Voordeelstoerekening

Zie ook zelfstandigen; voor prioriteit: toerekening vordering regresnemers en eigen schuld ;

 

Rb Den Haag 08 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:421 ABP uitkering BIV als voordeel toerekenbaar

Als de uitkering strekt tot vergoeding van dezelfde schade waarvoor de gedaagde aansprakelijk is en de ABP-uitkering als uitkering uit een schadeverzekering moet worden beschouwd dan is het militair invaliditeitspensioen in beginsel met de schade te verrekenen.

Hof Den Bosch 22 november 2011 BU7536 ongevallenverzekering politie niet verrekenbaar

Een agressieve dronken man bracht letsel toe aan een politieagent die een uitkering uit een ongevallenverzekering afgesloten door de werkgever kreeg. Deze verzekering strekt tot vergoeding van de blijvende invaliditeit van [Y.] als gevolg van het dienstongeval. Dat deze verzekering deze schadevergoeding volgens andere normen berekent dan in het algemeen op grond van art. 6:106 lid 1 sub b BW het geval is, doet er niet aan af dat het dezelfde schade betreft. Het betreft een sommenverzekering, aangezien op grond van de verzekering vaste bedragen bij bepaalde letsels worden uitgekeerd. De werkgever van [Y.] heeft de premie voor de verzekering betaald. Verrekening komt dan in het algemeen niet in aanmerking, nu het bestaan van een zodanige verzekering een aangelegenheid is die de schadeplichtige niet aangaat.

HR 01-10-2010 BM7808 gezichtspunten verrekening voordeel uit verzekering

3.5.3 Is sprake van letselschade en gaat het om een voordeel dat bestaat in een verzekeringsuitkering, dan is bij de toepassing van art. 6:100 het volgende in aanmerking te nemen:
(a) Van verrekening zal in het algemeen alleen dan sprake kunnen zijn, indien de uitkering ertoe strekt dezelfde schade te vergoeden als die waarvoor de partij die zich op de voordeelstoerekening beroept, aansprakelijk is. Daarbij valt te bedenken dat de verzekering kan zijn aangegaan ter dekking van schadevormen die rechtens of in de praktijk niet voor (volledige) vergoeding in aanmerking komen, of ter aanvulling van bedragen die in voorkomend geval als schadevergoeding, bijvoorbeeld ter zake van smartengeld, aan de betrokkene kunnen worden toegekend. Mede om die reden dient de rechter terughoudend te zijn met (volledige) verrekening, indien bij de benadeelde (mede) sprake is van immateriële schade. De rechter dient voor iedere schadepost afzonderlijk te beoordelen of verrekening redelijk is (vgl. HR 17 december 1976,
nr. 11000, NJ 1977/351).
(b) Geschiedt de uitkering ingevolge een schadeverzekering, dan zal - indien voldaan is aan de eis onder (a) dat het om vergoeding van dezelfde schade gaat - verrekening in beginsel op haar plaats zijn, nu de verzekeraar tot het beloop van het door hem betaalde in de rechten van de benadeelde wordt gesubrogeerd en de aansprakelijke partij voor dat bedrag dus door de verzekeraar kan worden aangesproken.
(c) Geschiedt de uitkering op grond van een sommenverzekering - in welk geval de uitkering niet ervan afhankelijk is of schade is geleden (art. 7:964 BW) en geen subrogatie plaatsvindt - die door de benadeelde zelf (of door een ander, buiten de sfeer van de aansprakelijke persoon) is gesloten en betaald, dan komt verrekening in het algemeen niet in aanmerking, nu het bestaan van een zodanige verzekering een aangelegenheid is die de schadeplichtige niet aangaat, waar het afsluiten van een dergelijke verzekering een zuiver individuele en persoonlijke beslissing is, zowel wat betreft de vraag of men een zodanige verzekering zal afsluiten, als wat betreft de vraag voor welke bedragen men zich wenst te verzekeren en welke premie men in verband daarmee bereid is te betalen (vgl. HR 28 november 1969, NJ 1970/172). Indien de rechter van oordeel is dat verrekening niettemin redelijk is, dan dient hij onder ogen te zien of de redelijkheid dan niet ook meebrengt dat die verrekening wordt beperkt met het oog op de premies die in de loop der tijd voor de verzekering zijn betaald.
(d) Is de premie voor de sommenverzekering door de aansprakelijke persoon betaald, dan kan daarin aanleiding worden gevonden wel tot verrekening over te gaan, met name indien jegens de benadeelde geen verplichting bestond tot het sluiten van de verzekering of tot betaling van de premie. Mede in verband met het onder (a) overwogene, komt daarbij mede betekenis toe aan het antwoord op de vraag met welk oogmerk de aansprakelijke persoon de premie voor zijn rekening heeft genomen.
(e) Is de in het geding zijnde aansprakelijkheid gedekt door een verzekering, dan zal verrekening van een uitkering ingevolge een sommenverzekering in het algemeen niet in overeenstemming met de redelijkheid zijn.
(f) Voor verrekening bestaat in het algemeen eerder aanleiding indien sprake is van een risicoaansprakelijkheid dan wanneer de aansprakelijkheid is gebaseerd op schuld. Voorts kan de rechter betekenis toekennen aan de mate van verwijtbaarheid, in die zin dat voor verrekening eerder grond bestaat naarmate de aansprakelijke persoon minder verwijt van het schadebrengende feit kan worden gemaakt.

Rechtbank 's-Hertogenbosch 13-02-2008 LJN: BC5879 moment kritiek deskundigenrapport, bijstandsuitkering als voordeel

Pas nadat de deskundige zijn definitieve rapport heeft uitgebracht komt Bovemij met detailkritiek. De rechtbank acht dat in strijd met de goede procesorde. De detailkritiek had in een eerder stadium aan de deskundige moeten worden voorgelegd.
Een uitzondering moet worden gemaakt op de regel dat RWW uitkeringen niet in mindering moeten worden gebracht op de te betalen schadevergoeding, omdat de gemeenten deze verstrekte uitkeringen plegen terug te vorderen omdat de terugvordering hier wordt betwist.
In dit geval heeft [eiseres] wel gesteld dat de gemeente Oisterwijk de aan haar verstrekte RWW uitkering van 17 december 1997 tot juli 2005 (de kapitalisatiedatum) ten bedrage van € 99.526,22 zal terugvorderen, maar Bovemij heeft dat betwist.

HOGE RAAD NJ 2002/122 1 februari 2002, nr. C00/181HR geen verrekening van fictief voordeel voldoende causaliteit

RvdW 2002, 34
JOL 2002, 77

BW art. 6:100

Indien in een concreet geval beoordeeld moet worden of eenzelfde gebeurtenis die voor de benadeelde schade heeft opgeleverd, voor hem tevens een voordeel heeft opgeleverd dat bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening moet worden gebracht, dient de rechter in de eerste plaats te onderzoeken of het gestelde voordeel in voldoende causaal verband staat met de schadetoebrengende gebeurtenis. De rechter is vervolgens vrij bepaalde voordelen niet in rekening te brengen indien hem dat niet redelijk voorkomt. Van voordeelstoerekening kan slechts sprake zijn indien een voordeel werkelijk is genoten, of naar redelijke verwachtingen daadwerkelijk genoten zal worden.

Aansprakelijkheid