Bevoegdheid rechter.
RDW registraties (html).
RDW handleiding CRWAM 15-09-2009 (pdf)
Gebruikershandleiding CRWAM (pdf).
Verjaring.
Verzekerde som.
WAM wetteksten.
Benelux Gerechtshof http://www.courbeneluxhof.be/nl/arresten_lst.asp
Bevoegdheid rechter.
Bestuurder.
Dekking.
Huwelijksgemeenschap.
Rijbevoegdheid.
Terrein.
Uitsluitingen.
Verzekeringsplicht.
Weren tegen benadeelde.
Zuivere vermogensschade.
Bevoegdheidsincident; eiseres (WAM-verzekeraar van aansprakelijke persoon) heeft gedaagde (benadeelde) op grond van artikel 7 WAM voor de rechtbank Rotterdam gedagvaard. De rechtbank oordeelt dat de WAM-verzekeraar de verzekeraar is van de voor de aanrijding aansprakelijke persoon, en is daarmee noch degene is die schade heeft geleden welke grond oplevert voor toepassing van de WAM, noch dat zij als rechtverkrijgende aan te merken is. Geen reflexwerking. De WAM-verzekeraar komt derhalve geen beroep toe op artikel 7 WAM. Volgt onbevoegdverklaring en verwijzing naar de rechtbank Utrecht.
De kern van het feitelijk besturen van een motorrijtuig ingevolge de Wegenverkeerswet 1994 bestaat uit het bedienen van mechanismen van dat motorrijtuig en het bepalen van de voortbeweging en rijrichting (het daadwerkelijk rijden).
Degene die achter het stuur van een personenauto heeft plaatsgenomen en slechts de motor daarvan heeft gestart kan derhalve niet zonder meer worden aangemerkt als bestuurder van die personenauto in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.
De BOM voert geen systeem van individuele verzekering tegen letselschadein.
De WAM wijzigt de beginselen en fundamentele regels van de verzekering of die van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid niet.
Onder "bestuurder" dient te worden verstaan hij die het voertuig werkelijk en zelfstandig bestuurt en aldus in feite verantwoordelijk is voor het sturen.
De voor de schade aansprakelijke verzekerde kan zijn verzekeraar niet tot vergoeding van zijn eigen schade kan aanspreken
De bestuurder die de schade heeft veroorzaakt en bijgevolg burgerrechtelijk aansprakelijk is, kan niet voor een uitkering in aanmerking komen.
De hoedanigheid van vervoerde persoon is onverenigbaar met die van bestuurder.
Bestuurder is de duwer naast het voertuig die in staat is het voertuig (weliswaar niet snel) vooruit of achteruit te bewegen, dan wel stil te laten staan, terwijl hij tevens het voertuig van richting kon laten veranderen en (mede daardoor) kon bepalen op welke plaats op de weg dat voertuig zich bevond.
in aanmerking genomen dat, gelijk algemeen bekend is, een persoon die achter het stuur zit van een auto welke door een andere auto wordt gesleept, wanneer dat slepen door middel van een sleepkabel plaatsvindt, zovele specifieke bestuurdershandelingen verricht, dat hij als bestuurder van die auto kan worden aangemerkt.
Remmelink beantwoordt de vraag wanneer men als bestuurder rijdt in deze zin 'als men door lichamelijk verband essentiële invloed op de besturing en eventueel de verdere bediening van het voertuig uitoefent c.q. had behoren uit te oefenen' (Verkeersrecht 1962, blz. 212).
De "bestuurder" die geen noemenswaardige invloed heeft op de beweging of richtingverandering, zijwaartse uitslag maximaal 15 cm, is geen bestuurder in zin van art.1 WVW.
(Openbaar Ministerie en Meeuws / Lloyd Wigham - Jurisprudentie, deel 7, blz. 2) De Overeenkomst (BOM)en Gemeenschappelijke Bepalingen gaan uit van en hebben uitsluitend betrekking op een verzekering waarvan het onderwerp is de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe een bepaald motorrijtuig aanleiding kan geven"
HvJ Ben 16 april 1992 A 90/2 gedekt is de aansprakelijkheid van de verzekerde persoon
(Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn te Elsene / A. Porré en Groep Josi - Jurisprudentie, deel 13, blz. 50)
Uit de toelichting op artikel 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen blijkt dat er grond is voor toepassing van die bepalingen indien de schade door een motorrijtuig is veroorzaakt, ter zake waarvan de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de verzekerde bestaat, zoals die aansprakelijkheid voortvloeit uit de toepasselijke wet"
Ongeval op 2 juli 2004; auto voor of na ongeval in dekking genomen? Bij tussenvonnis is aan de WAM-verzekeraar opgedragen te bewijzen dat zij pas na het ongeval de auto in dekking heeft genomen. De rechtbank oordeelt dat er zodanig geringe aanwijzingen zijn dat inderdaad voorlopige dekking was afgegeven door RVS, terwijl RVS' stelling dat zij eerst na het ongeval de auto ter verzekering aangeboden heeft gekregen consistent is met de registratie op 2 juli 2004 bij het RDW en de afgifte van het polisblad, dat de conclusie luidt dat RVS in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. De rechtbank oordeelt dat RVS niet gehouden is de schade van belanghebbende te vergoeden, noch op grond van de verzekeringsovereenkomst, noch op grond van artikel 13 WAM.
Ongeval: na-risico of nieuwe verzekering ingegaan? Op 2 juli 2004 om 13.27 uur vindt een ongeval plaats. Vijf dagen daarvoor was de WAM-verzekering bij London beëindigd wegens premieachterstand en afgemeld bij de RDW. Op 2 juli 2004 wordt een geschorste verzekering bij RVS in kracht hersteld; naar RVS stelt om 15.20 uur; registratie bij de RDW geldt vanaf 0.00 uur. London zoekt verhaal op RVS en Waarborgfonds voor de tegen cessie betaalde schade. De rechtbank draagt aan RVS op te bewijzen dat zij eerst na het ongeval de bestelbus in dekking heeft genomen. (Art. 13 lid 7 WAM bepaalt dat de verzekeraar die als zodanig in het register wordt aangewezen, niet aan de benadeelde kan tegenwerpen dat hij niet de WAM-verzekeraar is, tenzij hij aantoont dat de registratie ten onrechte is geschied.) De rechtbank draagt RVS op te bewijzen dat zij eerst na het ongeval de bestelbus in dekking heeft genomen.
Na aanrijding aanvraag WA-verzekering met verzwijging schade. Rregistratie met terugwerkende kracht volgt. Waarborgfonds vergoedt schade. Waarborgfonds verhaalt op verzekeraar. Bberoept op nietigheid verzekering en foute registratie niet aanvaard. Vraag of art. 11 WAM art 269 K terzijde stelt.
Wanneer een van de echtgenoten door een onrechtmatige daad schade toebrengt aan een goed van de huwelijksgemeenschap, zal hij de schade moeten vergoeden. Dit houdt meteen in dat de verzekeraar BA van de schuldige echtgenoot onmiddellijk kan worden aangesproken door de niet-schuldige echtgenoot in naam van de gemeenschap voor een deel van het verlies door de huwelijksgemeenschap geleden. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de verzekeraar helemaal niet kan worden aangesproken, zelfs niet ten belope van de helft van de netto baten, faalt naar recht.
De WAM verplicht de verzekeraar de benadeelde te vergoeden die schade heeft geleden door de fout van de verzekerde. Dit artikel ontslaat de verzekeraar niet geheel van zijn vergoedingsverplichting als het nadeel is geleden door het gemeenschappelijk vermogen waarin de verzekerde een medegerechtigde is.
(mrs. Koster, Balkema, Van Dorst), nr. 01109/06
De duur van de ontzegging wordt van rechtswege verlengd met de tijd dat het rijbewijs niet is ingeleverd, ondanks de verplichting het rijbewijs uiterlijk op de dag waarop de rijontzegging ingaat in te leveren. Van zo'n verlenging was hier sprake.
(mr. Grapperhaus, enkelv.), nr. 16-443518-08
Dat [BESTUURDER] slechts de bedoeling had tot joyriding blijkt niet uit het proces-verbaal, integendeel: uit het feit dat [BESTUURDER] aan zijn vriend [VERZOEKER] heeft gezegd dat de auto werd gebruikt om ermee naar Leeuwarden te rijden, zoals [VERZOEKER] stelt, kan worden afgeleid dat [BESTUURDER] niet van plan was de auto na een kort ritje weer terug te zetten.
Ook uit het feit dat op [BESTUURDER] en in de auto voorts een aantal spullen uit de woning van [EIGENAAR AUTO] zijn gevonden, concludeert de rechtbank dat het oogmerk van [BESTUURDER] was gericht op de wederrechtelijke toe-eigening van de auto.
Joyriding, het bedrieglijk wegnemen van een aan een ander toebehorend motorrijtuig voor kortstondig gebruik en met de bedoeling het motorrijtuig terug te geven, valt niet onder de toegestane diefstaluitsluiting van art. 3 lid 1 WAM. Indien bij de bestuurder het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt is er dekking onder de WAM.
De ouder die als eigenaar aansprakelijk is is verzekerd ongeacht de oorzaak van diens aansprakelijkheid. Aangezien de ouders niet de dief of een daarvan weter zijn vallen zij niet onder de diefstaluitsluiting.
Niet van de verplicht te verstrekken dekking wordt uitgesloten de aansprakelijkheid van de bestuurder die met het motorrijtuig, waarvan vaststaat dat het korte of langere tijd voordien was gestolen, de schade heeft veroorzaakt en door welke oorzaak ook onbekend is gebleven. Het nationale bureau vervult ten opzichte van de benadeelde dezelfde rol van verzekeraar
Bepalingen in de nationale wetten, waarin staat dat schade veroorzaakt door opzet of grove schuld niet ten laste van de verzekeraar zal komen, zijn bij de WAM niet van toepassing, nu het immers gaat om de bescherming van benadeelden. Ook opzettelijk toegebrachte schade valt onder de WAM-dekking.
Het enkele manoeuvreren met de wielen van een heftruck om te lossen is geen handeling die karakteristiek is voor verkeersdeelname en valt niet onder de werking van de WAM.
Overwegende dat, zoals het Hof reeds heeft beslist in zijn arrest van 19 febr. 1988 in de zaak A 87/4 inzake De Volksverzekering tegen F. van Hyfte, opzet van de aansprakelijke persoon om door middel van het motorrijtuig aan derden schade toe te brengen, niet een exceptie oplevert die door een verzekeraar aan een benadeelde kan worden tegengeworpen;
Overwegende dat, wanneer de aansprakelijkheid voor een schadeveroorzaking door de verzekering is gedekt, daarin geen wijziging wordt gebracht door een daarop al of niet onmiddellijk volgende gebeurtenis, zodat de tweede vraag ontkennend moet worden beantwoord;
(mr Dozy, enkelv.),
Duopassagier, tevens eigenaar van een op een bromfiets of motorfiets gelijkend motorrijtuig (een Dax), raakt gewond. WAM-verzekeraar vordert in reconventie terugbetaling van hetgeen hij in conventie ex WAM moet betalen, omdat slachtoffer/eigenaar, tevens verzekeringnemer, bij het aanvragen van een bromfietsverzekering verzwegen zou hebben dat de Dax geen goedgekeurde bromfiets was. Rechtbank wijst beroep op verzwijging af omdat naar huidige verkeersopvatting beroep op verzwijging slechts mogelijk is als de verzekeringnemer de verzwegen feiten kende of behoorde te kennen. Vgl. Rb. Den Haag 16 april 1997, VR 1998, 157, waar de rechtbank in een vergelijkbare situatie de tegenvordering van de WAM-verzekeraar (gebaseerd op verhaalsrecht) afwees wegens strijd met art. 11 WAM.
Delta Lloyd stelt zich terecht op het standpunt dat de schade die [verzoeker] lijdt tengevolge van de fiscale bijtelling als zuivere vermogensschade kan worden gekwalificeerd. Dat betekent echter niet dat deze schade daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt omdat de WAM die schade niet zou dekken. Ingevolge artikel 3 leden 1 en 5 van de WAM dekt de verzekering de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor door het motorrijtuig veroorzaakte schade zoals die aansprakelijkheid voortvloeit uit de wet. Beoordeeld moet daarom worden of voldoende causaal verband bestaat tussen deze schade en de aanrijding.
(CV De fout die de rechter maakt is dat hij de voorgeschreven dekking relateert aan art. 3 leden 1 en 5 WAM die hem ertoe leiden dat gedekt zou zijn schade die in causaal verband met de verkeersdeelname bestaat. Hij ziet over het hoofd dat de dekking bepaald wordt in lid 2 waarin is opgenomen dat alleen schade aan zaken en aan personen moet worden gedekt. Hij erkent dat het hier om zuivere vermogensschade gaat en dus niet om schade aan zaken of personen. Hij heeft door de voorgeschreven dekking alleen in verband te zien met de leden 1 en 5 en niet met het specifiek daarop gerichte lid 2 zijn vonnis onvoldoende gemotiveerd. Ik kan me wel voorstellen dat de rechter een verband zou hebben gezocht tussen de schade aan de auto en de verhoging van de fiscale bijdrage, maar ook dan kom ik er niet omdat de schadelijdenden twee verschillende personen zijn, eigenaar voertuig en belastingplichtige. Overigens zouden de polisvoorwaarden overgelegd moeten zijn. Als de polisvoorwaarden de dekking niet beperkten tot schade aan zaken en personen zou er wel dekking zijn. De stelling van de verzekeraar had moeten zijn dat zij zuivere vermogensschade niet verzekerden en dat de WAM daartoe ook niet verplichtte. In de literatuur wordt alleen verwezen naar Hof Den Haag 18-3-1971 VR 1998, 51, WAM in werking: 7.4. Zuivere vermogensschade. Volgens artikel 3 lid 2 behoeft alleen de schade aan personen en zaken te worden gedekt, met uitzondering van zaken die worden vervoerd door het motorrijtuig dat de schade veroorzaakt. Overige schade wordt wel genoemd: `zuivere vermogensschade'. Een veel gebruikt voorbeeld van zodanige schade is de schade die een vervoersonderneming kan oplopen door een door een foutief geparkeerde auto geblokkeerde uitrit. Bij schade moet immers niet alleen aan zaakschade gedacht worden. Een bollenplantmachine die de bollen te diep plant veroorzaakt weliswaar schade, maar geen zaakschade (Hof Den Haag 18-3-1997). Vvan Emden geeft in het boek Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen alleen een samenvatting van deze uitspraak)