Werkgever

Asbest.
Bruto netto.
Collegaverweer.
Gezinsverband.
Vorderingsrecht.

Asbest

Rb Rotterdam 5-11-2003 NJ Feitenrechtspraak 2004, 104) Asbest regres werkgever tegen vorige werkgever ex 6:107a BW

Hoewel huidige werkgever regres uitoefent uit een door wet zelfstandig verleend recht en niet uit subrogatie, wordt die vordering toch geregeerd door art. 7:658 BW en heeft de verhalende werkgever dezelfde stelplicht en bewijslast die de werknemer zelf op grond van art. 7:658 BW zou hebben gehad. Er is geen goede reden om de actie uit art. 7:658 BW tegen de voormalige werkgever anders te beoordelen dan de vordering uit art. 6:107a BW, nu het uiteindelijk gaat om vraag of vroegere werkgever aansprakelijk is (

Bruto netto

2011 Regresrecht werkgever voor werknemersdeel pensioenpremie.

De werkgever verkeert in dezelfde positie als UWV / bedrijfsvereniging (vgl. HR 24 oktober 2003, AF7002 art. 6:107a BW strekt ertoe de werkgever van een zieke werknemer, die krachtens art. 7:629 BW (...) is gehouden het loon van de werknemer door te betalen gedurende 52 weken van diens ziekte of arbeidsongeschiktheid, wat betreft zijn regresmogelijkheden in dezelfde positie te plaatsen als waarin de desbetreffende bedrijfsvereniging verkeerde voordat art. 7:629 BW in zijn huidige vorm was ingevoerd).

Vroeger werd een vordering voor pensioenpremies zonder onderscheid tussen werkgevers- en werknemersdeel toegewezen in Rb Groningen 13.02.1959; NJ 1959, 538 en Rb Zwolle 13.05.1970; NJ 1970, 313; De Jong / BV Metaalnijverheid.

Doorgeredeneerd heeft de werkgever ook een vorderingsrecht daarvoor in de huidige omstandigheden. Echter door HR 01.02.1974; NJ 1974, 391; Detam / Visscher; (geen ZW- of WAO-regres voor werkgeverspremies) moet dat beperkt worden tot het werknemersdeel (vgl Rb Den Haag 24.10.1983; rolnr. 80/4342; Gemeente Alphen aan den Rijn / H.V.S.; VOA-regres voor werknemersaandeel in ABP-pensioenpremie).

De werkgever ontleent het vorderingsrecht uit art. 6:107a BW (lid 1 Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, houdt de rechter bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de gekwetste aanspraak kan maken rekening met de aanspraak op loon die de gekwetste heeft krachtens artikel 629, lid 1, van Boek 7 of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomst). Dat artikel geeft een vorderingsrecht voor de loondoorbetalingsverplichting uit art. 7:629 BW: (lid 1, Voor zover het loon niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, behoudt de werknemer voor een tijdvak van 104 weken recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar de eerste 52 weken ten minste op het voor hem geldende wettelijke minimumloon, indien hij de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling daartoe verhinderd was) en hetgeen waartoe de arbeidsovereenkomst verplicht.

De pensioenpremie is een bedrag dat de werkgever op het loon inhoudt en aan het pensioenfonds afdraagt overeenkomstig de pensioenovereenkomst of -reglement. De werknemer heeft recht op het loon maar moet daarvan een stukje afstaan, zoals pensioenpremie, spaarloon enz. Omdat pensioenpremie een loononderdeel is dat de werkgever verschuldigd is aan de werknemer maar via het pensioenfonds betaalt heeft de werkgever in beginsel een vorderingsrecht daarvoor.

In het normale bruto netto traject bereken je de consumptieruimte door van het brutoloon ook de pensioenpremie af te trekken. Dat is algemeen geaccepteerd. Maar even hard staat daar tegenover dat dan ook de pensioenschade betaald moet worden.
Laat je de benadeelde de eigen pensioenvoorziening bekostigen door de pensioenpremie niet af te trekken zonder ongeval, dan ontvangt hij zo het geld om die voorziening zelf te bekostigen en kan hij geen pensioenschade meer vorderen. In zekere mate is dat lood om oud ijzer.
Beide mogelijkheden zijn in omstandigheden redelijk.

Een beroep op het civiele plafond, door te stellen dat netto voor de werknemer bruto onder aftrek van o.a. pensioenpremie is, kan redelijk zijn als voor de werknemer geen pensioen-schade ontstaat, bijvoorbeeld als bij ziekte sprake is van vrijstelling van pensioenpremie. Dat is alleen gebruikelijk bij blijvende arbeidsongeschiktheid.

Het verdient aanbeveling alleen bij blijvende a.o. de pensioenpremieafdracht namens de werknemer door de werkgever van regres uit te sluiten als aannemelijk is dat sprake kan zijn van blijvende arbeidsongeschiktheid. Het ligt voor de hand om dan te vragen naar de vrijstellingsregeling in de pensioenovereenkomst.

CV

HR 24-10-2003 RvdW 2003,163 Civiel plafond van art. 6:107a BW laat geen bruto verhaal tot hoogte kosten toe

Art. 6:107a BW moet zo worden uitgelegd dat geen verhaal kan worden gezocht voor eventuele inkomstenbelasting en premies voor sociale verzekeringen. Deze regel moet ook worden aangenomen in die gevallen waarin civiel plafond nog niet wordt overschreden. Daardoor wordt eenvoudige en voor praktijk goed hanteerbare maatstaf verkregen en uniformiteit voor de diverse regresnemers.

Collega verweer

 

Hof Amsterdam, 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3717 zorgverzekeraar subrogeert niet in vordering op ingeleende collega

Onder de door de wetgever gekozen bewoordingen in art 7:962 lid 3 BW “degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde” wordt niet alleen de collega met een dienstverband verstaan maar ook de collega die is ingeleend.


Rb. Leeuwarden 21-11-2012 BY6954, collegaverweer niet bij materiële werknemer.

Arbeidsongeval werknemer ten tijde van het verrichten van werkzaamheden voor inlenende werkgever. Werknemer heeft formele werkgever aansprakelijk gesteld voor geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval. Formele werkgever heeft aansprakelijkheid erkend. Vraag of formele werkgever ter zake de schade een verhaalsrecht heeft op de materiële/inlenende werkgever.

Vraag regres ziektekostenverzekeraar en werkgever in 2011, collegaverweer (zie ook mails, inloggen)

De werkgever heeft in mijn ogen geen vorderingsrecht. In Hoge Raad, 24 oktober 2003, LJN-nr: AF7002 overweegt de Hoge Raad: " Art. 6:107a BW strekt ertoe de werkgever van een zieke of anderszins arbeidsongeschikte werknemer, die krachtens art. 7:629 BW (...) is gehouden het loon van de werknemer door te betalen gedurende 52 weken van diens ziekte of arbeidsongeschiktheid, wat betreft zijn regresmogelijkheden in dezelfde positie te plaatsen als waarin de desbetreffende bedrijfsvereniging verkeerde voordat art. 7:629 BW in zijn huidige vorm was ingevoerd. (Vgl nadere conclusie AG 4.10.1 en 2.) Weliswaar is dit in bruto netto verband geschreven, maar niet valt in te zien waarom het vorderingsrecht niet gelijk moet zijn aan de WAO op andere gebieden.
Vgl: Regres werkgever in gezinsverband Rb Arnhem 03-03-2004 AP1312
In artikel 6:107a BWzijn geen beperkingen op het regresrecht van de werkgever te lezen. Het artikel is niet anders dan dat van gelijksoortige bepalingen in wettelijke regelingen omtrent loonvervangende uitkeringen waarvoor de Hoge Raad heeft beslist dat regres op gezinsleden niet mogelijk is.
De rechtbank meent dat het moment dat de aansprakelijke persoon gekwalificeerd moet zijn als degene met wie het slachtoffer een gemeenschappelijke huishouding voerde de periode is waarin het slachtoffer aanspraak heeft verkregen op loondoorbetaling omdat aangenomen moet worden dat het slachtoffer dat loon toen heeft aangewend ter bestrijding van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding (vgl. HR 25 januari 1991, NJ 1992, 706)
Volgens mij is gelijk geoordeeld mbt het collega verweer maar ik kan de uitspraak niet vinden.

Nagegaan moet dus worden wat de positie van de sociale verzekeraar was.

CV

Anders Rb leeuwarden 21-11-2012 117891(inloggen): Het collega verweer kan slechts worden ingeroepen door een cllega en gaat niet zover dat het ook kan worden ingeroepen door een inlenende materiële werkgever

 

Gezinsverband

Regres werkgever in Rb Arnhem 03-03-2004 AP1312 geen regres op gezinsleden

In artikel 6:107a BW zijn geen beperkingen op het regresrecht van de werkgever te lezen. Het artikel is niet anders dan dat van gelijksoortige bepalingen in wettelijke regelingen omtrent loonvervangende uitkeringen waarvoor de Hoge Raad heeft beslist dat regres op gezinsleden niet mogelijk is.
De rechtbank meent dat het moment dat de aansprakelijke persoon gekwalificeerd moet zijn als degene met wie het slachtoffer een gemeenschappelijke huishouding voerde de periode is waarin het slachtoffer aanspraak heeft verkregen op loondoorbetaling omdat aangenomen moet worden dat het slachtoffer dat loon toen heeft aangewend ter bestrijding van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding (vgl. HR 25 januari 1991, NJ 1992, 706)

Vorderingsrecht

Hof Den Bosch 20-4-1994 VR 96, 117 Loondoorbetaling werkgever eigen risicodrager 6 weken cessie

Een eigenrisicodrager heeft geen vorderingsrecht, dat blijft bij de BV.
Voor de eerste zes weken heeft de werkgever geen vorderingsrecht omdat hij uit 1638c BW moet doorbetalen. Voor het overige kan hij uit cessie vorderen. Zie ook NJ 1996, 349; RvdW 1995, 14; VR 1995, 185.

Rb Den Haag 16-10-1996 Werkgever cessie vorderingsrecht voorschot netto

Dat de cessie pas enkele jaren na doorbetaling van salaris is geschied staat aan een geldige overdracht niet in de weg nu in de CAO is opgenomen dat de betaling bij wijze van voorschot geschiedt. De overdracht kan niet voor meer geschieden dan de bestaande rechten van de werknemer, derhalve netto.

Kg Tilburg 24-9-1998 Werkgever loondoorbetaling deskundigenkosten

De gedaagde is in beginsel niet gehouden buitengerechtelijke kosten te vergoeden wanneer deze zonder discussie aansprakelijkheid heeft erkend en vervolgens de vordering na ontvangst daarvan heeft betaald. Als de eiser evenwel redelijkerwijze heeft moeten aanmanen is een redelijke en gebruikelijke maatstaf om als deskundigenkosten 15% over de hoofdsom aan te merken.

BW Kg Arnhem 5-10-1998, Werkgever loondoorbetaling vakantiegeld 6:107a

Vakantiegeld valt onder het loonbegrip van art. 1638c BW (oud) Derhalve staat de werkgever daarvoor een vorderingsrecht ex art. 6:107a BW toe.
Noot C. Visser.
In de schaderegeling wordt wel gesteld dat de werkgever alleen een vorderingsrecht heeft voor het loon dat hij moet doorbetalen uit art. 1638c BW en dat de verplichting om vakantiegeld door te betalen reeds voortvloeit uit de WMM zodat de werkgever daarvoor geen vorderingsrecht heeft. Dat lijkt mij onjuist.
Art. 1638c BW geeft aan de werknemer een vordering voor vakantiegeld. Art. 6:107a BW stelt niet dat een vorderingsrecht ontbreekt als de betaling door een werkgever mede gebaseerd kan worden op een verplichting uit anderen hoofde.
De stellingname dat vakantiegeld reeds uit anderen hoofde (WMM) betaald zou moeten worden kan aangevuld worden met de stelling dat de gehele doorbetaling reeds verplicht is uit de CAO. Een dergelijke standpuntinname maakt het verhaalsrecht illusoir wat niet in overeenstemming is met de bedoeling die bij de wetgever met art. 6:107a BW voorzat. Via de civiele plafond constructie kom je ook niet tot een ontkenning van het vorderingsrecht omdat je dan met de verboden dubbele fictie in strijd komt (vgl. BV Bank / Douma HR 23-12-1994 jur 33 NJ 1996, 349; RvdW 1995, 14; VR 1995, 185)

 

Regresnemers