO geen aanleiding.
Als een debiteur verplicht is een geldsom te betalen maar daaraan niet voldoet heeft het Lisv als iedere crediteur recht op vergoeding van de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening in rechte op grond van art. 6:96 lid 2 BW. Noch art 90 WAO, noch het stelsel van de WAO noch enige andere rechtsregel noopt tot een andere conclusie. (vgl HR 5-12-1997, RvdW 1997, 245)
(Cassatie ingesteld?).

WAO bruto netto AAW Rb Den Haag 29-1-1997 ongep.

Het is wenselijk de minst gecompliceerde verhaalswijze te hanteren, daarvoor benadert de rechtbank het civiele plafond op dezelfde wijze als bij de VOA derhalve netto. De gelaedeerde zou aanspraak kunnen maken op de AAW daarom moet de AAW op het civiel plafond in mindering worden gebracht.

Werkgever Loondoorbetaling WULBZ Verbond circ. Mot l 97/10

Per 1-3-1996 (of 1-2-1996) is de werkgever verplicht 52 weken loon door te betalen. De Veegwet Stb 1995, 691 bepaalt dat het regresrecht netto is. Zie ook parlementaire geschiedenis en Memorie van Toelichting. Verbond adviseert met circ. Mot l 97/10 het ZW convenant te volgen, netto is 76% bruto. Standaard vragen of men ook een ziekengeldverzekering heeft gesloten.

Werkgever loondoorbetaling bruto Hof Amsterdam 23-12-1993 VR 95, 23

De VOA is een zeer specifieke wetgeving. Er is geen aanleiding Sterpolis / Staat HR 25-2-1994 analoog toe te passen. Er moet bruto betaald worden aan de werkgever nu de WAM-verzekeraar geen aanbod heeft gedaan tot regeling waardoor de schade netto zou zijn gebleven.

Werkgever belasting inkomsten loon cessie bruto Hof Amsterdam 23-12-1993 VR 95, 2

De werkgever die door cessie de vordering van de werknemer overneemt kan bruto inkomstenderving vorderen als de werkgever in de CAO periode niet heeft aangeboden inkomstenschade netto te vergoeden en geen contact met de werkgeer daarover heeft opgenomen.

Begroting