Begroting

Belasting.

Kapitalisatieschijf van Pals.

Concreet of abstract.
Loopbaan en jeugdigen.
Methode, Verzekering
Pensioen
Rekenrente
Vergelijking zonder en met ongeval


Concreet

Hoge Raad 5 december 2008, Rijnstate / Reuver,  BE9998 abstracte schadeberekening bij vergoeding huishoudelijke hulp, professionele hulp

Bij letselschade moeten de kosten van huishoudelijke hulp door de aansprakelijke persoon aan de benadeelde worden vergoed indien deze ten gevolge van het letsel niet langer in staat is de desbetreffende werkzaamheden zelf te verrichten, voor zover het gaat om werkzaamheden waarvan het in de situatie waarin het slachtoffer verkeert normaal en gebruikelijk is dat zij worden verricht door professionele, voor hun diensten gehonoreerde hulpverleners. Dit is niet anders indien die werkzaamheden in feite worden verricht door personen die daarvoor geen kosten in rekening (kunnen) brengen.
(vgl. Vordering van ouders tot schadevergoeding toewijsbaar, hoewel zij niet daadwerkelijk kosten hadden gemaakt of inkomsten hadden gederfd, HR 28 mei 1999, nr. C 97/329, NJ 1999, 564.
Voor vergoeding voor verzorging door vrouw bij laatste ziekte man is geen plaats indien het inschakelen van professionele hulp niet normaal en gebruikelijk is, HR 6 juni 2003, nr. C02/062, NJ 2003, 504).

Hoge Raad 30 november 2007 BA4606 zoveel mogelijk concreet wettelijke rente vanaf peildatum in het verleden toegestaan sterfte vanaf vonnis, belasting vanaf vonnis.

De rechterheeft bij het begroten van schade de vrijheid om de geleden en te lijden schade te kapitaliseren in een bedrag ineens naar een peildatum die geruime tijd voor zijn uitspraak ligt. Ook bij een dergelijke wijze van begroting blijft evenwel uitgangspunt dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk is de werkelijk geleden en te lijden schade behoort te worden begroot.

behandeld in Maandblad voor Vermogensrecht mr. C.E.C.J. Ponsioen Kapitalisatie van toekomstige schade (pdf)

RB Rotterdam 16-11-2007 BC4512 In verband met de leeftijd dient pensioennadeel aangevuld te worden boven de kantonrechtersformule

4.26. Wel is van belang dat rekening dient te worden gehouden met sterftetabellen en kapitalisatiefactoren. De kantonrechter kiest ervoor, gelet op het karakter van de ontbindingsvergoeding, hier niet een gedetailleerd onderzoek naar uit te voeren. Billijkheidshalve, rekening houdende met alle omstandigheden, wordt de vergoeding vastgesteld op €. 175.000,-- bruto. Niet van belang is dat [verzoeker] een jaar niet meer zou hebben gewerkt. Zijn verzuim (zie 4.3.) heeft alles van doen met het dispuut dat is ontstaan naar aanleiding van het opzeggen van het vertrouwen door SCW in zijn functioneren.

Loopbaan en jeugdigen

Hof Arnhem 26 april 1988, VR 1990, 152 Concrete gegevens benadeelde, secundair maatman

ten behoeve van een berekening die zoveel mogelijk is toegespitst op de omstandigheden van deze benadeelde, zal ten eerste gebruik worden gemaakt van gegevens die rechtstreeks betrekking hebben op de benadeelde. Zijn deze niet beschikbaar, dan kan het slachtoffer worden vergeleken met een “maatman”, een vergelijkbare persoon met dezelfde leeftijd, opleiding en vakbekwaamheden. Statistische gegevens, betrekking hebbend op (delen van) de gehele bevolking zoals sterftecijfers, zullen bij gebrek aan meer concrete gegevens eveneens een rol spelen.

Rb Amsterdam 17-03-1993; VR 1994, 206 loopbaan te speculatief houtbewerker

De werkgever meldde dat de capaciteiten van benadeelde zich uitstrekten tot het verrichten van verschillende montagewerkzaamheden. Wellicht zou de benadeelde in de toekomst hebben kunnen uitgroeien tot een vakbekwaam houtbewerker. Dat benadeelde zich zonder het ongeval zonder meer tot een vakbekwaam houtbewerker zou hebben ontwikkeld is onvoldoende waarschijnlijk. De ter zake gevorderde schadevergoeding was dan ook, mede gelet op zijn beperkte intellectuele capaciteiten en het niveau van zijn opleiding, als te speculatief niet toewijsbaar.

Rb Arnhem 21-12-1995 VR 1996, 208 loopbaan conciërge

Benadeelde stelt dat hij  zonder ongeval conciërge zou zijn geworden. Hij was voor het ongeval gedurende een periode van ruim vier jaren viermaal voor langere tijd als vervanger van een zieke conciërge aangesteld was geweest. De werkgever verklaarde, dat hij tot volle tevredenheid zijn werk had verricht en dat hij, gezien zijn inzet en capaciteiten, na het vertrek van de toenmalige conciërge voor de functie in aanmerking zou zijn gekomen. De rechtbank concludeerde, dat het op grond van de feiten zeer aannemelijk is, dat hij conciërge zou zijn geworden.

HR 15-05-1998; NJ 1998, 624; Vehof / Helvetia Loopbaan kansen eisen bewijs kans

De vraag of schade is geleden moet worden beantwoord door vergelijking van de feitelijke inkomenssituatie na het schade veroorzakende voorval met de hypothetische situatie bij wegdenken daarvan; daarbij komt het aan op de redelijke verwachting van de rechter omtrent de toekomstige ontwikkelingen.

De Raad verlangt niet dat de kansen worden uitgedrukt in een bepaald percentage. Uitgangspunt is dat een concrete schatting moet worden gemaakt van hetgeen de concrete benadeelde zou hebben verdiend, indien het ongeval achterwege was gebleven.

Op de benadeelde rust in beginsel de stelplicht en, bij gemotiveerde betwisting door de aansprakelijke partij, de bewijslast wat de schade is die hij in de toekomst zal lijden wegens verlies van arbeidsvermogen, het ongeval weggedacht. Aan die stelplicht en bewijslast ten aanzien van die hypothetische feiten kunnen – uit de aard ervan – geen al te hoge eisen worden gesteld. Meer dan een aannemelijk maken kan van een benadeelde niet worden gevergd. Idem  HR 13-02-2002 NJ 2003, 212.)

HR 14-1-2000 NJ 2000, 437 SAS / Interpolis redelijke verwachting, eindleeftijd ook kwade kansen

uit CBS-cijfers blijkt dat maar een klein percentage van de leerkrachten in het beroepsonderwijs na hun 58e levensjaar doorwerkt. Dit brengt met zich dat er in beginsel niet van moet worden uitgegaan dat Van Sas tot haar 65e levensjaar zou hebben doorgewerkt, tenzij in haar persoonlijke omstandigheden reden wordt gevonden om het tegendeel aan te nemen.
de rechter  kan kiezen voor afwikkeling door middel van een som ineens. Alle aspecten die een rol spelen bij de begroting van de schade zullen moeten worden verdisconteerd. De goede en kwade kansen voor beide partijen zullen moeten worden ingeschat. Aan het geschil over de omvang van de toekomstschade wordt in dat geval definitief een einde gemaakt. Bij het inschatten van de goede en kwade kansen dient de rechter uit te gaan van redelijke verwachtingen.

Rb Arnhem 30-07-2003 AI1619. Waarschijnlijkheid loopbaan onvoldoende aanknopingspunten

De werkgever meldt alleen, dat met benadeelde gesprekken zijn gevoerd over het volgen van een opleiding tot bejaardenverzorgster. Aanwijzingen dat benadeelde de capaciteiten bezat tot het volgen van de opleiding bejaardenverzorgster en dat zij een reële kans maakte tot die opleiding te worden toegelaten, bevat die brief niet en ook overigens ontbreken dergelijke aanwijzingen.

Jeugdigen

Rb. Groningen 18 april 1980, VR 1981, 4 (X./Academisch Ziekenhuis Groningen). Opleiding tot arts onvoldoende waarschijnlijk

Weliswaar heeft eiseres in 1965 haar kandidaatsexamen in de medicijnen heeft gehaald, maar naar het oordeel van de rechtbank is uit dit enkele feit niet af te leiden, dat zij vanaf 1970 een inkomen zou zijn gaan genieten, zoals door haar gesteld. Daarvoor was voor haar de toekomst, ook voordat het onderhavige ongeval haar overkwam nog te ongewis. Zij had, zoals ten processe onbetwist vaststaat, de tweede klas van het Gymnasium, zij het wellicht (deels) door ziekte, gedoubleerd en was vervolgens in de derde klas Gymnasium naar de derde klas H.B.S. gegaan, deed weliswaar in 1961 een redelijk eindexamen, maar moest daarna haar propaedeuse in de medicijnen overdoen. Bovendien was ook toen reeds haar gezondheidstoestand geenszins optimaal. (…) In redelijkheid kan desalniettemin op grond van de studieresultaten van eiseres wel worden aangenomen, dat zij omstreeks 1970 wel in de gezondheidszorg zou zijn gaan werken, ware het onderhavige ongeval haar niet overkomen, maar anderszins leiden genoemde factoren toch tot lagere uitkeringen als door eiseres gevorderd.

Rb. Leeuwarden 26 februari 1981, VR 1984, 1 (Toxopeus/Van den Akker). Concrete omstandigheden benadeelde verpleegkundige

De rb kende in verband met door een 15-jarig verkeersslachtoffer gevorderde schade wegens verlies van arbeidsvermogen betekenis toe aan het sociale milieu van het slachtoffer kwam en haar affiniteit met werkzaamheden (sociaal en contactueel werk) en haar gewenste beroep (verpleegster). Basis voor schade is veronderstelling dat zij verpleegkundige zou zijn geworden. Haar plafond in dat beroep werd  bepaald op haar 29e jaar, omdat dat overeen zou stemmen met de gemiddelde leeftijd waarop dat plafond werd bereikt.

Rb. Utrecht 21 maart 1990, VR 1991, 147 (Blaauw/Tiel Utrecht). hoofdverpleegkundige waarschijnlijk

“Als bewezen kan gelden dat eiseres, als zij in 1976 of kort daarna had kunnen beginnen met een verpleegkundigenopleiding, deze opleiding met succes zou hebben afgemaakt. De rechtbank is er verder van uitgegaan dat eiseres na voltooiing van bedoelde opleiding terstond of vrijwel terstond werk als verpleegkundige zou hebben kunnen vinden en met ingang van 1992 hoofdverpleegkundige zou zijn geworden. (…) In dit geding is voldoende aannemelijk geworden dat eiseres – in theorie, en afgezien van haar ontoereikend gebleken vooropleiding – de geschiktheid heeft gehad om verpleegkundige te worden. Ook is aannemelijk geworden dat zij de wens had tot een beroepskeuze in die richting. Van belang is voorts dat eiseres inmiddels heeft laten zien dat eigenschappen als ijver en doorzettingsvermogen, die naar ervaringsregelen mede bepalend zijn voor het slagen in een maatschappelijke loopbaan, bij haar in ruim voldoende mate aanwezig zijn. Haar pogingen om, in weerwil van de beperkingen die voor haar door het ongeval zijn veroorzaakt, een HAVO-opleiding te volgen en werkzaamheden van verscheidene aard te verrichten, verdienen in dit verband vermelding.”

Rb Zutphen 30-05-1991 VR 1992, 150 Algehele vergoeding jeugdigen, fonds

Slechts zeer bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven tot afwijking van algehele schadevergoeding.

Hof Leeuwarden 12-03-1997; VR 1998, 9 waarschijnlijkheid blijkt uit studieresultaten

In de volgende zaak oordeelde het hof, dat de studieresultaten van de benadeelde over het eerste jaar en de tot op dat moment door haar getoonde capaciteiten aannemelijk maakten, dat zij na vier jaren haar HEAO-diploma en na zeven jaren haar diploma AA-consultant zou hebben gehaald.

Bindend advies J.G.Teeuwissen 16-03-1999; VR 2001, 99. Universitair hoofddocent  in 10 jaar tot eindniveau

Partijen zijn het er over eens dat Martijn een universitaire opleiding zou hebben gevolgd en voltooid. Martijn, had tot het ongeval goede schoolresultaten behaald. Zijn beide ouders waren werkzaam op doctoraal niveau. Zijn zus was een universitaire studie (psychologie) gestart. Uitgaande van zijn goede prestaties en gebleken aanleg tot het moment van het ongeval kan als uitgangspunt worden genomen dat hij op het salarisniveau van een universitair docent zou zijn gestart. Daarbij geldt dat in beginsel inschaling in schaal 10, periodiek 0 van de CAO Nederlandse Universiteiten plaatsvindt. Volgens de CAO die gold van 1 april 1997 tot 1 januari 1999 komt dat neer op een bruto-aanvangssalaris van ƒ 3.882 per maand. Hij zou in tien jaren van de aanvangsschaal naar het maximum groeien.
Een universitair hoofddocent start in schaal 13 en kan bevorderd worden naar schaal 14. Deze bevordering is geen automatisme. Gelet op de hypothetische situatie die hier aan de orde is, acht ik het redelijk in dit geval wel uit te gaan van een doorgroei tot universitair hoofddocent, maar daarbij het maximum salaris te beperken tot het maximum van schaal 13 van de CAO Nederlandse Universiteiten (dit maximumbedrag is volgens de CAO van 1 april 1997 tot 1 januari 1999 ƒ 8.907 bruto per maand).

Rb Arnhem 22-02-2006 AW1831 academisch of HBO niveau

Niveau waarschijnlijk mede door bovengemiddelde intelligentie volgens prof. Wokke en dr. Bruins

NRL 2009
Tabel 1 Carrièrepatronen volgens de Indicateur Jonggehandicapten 2


opleiding 

gemiddeld

  duur

begin-

eind

carrière

salaris

vmbo

20.000

30.000

6

jr

mbo

24.000

36.000

12

jr

hbo

32.000

59.000

16

jr

wo

34.000

83.000

18

jr

Methode afdoening, verzekering

Koopsom lijfrente arbeidscapaciteit Pals

Een koopsom voor een lijfrente met een belastinggarantie is het meest in overeenstemming met de aard van toekomstige schade wegens gemis aan arbeidsvermogen Rb Arnhem 23-11-1989 VR 96, 208 en p. 281

Saldomethode lijfrente VR 91, 147

De vergoeding van de schade door het verschaffen van een lijfrente is een juiste vorm van schadevergoeding.
Idem VR 90, 71 en ook NJ 91, 226
Het te vergoeden bedrag moet echter vrij besteedbaar zijn.
Contrair VR 90, 164

Pensioen

Standaard pensioenopbouw:

maximum opbouw 40 jaar

Per jaar 1,75% opbouw,

Franchise 10/7 x AOW

 

Rekenrente

Rechtbank Zwolle-Lelystad 23-01-2008 BC5664 rekenrente 3% ex fiscale component, WAO-voorbehoud toegewezen

Eindafwikkeling letselschade. 1. Rekenrente. De rechtbank oordeelt dat de huidige cijfers betreffende het gemiddeld haalbare rendement en de inflatie een rekenrente van 3% aanvaardbaar maken. In deze rekenrente van 3% is nog geen rekening gehouden met de fiscale schadecomponent, die ziet op de te verwachten belastingheffing. 2. WAO-voorbehoud toegewezen.De rechtbank overweegt: "Gelet op de huidige ontwikkelingen binnen het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is onzekerheid omtrent het voortbestaan en de toekomstige omvang van sociale voorzieningen bepaald aanwezig. Nu het bij uitkeringen als hier bedoeld gaat om een niet te verwaarlozen onderdeel van het inkomen, is het terecht dat (benadeelde) op dit punt de weg openhoudt naar een aanvullende schadevergoeding." (noot Schneider in Letsel & Schade, nr. 2 2008).

2003 Rechtbank: 19 februari 2003 Nieuwsbrief Personenschade rekenrente 0% en 3%.

In een letselzaak oordeelt de Rechtbank jaarschades over de periode 2003 tot en met 2007 nominaal moeten worden vergoed, derhalve rekenrente 0%. Vanaf 2008 tot 2025 dient met een rekenrente van 3% te worden gerekend.
Rechtbank Zutphen, 19 februari 2003
rolnummer: 24745 I HA ZA 99-424
http://www.pivkennisnet.nl/Smartsite.shtml?id=1&goto=279500

Vergelijking zonder en met ongeval

Arbeidsvermogen eisen bewijs 19 ziekenverzorgster HR 15-5-1998, RvdW 1998, 110 c

Het verlies van arbeidsvermogen wordt berekend door de feitelijke inkomenssituatie na het ongeval te vergelijken met de hypothetische situatie dat het ongeval niet zou hebben plaatsgehad. De benadeelde dient het bewijs van die hypothetische situatie te leveren. Daarbij mogen aan de benadeelde geen strenge eisen worden gesteld. De veroorzaker heeft immers de mogelijkheid ontnomen daarover zekerheid te krijgen. Bij de vergelijking gaat het om de redelijke kans. De rechter hoeft dat niet uit te werken door een kanspercentage te specificeren.

HR 9-6-1995 RvdW 95, 129 Schadebegroting berekening vermogensschade

De schadelijder kan hoogstens vorderen het nadelig verschil tussen de financiële situatie waarin deze is komen te verkeren ten opzicht van de situatie waarin deze redelijkerwijze verkeerd zou hebben zonder onrechtmatige daad of wanprestatie.(zie ook HR 3-4-1992, NJ 92, 396)

 


Personenschade