Politie gemeente rechten en
verplichtingen
Politiewet 1993 van kracht per 1-4-1994. Art. 1 lid 1 van de invoeringswet
Politiewet 93 zegt dat alle rechten en verplichtingen van de gemeente die toegerekend
moeten worden aan het korps van gemeentepolitie op het tijdstip van inwerkingtreding
van de Politiewet onder algemene titel overgaan op de regiopolitie waarbij die
gemeente is ingedeeld. De regiopolitie beschikt op grond van art. 21, lid 4 PW
rechtspersoonlijkheid. De regiopolitie blijft ondergeschikt aan het openbaar gezag,
bij handhaving van de openbare orde of ter uitvoering van de hulpverleningstaak
aan de burgemeester, bij strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of taken
verricht voor justitie (NJB 25-3-1994, p 391-397) Het beheer van de regiopolitie
berust op grond van art. 24 bij de burgemeester van de centrumgemeente van de
regio, hij is de korpsbeheerder, bijgestaan door de korpschef. Voor bepaalde beleidszaken
heeft de beheerder de instemming nodig van de hoofdofficier van justitie. Als
zodanig is de burgemeester orgaan van de publiekrechtelijke rechtspersoon en kan
hij niet als procespartij in een civiele procedure optreden.
Politie verantwoordelijkheid gemeente staat
Als door een fout van de gemeentepolitie schade ontstaat, wie moet die dan in
de interne verhouding dragen: de gemeente omdat de burgemeester verantwoordelijk
is voor het goed functioneren van de gemeentepolitie (art. 3 van de oude Politiewet)
of de Staat omdat de gemeentepolitie voor wat betreft het strafrechtelijk handhaven
van de rechtsorde onder het gezag van de officier van justitie staat?
De Hoge Raad neemt als uitgangspunt, dat de gemeente in beginsel aansprakelijk
is, omdat de algemene leiding, de organisatie en het beheer van de gemeentepolitie
aan de burgemeester is opgedragen en hem ook de disciplinaire bevoegdheden toekomen.
Dit is alleen dàn anders, wanneer de fout van de gemeentepolitie het
gevolg is van een onjuiste aanwijzing van het openbaar ministerie. In dat geval
dient de Staat de schade voor zijn rekening te nemen. Het belang van de hanteerbaarheid
van de tussen de Staat en de gemeente met eigen politiekorps toe te passen regresregels
verzet zich tegen verdergaande uitzonderingen. Dit klemt te meer, omdat de onderscheidene
aan de politie opgedragen taken onderling sterk verweven zijn.
In de externe verhouding, ten opzichte van derden, is de gemeente aansprakelijk
daar deze de formele werkgever is van de politie door de gezagsverhouding die
maatgevend is op grond van art. 6:170 BW (HR 25-9-1992 RvdW 92, 212).
Politie beleid diefstal causaliteit nalaten belang derde
Het behoort tot op zekere hoogte binnen de discretionaire beleidsruimte van
opsporingsambtenaren om in plaats van preventief op te treden dat achterwege
te laten teneinde diefstal op heterdaad te kunnen constateren. De schade aan
het gestolene volgt alleen causaal uit de diefstal. De politie heeft de opsporingstaak
niet op onjuiste wijze uitgeoefend (Hof Den Bosch 24-1-1994 PrG 94, 4042).
Dwangmaatregelen politie OD verdachte
Een aanvankelijke rechtvaardiging voor een strafrechtelijk politieoptreden die
later onjuist is gebleken maakt het optreden onrechtmatig behoudens aan de verdachte
zelf toe te rekenen omstandigheden. Verwijzing naar Hof Den haag 20-2-1992 rolnr.
91/89 niet gepubliceerd. Ernstig tekortschieten van het nemen van maatregelen
doet de schade aan verdachte zelf toerekenbaar zijn.
Maatgevend is mate van verdenking, en mate van toerekenbaar zijn van de schade
aan eigen handelingen (art 89 en 90 SV, HR 23-11-1990 NJ 91, 92).
Dwangmaatregelen politie OD verdachte
Het achteraf ongefundeerd blijken van een aanvankelijke rechtvaardigingsgrond
voor politieoptreden doet het optreden onrechtmatig zijn.
(Art. 89 en 90 Sv, EVRM 6,2 HR 46-1-1990 NJ 90, 794; vgl. Staat / Leffers relatieve
onrechtmatigheid HR 18-1-1991 NJ 92, 638).