Immateriële schade

1984 Rapport smartegeld in pdf. Sterftetafel 1970 pdf

Shockschade zie ook overlijden jurisprudentie

Rb. Midden-Nederland 6 februari 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ0813, JA 2013, 54, m.nt. Van Beurden, RAV 2013, 47 coma

Verknochtheid zie familierecht, gemeenschap

 

Rechtbank Utrecht 04 juli 2012 BX5644 Rekening houden met inflatie door terug te gaan naar ongevalsdatum, daarna alleen wettelijke rente

Naar huidige maatstaven is in het onderhavige geval een vergoeding voor immateriële schade van € 100.000,00 een passende vergoeding. Het ongeval deed zich evenwel voor in 2001. In die tijd was een bedrag van € 100.000,00 voor het letsel als het onderhavige minder gangbaar. Gevalsvergelijking zou dan leiden tot een bedrag van circa ƒ 150.000,00. De rechtbank begroot de immateriële schade, naar de maatstaven van 2001, op € 70.000,00, waarbij zij (nogmaals) wenst te benadrukken dat dit bedrag naar huidige maatstaven gezien de aard en ernst van het letsel hoger zou uitvallen. In zoverre zal de rechtbank het verzoek toewijzen.

Rechtbank Amsterdam 4 april 2007 BB1862 smartengeld inflatie niet terugrekenen

Benadeelde heeft bij ongeval in 1998 gebroken wervels en een gebroken arm opgelopen. 1. De rechtbank stelt vragen aan orthopaed na deskundigenbericht over het b.i.-percentage (28 of 31%).
Smartengeld: de rechtbank overweegt dat de immateriële schadevergoeding naar billijkheid zal worden begroot met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, dus ook met het feit dat het ongeval in 1998 heeft plaatsgevonden. Daarbij zal worden gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend met inachtneming van de sinds deze uitspraken opgetreden geldontwaarding (vgl. Hoge Raad 17 november 2000, NJ 2001, 215). Standpunt van verzekeraar dat het smartengeld moet worden gewaardeerd naar het tijdstip van het ongeval (1998) zonder indexering, omdat anders sprake zou zijn van een ‘dubbele verhoging’ wegens geldontwaarding, aangezien in de wettelijke rente ook een component van geldontwaarding zit, strookt niet met uitspraak Hoge Raad, aldus de rechtbank.
3. De rechtbank gelast comparitie met oog op in te schakelen arbeidsdeskundige en ter beproeving minnelijke regeling.
(vgl. HR 26 maart 1993 NJ 1995, 42 Toewijzing van compensatoire interessen naast wettelijke interessen ex art. 1286 (oud) BW over dezelfde hoofdsom en periode is niet toegestaan. De stelling dat schade door geldontwaarding niet (voldoende) wordt vergoed door de wettelijke rente en dus als een zelfstandige schadepost moet worden erkend vindt geen steun in het recht).

HR 20-09-2002, NJ 2004, 112coma Immateriële schade (nabestaanden) benadeelde over periode bewusteloosheid?

HR 22-11-2002, RvdW 2002, 187smartengelduitkering, faillissement

Faillissement; omvang faillissementsboedel; in vordering of overeenkomst geconcretiseerde aanspraak op smartengeld; redelijkheid en billijkheid; ongerechtvaardigde verrijking.
De wetgever heeft de aanspraak op smartengeld als hoogstpersoonlijk aangemerkt en deze aanspraak aan beslag en executie, en dus ook aan het faillissement, onttrokken. Deze uitzonderingspositie heeft de wetgever evenwel niet gerechtvaardigd geacht indien de rechthebbende zijn aanspraak heeft geconcretiseerd in een vordering of overeenkomst. De eisen van redelijkheid en billijkheid dwingen niet ertoe te aanvaarden dat de vergoeding van immateriële schade buiten het faillissement valt. Ook kan niet gesproken worden van ongerechtvaardigde verrijking. HR 5 september 1997, NJ 1998, 437 (Ontvanger-Hamm) doet aan een en ander niet af.

HR 22-11-2002, VR 2003, 94faillissementsboedel

Het recht op uitkering van smartengeld verliest door het aangaan van een vaststellingsovereenkomst zijn hoogstpersoonlijk karakter, zodat het niet meer buiten de faillissementsboedel valt.

HR 17-11-2000 NJ 2001, 215 Smartegeld inflatie belastinggarantie vaststelling besteding

Bij de begroting van de naar billijkheid vast te stellen vergoeding voor immateriële schade voor lichamelijk letsel dient de rechter rekening te houden met alle omstandigheden, i.h.b. de aard en de ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor de betrokkene. De begroting is voorbehouden aan de feitenrechter die niet is gebonden aan de gewone regels omtrent stelplicht en bewijslast. Wel kan in cassatie worden getoetst of de rechter heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip immateriële schade of omtrent de wijze van begroting. De rechter dient te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, e.e.a. met inachtneming van de opgetreden geldontwaarding; de ontwikkelingen in het buitenland kunnen niet beslissend zijn. De onderhavige vergoeding is naar haar aard niet afhankelijk van de voorgenomen wijze van besteding zodat de rechter op dat punt niet tot motivering is gehouden.
Het ligt op de weg van eiser om zelf de fiscale consequenties van het smartegeld te dragen.
De aard van de onderhavige vergoeding brengt mee dat deze niet afhankelijk is van de voorgenomen wijze van besteding.

Hof Den Bosch 01-04-1998 NJ 1999, 260 Kosten beperking immateriële schade paarden BW 6:96 lid 2 sub a

De kosten voor het zadelmak maken van drie paarden gedurende de revalidatie van drie jaar à f 70000 kunnen worden aangemerkt als kosten ter voorkoming of beperking van immateriële schade en komen voor zover redelijk voor vergoeding in aanmerking. Redelijk is het bedrag aan immateriële schade die de betrokkene zou hebben geleden indien hij de kosten niet zou hebben gemaakt, welk bedrag het Hof schat op f 15000.

Rb Den Bosch 17-11-1997 Prg 1998, 4909; VR 1998, 58 Smartegeld bijstand ABW RWW

Een "doel"uitkering als smartegeld dient bij de vermogensvaststelling in het kader van de ABW buiten beschouwing te blijven, aangezien de uitkering naar haar aard bedoeld is om de immateriële gevolgen van een ongeval te compenseren. De hoogte van de uitkering dient zo objectief mogelijk te worden vastgesteld en mag niet exorbitant hoog zijn en geen oneigenlijke elementen bevatten.
Zie ook KB 17-2-1986, nr 84, JABW 86, 184; KB 28-10-1987, 38, JABW 1988, 103.

Rb Amsterdam 10-7-1996 ongep. Smartegeld hersenletsel hoogte 96% b.i.

Bij hersenletsel waarbij het denkproces mogelijk ongestoord is maar niet tot uitdrukking gebracht kan worden en er sprake is van 96% b.i. is er sprake van letsel in de ernstigste categorie. Het letsel is niet vergelijkbaar met dat van het aidsarrest. Er is wel reden om een aanpassing te maken voor inflatie. Dat het maatschappelijk oordeel ten aanzien van smartegeld in de loop van de jaren aanzienlijk is gewijzigd in die zin dat hogere bedragen dienen te worden toegekend kan niet aanvaard worden, f 150000 toegewezen.

Rb Amsterdam 5-7-1995 NJ kort 95, 35 Beroep Hof Amsterdam 6-8-98 Ouders smartegeld baby Joost

De ouders hebben een zelfstandige aanspraak op de juiste nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Zij hebben een zelfstandig belang bij een gezond kind. Zij gaan de overeenkomst niet alleen aan voor het kind, maar ook voor zichzelf. Enerzijds ter nakoming van hun verplichting om het kind op te voeden en te verzorgen, anderzijds om te voorkomen dat het kind hulpbehoevend wordt. Art. 1407 BW staat aan een vordering uit contract niet in de weg nu het toeziet op onrechtmatige daad. De ouders eisen f 200000. f 100000 wordt toegewezen. Het letsel bestaat uit een ernstige hersenbeschadiging, zwaar spastisch, blijven functioneren als een baby.
- het leven van de ouders is ontwricht,
- het dagelijks geconfronteerd zijn met het kind veroorzaakt gederfde levensvreugde,
- de andere kinderen krijgen niet de aandacht die zij hen willen geven,
- de invulling van het eigen persoonlijk leven is beperkt.
Bezwaar:
Er is geen sprake van een aantasting van de gezondheid van de ouders. Een psychiatrisch ziektebeeld is noch gesteld noch erkend.
De behandelingsovereenkomst is gebaseerd op een vertegenwoordigingsconstructie.
De norm dat de arts een kind behoorlijk dient te behandelen ziet niet toe op de bescherming van de ouders.
Beroep Hof contrair
De WGBO (art. 7:446 BW) biedt geen aanknopingspunt voor het oordeel van de rechtbank dat de ouders niet alleen qualitate qua, maar ook pro se een overeenkomst met de artsen zijn aangegaan. Ook de algemene rechtsbeginselen aangaande de totstandkoming van overeenkomsten geven geen grond voor dit oordeel. Er is mitsdien geen overeenkomst met de ouders tot stand gekomen.
Een vordering op de basis dat de artsen ook jegens de ouders onrechtmatig gehandeld hebben stuit tegen art. 1407 BW, waarin is bepaald dat bij letsel alleen de gewonde zelf een vordering heeft.
De vordering kan niet worden gebaseerd op aantasting van de persoon als bedoeld in art. 6:106 BW. De schade van de ouders is niet het gevolg van de door hen ervaren schok maar van de kunstfout waardoor de schok ontstond.
Er is geen sprake van onrechtmatig handelen jegens de ouders door schending van art. 8 EVRM, aangezien dat niet strekt tot bescherming van het volgens de ouders geschonden belang.
Voor wat betreft de materiële schade kan art. 6:107 BW mbt. verplaatste schade niet anticipatoir worden toegepast.

Smartegeld, beenamputatie, zelfredzaamheid schadeposten vervoer AAW wettelijke rente Rb Amsterdam 17-3-1993 VR 94, 206

Ziekenhuisopname 2 maanden, verpleeghuis 6 maanden revalidatieinrichting 5 maanden, goed zittende prothese, enige last van genezende ulcus, redelijke toestand f 75000. AAW betaalt open vervoer. Noodzaak gesloten vervoer is medisch niet vastgesteld, reed voor ongeval op brommer, geen kosten auto. Kleding wordt indien nodig door AAW betaald.
Zelfredzaamheid, deed alles zelf in en rond huis, te weinig inkomen om het te laten doen, klein huis, f 1500 p.j.
Vakantie, met handicap kan hij niet meer kamperen en is aangewezen op een duurdere vakantie, aanvaard voor f 500 p.j.
Verlies aan arbeidsvermogen slechts voor zover concreet ontstaan. Gezien laag intellectueel niveau verhoging niet aannemelijk, de geschetste mogelijkheden te vaag.
Wettelijke rente dient eerst uit voorschot geput te worden.

HR 8-7-1992 NJ 92, 714 RvdW 92, 189 Aids voorschot smartegeld

Bij een onjuist toegediende injectie met een vuile spuit wordt f 300000 als voorschot op smartegeld toegekend.

Schadeposten