Samenloop

Regelgeving
Circulaires
Jurisprudentie
Verdeling van cascoschaden tussen Casco/AVP-verzekeringen' ("krassende kinderen")
Uitspraken Samenloop- /Geschillencommissie.
Geschiedenis spiegelbeeld dekking. (AXA Excellent) advies Stadermann 1-10-2013 (pdf, inloggen)

Regelgeving

Art7:961 BW.
Meer verzekeringen voor dezelfde schade
1.Indien dezelfde schade door meer dan een verzekering wordt gedekt, kan de verzekerde met inachtneming van artikel 960 elke verzekeraar aanspreken. De verzekeraar is daarbij bevoegd de nakoming van zijn verplichting tot schadevergoeding op te schorten totdat de verzekerde de andere verzekeringen heeft genoemd.
2.Voor de toepassing van lid 1 wordt met schade die door een verzekering wordt gedekt gelijkgesteld schade die door de verzekeraar onverplicht wordt vergoed.
3.De verzekeraars hebben onderling verhaal opdat ieder zijn deel draagt, naar evenredigheid van de bedragen waarvoor een ieder afzonderlijk kan worden aangesproken. Verzekeraars hebben op gelijke voet onderling verhaal voor hun redelijke kosten tot het vaststellen van de schade, alsmede voor hun redelijke kosten van verweer in en buiten rechte. De verzekerde is jegens de verzekeraars afzonderlijk verplicht zich te onthouden van elke gedraging die ten koste van dezen afbreuk doet aan hun onderling verhaal.
4.De bij eenzelfde verzekering betrokken verzekeraars zijn niet verder aansprakelijk dan voor hun evenredig deel van hetgeen in totaal ten laste van die verzekering komt.

Bij samenloop bestaat geen actie uit subrogatie:
Art. 962 BW
Subrogatie
1.Indien de verzekerde ter zake van door hem geleden schade anders dan uit verzekering vorderingen tot schadevergoeding op derden heeft, gaan die vorderingen bij wijze van subrogatie op de verzekeraar over voor zover deze, al dan niet verplicht, die schade vergoedt. De verzekerde moet zich, nadat het risico zich heeft verwezenlijkt, onthouden van elke gedraging welke aan het recht van de verzekeraar tegen die derden afbreuk doet.
2.De verzekeraar kan de vordering waarin hij is gesubrogeerd, of die hij door overdracht heeft verkregen, niet ten nadele van het recht op schadevergoeding van de verzekerde uitoefenen.
3.De verzekeraar krijgt geen vordering op de verzekeringnemer, een mede-verzekerde, de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of de geregistreerde partner van een verzekerde, de andere levensgezel van een verzekerde, noch op de bloedverwanten in de rechte lijn van een verzekerde, op een werknemer of de werkgever van de verzekerde, of op degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde. Deze regel geldt niet voor zover zulk een persoon jegens de verzekerde aansprakelijk is wegens een omstandigheid die afbreuk zou hebben gedaan aan de uitkering, indien die omstandigheid aan de verzekerde zou zijn toe te rekenen.

Circulaires

Samenvatting uitspraken 1-120 pdf.
Circulaire 6-4-2011 MOT-L 2011/5 Verzekering van trekkers en aanhangers in Duitsland (pdf) zie ook de uitspraak en notitie
Samenloopregeling Verbond
Regeling krassende kinderen 15-12-2004 (doc paswoord nodig).
Reglement Geschillencommissie 2002
Regeling Verdeling van cascoschaden tussen Casco/AVP-verzekeringen' ("krassende kinderen")
Circulaire 1998 / 1997 Casco AVP
Circulaire 3 maart 1997 aanbevolen clausules Passagiers, lading, aanhangwagens
Circulaire 11 maart 1996 werkmaterieel, buitenboord, regie
Reglement 7 november 1991 Verbondscommissie samenloop
Overeenkomst samenloop 23 december 1986
Circulaire 1982, bevuilde wegen
Samenloopreglement 1979
Aanbeveling 1978, joyriding op AVP
Circulaire 1973, sproei- en spuitrisico
Circulaire 1969, varende risisco’s
Circulaire 1969, landmateriaal
Circulaire 31 januari 1969, verschuiving aansprakelijkheidsrisico
Circulaire 1964, aanhangwagen-, lading- en passagiersrisico
Reglement Uniecommissie Samenloop (1960?)
Overeenkomst samenloop algemene speciale polis
Overeenkomst samenloop Garage


Jurisprudentie

Hof Den Haag 4-10-2016 ECLI:NL:GHDHA:2016:2818. Convenant Zorg-/Reisverzekering, geen dekking bij Zorg, wel bij Reis dan volledige betaing door Reis

Uit de bewoordingen van het Convenant samenloop zorgverzekeringen/ reisverzekeringen volgt dat het slechts een regeling treft voor zover sprake is van samenloop van verzekeringen. De samenloopregeling die uit het convenant volgt, is slechts aan de orde in zoverre er sprake is van samenloop van dekking voor medische kosten. Als geen dekking bestaat op de Zorgverzekering maar wel op de reisverzekering dan dient de reisverzekeraar volledig voor de kosten op te komen

 

HR 11-7-2014 ECLI:NL:HR:2014:1678 (vervolg Hof Den Bosch 29-1-2013 BZ0396) maatgevend is de vraag of de verzekerde dekking heeft, niet of de benadeelde een vorderingsrecht heeft.

3.3.7 Onderdeel 3.2, dat klaagt dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting blijk heeft gegeven door bij de beoordeling van de mate waarin verhaal op de voet van art. 7:961 lid 3 BW mogelijk is, geen acht te slaan op de verhouding tot de verzekerde, en te miskennen dat de aangesproken verzekeraar aan de regres nemende verzekeraar de uitsluitingen kan tegenwerpen die hij tegen zijn verzekerde kan inroepen, treft dan ook doel (vgl. de Bont en Visser in Samenloop vervangende autoverzekeraar d.d. 20-9-2013 htm gepubliceerd in PIV-Bulletin 2013, 4: "Het hof geeft als motivering dat maatgevend is of een verzekeraar een verweer kan tegenwerpen tegen de benadeelde en stelt dat dat in het stelsel van art 7:961 BW past. Daarmee ziet het hof de aanspraken van de verzekerde als basis in dit artikel en de werking van art 15 WAM over het hoofd, wat de motivering onjuist en onbegrijpelijk maakt").

Hof Den Bosch 29-1-2013 BZ0396 WAM, vervangend voertuig / WAM, garagedekkingdekking Uitsluiting niet van belang

Feiten:
De vader van de eigenaar van de Volkswagen, type Golf sloot een WAM-verzekering bij de Goudse.
De vader van de eigenaar is de verzekeringnemer.
De eigenaar is de bestuurder van het vervangend voertuig verzekerd bij de garageverzekeraar.
De WAM-verzekering bij de Goudse heeft een WAM-strik en tijdelijke vervangingsclausule. Voor het tijdelijk vervangend voertuig geldt een zachte na-u clausule.
Aangenomen mag worden dat de Goudse de verzekering met de vader niet gesloten zou hebben als de Goudse geweten had dat een ander de eigenaar/bestuurder was (art. 7:929 lid 2 BW).
De garage heeft een Peugeot, type 306 aan de eigenaar van de VW Golf ter beschikking gesteld.
De garage was met de Peugeot verzekerd bij de Aegon met dekking voor cliënten, een WAM-strik en een harde na-u clausule.
De eigenaar heeft door zijn schuld een aanrijding met een motorfiets veroorzaakt.
Aegon heeft de schadevergoeding op zich genomen en zoekt verhaal op de Goudse.

Het hof:
Beide verzekeringen zijn aan te merken als WAM-verzekeringen.
De garageverzekeraar Aegon heeft een zogenaamde harde samenloopclausule.
De Goudse is daarom in beginsel gehouden dekking te verlenen (vgl. HR 13 januari 2006, NJ 2006, 282, AU3715).
Het beroep op verzwijging dat Goudse mogelijk kan inroepen tegen haar verzekerde kan Goudse niet inroepen tegen Aegon.
De uitsluiting van verzwijging kan de Goudse immers niet tegenwerpen aan benadeelden als de Goudse rechtstreeks door de benadeelden zou zijn aangesproken.
Dit neemt niet weg dat het Goudse vrijstaat om te trachten de bedragen die zij aan de nabestaanden moet uitkeren te verhalen op [eigenaar].

(CV, het hof ziet over het hoofd dat de na-u clausules evenzeer dekkingsuitsluitingen als verzwijging zijn die de benadeelden en daarmee de andere verzekeraars niet tegengeworpen kunnen worden, waarmee het hof het arrest onvoldoende heeft gemotiveerd.
Het hof interpreteert art 7:961 BW als aangesproken kunnen worden door benadeelde ipv door verzekerde).

HR 30-3-2012 BV1295 AVB dekt 7:611 BW, (behalve indien uitdrukkelijk niet verzekerd)

4.3 Weliswaar is de hier bedoelde schade vermogens-schade, maar deze enkele omstandigheid brengt niet mee dat de vorenbedoelde aansprakelijkheid van de werkgever tegenover de werknemer buiten de door de onderhavige verzekering geboden dekking valt, mede gelet op de ruime formulering van het hiervoor in 3.1 (iii) geciteerde art. 19 van de polis.

4.4 Een redelijke uitleg van een AVB-polis die mede de aansprakelijkheid van een verzekerde als werkgever tegenover zijn ondergeschikten dekt voor letselschade van werknemers die in dienst van de verzekerde deelnemen aan het wegverkeer, brengt in beginsel mee dat deze tevens dekking verleent tegen een op art. 7:611 gebaseerde aansprakelijkheid van de verzekerde als werkgever op de grond dat hij heeft verzuimd tegen dat risico een behoorlijke verzekering te sluiten voor die werknemers. De functie die een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer vervult en de daarop gebaseerde verwachtingen van verzekerden, rechtvaardigt immers een ruime dekkings-omvang, ook als de gedekte schade elders in de polisvoorwaarden is omschreven als "schade aan personen en schade aan zaken". Dit is mede het geval omdat een zodanige verzekering ertoe strekt de werkgever dekking te verlenen voor de gevolgen van zijn aansprakelijkheid ter zake van de schade die zijn werknemers lijden als gevolg van ongevallen. Weliswaar gaat het in geval van een aansprakelijkheid op de voet van art. 7:611 om vermogensschade die strikt genomen geen letselschade is, maar de rechtsgrond voor deze aansprakelijkheid, de bescherming van de werknemer tegen de gevaren van het wegverkeer in de uitoefening van zijn dienstbetrekking deelneemt, is dezelfde welke ten grondslag ligt aan de - onder omstandigheden - op art. 7:658 te baseren aansprakelijkheid van de werkgever tegenover zijn werknemer voor dezelfde gevaren. Voorts betreft de aansprakelijkheid van de werkgever ongevalsschade die de werknemer vergoed zou hebben gekregen indien de werkgever wel zou hebben voldaan aan zijn hier bedoelde verzekeringsplicht. Bovendien wordt de schade die de verzekerde/werkgever lijdt doordat hij op de voet van art. 7:611 in voormelde zin aansprakelijk is tegenover zijn werknemer, indirect veroorzaakt door het letsel van de werknemer.

BGH 27-10-2010 IV ZR 279/ 08 Duitsland verzekeringen van aanhanger en trekker samenloop 50:50 bij gevaarzettingsaansprakelijkheid.

Duitsland kent bij een combinatie van trekker en aanhanger een gevaarzettingsaansprakelijkheid op grond van art. 7 StVG. Als aanhanger en trekker bij verschillende verzekeraars verzekerd zijn dan zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de schade uit de gevaarzetting. In beginsel dragen zij in de interne verhouding de schade voor de helft op grond van art. 59 lid 1 VVG (oud). De bestuurder van aanhanger en trekker zijn in beginsel één. De bestuurder van aanhanger en die van de trekker zijn op grond van art. 1 PflVG op beide polissen verzekerd. Op grond van  de uit § 4 PflVG voortvloeiende  Kraftfahrzeugpflichtversicherungsverordnung (KfzPflVV) moet de verzekering dekking bieden tegen aanspraken die tegen medeverzekerde personen worden ingesteld.
Mogelijk laat dat onverlet dat het de verzekeraars vrijstaat het volgens de regelgeving verschuldigde te verhalen op de verzekerde, waardoor na u regelingen toegestaan kunnen zijn. (zie ook circulaire Verbond pdf en notitie)

Hof  Amsterdam 23 maart 2010 BN1366 letsel werknemer niet gedekt onder non owners liability (NOL) clausule

Uit de bijzondere insluiting volgt niet direct dat deze alleen ziet op schade van een derde.
Bij sluiten van verzekering werd de VN bijgestaan door een tussenpersoon die geacht wordt de betekenis en reikwijdte van de bijzondere insluiting – die binnen de verzekeringsbranche een vastomlijnde betekenis heeft - te kennen. De kennis van de tussenpersoon dient aan werkgever te worden toegerekend.
Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven biedt geen dekking voor motorrijtuigrisico’s. Schade die een werknemer van de verzekerde is overkomen door een verkeersongeval, door hem zelf veroorzaakt, valt niet onder de dekking.

Rb Assen 4 april 2007 BC4929: later recht leggen van lading valt onder laden, derhalve AVB, niet WAM-risico.  

Ondanks dat de naam van gedaagde onjuist is vermeld kan de rechtbank niet inzien dat er verwarring kan zijn ontstaan over de vraag wie is gedagvaard. Het laden van de vrachtauto is eerst voltooid indien de lading op een zorgvuldige, voor een veilig vervoer geschikte wijze op de vrachtwagen is gelegd. Een zware rol op de vrachtauto bleek na belading scheef te liggen met risico voor schade, hetgeen aanleiding was voor de bestuurder om op de vrachtwagen te klimmen en die rol te proberen te verleggen. De schade ontstond bij het laden en lossen, gedekt op de AVB-verzekering. Nu nog niet met de vrachtwagen was gereden behoort het recht leggen tot het laden van de vrachtwagen.

Hoge Raad 13-7-2007 BA7217 C06/089HR AXA /Excellent AVB <> WAM Bestuurder op AVB gedekt? NOL dekking?

Een uitzendbureau is aansprakelijk voor schade van de uitgeleende werknemer tijdens rijden op een bromfiets. Het uitzendbureau doet een broep op de AVB dekking. Met het oog op de spiegelbeelddekking WAM / AVB ziet de motorrijtuiguitsluiting mogelijk toe op schade waarvoor onder een WAM-verzekering dekking is te vinden. Voor een bestuurder is op de WAM-verzekering geen dekking. De N.O.L. dekking geldt mogelijk ook voor de formele werkgever zelfs als de materiële werkgever het motorvoertuig laat gebruiken, waarbij van belang is of de formele werkgever al dan niet daarvoor een verzekering kan sluiten. (De zaak wordt aanhangig gemaakt bij het Hof Amsterdam notitie C. Visser).

Hoge Raad 5-10-2007 BB3317 mobiele hijskraan valt onder dekking op AVB-verzekering

Werknemer valt van het dak als gevolg van een ongeval met een door zijn werkgever gehuurde mobiele hijskraan. De aansprakelijk gestelde werkgever doet een beroep op de zijn AVB-verzekering. Het hof oordeelde dat de hijskraan op het moment van het ongeval niet kon worden beschouwd als motorrijtuig, omdat de kraan niet op de openbare weg werkzaam was en omdat de kraan op dat moment louter gebruikt werd als hijswerktuig en niet als motorrijtuig, zodat de schade geen verband hield met schadeveroorzaking door een motorrijtuig in het verkeer. Geen beroep op uitsluiting ‘met of door een motorrijtuig’. De Hoge Raad verwerpt het hiertegen ingestelde cassatieberoep zonder nadere motivering (art 81 RO). (Zie ook parallel-procedure tegen WAM-verzekeraar).

Wansink 24-08-2006 Vervangende-auto-clausule geen samenloopregeling z

Als een vervangende auto begrepen is onder de dekkingsomschrijving van het verzekerde motorvoertuig is de beperking daarbij tot het niet alders verzekerd zijn een samenloopregeling. In de onderhavige polis komt de vervangende auto eerst binnen het bereik van de verzekering indien het een gelijkwaardig voertuig is en niet reeds een andere verzekering van kracht is. Dan is er geen sprake van een samenloopbepaling en bestaat alleen bij de garageverzekering dekking (Zie PIV-Bulletin 2006, 7/8. Vervangende-auto-clausule geen samenloopregeling)

VRA 2005/33 De spiegelbeelddekking bij WAM-plichtige werktuigen: wie betaalt bij schade? Hoge Raad 10 oktober 2003, VR 2005, 21, NJ 2004, 22 prof. mr J.H. Wansink en mr M.M.R. van Ardenne-Dick

HR 13-01-2006 LJN: AU3715 Auto / Garage halfhard/halfzacht

 (i) Op 8 mei 1999 heeft bestuurder zijn personenauto ter reparatie aangeboden aan het garagebedrijf. Gedurende de reparatie heeft het garagebedrijf aan bestuurder een leenauto ter beschikking gesteld.
(ii) Op diezelfde dag heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen die leenauto, bestuurd door bestuurder, en een personenauto, bestuurd door benadeelde, ten gevolge waarvan benadeelde gewond is geraakt en schade heeft geleden.
(iii) Het bloedalcoholpromillage van bestuurder ten tijde van het ongeval bedroeg 1,68.
(iv) De leenauto was door het garagebedrijf bij de garageverzekeraar tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd onder een garageverzekering met harde na-u clausule
 (v) De door bestuurder aan het garagebedrijf ter reparatie gegeven auto was bij de WAM-verzekeraar tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd. Een vervangend voertuig is medeverzekerd met een zachte na-u clausule.
Voorts is uitgesloten van dekking schade "veroorzaakt terwijl de feitelijke bestuurder niet wettelijk bevoegd is het motorrijtuig te besturen".

Hoge Raad, alcoholuitsluiting
Degene die op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd is een motorrijtuig te besturen, hetgeen ingevolge Hoofdstuk VI van die wet het geval is indien hem een rijbewijs is afgegeven en dit zijn geldigheid niet heeft verloren, verliest die bevoegdheid niet reeds van rechtswege doordat hij het verbod van art. 8 van die wet overtreedt. Dat blijkt uit het stelsel van de wet. In de eerste plaats geldt daartoe dat art. 162 WVW 1994 weliswaar de mogelijkheid opent om aan een bestuurder die onder invloed van alcohol verkeert een tijdelijk rijverbod op te leggen, maar dat dit niet reeds mogelijk is op grond van de gebleken enkele overtreding van het verbod van art. 8, doch dat daartoe aan de desbetreffende opsporingsambtenaar moet zijn gebleken dat de betrokken bestuurder zodanig onder invloed van alcohol verkeert dat hij onvoldoende in staat is een motorrijtuig behoorlijk te besturen.

Hoge Raad Hard / zacht
Zoals het hof met juistheid heeft overwogen, is van een "harde" samenloopclausule slechts sprake, indien de clausule in geval van samenloop niet alleen de dekking door de verzekeringsovereenkomst, waarin zij is opgenomen, uitsluit, maar tevens bepaalt dat die verzekering in het geval van samenloop geheel moet worden weggedacht. Dit heeft tot gevolg dat de vraag welke verzekering dekking verleent, moet worden beoordeeld alsof zich in het geheel geen samenloop voordoet, zodat ook de in de voorwaarden van de andere verzekering opgenomen "zachte" samenloopclausule niet van toepassing is (vgl. HR 27 februari 1998, nr. 16478, C96/296, NJ 1998, 764).
Ter wille van de rechtszekerheid kan niet worden aanvaard dat, zoals het onderdeel verdedigt, van een "harde" samenloopclausule ook sprake zou kunnen zijn indien zij niet tevens zou inhouden dat de verzekering in het geval van samenloop met een andere verzekering geheel moet worden weggedacht (de - in de woorden van het middel - "wegdenktournure"). Daarmee zou immers het meest kenmerkende element dat de "harde" samenloopclausule van de "zachte"onderscheidt, vervallen, hetgeen zou leiden tot onduidelijkheid die met het oog op de niet zelden gecompliceerde problematiek van de samenloop van verzekeringen, ongewenst is.

Hof Den Haag 13-04-04 Zie HR AU3715, hierboven

De beantwoording van de vraag welke verzekeraar uiteindelijk de schade zal dienen te dragen, hangt af van de vraag onder welke verzekering de verzekerde, ten behoeve van wie de schade krachtens de WAM aan de benadeelde is uitgekeerd, de sterkste dekkingsaanspraken heeft.
De vervangende autoregeling is een na-u bepaling.
HR: Hard en zacht kennen geen nuances in verband met de rechtszekerheid
PIV-Bulletin 2006, 3 Samenloop en uitleg van voorwaarden Zwartepietenspel met WAM-verzekeraars, mr. van Tricht.


HOF DEN HAAG 10 februari 2004, VR 2004, 129 Ongeval in laadbak. WAM of AVB?

art. 3 WAM
Voor de interpretatie van bijzondere voorwaarden voor de verzekering van het risico van wettelijke aansprakelijkheid in een motorrijtuigenverzekeringspolis moet aansluiting worden gezocht bij de WAM. De woorden "schade veroorzaakt met of door het motorrijtuig" moeten zo worden uitgelegd dat hieronder valt de schade veroorzaakt met of door het motorrijtuig op een wijze die karakteristiek is voor (schadeveroorzaking door een motorrijtuig in) het verkeer.(CV, oordeel lijkt strijdig met de Haviltex formule)

De spiegelbeelddekking bij WAM-plichtige werktuigen: wie betaalt bij schade? Hoge Raad 10 oktober 2003, VR 2005, 21, NJ 2004, 22

prof. mr J.H. Wansink en mr M.M.R. van Ardenne-Dick VRA 2005/33

HR 10 oktober 2003, NJ 2004, 22 WAM AVB Hannover / NN

BW art. 3:35
Niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de aard en strekking van een in een AVB-polis (aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven en beroepen) opgenomen uitsluitingsbepaling inzake schade toegebracht met of door een motorrijtuig, noch omtrent de bij de uitlegging van verzekeringsvoorwaarden te hanteren maatstaf, geeft 's Hofs oordeel dat de verzekeringsnemer redelijkerwijs ervan mocht uitgaan en de verzekeraar van de verzekeringsnemer redelijkerwijs niet anders mocht verwachten dan dat de uitsluitingsbepaling aansluit bij de dekking van de (bij een andere verzekeraar) gesloten WAM-polis, ook al ontbreekt - strikt naar de tekst van de uitsluitingsbepaling genomen - een sluitende spiegelbeelddekking t.a.v. de WAM-polis en de AVB-polis.

HR 31 maart 2000, NJ 2000, 357 Uitlegging WAM-verzekering en AVB-verzekering in licht samenloopregeling.

BW art. 3:35, 6:248; Rv art. 399; WvK art. 246 Niet onbegrijpelijk is 's Hofs oordeel dat de WAM-verzekering het aansprakelijkheidsrisico dekt voor schade die met de lading is veroorzaakt als gevolg van een gebrek van het motorrijtuig of de daarvan deel uitmakende laad- en losinrichting, terwijl de AVB-verzekering dekking geeft ter zake van aansprakelijkheid voor schade die tijdens het laden of lossen met de lading wordt veroorzaakt anders dan ten gevolge van een gebrek als evenbedoeld. 's Hofs oordeel dat - behoudens tegenbewijs - moet worden uitgegaan van vermoeden dat schade is veroorzaakt door defect aan motorrijtuig is bindende eindbeslissing waartegen cassatieberoep openstaat.
In dit geding wordt getwist over de vraag onder welke verzekeringsovereenkomst de aansprakelijkheid is gedekt voor schade die in drie gevallen tijdens het lossen van bulklading uit tankwagens aan derden is toegebracht: onder een verzekering tegen aansprakelijkheid van motorrijtuigen (WAM-verzekering) of onder de verzekering tegen bedrijfsaansprakelijkheid (AVB-verzekering). De tankwagens zijn voorzien van een eigen losinrichting. In alle drie gevallen was de tankwagen conform de instructie van de geadresseerde gereed voor lossing (de lossingsslangen waren aangebracht en de compressor was in werking). Het Hof heeft voor de beantwoording van voormelde vraag de oorzaak van de schade beslissend geacht. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat op de WAM-verzekeraar het bewijsrisico rust ten aanzien van zijn standpunt dat "het gebrek van het voertuig" (de tank/laad- en losinrichting) een gevolg is van gemaakte fouten bij de bediening van de tank/laad- en losinrichting.
Het middel bestrijdt tevergeefs de door het Hof gegeven uitleg volgens welke beslissend is wat de oorzaak is van de schade, ook als deze is ontstaan tijdens het laden en lossen. Die uitleg, die is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, moet aldus worden begrepen dat het naar 's Hofs oordeel de WAM-verzekering is die het aansprakelijkheidsrisico dekt voor schade die met de lading wordt veroorzaakt als gevolg van een gebrek van het motorrijtuig of de daarvan deel uitmakende laad- en losinrichting, terwijl de AVB-verzekering dekking geeft ter zake van aansprakelijkheid voor schade die tijdens het laden of lossen met de lading wordt veroorzaakt anders dan tengevolge van een gebrek als evenbedoeld.
Nu het oordeel van het Hof inhoudt dat moet worden uitgegaan van het vermoeden dat de schade is veroorzaakt door een defect aan het motorrijtuig en dat de WAM-verzekeraar bewijs zal moeten leveren van door hem nader aan te geven stellingen waaruit het tegendeel kan blijken, is geen sprake van voorlopige oordelen in de zin van art. 399 Rv, zodat tegen 's Hofs oordeel cassatieberoep openstaat.

Rb Arnhem 04-11-1999 rolnr 1998/2452 ongepubliceerd twee WAM-verzekeringen kunnen gelijktijdig bestaan WAM en na-u clasule

Verouderd uitgangspunt : Een na-u clausule is van belang bij twee WAM-dekkingen (vgl. samenloopcie 28 en 61 contra 93).

HR 5-2-1999, RvdW 1999, 29 C Bindend advies bevoegdheid rechter

Naar het oordeel van het Hof bevat het samenloopreglement geen bepaling waardoor een verzekeraar afziet van het recht een samenloopgeschil voor te leggen aan de rechter en heeft de verzekeraar daar ook niet van afgezien zodat het oordeel van de samenloopcommissie de verzekeraar niet bindt.

HR 5 februari 1999, VR 1999, 98 (Aegon/Royal Nederland) WAM niet relevant

Bij dit geschil tussen twee verzekeraars is niet van belang of één van beide door benadeelden op grond van de WAM had kunnen worden aangesproken, maar gaat het om de interne verplichting 'verzekeringsrisico' te dragen en het bestaan van de mogelijkheid van onderling regres.

HR 27-2-1998 VR 1999, 27 samenloop ziektekosten reis hard zacht K 277 Europeesche / Ohra

Chronologisch beginsel ziektekosten reis 277 K hard zacht HR 27-2-1998 RvdW 1998, 63
In zijn arrest van 10-3-1995, VR 1995, 201 had de Raad mede ter wille van de rechtszekerheid aanvaard dat bij samenloop van een verzekering met een “zachte” samenloopclausule en één met een “harde” samenloopclausule slechts de eerstgenoemde dekking verleent.
Een na-u clausule is hard als niet alleen dekking wordt uitgesloten in de verzekeringsovereenkomst waarin deze is gesloten, maar als ook bepaald is dat die verzekering in geval van samenloop geheel moet worden weggedacht. De zinsnede: “zo deze verzekering niet bestond” maakt de desbetreffende clausule zonder meer tot een “harde” clausule.
De in de arresten HR 12-04-1985, NJ 1985, 867 en 13-12-1991, NJ 1992, 316 aanvaarde regel dat art. 277 K niet van toepassing is op aansprakelijkheidsverzekeringen geldt ook ten aanzien van ziektekostenverzekeringen.
Art. 277 K ziet slechts toe op verzekeringen welke zich naar hun aard ertoe lenen de volle waarde van het verzekerde object te dekken. Van zodanige verzekering is sprake wanneer de verzekering het belang dekt dat de verzekerde heeft bij het behoud van een zaak, maar niet wanneer de verzekering dekking biedt tegen nadeel door het ontstaan van één of meer schulden ter zake medische zorg.
Vgl. Hof Arnhem 24-12-1991, VR 92, 121 voor 277 K

HR 16-2-1996, RvdW 96, 60 Werkmateriaal AVB regie multifunctioneel voertuig kabel houder

Zie ook het Verzekeringsarchief 1, 1998, p 8 e.v.
Indien met werkmateriaal schade veroorzaakt wordt dient in beginsel de werkmateriaalverzekeraar de schade te vergoeden of de schade nu binnen of buiten boord (regiefout) wordt veroorzaakt. Het begrip houder dient in civiel­rechtelijke zin beoordeeld te worden. Degene die rechtstreeks of via een ander de feitelijke heerschappij over het voertuig heeft is de houder. Daarbij is van belang een eventuele huurovereenkomst, de zeggenschap over de gedragingen van de bestuurder. De strekking van de werkmateriaalpolis is onmiskenbaar de aansprakelijkheid te dekken die kan voortvloeien uit het gebruik van de machine, ongeacht of de schade veroorzaakt is door een gebrek van de machine of door een fout van de bestuurder danwel van iemand op wiens aanwijzingen de machine gebruikt werd.

HOF 's-GRAVENHAGE, 17 oktober 1995, SES 1997/102 AVB biedt geen dekking voor dreigende schade die onder autopolis is gedekt

Art. K 256, 277, 283
Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) tegen o.a. schade aan goederen (art. 1 sub 4), met o.m. de clausule: 'Van de dekking is uitgesloten de aansprakelijkheid van de eigenaar (...) voor de door of met het motorrijtuig (...) veroorzaakte schade. Deze uitsluiting geldt niet ter zake van de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt: (...) met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig' (art. 4 sub 3), een en ander onder bepaling voorts dat de aldus omschreven dekking alleen dan geldt 'indien en voor zover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering (...)'. Verzekerde heeft elders een motorrijtuigverzekering t.b.v. zwaar vervoer lopen. Tijdens het vervoer van vaten natriumhydrosulfiet geraken de achterwielen van Verzekerde's trekker met oplegger in Duitsland van de weg (januari 1990); de lading gaat schuiven, één vat slaat lek en de trekker-combinatie kan niet op eigen kracht haar weg vervolgen. De plaatselijke politie treft veiligheidsmaatregelen, schakelt het Rode Kruis en de brandweer in, zet de weg af, en doet de lading afvoeren. Verzekerde spreekt AVB-Assuradeuren aan tot vergoeding van de haar uit dien hoofde in rekening gebrachte kosten.
De AVB biedt geen dekking voor de door de politie gemaakte kosten terzake van het weer op de weg zetten van de trekker-combinatie, aangezien die kosten niet vallen onder het begrip 'schade' als omschreven in de verzekeringsvoorwaarden (art. 1 sub 4).
Zo de door politie, brandweer en Rode Kruis i.v.m. het lek raken van het vat met natriumhydrosulfiet gemaakte kosten als 'schade' in de zin van de verzekeringsvoorwaarden zijn aan te merken, betreft het schade veroorzaakt 'met of door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van een motorrijtuig' (art. 4 sub 3), waarvoor slechts dekking bestaat indien en voor zover de aansprakelijkheid niet is gedekt door een elders voor het motorrijtuig afgesloten verzekering. Verzekerde's motorrijtuigverzekering gaf in art. 7 dekking tegen 'aansprakelijkheid voor schade aan personen of goederen - met inbegrip van de daaruit voortvloeiende schade - die (...) is veroorzaakt met of door het motorrijtuig' inclusief 'de schade veroorzaakt door goederen, welke zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van het motorrijtuig en/of van de medeverzekerde aanhanger/oplegger (de lading)'. Verzekerde's onderhavige aansprakelijkheid is niet gebaseerd op schade aan de lading, maar op schade die werd toegebracht of dreigde te worden toegebracht aan de bodem en de hulpverleners of de omwonenden als gevolg van het weglekken van natriumhydrosulfiet uit het vervoerde vat, m.a.w. schade veroorzaakt door de lading. De aansprakelijkheid voor die schade is ingevolge vorenvermeld art. 7 - en voor zoveel nodig ex art. 283 K. - gedekt onder de motorrijtuigverzekering, zodat AVB-Assuradeuren onder de bij hen afgesloten verzekering niet tot dekking gehouden zijn.
Daaraan doet niet af dat de motorrijtuig-verzekeraar op grond van zijn eigen (vooralsnog onjuist te achten) uitleg van de desbetreffende verzekeringsbepalingen weigert uit te keren: die opstelling kan niet zonder meer een gehoudenheid van AVB-Assuradeuren meebrengen.

HR 10-3-1995 NJ 95, 580,  RvdW 95, 65 Hard zacht fictie

Hard zacht verschil sorteert effect. Samenloop uitspraak 75: Hard is als ook in een fictieve situatie van dekking op een andere polis dekking ontbreekt.

RvT I 95, 10 Secundaire dekking goede naam

De verzekeraar met na-u-clausule die ervan uit gaat dat de schade geregeld wordt door de verzekeraar met primaire dekking handelt niet in strijd met de goede naam.

Rb Rotterdam 11-3-1994,  VrB 94, 74. WAM Garage Aanmelding

Voor de duur van de reparatie was er door aanmelding bij de WAM verzekeraar een andere verzekering tot stand gekomen waardoor de verplichtingen op grond van art. 13. 5 WAM ophielden welke niet beperkt zijn tot het narisico zie ook Rb Den Haag 2-5-1977 VR 78, 2. (Deze verplichtingen betreffen de action directe maar laten de overeenkomst met de garage in stand).

Hof Amsterdam 3-3-1994 VR 95, 24 WAM / AVB Lading sonderingsapparatuur

Sonderingsapparatuur die zich op of in een auto bevindt is een zelfstandige zaak waarvoor dekking op de AVB is gegeven als de AVB de uitsluiting motorrijtuigen ongedaan maakt voor schade door zaken op of in het voertuig

Hof Amsterdam, 7-4-1994, VrB 94, 76 Motorvoertuig werkmateriaal AVB WAM

Een drainage/graafmachine is een motorvoertuig. Het voldoet aan de om­schrijving van het begrip motorvoertuig in WVW art. 1 en WAM art. 1, waarbij doorslaggevend te achten is of er sprake is van een voertuig dat bestemd is om over de grond te worden voortbewogen uitsluitend door een mechanische kracht op of aan het voertuig zelf aanwezig.

HR 8-7-1991, NJ 91, 778; VR 92, 3, Vrb 92, p. 13, 14 Aansprakelijkheid CAR AVB object dekking

De car-polis kent een bijzondere bepaling dat de verzekeraar moet uit­keren en een algemene voorwaarde dat schade die elders verzekerd is niet gedekt is. Een en ander impliceert dat de samenloop tussen de car-verzekering als objectverzekering en de AVB verzekering als aan­sprakelijkheidsverzekering zo geregeld is dat de car-verzekeraar een primaire betalingsplicht jegens de verzekerde heeft en dat de verhou­ding met de andere verzekeraar zo geregeld is dat de andere verzekering de betaling dient over te nemen nu die andere verzekering een dergelijke regeling niet kent.
(vgl. belang eigenaar brand aansprakelijkheid bewaargeving aardbeienmanden K 265 K 267 HR 7-2-1913, NJ 13, p. 471 )

RvT I-87, 24 De eerst aangesproken verzekeraar had de schaderegeling ter hand moeten nemen, waarna het geschil tussen de betrokken verzekeraars onderling had kunnen worden opgelost

HR 07-02-1986, NJ 1986, 459, Het enkele verplaaatsen om positie voor heffen in te nemen is geen verkeersdeelname

Wanneer het motorrijtuig bij het zich verplaatsen op een openbare weg of op terreinen als bedoeld in art. 2, par. 1, schade veroorzaakt op een wijze die karakteristiek is voor schadeveroorzaking door een motorrijtuig in het verkeer, het feit dat het motorrijtuig tegelijkertijd als werktuig in de hiervoor bedoelde zin werd gebezigd, niet er aan in de weg staan dat de schade zou moeten worden aangemerkt als in het verkeer veroorzaakt.
De enkele omstandigheid dat tijdens de schadeveroorzaking het motorrijtuig zich bij het verrichten van de desbetreffende werkzaamheden met behulp van zijn wielen verplaatste ten einde de juiste positie in te nemen, brengt nog niet mee dat de schadeveroorzaking in het verkeer plaatsvond; zulks zal met name niet het geval zijn, als het zich verplaatsen van het motorrijtuig redelijkerwijs slechts gezien kan worden als een onderdeel van de manoeuvre waarbij het motorrijtuig als ,,werktuig'' wordt gebezigd en als de schade niet is veroorzaakt op een wijze die overigens karakteristiek is voor schadeveroorzaking door een motorrijtuig in het verkeer.

Mr. H.A. Bouman. Bindend advies 1 juli 1985, VR 1986, 5 samenloop garage met WAM dekking en na-u clausule / WAM-verzekering. Na-u clausule van belang

Reparatie-monteur, WAM-verzekerd onder garage-polis bij A, veroorzaakt ongeval met bij B als WAM-verzekeraar geregistreerde auto.
Auto was kort tevoren bij aanrijding beschadigd door schuld van derde, hetgeen als 'verhaalsschade' niet was gemeld bij B.
WAM-verzekeraar derde had schade total loss getaxeerd op gering bedrag beneden reparatiekosten en eigenaar auto besluit tot reparatie, in kader waarvan ongeval ontstaat.

Vraag of WAM-verzekering volgens B's polis, die verzekering deed eindigen bij total loss, ook geëindigd was ex art. 13, lid 5, ontkennend beantwoord, nu in tweezijdig verzekeringscontract van eigenaar met B over al dan niet total loss niet was overlegd laat staan overeenstemming bereikt, waarbij twijfelachtig was of ook in zin van B's polis van total loss sprake was.
B moet dekking verlenen nu garage-polis bij A na-u-clausule bevat.

HR 12-4-1985 NJ 85, 867; VR 86, 4 Korstanje Chronologisch beginsel rijbewijs wam 277 K

Art 277 K heeft ten doel te voorkomen dat de verzekerde meer uitgekeerd zou krijgen dan zijn schade. De wetgever bereikt dit doel door uit te gaan van de volle waarde van het gevaarsobject. Nu de aansprakelijkheidsverzekering geen gevaarsobject kent en het verzekerd belang in het algemeen niet tot een bepaald bedrag beperkt is bestaat er geen grond om art 277 K mede van toepassing te achten op aansprakelijkheidsverzekeringen. Het chronologisch beginsel is daarop dus niet van toepassing.

HOGE RAAD 12 nov. 1971 NJ 1972, 49. WAM artt. 1, 2, Aanhangwagen na 30 minuten nog deelname aan verkeer

Losgekoppelde aanhangwagen, geparkeerd op hellende weg, raakt in beweging en komt in botsing met geparkeerd motorrijtuig. Was aanhangwagen ,,buiten het verkeer'' tot stilstand gekomen in de zin van art. 1 WAM? Aansprakelijkheid waartoe een motorrijtuig aanleiding kon geven in de zin van art. 2 WAM.
De chauffeur van een vrachtauto met aanhangwagen parkeert deze aan de kant van een openbare, enigszins hellende weg, waar parkeren niet verboden is, koppelt aldaar de aanhangwagen los, zet deze op de remmen, maar verzuimt de wielen te blokkeren. Ongeveer 30 minuten later komt de aanhangwagen in beweging, rolt de helling af en botst tegen een eveneens aan de kant van de weg geparkeerde auto. Een vordering tot vergoeding van schade, gericht tegen WA-assuradeur van vrachtauto met aanhangwagen, is door de Rechtbank afgewezen, omdat de losgekoppelde aanhangwagen ,,buiten het verkeer tot stilstand was gekomen'' als bedoeld in art. 1 WAM en mitsdien niet was een motorrijtuig in de zin van de WAM en omdat de schade niet is een schade waartoe een motorrijtuig aanleiding heeft gegeven in de zin van art. 2 WAM (Red.).
HR: Een losgekoppelde aanhangwagen die aan de kant van een openbare weg geparkeerd staat op een plaats waar zulks niet verboden is, moet in beginsel geacht worden buiten het verkeer tot stilstand te zijn gekomen in de zin van art. 1 WAM, gelijk uit de geschiedenis van de wetsbepaling blijkt. De Rechtbank heeft aangenomen dat de onderhavige aanhangwagen door zijn wijze van geparkeerd staan op geen enkele wijze de vrijheid en veiligheid van het verkeer in verdergaande mate heeft belemmerd dan bij foutloos parkeren het geval pleegt te zijn. Hiervan uitgaande was de Rechtbank terecht van oordeel dat de geparkeerde aanhangwagen, ondanks het verzuim van de chauffeur van de vrachtauto om de wielen te blokkeren, buiten het verkeer tot stilstand was gekomen in de zin van art. 1.
Voormelde fout van de chauffeur is gemaakt bij het parkeren van de vrachtauto met aanhangwagen en het losmaken van de koppeling tussen beide delen van dat motorrijtuig, en is mitsdien een fout, gemaakt bij het manoeuvreren met het motorrijtuig, hetgeen met zich brengt dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de gevolgen van die fout is een aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kon geven in de zin van art. 2 WAM.

Samenloop en Subrogatie Mok Verzekeringsarchief.

Verdeling van cascoschaden tussen Casco/AVP-verzekeringen' ("krassende kinderen")

Regeling Verdeling van cascoschaden tussen Casco/AVP-verzekeringen' ("krassende kinderen")

04 GCS casco avp 001 regeling niet van toepassing bij verkeersdeelname van betrokkenen, pdf

Geschillencommissie

niet gepubliceerd Feitencompex moet vaststaan

GCS 130 AVB / Werkmateriaal “met of door een motorrijtuig” Met een motorrijtuig impliceert relevante medeveroorzaking.

Met een freesmachine werd onvoldoende ruimte vrijgemaakt voor de vrachtauto die het losgekomen materiaal opving. Daardoor bleef deze gedeeltelijk op het spoor staan en kwam in aanraking met een trein. De AVB biedt geen dekking voor schade toegebracht met of door een motorrijtuig. “Toegebracht met” vereist geen fysieke betrokkenheid. Bepalend is of het motorrijtuig de schade mede heeft toegebracht. Dat is het geval. Alleen dekking op de werkmateriaalpolis.

GCS 129 WAM / WAM “Twee verzekeringen op datum ongeval” voor zelfde verzekeringnemer en zelfde voertuig 50:50

1-8-2008 ingang dekking wam-verzekeraar A
1-10-2012 royement bij A wegens wanbetaling
11-12-2012 zelfde voertuig ook bij wam-verzekeraar B verzekerd volgens RDW.
17-12-2012 verzoek aan A tot nieuwe dekking, verzoek ivm royement niet in behandeling genomen.
14-1-2013 ontvangst premie en herstel dekking op die dag bij A met ingang van 17-12-2012.
15-5-2013 ongeval. Voor dag ongeval twee verzekeraars bij RDW geregistreerd.
De commissie ziet geen reden af te wijken van haar beslissing in uitspraken 76 en 93 waarin is geoordeeld dat voor de vraag welke verzekeraar kan worden aangesproken bepalend is welke verzekeraar door de benadeelde had kunnen worden aangesproken.
(CV of de commissie blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting door bij de beoordeling van dekking in de zin van art. 7:961 lid 3 BW geen acht te slaan op de verhouding tot de verzekerde en zich alleen te richten op de vraag of de benadeelde aanspraken heeft hangt ervan af of partijen onderscheid tussen benadeelde en verzekerde maakten, vgl. HR 11-7-2014 ECLI:NL:HR:2014:1678 en de Bont en Visser in Samenloop vervangende autoverzekeraar d.d. 20-9-2013 htm gepubliceerd in PIV-Bulletin 2013, 4).

GCS 128 AVB / werkmateriaal "de verrijkte verreiker" Werkmateriaalpolis biedt expliciet en daardoor uitsluitend dekking.

Werknemer valt. Het vastopapparaat aan de verrijker met bak was niet goed bevestigd en werkte niet goed. De werkmaterieelpolis biedt expliciet dekking voor voorwerpen daaraan bevestigd en moet daarom uitsluitend dekking verlenen. De “Regeling inzake samenloop van Motorrijtuig- en algemene WA verzekering” beoogt voor gevallen als de onderhavige te komen tot een sluitende spiegelbeelddekking in die zin dat de schade gedekt is onder één verzekering met uitsluiting van de andere. In het midden blijven of de hiervoor omschreven uitsluiting van het motorrijtuigrisico in de polis van partij A zo ruim is geformuleerd dat deze mede omvat de onvoldoende zorgvuldige omgang met het valstopapparaat zoals die zich bij de onderhavige schadegebeurtenis heeft voorgedaan.
De commissie is niet bevoegd te oordelen over de schadevordering zelf.

GCS 127 AVB / werkmateriaal „De onoverzichtelijke werkvloer‟ met heftruck dus werkmateriaal / bevoegdheid bij indiening door één partij

Na dienst naar huis op rijpad in loods werkgever aangereden door collega met heftruck. De schade is met de heftruck toegebracht dus niet gedekt op de AVB en daarom geen samenloop in lijn met uitspraak 33.
De commissie is dus bevoegd te oordelen over een geschil wat door één lid bij de commissie aanhangig is gemaakt.

GCS 126 docx pdf WAM / AVB contaminatie in kaas gevaarlijke stoffen, contaminatie in voertuig, daarom WAM

Contaminatie van natronloog bestemd voor voeding met styreen in buffertank vrachtauto bestemd voor technische doeleinden.
De schade is ontstaan op het moment dat de natronloog gecontamineerd werd met de styreen. Dit kan tijdens het laden zijn gebeurd wanneer de styreen zich in de tankoplegger bevond, of tijdens het lossen wanneer de styreen alleen in de damretrourleiding aanwezig was en deze dampretourleiding is gebruikt voor het lossen. Nu het laden en lossen van een gevaarlijke stof onder het WAM-risico valt en daarvoor door partij A, als WAM-verzekeraar, ook dekking wordt gegeven, terwijl de AVB bij partij B op dat punt (als spiegelbeeld) de schade niet dekt, bestaat er alleen dekking op de WAM-polis bij partij A, zodat van samenloop geen sprake is.

125 WAM / Garage geen dekking bij niet voldoen aan voorwaarde te melden.

Volgens de polisvoorwaarden van de WAM-verzekeraar voor de leaseauto is de verzekerde verplicht een vervangende leenauto direct bij de verzekeraar aan te melden. De verzekerde heeft daar bewust geen uitvoering aan gegeven omdat in het leasecontract stond dat een vervangende auto niet verzekerd is en omdat de garage de leenauto verstrekte met mededeling dat deze verzekerd was. Voor de leenauto is bij de WAM-verzekeraar geen dekking tot stand gekomen.

124 pdf docx AVB / werkmateriaal bij gebruik heftruck als steiger geen dekking en geen dekking op AVB ivm motorrijtuiguitsluiting.

Ten eerste is de schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig. Het risico dat eigen is aan het gebruik van (het hefmechanisme van) de heftruck heeft zich in dit geval verwezenlijkt waardoor het motorrijtuig een feitelijke onmisbare schakel was in het schadeveroorzakend evenement. Ten tweede gaat de commissie ervan uit dat de schade onder het eigen risico van € 1.000.000,-- blijft.
De commissie heeft in haar uitspraak GCS Samenloop 122 bepaald dat een terecht beroep op een uitsluitingsclausule in verband met oneigenlijk gebruik van werkmaterieel ertoe leidt dat er geen dekking is op de werkmaterieelverzekering.

123 pdf docx Beroepsa.s / beroepsa.s huisarts overkoepelende stichting bij zuivere excedentdekking bestaat geen samenloop

De commissie is van oordeel dat de offerte van partij B, de omschrijving van de verzekerde hoedanigheid op het polisblad van partij B en de verzekeringsvoorwaarden van partij B, in het bijzonder artikel 4.4 van de Verzekeringsvoorwaarden Aansprakelijkheid voor medische beroepen, Extramuraal individueel, in onderling verband en samenhang, duidelijk zijn en dat daaruit redelijkerwijs geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat de verzekering van partij B is bedoeld als een zuivere excedentverzekering. Nu de aansprakelijkheid van X is verzekerd op een door haar op individuele basis bij partij A gesloten beroepsaansprakelijk-heidsverzekering, komen de excedentverzekering bij partij B en een vergelijking tussen de "hardheid" van de respectieve na-u-clausules niet aan de orde.

122 AVB / Landmateriaal uitsluiting op landmateriaal voor ander doel dekking op AVB

Volgens de bevindingen werd de last hangend gehesen met de lepels en niet verplaatst bovenop de lepels van de kniklader, waarbij geheel andere krachten vrijkomen en waardoor de kniklader kon kantelen. De kniklader mocht volgens de gebruiksaanwijzing niet als hijswerktuig gebruikt worden. Daardoor werd art. 7.3 van het arbeidsomstandighedenbesluit overtreden dat als materiële wet geldt. Volgens de polisvoorwaarden van de landmaterieel verzekering is gebruik met een ander doel uitgesloten, waardoor er ook geen samenloop is.

121 AVB / Landmateriaal opengevallen containerklep dekking op AVB

GCS: samenloop: : alleen dekking op AVB , 17 november 2010 Geschillencommissie Schadeverzekeringen nr 121.
Geschil AVB-verzekeraar en landmateriaalverzekeraar.

Een niet geborgde klep van een container valt open na of tijdens stapeling met een heftruck op een andere container. Het ontbreken van de borgpennen cormt de conditio sine qua non. De AVB verzekeraar kan na acht jaar niet bewijzen dat de heftruck een rol speelde en draagt daarom de schade.

120 AVB / CAR Kabelschade door sondeerrups

Kabelschade door sondeerrups in tunnel bij aanbrengen watermeter. De AVB-verzekeraar erkent dekking te bieden voor de schade.
De CAR-verzekering biedt slechts dekking voor schade veroorzaakt door een WAM-plichtig voertuig. Alleen een bedrag is gedekt dat uitsteekt boven het bedrag dat krachtens de WAM verplicht verzekerd had moeten zijn. Omdat het door de AVB verzekeraar uitgekeerde schadebedrag binnen de wettelijk voorgeschreven verzekerde som is gebleven biedt de CAR-verzekering geen dekking.
De commissie behoefde niet toe te komen aan een oordeel over verjaring en na-u clausules.

119 7 mei 2010 AVB / WA-Motorrijtuigenverzekering vrachtauto’s. Val van autotransporter bij laden

De oorzaak van de val was een gebrekkige valbeveiliging op de autotransporter . De motorrijtuigenverzekering biedt een kale WAM-dekking. De HR heeft in een vergelijkbare zaak op 10 oktober 2003 (NJ 2004/22) het oordeel van het hof  dat een beroep op de motorrijtuiguitsluiting van de AVB-verzekaar dient te worden verworpen omdat de AVB-verzekeraar bekend had behoren te zijn met de beperkte dekking van de WAM-verzekering en dus in diens eigen polisvoorwaarden met voldoende duidelijkheid tot uitdrukking had moeten brengen dat de AVB niet aansloot bij de verplichte WAM-dekking, maar bij een ruimere verzekering dan de beperktere en verplichte WAM-dekking.
Dezelfde argumenten kunnen voor een beperkte WAM-verzekering worden gehanteerd.
De Commissie wijst partijen op circulaire no. MOT-L-97/15/circulaire no. AAA-97/06, die een zogenaamde spiegelbeelddekking beoogt. Nu beide verzekeraars in dit opzicht tekort zijn geschoten, acht de Commissie het gerechtvaardigd en billijk dat de schade en de redelijke kosten verbonden aan het afwikkelen van deze claim over beide verzekeraars wordt verdeeld.  

118 WAM / AVP “door chauffeur omvergelopen fietsster

Op het moment dat de bestuurder C zijn motorrijtuig verliet om in een winkeletalage te kijken was het motorrijtuig nog niet veilig buiten het verkeer tot stilstand gebracht, waardoor het verband tussen het gebruik van die auto en het gedrag als bestuurder, gedurende het tijdsbestek dat deze zijn auto had verlaten, behouden bleef. Een dergelijk verkeersgedrag staat in een zodanig nauw verband met het deelnemen aan het verkeer van, dat de schade valt aan te merken als zijnde veroorzaakt met of door het gebruik van een motorrijtuig in de zin van artikel 3 van de WAM.

117 AVB / AVB "Regeling asbestschaden".

De Regeling asbestschaden geeft geen pasklaar antwoord op de vraag welke verzekeraar als regelend verzekeraar zal hebben te gelden als geen geldige dekking bestond op het moment van de eerste melding door verzekerde. Een redelijke uitleg van de Regeling asbestschaden brengt mee dat in zo’n geval de verzekeraar die in tijd gerekend het laatst vóór dat moment als regelend verzekeraar zal hebben op te treden, tenzij deze kan aantonen dat ook zijn polis geen dekking biedt voor de schade

116 26-01-2005 AVB / Werkgeversa.s. motorrijtuig

De aansprakelijkheidsverzekering voor schade aan werknemers met een motorrijtuig toegebracht biedt geen dekking als de aansprakelijkheid niet uit het gebruik van het voertuig in het verkeer wordt toegebracht maar door een andere oorzaak gegeven is.

115 26-01-2005 goederen / werkmateriaal omvergereden magazijnstelling, derden

Onder derden in de aansprakelijkheidsverzeeringsovereenkomst wordt begrepen degenen niet zinde verzekeringnemer en verzekeraar. Het begrip heeft geen bertrekking op de niet contractanten van verzekerde.

114 08-09-2004 Garage met WAM dekking / WAM vervangende auto

Uit de inhoud van de polisvoorwaarden leidt de commissie af dat alleen met betrekking tot het in het in het verzekeringsbewijs omschreven voertuig van bedrijf C is bepaald dat de verzekering voldoet aan de bepalingen van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) en dat ten aanzien van een tijdelijk ter beschikking gesteld vervangend motorrijtuig met Nederlands kenteken, niet behorend tot het eigendom van verzekerde, de verzekering voor dezelfde risico's als voor het verzekerde motorrijtuig dekking biedt, mits het vervangende motorrijtuig niet door een andere verzekering, al dan niet van oudere datum, is gedekt of daarop verzekerd zou zijn, indien de onderhavige verzekering niet zou hebben bestaan. De zogenaamde WAM-strik is niet van toepassing op een vervangend motorrijtuig, indien sprake is van een andere verzekering die dekking biedt voor dit vervangende motorrijtuig.

113 11-08-2004 avb / wam Afgekoppelde aanhangwagen VI verkeersdeelname

Voor een combinatie van auto met aanhangwagen geldt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat deelname aan het verkeer eindigt zodra deze aanhangwagen na ontkoppeling ‘veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen’, waarvan in de onderhavige kwestie nog geen sprake was, daar na ontkoppeling van de aanhangwagen en het verplaatsen van het motorrijtuig, het vervoer met deze aanhangwagen met lading direct aansluitend handmatig werd voortgezet.

112 15-04-2004 avb / werkmarteriaal aardappelkist op vorkheftruck

De schade door het gebruik van een heftruck als stelling is een gebruik dat verzekerd is op de werkmateriaalverzekering

111 19-11-2003 avb / landmateriaal bruidshuis

Indien partijen/verzekeraars overeenkomen dat één van hen als regelende verzekeraar zal optreden bestaat bevoegdheid van de commissie om een bindend advies te geven, ondanks een forumbeding in de polis. Degene die de heerschappij heeft over de wijze waarmee met een hei-installatie wrodt gewerkt moet aangemerkt worden als de houder daarvan.

110 “Defecte slangkoppeling” Betreft: W.A.-motorrijtuigverzekering/AVB-verzekering

Door een defect aan de slangkoppeling (inwendig in de slang) was tijdens het lossen met behulp van een trekker met tankoplegger een hoeveelheid zetmeel vrijgekomen, welke het fabrieksterrein had verontreinigd.
De commissie stelde vast dat de trekker met bulktankoplegger viel onder de definitie van het motorrijtuig in de polisvoorwaarden van de W.A.-motorrijtuigverzekering. De bulktankoplegger met losinstallatie en de daaraan gekoppelde slang viel onder het begrip laad/los-werkmaterieel in de polisvoorwaarden. Aansprakelijkheid voor schade toegebracht door het motorrijtuig is in beginsel gedekt onder de polis van de W.A.-motorrijtuigverzekeraar. Schade toegebracht met of door aan het motorrijtuig gekoppeld laad-en losmaterieel tijdens de uitvoering van
werkzaamheden waarvoor dit werkmaterieel is bestemd, is uitdrukkelijk van dekking uitgesloten.

De commissie stelde vervolgens vast dat de AVB-verzekering dekking biedt voor alle gevallen waarin met de lading schade wordt toegebracht, ongeacht wat de achterliggende oorzaak van de schadetoebrenging is. De commissie concludeerde dat de aansprakelijkheid voor de schade, zoals die teweeg was gebracht, was gedekt onder de AVB-verzekering. Op de W.A.motorrijtuigverzekering was deze schade van dekking uitgesloten.

109 “Van laadklep gevallen platenwagen” AVB-verzekering/W.A.-motorrijtuigverzekering. Hard zacht

Bij het verrijden van een platenwagens uit de laadruimte door de chauffeur, reed echter de ongeremde kar van de enigszins schuin aflopende laadklep vanzelf door.
De commissie leidde uit de geponeerde stellingen en aanvullende informatie van partijen af dat zij met hun polisvoorwaarden aansluiting hebben willen zoeken bij de “Regeling inzake Samenloop van motorrijtuig- en algemene W.A.-verzekering”. De commissie wees erop dat deze regeling beoogt verzekeraars voor gevallen als de onderhavige te laten komen tot een sluitende, zogenaamde spiegelbeelddekking, dat wil zeggen dat de aansprakelijkheid voor een schade als de onderhavige, gedekt is onder één verzekering met uitsluiting van de andere.

De commissie stelde aan de hand van het aangeleverde feitenmateriaal vast dat als directe en rechtens relevante oorzaak van het ongeval de gebrekkige en schuin aflopende laadklep moest worden aangemerkt. Aangezien deze laadklep onderdeel van het motorrijtuig vormt is het ongeval veroorzaakt doordat van een gebrekkig motorrijtuig gebruik werd gemaakt. De commissie stelde vast dat er voor deze schade dekking bestond onder de W.A.motorrijtuigverzekering. De commissie stelde vervolgens vast dat de AVB-verzekering dekking bood voor schade door lading die zich bevindt op, dan wel valt of gevallen is van een motorrijtuig, zodat de AVBverzekering
in beginsel eveneens dekking bood voor de onderhavige door de platenwagen toegebrachte schade. De polisvoorwaarden van de AVB-verzekering bevatte echter een harde samenloopbepaling zodat de commissie concludeerde dat de W.A.-motorrijtuigverzekeraar dekking moest verlenen.

108 “Losgekoppelde aanhangwagen V” Betreft: AVP-verzekering/W.A.-motorrijtuigverzekering

X had zijn aanhangwagen met één wiel op het trottoir en met één wiel op de weg geparkeerd. Tijdens handmatig manoeuvreren 2 uur later kwam de aanhangwagen in aanraking met de aldaar geparkeerd staande auto van Y, welke auto hierdoor beschadigd werd. Partijen waren verdeeld over het antwoord op de vraag of de aanhangwagen, na te zijn losgekoppeld, veilig buiten het verkeer tot stilstand was gekomen.
De commissie leidde uit de feiten af dat er ter plekke geen parkeerverbod van kracht was en dat de aldaar en op zodanige wijze geplaatste aanhangwagen, na te zijn losgekoppeld, geen direct gevaar voor het verkeer opleverde.
Het handmatig verplaatsen van de aanhangwagen, nadat ongeveer een periode van twee uur was verstreken, geschiedde dan ook niet om aan een mogelijke onveilige situatie een einde te maken, maar vond louter plaats om deze inmiddels met af te voeren spullen geladen aanhangwagen, wederom aan de auto te gaan vastkoppelen. De commissie stelde vast dat de aanhangwagen na het ontkoppelen veilig buiten het verkeer tot stilstand werd gebracht en dat deze op het moment van de schadetoebrenging geen onderdeel meer vormde van het motorrijtuig zodat niet de W.A.-motorrijtuigverzekering van X dekking moest bieden voor de met de aanhangwagen toegebrachte schade, maar diens AVP-verzekering.

107 “Gevallen vuilnisman” Betreft: W.A.-motorrijtuigverzekering/AVB-verzekering

Een vuilnisman was bezig een container uit de laadbak van een huisvuilauto te halen die tijdens de huisvuilroute daarin was gevallen. Hij viel hierbij en klemde zijn voet tussen twee delen van de wagen, ten gevolge waarvan zijn kniebanden scheurden.
Nu niet gezegd kon worden dat het ongeval was veroorzaakt dan wel toegebracht door de lading van het motorrijtuig, de specifieke regeling die in beide polissen wordt gegeven voor schade door lading en voor schade bij het laden of lossen van lading, niet van toepassing was, zodat ook de verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2000 voor deze zaak niet van belang was.
De commissie achtte de handelwijze van vuilnismannen, die van tijd tot tijd onderweg op hun route op de vuilnisauto klimmen, eventueel om uit de laadruimte daarvan een vuilniscontainer te verwijderen, een specifiek vuilnisautorisico. Het ongeval stond naar het oordeel van de commissie in zodanig nauw verband met het risico dat eigen is aan het werken met een vuilnisauto, dat het ongeval moest worden aangemerkt als te zijn veroorzaakt met of door een motorrijtuig. De commissie concludeerde dat de W.A.-motorrijtuigverzekeraar dekking moest
verlenen.

106 “Afvalbak op vorkheftruck” Betreft: landmaterieelverzekering/AVB-verzekering

Met behulp van een vorkheftruck van Y werd een afvalbak opgetild tot aan de rand van de container. X was op de rand van de container geklommen. De afvalbak, met daarin X, is toen op enig moment van de lepels van de vorkheftruck gevallen. X viel op de grond en liep daardoor letsel op.
Partijen achtten Y, de werkgever van X, aansprakelijk voor de door het ongeval veroorzaakte schade van X. De commissie was op grond van de feiten van oordeel dat er in dit geval sprake was van een schade die een gevolg was van een dusdanig risicovol gebruik van de vorkheftruck met de daarop geplaatste afvalbak, dat hier sprake was van een schade aan personen veroorzaakt door of met het verzekerd object waarvoor volgens de polisvoorwaarden de landmaterieelverzekering dekking bood. Op de polis van de AVB-verzekering was de aansprakelijkheid voor
deze schade uitgesloten zodat de landmaterieelverzekeraar dekking moest verlenen.

105 “Gescheurde pompslang” Betreft: AVB-verzekering/W.A.-motorrijtuigverzekering

Tijdens bouwwerkzaamheden werd met behulp van een motorrijtuig waarop een pompinstallatie was bevestigd, mortel verpompt. Er ontstond een scheur in de pompslang en door de opening die daardoor ontstond werd mede door de hoge druk in de pompslang, de mortel weggespoten. Auto’s die op het aangrenzende parkeerterrein stonden werden hierdoor bevuild.
De commissie stelde vast dat de W.A.-motorrijtuigverzekering dekking bood op grond van de bepaling dat dekking bestaat voor schade die is toegebracht met of door zaken die zijn bevestigd op of aan het motorrijtuig het motorrijtuig. Naar het oordeel van de commissie kon namelijk gesteld worden dat de schade was toegebracht met of door een aan een motorrijtuig bevestigde zaak, in casu de gescheurde pompslang.
De AVB-verzekering bood dekking voor de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door lading, bij het laden of lossen van motorrijtuigen zodat de onderhavige schade waarvan gesteld kon worden dat die was veroorzaakt door de mortel terwijl deze werd gelost van het motorrijtuig binnen deze dekkingsomschrijving valt.
De commissie concludeerde dat er sprake was van samenloop van dekking van aansprakelijkheidsverzekeringen,
zodat dit geschil geregeld diende te worden conform artikel 1 van de “Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen.

104 "van heftruck‑Schuivende pompwagen" werkmaterieelverzekering/AVB-verzekering. Laden en lossen

Bij het uitladen van pallets uit een vrachtwagen moest een pompwagen in de vrachtwagen worden geplaatst. Dit geschiedde met behulp van een heftruck, bestuurd door X, werknemer van de firma P. Om te voorkomen dat de pompwagen van de heftruck zou vallen nam Y, eveneens werknemer van P, plaats op de lepels van de heftruck naast de pompwagen en hield deze vast. Bij het manoeuvreren met de pompwagen maakte X een beoordelingsfout waardoor de pompwagen over de lepels van de heftruck schoof en op de voet van Y terechtkwam. Y liep hierdoor letsel op. De aansprakelijkheid van de bestuurder van de heftruck voor de veroorzaakte schade werd door partijen erkend.
De commissie leidde uit de stellingen van partijen in hun respectieve memories af dat zij met hun toepasselijke polisvoorwaarden aansluiting hebben willen zoeken bij de “Regeling inzake de Samenloop van motorrijtuig- en algemene W.A.-verzekering” , laatstelijk gewijzigd conform de gecombineerde circulaire d.d. 3 maart 1997 van de Afdeling Motorrijtuigen en de Afdeling Algemene Aansprakelijkheid van het Verbond van verzekeraars. De commissie wees erop dat deze regeling beoogt verzekeraars voor gevallen als de onderhavige te laten komen tot een sluitende, zogenaamde spiegelbeelddekking, dat wil zeggen dat de aansprakelijkheid voor een schade als de onderhavige, gedekt is onder één verzekering met uitsluiting van de andere. De commissie was van oordeel dat uit de feitelijke toedracht bleek dat de schade was veroorzaakt door een fout van de bestuurder van de heftruck bij het besturen van die heftruck en dat de schade dus was veroorzaakt met het onder de werkmaterieelverzekering verzekerde object. De werkmaterieelverzekering bood hiervoor primair dekking. Het beroep van de werkmaterieelverzekeraar op dekking onder de AVB-verzekering op grond van de bepaling onder het kopje: laad-/losrisico, was naar het oordeel van de commissie ongegrond omdat deze bepaling beoogt een dekking te geven voor het spiegelbeeld van het motorrijtuigrisico conform genoemde samenloopregeling. Overigens was de commissie van oordeel dat de pompwagen ten tijde van het ongeval als lading van de heftruck moest worden aangemerkt en niet als lading van de vrachtauto en dat de pompwagen ten tijde van het ongeval door de heftruck werd vervoerd en niet werd geladen of gelost. Een beroep op dekking op de AVB-verzekering op grond van de bepaling onder het kopje: ladingrisico, zou eveneens ongegrond zijn. Immers de dekking voor het ladingrisico is slechts een aanvulling op de dekking voor het primaire motorrijtuigrisico.

103 "ingestorte stal" AVB‑verzekering/Werkmateriaal‑WA‑verzekering

Een werknemer van loonbedrijf Y, de heer X, was bezig met het uitgraven van grond in een stal. De graafwerkzaamheden werden verricht met een minigraafmachine. Vlak voordat de werkzaamheden waren voltooid is de zolder van de stal ingestort en op X terecht gekomen. X heeft hierdoor ernstig letsel opgelopen.
Partijen waren het er over eens dat de werkgever van X, loonbedrijf Y ex artikel 7:658 BW aansprakelijk was voor de schade van X. Over de feitelijke toedracht bestond geen duidelijkheid.
De commissie stelde aan de hand van de overgelegde stukken vast dat zij voor de toedracht kon uitgaan van drie mogelijkheden die tot het instorten van de stal hebben kunnen leiden, te weten:
a. het raken van de stutpaal met de graafmachine;
b. trillingen ontstaan tijdens het werken met de graafmachine;
c. het te diep weggraven van de grond in de kelderruimte waardoor de stutpaal is weggegleden en een gedeelte van het dak van de stal instortte.
De commissie stelde voorts vast dat het feit dat de cabine en veiligheidsbeugel waren verwijderd ertoe heeft geleid dat de bestuurder van de minigraver ten tijde van het ongeval met een object werkte dat niet voldeed aan de daaraan te stellen veiligheidseisen.
Volgens de commissie diende redelijkerwijze te worden aangenomen dat het werken met de (onvoldoende beveiligde) graafmachine in de stal – mede gelet op het feit dat de cabine en de veiligheidsbeugel van de graafmachine waren verwijderd, welke omstandigheden mede bepalend zijn geweest voor het ontstaan van de schade - de rechtens relevante oorzaak van de schade was. De commissie stelde vervolgens vast dat de werkmateriaalverzekering dekking bood voor deze schade, terwijl de AVB-verzekering een uitsluiting bevatte voor
aansprakelijkheid voor door of met een motorrijtuig veroorzaakte schade.

102 "vervangende heftruck" AVB‑verzekering/garageverzekering. Geen samenloop.

In een bedrijfsgebouw van Y werd X, een medewerker van Y, tijdens het laden en lossen van achteren aangereden door een heftruck die werd bestuurd door een collega-werknemer van Y. Omdat een van de heftrucks die Y had geleasd van Z in reparatie was bij Z, werd op dat moment van een inruilheftruck gebruik gemaakt.
Y was aansprakelijk gesteld voor de letselschade in haar hoedanigheid van werkgeefster van X en de betrokken bestuurder van de heftruck. Partijen erkenden de werkgeversaansprakelijkheid van Y voor de veroorzaakte schade.
De commissie deelde de mening van de AVB-verzekeraar dat de schade in beginsel op de AVB-verzekering was gedekt op grond van de bepaling dat de motorrijtuiguitsluiting op deze polis niet geldt ten aanzien van schade veroorzaakt met of door niet-kentekenplichtige motorrijtuigen. De commissie stelde vast dat de werkgeversaansprakelijkheid van Y niet was gedekt onder de garageverzekering omdat Y niet behoort tot één van de vermelde categorieën verzekerde personen. Uit het polisblad van de garageverzekering bleek dat niet Y maar Z als verzekeringnemer stond vermeld, terwijl Y ook geen beroep kon doen op een andere verzekerde hoedanigheid. De commissie concludeerde dat er geen sprake was van samenloop van dekking voor de veroorzaakte schade zodat de AVB-verzekeraar dekking moest verlenen.

101 "diefstal Swarovski-verzameling II" verzamelverzekering/linboedelverzekering. Hard zacht.

Bij een inbraak werd een Swarovski-kristalverzameling gestolen. De commissie stelde vast dat de Overeenkomst Algemene en Speciale polis, waarin wordt geregeld dat bij samenloop tussen een algemene en een speciale verzekering de schade voor rekening komt van de maatschappij die op de speciale polis verzekerd heeft, in dit geval niet van kracht was omdat de verzamelverzekeraar die het Swarovski-kristal had verzekerd niet tot deze overeenkomst was toegetreden. De commissie stelde vast dat beide verzekeringen in beginsel dekking boden voor de geclaimde schade maar dat de polis van de inboedelverzekering voorging omdat de polis van de verzamelverzekering een zogenaamde harde na-u-clausule bevatte.
Het beroep van de inboedelverzekeraar op anticipatie in de samenloopbepaling in ontwerp BW artikel 7.17.2.24a moest naar het oordeel van de commissie worden verworpen omdat dit artikel alleen van kracht zal zijn wanneer sprake is van gelijkwaardige dekking op twee of meer verzekeringen. Het artikel zal ook waarschijnlijk aanvullend recht betreffen waardoor de werking hiervan door een samenloopclausule terzijde wordt gesteld.

100 "beroerde mest" AVB‑verzekering / wa‑motorrijtuigverzekering. Hard zacht.

Een chauffeur moest mest ophalen uit de mestput van een varkensfokkerij. Tijdens het opzuigen van de mest raakte de aanzuigslang van de vrachtauto verstopt. Om de verstopping op te lossen had de chauffeur de pomp op persen gezet waardoor er toxische gassen uit de mestput vrijkwamen. Deze toxische gassen leidden tot verstikking van 130 biggen. Partijen waren het er over eens dat de chauffeur van de vrachtauto aansprakelijk was voor de veroorzaakte schade. De commissie stelde vast dat de schade is ontstaan doordat de slang van de pompinstallatie van de tankauto verstopt raakte met mest, waarna de pomp op persen werd gezet. Ten gevolge van het in beroering brengen van de mest zijn toxische gassen vrijgekomen in de stal als gevolg waarvan de biggen het leven verloren. Uitgaande van deze toedracht was de commissie van oordeel dat sprake was van een schade veroorzaakt bij het lossen van zaken uit het motorrijtuig. De veroorzaakte schade was op beide polissen gedekt; de AVB-verzekeraar moest echter dekking verlenen omdat de dekking van de W.A.motorrijtuigverzekering subsidiair van aard was.

99 "geworpen spanband" AVB-verzekering/bedrijfsmotorrijtuigverzekering. Hard zacht.

Een vrachtwagen van de Nederlandse firma X stond in België met de wielen op een fietspad geparkeerd. Tijdens het vastzetten van de lading wierp de bestuurder een spanband over zijn vrachtwagen. De spanband kwam daarbij in het voorwiel van een fietser die daardoor ten val kwam en daarbij letselschade opliep.
De commissie stelde vast dat aansprakelijkheid voor deze schade die zich in België had voorgedaan op grond van het Haags Verkeersongevallenverdrag van 1971 naar Belgisch recht moet worden beoordeeld. Volgens de commissie is artikel 29 bis de Belgische WAM op deze situatie van toepassing. Op grond van dit artikel wordt aan lestselschadeslachtoffers van verkeersongevallen waarbij een motorrijtuig betrokken is, alle schade wordt vergoed door de aansprakelijkheidsverzekeraar van het motorrijtuig. Aan het criterium van betrokkenheid werd in casu voldaan doordat de vrachtwagen in een verkeershinderlijke positie ten opzichte van de gewond geraakte fietser stond geparkeerd.
De commissie overwoog dat de letselschade van de fietser gedekt was op de wammotorrijtuigverzekering aangezien deze polis dekking moest bieden voor het WAM-risico en voor een met de WAM overeenkomende buitenlandse wet.
De AVB-verzekeraar kon wellicht met succes een beroep doen op enkele uitsluitingen in de toepasselijke polisvoorwaarden, maar de eventuele dekking van deze verzekeraar was secundair van aard op grond waarvan de commissie concludeerde dat de WAM-verzekeraar dekking moest verlenen.

98 "verlijmde zwevende parketvloer" opstalverzekering/inboedelverzekering

Aan een “zwevende” laminaat parketvloer is waterschade ontstaan. De parketvloer is los gelegd op een ondervloer en is samengesteld uit delen die onderling zijn verlijmd.
De commissie stelde vast dat voor het antwoord op de vraag of deze parketvloer moet worden beschouwd als inboedel of als opstal, moet worden vastgesteld of de parketvloer moet worden gezien als een bestanddeel van het gebouw in de zin van artikel 3:4 BW. De commissie concludeerde dat dit het geval is omdat voldaan is aan de volgende twee criteria:
-een zaak is bestanddeel indien die volgens verkeersopvatting onderdeel van een hoofdzaak uitmaakt, zoals bijvoorbeeld een gebouw en een zaak specifiek op elkaar zijn afgestemd.
Een onderling verlijmde parketvloer voldoet volgens de commissie aan dit criterium omdat parketvloeren precies op maat zijn gezaagd voor de ruimte waarin zij zijn neergelegd.
-een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden wordt dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan één der zaken, wordt bestanddeel van de hoofdzaak.
Dit criterium versterkt het oordeel dat een verlijmde zwevende parketvloer moet worden beschouwd als een bestanddeel in de zin van artikel 3:4 BW omdat door het in stukken zagen en beschadigen van de parketvloer immers een aanmerkelijk waardeverlies van die vloer optreedt. Op grond van het feit dat de parketvloer moet worden beschouwd als bestanddeel van het gebouw stelt de commissie vast dat de parketvloer als onroerende zaak en derhalve als opstal moet worden bestempeld.

97 Kabel werk graafmachine AVB / Werkmateriaal inzake "kabelschade III'

Een bouwonderneming had een graafmachine met machinist gehuurd. Met deze graafmachine werd schade toegebracht aan een electriciteitskabel van de PNEM.
De bouwonderneming was aansprakelijk voor de veroorzaakte schade. De commissie stelde aan de hand van de overgedragen gegevens vast dat er geen sprake was van een WAM risico, zodat de WAM strik op de werkmaterieelverzekering voor de beoordeling van dit geschil niet relevant was.
De commissie baseerde haar oordeel over de dekking op de polisvoorwaarden die partijen hanteerden. Het beroep van de AVB verzekeraar op het met circulaire nr. AAA 97107 d.d. 11 maart 1996 aan de leden van het Verbond van Verzekeraars gegeven advies, dat de risico's verbonden aan het object werkmaterieelmotorrijtuig worden gedekt op de specifieke polis van dat object, ging niet op omdat de werkmaterieelverzekeraar dat advies niet had opgevolgd.
In de voorwaarden van de werkmaterieelverzekeraar is bepaald dat een huurder van een verzekerd object verzekerd is voor zover deze voor dat risico niet elders verzekerd is en verzekeringnemer hem toestaat rechten aan deze polis te ontlenen.
Uit de door partijen geleverde gegevens bleek dat de bouwonderneming geen toestemming had van de verhuurder van de graafmachine om rechten aan de polis van de werkmaterieelverzeke¬raar te ontlenen. De bouwonderneming was dus niet als verzekerde van de werkmaterieelpolis aan te merken. De commissie concludeerde dat de aansprakelijkheid van de bouwonderneming voor de veroor¬zaakte schade uitsluitend was verzekerd op de AVB verzekering.

96 Speciaal hard uiteg overeenkomst kostb / inboedel inzake "diefstal Swarovskiverzameling

Bij een inbraak werd een Swarovskikristalverzameling gestolen.
De commissie stelde vast dat beide partijen niet zijn aangesloten bij de Overeenkomst betreffende samenloop Algemene en Speciale polis, waarin wordt geregeld dat bij samenloop tussen een algemene en een speciale verzekering de schade voor rekening komt van de maatschappij die op de speciale polis verzekerd heeft.
De commissie constateerde dat de verzamelingverzekeraar een zogenaamde "harde" na uclausule hanteert. In de voorwaarden van de inboedelverzekering is de samenloop geregeld onder de uitsluitingen in artikel p met als opschrift: "specifieke verzekering", luidende: 'Van de verzekering is uitgesloten schade, welke ten tijde van het voorvallen van een gebeurtenis op een specifieke verzekering gedekt blijkt te zijn, voor zover die andere verzekering voldoende dekking geeft, ongeacht op welk tijdstip deze verzekering gesloten is". Onder specifieke verzekeringen in de zin van artikel p worden verstaan: "Aansprakelijkheids , Aquarium , Beeld en Geluidsinstallatie , Brom en snorfiets , Caravan , Computer , Glas , Golfuitrusting , Huurdersbelangen , Kostbaarheden , Land en Werkmateriaal , Rechtsbijstand , Reis , Rijwiel en Zeilplankverzekering".
Een verzamelverzekering, afgesloten voor de onderhavige kristalverzameling, wordt niet als zodanig vermeld en aangezien de opsomming limitatief is, was de commissie van oordeel dat de inboedelverzekeraar in deze kwestie geen beroep op dit artikel toekwam.
De commissie concludeerde dat beide verzekeringen in beginsel dekking boden maar dat de polis van de inboedelverzekering voor ging omdat de polis van de verzamelverzekering een harde na-u-clausule bevat.

95 Kabel graafmachine hard werkmaterieel / AVB inzake "kabelschade II”

Met een gehuurde graafmachine werd door een aannemersbedrijf schade veroorzaakt aan een kabel van de PTT.
De commissie stelde vast dat beide verzekeraars in beginsel dekking boden voor de veroorzaakte schade.
De commissie stelde vast dat in de voorwaarden van de werkmaterieelverzekering is bepaald dat een huurder van een verzekerd object verzekerd is voorzover deze voor dit risico niet elders is verzekerd en verzekeringnemer hem toestaat rechten aan deze polis te ontlenen. Uit de aan de commissie overgelegde stukken bleek dat de verzekeringnemer aan zijn werkmaterieelverzekeraar had laten weten dat de huurder rechten aan zijn polis mocht ontlenen zodat de werkmaterieelverzekeraar subsidiaire dekking bood.
De commissie stelde vervolgens vast dat ook de aansprakelijkheidsverzekeraar voor aannemers secundaire dekking bood voor de geclaimde kosten, maar dat de na-u-clausule van de aansprakelijkheidsverzekeraar een sterkere werking heeft dan die van de werkmaterieelverzekeraar, zodat de werkmaterieelverzekering voor diende te gaan.

94 Rolstoel lading lossen invalide WAM / AVB inzake "ongeval tijdens rolstoeltaxivervoer"

Een chauffeur in dienst van een taxivervoerbedrijf had de opdracht een invalide vrouw in een rolstoel te vervoeren naar het bejaardentehuis. Daarvoor werd gebruik gemaakt van een speciaal voor rolstoelvervoer bestemd taxibus. Tijdens het door de chauffeur achterwaarts uitrijden van de in de rolstoel gezeten invalide vrouw op het hellende gedeelte van de oprijlaan nabij de ingang van het bejaardentehuis, is de rolstoel gekanteld waardoor de vrouw uit de rolstoel is gegleden en heeft de vrouw letsel opgelopen. De taxichauffeur was aansprakelijk voor de door het ongeval veroorzaakte schade.
Op de w.a. motorrijtuigverzekering is krachtens artikel p gedekt "Aansprakelijkheid wegens schade veroorzaakt bij het laden of lossen van zaken op / in of vanuit het motorrijtuig".
De commissie was van oordeel dat het uit de auto rijden van een rolstoel met daarin een passagier, die geen invloed uitoefent op die handeling en aldus volledig afhankelijk is van degene die de rolstoel voortbeweegt, gelijk is te stellen met een situatie als voorzien in bovengenoemd artikel p van de w.a. motorrijtuigverzekering.
De commissie stelde vervolgens vast dat de AVB verzekering het laad en losrisico verzekert en dat de aansprakelijkheid is gedekt voor schade veroorzaakt met of door zaken die worden geladen of gelost van een motorrijtuig. De commissie was van mening dat wanneer schade wordt veroorzaakt bij het op de geschetste wijze uit de auto rijden van een rolstoel met daarin de invalide vrouw, een redelijke toepassing van deze bepaling meebrengt dat de aansprakelijkheid hiervoor onder deze dekkingsomschrijving is begrepen.
De commissie concludeerde dat de veroorzaakte schade zowel onder de AVB verzekering als onder de dekking van de w.a. motorrijtuigverzekeraar viel. De dekking van de w.a. motorrijtuigverzekeraar was echter secundair van aard zodat de AVB verzekeraar dekking moest verlenen.

93 Garage leenauto hard verzekerde uitsluiting WAM / Garage inzake "garageverzekering of autoverzekering V'

Betreft: garageverzekering WAM dekking met harde na-u-clausule /W.A. motorrijtuigverzekering WAM-dekking met zachte na-u-clausule Een gemachtigd bestuurster bracht een auto voor iemand ter reparatie naar een garagebedrijf en kreeg een leenauto van de garage mee. De bestuurster veroorzaakte met de leenauto een aanrijding waarbij een derde schade opliep.
De commissie stelde vast dat de garageverzekeraar, die rechtstreeks door de benadeelde was aangesproken, door de betaling tegen cessie in de rechten van de benadeelde was getreden. De commissie stelde vervolgens vast dat de in de polisvoorwaarden van de garageverzekeraar opgenomen uitsluitingen en beperkingen waaronder een harde na-u-clausule op grond van artikel 11 en 15 juncto 16 WAM niet aan de benadeelde respectievelijk de bestuurder (niet-verzekeringnemer) kunnen worden tegengeworpen. De commissie concludeerde dat de garageverzekering dus dekking bood voor de met de leenauto van de garage veroorzaakte schade.
Voor het antwoord op de vraag of de garageverzekeraar verhaal had op de w.a. motorrijtuigverzekeraar was beslissend of de benadeelde ook de w.a. motorrijtuigverzekeraar op grond van artikel 6 WAM rechtstreeks had kunnen aanspreken. De commissie was van oordeel dat dit het geval was omdat ook de dekking voor de vervangende auto volgens de aansprakelijkheidsvoorwaarden van de w.a. motorrijtuigverzekeraar conform de WAM wordt gedekt. Ook de na-u-clausule van de w.a. motorrijtuigverzekeraar kon op grond van artikel 11 en 15 juncto 16 WAM niet aan de benadeelde, respectievelijk de bestuurster (niet verzekeringnemer) worden tegengeworpen.
De conclusie was dat er sprake was van samenloop van dekking van aansprakelijkheidsverzekeringen, zodat dit geschil geregeld diende te worden conform artikel 1 van de "Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen".

92 Lading lossen verkeer secundair heftruck WAM / AVB / AVB inzake "van oplegger gevallen heftruck"

Een werknemer van de firma Y, de heer X, verreed tijdens laad en loswerkzaamheden een vrachtwagen met oplegger waarin een vorkheftruck was geplaatst. De heftruck kantelde daarbij uit de oplegger. Een collega van X werd dodelijk getroffen door de vallende heftruck.
Op grond van de feitelijke gegevens stelde de commissie vast dat de schade niet ontstond gedurende de tijd dat er daadwerkelijk werd gelost. Het ongeluk vond plaats doordat de vorkheftruck van de laadruimte viel tijdens het naar voren rijden van de vrachtwagencombinatie, dus op het moment dat de loswerkzaamheden tijdelijk waren onderbroken. De commissie was van mening dat de motorrijtuigverzekering dekking bood, omdat de schade was veroorzaakt in een situatie als voorzien in artikel a van de motorrijtuigverzekering, waarin is bepaald dat de aansprakelijkheid is gedekt voor schade veroorzaakt met of door goederen, anders dan tijdens laden en lossen, die zich op of in het motorrijtuig bevinden, danwel daarvan / daaruit vallen of zijn gevallen.
Ook de AVB verzekering bood dekking voor vallende lading, zodat beide verzekeringen in beginsel dekking boden voor de veroorzaakte schade. Aangezien de AVB verzekering bepalingen bevatte op grond waarvan andere verzekeringen voor moesten gaan, danwel als excedentdekking moest worden gezien, diende de motorrijtuigverzekering waarin dergelijke bepalingen ontbraken dekking te verlenen.

91 Diefstal garage verzekerde casco / garage inzake "van garageterrein gestolen auto"

Betreft: cascomotorrijtuigverzekering / aansprakelijkheids en rechtsbijstandverzekering voor Motorvoertuigenbedrijven
X had zijn auto ter reparatie op het terrein van de firma Y geplaatst, waarna hij de sleutels bij de receptie had afgegeven. Twee dagen daarna bleek de auto te zijn gestolen.
De commissie constateerde dat de eigenaar van de gestolen auto geen verzekerde was op de polis van de door Y gesloten aansprakelijkheids en rechtsbijstandverzekering voor motorvoertuigenbedrijven. De eigenaar van de gestolen auto kon aan deze verzekering geen zelfstandige rechten ontlenen, zodat ook de in diens rechten getreden cascoverzekeraar terzake van die verzekering geen recht bezat. Alleen de firma Y kon vergoeding van de schade van zijn cliënt vorderen van de aansprakelijkheids en rechtsbijstandverzekeraar van motorvoertuigbedrijven; uit de polis blijkt namelijk niet dat die verzekering eveneens een verzekering ten behoeve van een derde betreft.
Conclusie: de cascoverzekeraar van de gestolen auto kon geen rechten ontlenen aan de verzekering die door het garagebedrijf was afgesloten zodat er geen sprake was van samenloop van dekking.

90 Medische kosten reis / ziektekosten inzake "samenloop reisverzekering / ziektekostenverzekering

Uitspraak van gelijke strekking als uitspraak nr. 75 en uitspraak nr. 83.

89 Hard specifiek dubbel werkmateriaal / opstal inzake "schade aan pand door vorkheftruck"

Met een vorkheftruck werd tegen een pand aangereden, waardoor het pand werd beschadigd. Zowel het pand als de vorkheftruck waren eigendom van X.
De werkmaterieelverzekering bood een secundaire dekking voor schade aan eigen goederen van de verzekeringnemer indien deze is toegebracht met of door de heftruck, ongeacht of een verzekerde voor die schade aansprakelijk is, zodat in zoverre niet gesproken kan worden van dekking onder een aansprakelijkheidsverzekering. Deze dekking geldt niet indien daarvoor een beroep op een andere verzekering kan worden gedaan.
De polisvoorwaarden van de uitgebreide gebouwenverzekering bevatten een uitsluiting voor het voorvallen van een gebeurtenis welke op een specifieke verzekering gedekt blijkt te zijn. Uitdrukkelijk is vermeld dat de werkmaterieelverzekering in dit verband is te verstaan als specifieke verzekering.
De commissie was van oordeel dat beide verzekeringen een gelijkwaardige uitsluiting bevatten, zodat er sprake was van samenloop van dekking.
De werkmaterieelverzekering was van oudere datum, zodat die dekking moest verlenen.

88 Verkeer uitstappen bestuurder WAM / AVB inzake "uitstappende vrachtwagenchauffeur

Een chauffeur had de door hem bestuurde vrachtauto klemgereden. Om te kunnen beoordelen of er voldoende manoeuvreerruimte bestond stapte de chauffeur via een aldaar geparkeerde personenauto uit, waardoor die auto werd beschadigd. De commissie constateerde dat de chauffeur bij het op deze wijze uitstappen, uitsluitend ten behoeve van het uitvoeren van een manoeuvre met de vrachtauto, in zijn hoedanigheid van bestuurder van de vrachtauto schade aan de geparkeerd staande auto had toegebracht. De WAM verzekering bood dekking voor deze schade.
De AVB verzekering bevatte een uitsluiting voor de aansprakelijkheid voor schade met of door motorrijtuigen. De commissie was op grond van de formulering van dit polisartikel van oordeel dat deze uitsluiting beperkt moest worden uitgelegd. Dit artikel verwees namelijk voor de omschrijving van het begrip motorrijtuig uitsluitend naar de definitie van een motorrijtuig in de zin van de WAM en niet naar het "verkeersrisico". Omdat deze schade niet werd toegebracht met of door een motorrijtuig in de zin van het uitsluitingsartikel in de AVB polis, maar door de handelwijze van de uitstappende chauffeur, stelde de commissie vast dat AVB verzekering eveneens dekking bood voor deze schade.
Dit geschil diende geregeld te worden conform artikel 1 van de "Overeenkomst
inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen."

87 Aanhangwagen losgekoppeld veilig verkeer wind mosselwagen WAM / AVB inzake "door wind voortgedreven mosselwagen

Tijdens zware windstoten ging een geparkeerd staande tweeassige aanhangwagen uit zichzelf rijden en kwam tegen een personenauto tot stilstand. De aanhangwagen was een half jaar eerder losgekoppeld en aldaar geparkeerd. Partijen hield verdeeld het antwoord op de vraag of de aanhanger ten tijde van het evenement buiten het verkeer tot stilstand was gekomen.
Aan de hand van de door partijen aangevoerde feiten stelde de commissie vast dat de aanhanger was neergezet op een vlakke, doodlopende weg, zodat in dat opzicht sprake kon zijn van veilig buiten alle verkeer tot stilstand komen van de losgekoppelde aanhanger in de zin van de WAM.
De mogelijkheid dat op enig moment gedurende het half jaar ter plaatse geparkeerd staan sprake kon zijn van een onveilige situatie, als gevolg van het opraken van lucht in het remsysteem van de aanhanger, doet niet af aan het oordeel van de commissie dat de aanhanger reeds eerder veilig buiten het verkeer tot stilstand is gekomen in de zin van de WAM. Dekking uitsluitend op de AVB verzekering.

86 Hoedanigheid bakker zoon lading lossen AVB / AVP inzake "bakkerszoontje"

Tijdens het laden/ lossen van goederen uit een vrachtwagen liet een bakker zijn 5 jarig zoontje spelen op de laadklep van de vrachtwagen. Door toedoen van het zoontje viel een rolcontainer van de laadklep waardoor een geparkeerde auto werd beschadigd.
Het geschil ging om de vraag in welke hoedanigheid de bakker kon worden aangesproken, in zijn particuliere, kwalitatieve hoedanigheid van ouder of in zijn bedrijfsmatige hoedanigheid.
De commissie stelde vast dat de schade was veroorzaakt tijdens de werkzaamheden die verricht werden in de bedrijfsmatige hoedanigheid van de bakker. Het toestaan van het spelen van een 5-jarig kind op de laadklep bij het laden en lossen spreekt van het onvoldoende in acht nemen van zorg, zodat de bakker in zijn bedrijfsmatige hoedanigheid aansprakelijk kon worden gesteld. De bakker was als vader eveneens aansprakelijk op grond van artikel 6:169 BW voor de door zijn zoontje veroorzaakte schade.
De commissie concludeerde dat er sprake was van samenloop van dekking van aansprakelijkheidsverzekeringen. Dit geschil diende geregeld te worden conform artikel 1 van de "Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen."

85 Hond haas koe jacht hard AVP/ jacht inzake "opgejaagde koe"

Tijdens de jacht liep de hond van de heer X een haas achterna over een weideveld met koeien dat tot het jachtterrein behoorde. Door deze achtervolging gingen de koeien over de bevroren weide rennen, waarbij een van de koeien, die drachtig was, viel en moest worden afgemaakt.
De commissie stelde vast dat beide verzekeringen afzonderlijk dekking boden voor de door de hond van de heer X veroorzaakte schade.
In de polisvoorwaarden van beide verzekeringen was een na-u-clausule opgenomen. De na uclausule van de aansprakelijkheidsverzekering voor jagers heeft een sterkere werking dan die van de AVP verzekering zodat de AVP verzekeraar dekking moest verlenen.

84 Oudste garage casco wa WAM / Garage inzake "garageverzekering of autoverzekering IV"

Een monteur veroorzaakte met de auto van een cliënt een ongeval nadat hij de cliënt met deze auto naar zijn werk had gebracht, hierdoor ontstond cascoschade aan de auto en schade aan enkele andere auto's.
Met betrekking tot de cascoschade stelde de commissie vast dat er sprake was van samenloop van dekking. Aan de hand van de toegezonden polisgegevens stelde de commissie vervolgens vast dat de polis van de w.a. + cascomotorrijtuigverzekering van oudere datum was dan die van de garageverzekering zodat de w.a. + cascoverzekeraar van de auto van de cliënt dekking moest verlenen voor de cascoschade.
De w.a. motorrijtuigverzekeraar van de auto was op grond van de WAM rechtstreeks door benadeelden aangesproken.
De in de garageverzekering opgenomen WAM strik geldt alleen voor aan de verzekeringnemer toebehorende motorrijtuigen en derhalve niet voor de auto van een cliënt van de verzekeringnemer. De commissie concludeerde dat op de garageverzekering geen WAM dekking bestond voor de schade van de benadeelden.
De commissie overwoog vervolgens dat de w.a. motorrijtuigverzekeraar geen recht had op verhaal van de betaalde schadevergoeding op de bestuurder van het schadeveroorzakend motorrijtuig omdat artikel 15 WAM bepaalt dat de WAM verzekeraar geen verhaalsrecht heeft, indien de aansprakelijke partij te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt, zoals hier het geval was.

83 Hard medische kosten reis / ziektekosten inzake "samenloop reisverzekering / ziektekostenverzekering lI".

Het geschil tussen partijen ging om de vraag in hoeverre de door partijen in hun polisvoorwaarden opgenomen na-u-clausules van gelijkwaardige strekking zijn en in hoeverre er sprake was van gelijkwaardige dekking voor de geclaimde medische kosten.
Op grond van de redactie van de beide na-u-clausules concludeerde de commissie dat de clausule van de reisverzekeraar een sterkere werking en dus qua rechtsgevolgen een verdere reikwijdte heeft dan de clausule van de ziektekostenverzekeraar, omdat de reisverzekering niet alleen een subsidiair karakter draagt ingeval van het feitelijke bestaan van een andere verzekering, maar eveneens indien een andere verzekering bij gebreke van de reisverzekering dekking zou hebben geboden. In de na-u-clausule van de ziektekostenverzekering ontbreekt een dergelijke fictie.
De ziektekostenverzekeraar diende alle kosten te vergoeden.

82 Hoedanigheid vereniging bedrijf AVB / AVP inzake "ongeval tijdens club: gourmet"

Voor een jeugdclub van de Hervormde Jeugdraad werd een gourmetavond georganiseerd onder leiding van een vijftal oudere leden (18 25 jaar). Door een steekvlam, veroorzaakt doordat een fles spiritus dicht bij een brander op tafel stond, liepen twee deelnemers brandwonden op. De Hervormde Jeugdraad had een AVB verzekering gesloten en de vijf leiders van de jeugdclub hadden ieder een AVP verzekering gesloten bij dezelfde AVP verzekeraar.
Partijen verschilden van mening over het antwoord op de vraag of de schade al dan niet door de leiders in hun particuliere hoedanigheid was veroorzaakt.
Conform de polisvoorwaarden van de AVP verzekering was niet gedekt de aansprakelijkheid verband houdende met het uitoefenen van een (neven)bedrijf of (neven)beroep.
De commissie overwoog dat in de jurisprudentie en de literatuur als opvatting geldt dat het begrip particuliere hoedanigheid alle risico's omvat die niet vallen onder de WA risico's beroep(ambt) of bedrijf. Aan de hand van de gestelde feiten en omstandigheden kwam de commissie tot het oordeel dat er geen sprake was geweest van een uitoefening van een (neven)bedrijf of (neven)beroep, zodat vastgesteld kon worden dat de schade was veroorzaakt door de vijf leiders in hun particuliere hoedanigheid. De commissie gaf als bindend advies dat de AVP verzekeraar dekking diende te verlenen.

81 Hard dubbel AVB / AVB inzake "afgeknelde arm"

Een vakantiewerker bij een bouwbedrijf raakte tengevolge van een ongeval dusdanig gewond dat zijn arm geamputeerd moest worden. De aansprakelijkheid van het bouwbedrijf was bij twee AVBverzekeraars verzekerd.
Beide polissen boden in beginsel dekking doch partijen verschilden van mening over de onderlinge verhouding van de in hun polisvoorwaarden opgenomen na-u-clausule.
De commissie stelde vast dat de ene na-u-clausule een sterkere werking had dan de andere omdat die verzekering niet alleen een subsidiair karakter draagt ingeval van het feitelijk bestaan van een andere verzekering, maar eveneens indien een andere verzekering dekking zou hebben geboden indien de verzekering (met de sterkere na-u-clausule) niet had bestaan.
Ter onderbouwing van deze constatering verwees de commissie naar rechtsoverweging 3.6.3 van het arrest van de Hoge Raad d.d. 10 maart 1995, RvdW 1995, nr 65.

80 Motorrijtuig lading lossen kraan afstempelen WAM / AVB inzake "onvoldoende afgestempelde vrachtauto"

Voor het takelen van een kluis van 1500 kg. van de eerste etage van een pand gebruikte de firma X een vrachtauto met hijsarm. De vrachtauto werd door de chauffeur in verband met de geringe ruimte ter plaatse onvoldoende zijdelings afgestempeld. Op het moment dat de kluis in de takels hing ging de vrachtauto met de kluis kantelen, waardoor de kluis met de gevel van het pand in aanraking kwam, waardoor het pand werd beschadigd.
De commissie stelde op grond van het feitenmateriaal vast dat de schade aan het pand werd veroorzaakt door het onvoldoende zijdelings afstempelen van de vrachtauto. Toen de kluis in de takels hing kantelde de vrachtauto. Dat de kluis het eerst in aanraking kwam met de gevel betekende slechts dat de schade was toegebracht met de lading, niet dat deze was veroorzaakt door de lading.
De commissie was op grond van deze overwegingen van oordeel dat de schade in dit geval was veroorzaakt met of door het motorrijtuig.
De conclusie was dat de in het geding zijnde aansprakelijkheid uitsluitend onder de dekking van de W.A. motorrijtuigpolis viel.

79 Motorrijtuig kraan tank lek schuldvraag WAM / AVB inzake 'Iekkende olietank"

Op het bedrijfsterrein van de firma X zijn door de heer X Jr. met behulp van een mobiele kraan twee ondergronds gelegen dieselolietanks uitgegraven en op een in aanbouw zijnde bak geplaatst. De bak was op dat moment nog niet vloeistofdicht.
De lege tanks werden na verloop van twee dagen gevuld met dieselolie. Drie uur na het vullen constateerde de heer X Sr. dat één van beide tanks lek was, waarna hij onmiddellijk een houten prop in het lek van de tank sloeg. Diezelfde middag nog werd de tank leeggepompt en werd het lek dichtgelast.
De firma X werd een week later aansprakelijk gesteld door zijn buurman voor de schade tengevolge van bodemverontreiniging door olie.
Partijen waren verdeeld over het antwoord op de vraag wat rechtens de relevante oorzaak van de schade was.
De commissie constateerde aan de hand van het feitenmateriaal dat er in dit geval sprake was van een combinatie van schadeveroorzakende feiten.
Vaststond dat X Jr. tijdens het uitgraven van de olietanks met de stalen bak van de kraan de bodem van een der tanks heeft beschadigd.
De WA motorrijtuigpolis bood dekking voor deze met of door de kraan veroorzaakte schade.
De commissie was voorts van oordeel dat X Sr. kon worden verweten te hebben nagelaten de uitgegraven tank te controleren op mogelijke beschadigingen, terwijl bovendien de beschadigde tank werd geplaatst in een nog niet gereed zijnde vloeistofdichte bak, die dus nog niet geschikt was voor de opvang van mogelijk uit de tank wegvloeiende olie. Tenslotte werd de lekkage pas ontdekt toen een aanzienlijke hoeveelheid olie was weggevloeid, zodat tevens sprake was van onvoldoende oplettendheid bij het vullen van de tank.
De commissie overwoog dat de genoemde omstandigheden gezamenlijk tot de uiteindelijke schade hadden bijgedragen, waarbij de onderlinge schuldverhouding als volgt diende te worden bepaald: de schuld van X Sr. verhield zich ten opzichte van de schuld van X Jr. als 2 : 1.
De AVB verzekeraar diende 2/3 van de schade voor zijn rekening te nemen en de W.A.motorrijtuigverzekeraar 1/3.

78 Aanhangwagen losgekoppeld verkeer Frankrijk WAM / Caravan inzake "schade door ontkoppelde caravan in Frankrijk"

De heer X arriveerde op een camping in Frankrijk, waarvan de toegangsweg steil was. De heer X koppelde de caravan van zijn auto los. Vanwege de steile helling kon de handrem de caravan niet houden met als gevolg dat deze van de helling afgleed en daarbij een personenauto raakte en beschadigde.
De commissie stelde vast, dat omdat de schade zich in Frankrijk had voorgedaan, ingevolge het Haags Verkeersongevallenverdrag van 1971, Frans recht van toepassing was. Naar Frans recht behoeft de verplichte. WAM verzekering niet de aansprakelijkheid te dekken voor schade toegebracht door een ontkoppelde aanhangwagen / caravan e.d.
De W.A. motorrijtuigverzekering bood naar Frans recht slechts dekking voor een gekoppelde aanhangwagen.
De caravanverzekering dekte de aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door een caravan, mits deze niet was gekoppeld aan een motorrijtuig en de schade was ontstaan nadat de caravan was losgemaakt en buiten het verkeer tot stilstand was gekomen.
De commissie verstond deze bepaling aldus dat de caravanverzekeraar dekking beoogde te bieden aansluitend op de WAM dekking om te voorkomen dat een verzekerde, die zowel de aansprakelijkheid voor het motorrijtuig als die voor de caravan heeft verzekerd, op geen van beide verzekeringen een beroep zou kunnen doen.
Aangezien naar Frans recht geen verplichte WAM dekking voor een ontkoppelde aanhangwagen bestaat en de caravanverzekeraar dekking beoogde te bieden in aansluiting op de WAM dekking van het motorrijtuig, was de commissie van oordeel dat het redelijk en billijk was dat de caravanverzekeraar deze schade zou vergoeden.

77 Lading lossen kraan gebrek WAM / AVB inzake "schade door hijsinstallatie op kipauto"

Tijdens laad en loswerkzaamheden van een kipauto van het bedrijf X, is door een vermoedelijk defect in het hydraulisch systeem van de hijsinstallatie, onderdeel uitmakend van de kipauto, een werknemer van het bedrijf bekneld geraakt tussen de arm van de hijsinstallatie en de kipauto.
De commissie stelde vast dat partijen ervan uitgingen dat de (letsel)schade was veroorzaakt met of door een onderdeel van het motorrijtuig.
Onder het opschrift: "ladingrisico" stond in de polisvoorwaarden van de w.a. motorrijtuigverzekering de bepaling dat "meeverzekerd is de schade aan derden toegebracht met of door de lading terwijl deze zich bevindt op, wordt vervoerd met, valt van of nadat deze is gevallen van het motorrijtuig. Schade veroorzaakt tijdens laden of lossen is uitgesloten."
Gezien de samenhang tussen het opschrift en de redactie was de commissie van oordeel dat deze uitsluiting in dit artikel zich beperkt tot schade toegebracht met of door de lading tijdens het laden en lossen.
Omdat de schade niet werd toegebracht door de lading maar door een onderdeel van het motorrijtuig was deze schade volgens de commissie gedekt op de w.a. motorrijtuigverzekering.
Op de AVB verzekering was eveneens de aansprakelijkheid gedekt voor schade veroorzaakt met of door motorrijtuigen tijdens het laden en lossen van een vervoermiddel.
De dekking op de AVB verzekering was echter secundair van karakter op grond van een samenloopbepaling in de polisvoorwaarden. De commissie gaf als binden advies dat de w.a. motorrijtuigverzekeraar primair dekking moest verlenen.

76 Garage leenauto uitleg WAM / WAM inzake "vervangende auto"

Bij een ongeval tussen een fietser en een Suzuki, raakte de fietser gewond. De Suzuki was ten tijde van het ongeval conform de WAM verzekerd bij verzekeraar A.
De Suzuki was een week voor de ongevalsdatum door de toenmalige eigenaar verkocht aan een garagebedrijf, maar was nog niet afgemeld bij de RDW.
Verzekerde B had de Suzuki van de garage in bruikleen gekregen in verband met het feit dat, de bij X in gebruik zijnde auto van het merk Honda wegens werkzaamheden in de garage verbleef.
Voor de Honda was een w.a. motorrijtuigverzekering van kracht bij verzekeraar B.
De commissie stelde vast dat verzekeraar A in de rechten van de benadeelde trad.
Verzekeraar A kon alleen verhalen op verzekeraar B indien de benadeelde verzekeraar B rechtstreeks op grond van artikel 6 WAM had kunnen aanspreken.
De dekking van verzekeraar kon niet worden aangemerkt als een op de WAM gebaseerde verplichte verzekering.
Omdat verzekeraar B dus niet als WAM verzekeraar kon worden aangemerkt, had de benadeelde geen rechtstreeks verhaalsrecht op deze verzekeraar en kon verzekeraar A, die door de betaling van de schade in de rechten van de benadeelde was getreden, geen regres nemen op verzekeraar B.
Verzekeraar A had op bestuurder van de Suzuki, evenmin recht van verhaal omdat artikel 15 WAM bepaalt, dat de WAM verzekeraar geen verhaalsrecht heeft, indien de aansprakelijke partij te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt, zoals hier het geval was.
De commissie concludeerde dat verzekeraar A krachtens de WAM risico liep voor de veroorzaakte schade en dat hij geen verhaal kon nemen op verzekeraar B.

75 Reis / ziektekosten Medische kosten repatriëring hard zacht inzake "repatriëringskosten

De heer X moest tijdens zijn verblijf in Oostenrijk worden opgenomen in een ziekenhuis. Voor het vervoer per ambulance terug naar Nederland waren kosten gemaakt. De ziektekostenverzekeraar dekte onder bepaalde voorwaarden repatriëringskosten.
Partijen verschilden van mening over de vraag in hoeverre er dekking bestond voor de gemaakte repatriëringskosten onder zowel de ziektekostenverzekering als onder de reisverzekering.
De commissie stelde vast dat dit afhing van de vraag in hoeverre de op beide polissen gehanteerde "mits niet elders gedekt" clausules al dan niet een gelijkwaardige strekking hadden.
Op grond van de redactie van de clausules kwam de commissie tot de conclusie dat de clausule van de reisverzekering een sterkere werking had en dus qua rechtsgevolgen een verdere reikwijdte had dan de clausule van de ziektekostenverzekeraar.
De ziektekostenverzekeraar diende dekking te verlenen omdat de reisverzekering een hardere nau clausule bevatte.

74 Lading lossen Verkeer Duitsland kraan WAM / AVB inzake "schade door kraan op vrachtauto"

In Duitsland was een schade toegebracht tijdens laden en lossen met een hydraulische kraan die op een vrachtauto was bevestigd.
De commissie constateerde dat volgens Duits recht de bestuurder van de vrachtauto aansprakelijk was voor deze schade.
De commissie stelde voorts vast dat de w.a. motorrijtuigverzekering de aansprakelijkheid van verzekerde in het buitenland dekte overeenkomstig de daar met de WAM overeenkomende wet. In Duitsland, waar het ongeval plaats vond, geldt een dergelijke wet de WAM overeenkomende wet, zodat de w.a. motorrijtuigverzekering dekking bood.
Op de AVB verzekering was de door het motorrijtuig veroorzaakte schade van dekking uitgesloten.

73 hard zacht AVB / CAR inzake "grondverzakking

Tijdens de uitvoering van verbeteringswerken aan een waterkering in opdracht van een gemeente ontstond schade doordat de draagkracht van de bodem ter plaatse sterk verminderde.
De gemeente heeft voorzieningen moeten treffen om de schade te herstellen en verdere schade te voorkomen.
De commissie stelde vast dat in een arbitraal vonnis de schade aan het werk was vastgesteld en dat de arbiters tevens de mate hadden bepaald waarin de betrokken partijen in de vergoeding van de door de gemeente geleden schade dienden bij te dragen.
Over de dekking op enige aansprakelijkheidsverzekering hadden de arbiters geen uitspraak gedaan, zodat de commissie zich hierover op verzoek van partijen dienden uit te spreken.
De commissie constateerde dat in de aansprakelijkheidsrubriek van de CAR polis werd bepaald dat onder schade verstaan moest worden: beschadiging of vernietiging van goederen en de daaruit voortvloeiende schade.
Daar vaststond dat het onttrekken van zand aan de bodem de oorzaak vormde van de bodemverstoring, die verdere schade tengevolge had, was de commissie van oordeel dat dit schade was waarvoor dekking bestond op de aansprakelijkheidsrubriek van de CAR polis. Ook de AVB verzekering bood dekking voor deze schade.
Beide polissen bevatten een non contribution clausule waarvan de formuleringen weliswaar van elkaar verschilden, maar die qua werking gelijkwaardig moesten worden geacht, zodat zij tegen elkaar wegvielen.
De commissie concludeerde dat dit geschil geregeld moest worden conform art. 1 van de "Overeenkomst
inzake samenloop van Aansprakelijkheidsverzekeringen", zodat ieder zijn deel moest dragen naar evenredigheid van het bedrag waarvoor ieder afzonderlijk had kunnen worden aangesproken.

72 Aanhangwagen losgekoppeld verkeer vaartuig catamaran AVP / pleziervaartuigen inzake "catamaran op trailer"

De heer X wilde een trailer, waarop een catamaran was geplaatst, koppelen aan de trekhaak van een op een parkeerplaats geparkeerde auto. Bij het manoeuvreren met de trailer" is de drijver van de catamaran in aanraking gekomen met een aldaar geparkeerd staande auto waardoor deze werd beschadigd.
De commissie stelde vast dat de pleziervaartuigenverzekering het aansprakelijkheidsrisico van een verzekerde dekt in zijn hoedanigheid van eigenaar of gebruiker van het vaartuig voor schade, toegebracht niet alleen tijdens het varen of het in het water liggen van het vaartuig, maar ook tijdens het vervoer daarvan.
De commissie overwoog dat het manoeuvreren met de trailer" ten behoeve van het vervoer van de catamaran moest worden aangemerkt als een gedraging, die in een zodanig nauw verband staat met het houden en gebruiken van een dergelijk vaartuig, dat de risico's hiervan voor rekening zijn van de houder c.q. gebruiker van het vaartuig.
De commissie stelde derhalve vast dat de pleziervaartuigverzekering dekking bood. De AVPverzekering bevatte een uitsluiting voor schade veroorzaakt met of door een vaartuig.
Bovendien was een eventuele dekking op de AVP verzekering ingevolge de verzekeringsvoorwaarden slechts subsidiair van karakter.

71 Aanhangwagen losgekoppeld pannenlift verkeer WAM / AVB inzake "rijdende pannenlift

Nadat een verrijdbare pannenlift was ontkoppeld van een motorrijtuig en gedurende 2,5 uur werd gebruikt, kwam deze in beweging, waardoor schade ontstond. De commissie was op grond van de feitelijke omstandigheden van oordeel dat de pannenlift op het moment van schadeveroorzaking geen deel meer uitmaakte van het motorrijtuig in de zin van art. 1 van de WAM en geen verkeersrisico meer vormde in de zin van art. 3 van de WAM.
De commissie stelde vast dat de schade niet was toegebracht met een motorrijtuig en dat de w.a. motorrijtuigverzekering derhalve geen dekking bood voor de veroorzaakte schade.
Dekking uitsluitend op de AVB polis.

70 Verkeer gebrek motorrijtuig klep WAM / AVB inzake "niet: geborgde achterlaadklep"

Een bestuurder van de firma X had voor het lossen verzuimd de achterlaadklep met een ketting te borgen. Een andere werknemer van de firma X begaf zich tijdens het lossen op de achterlaadklep waarna deze doorzakte en deze werknemer letsel opliep.
De commissie stelde vast dat de dekking van de w.a. motorrijtuigverzekering zich niet beperkt tot het deelnemen aan het verkeer zodat de onderhavige schade op deze polis was gedekt. De AVP polisvoorwaarden bevatten een uitsluiting voor schade toegebracht met of door een motorrijtuig. Deze uitsluiting gold evenwel niet voor schade veroorzaakt door lading, bij het laden of lossen van motorrijtuigen.
Partijen verschillen van mening over deze polisbepaling.
De commissie kon de mening van de w.a. motorrijtuigverzekeraar, die stelde dat door de plaatsing van de komma tot uitdrukking wordt gebracht, dat gedekt is de aansprakelijkheid voor schade bij laden of lossen, los van de vraag of de schade is toegebracht door de lading, niet delen. Een dergelijke zelfstandige betekenis kon naar de mening van de commissie aan het zinsgedeelte achter de komma niet worden toegekend. De commissie was van oordeel dat deze polisbepaling inhoudt dat de uitsluiting van dekking voor aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door een motorrijtuig niet geldt wanneer bij het laden of lossen schade door de lading wordt toegebracht.

69 Lading hond verkeer WAM / AVP inzake " bij aanrijding ontsnapte hond"

Door de schuld van X vond een aanrijding plaats; de hond van X die ten tijde van het ongeval in de auto zat ontsnapte en veroorzaakte ongeveer één kilometer verderop een tweede aanrijding.
De commissie constateerde dat de hond als gevolg van de door de schuld van X veroorzaakte aanrijding uit de auto had kunnen ontsnappen, met als resultaat dat deze hond binnen een kort tijdsbestek en op korte afstand met een op dezelfde weg rijdende auto in aanraking kwam. De commissie was, gezien deze feitelijke omstandigheden, van mening dat de aanrijding die de hond had teweeggebracht een rechtstreeks gevolg was van het door X veroorzaakte verkeersongeval.
Op de motorrijtuigverzekering was, conform art. 3 van de WAM, alle schade gedekt waartoe het motorrijtuig in het verkeer aanleiding gaf. Hieronder viel ook schade veroorzaakt door lading, waartoe eveneens een hond gerekend dient te worden. Het feit dat de hond door eigen energie schade had berokkend bracht hierin geen verandering.
Op de AVP verzekering was schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig uitgesloten.

68 Lading lossen klep verkeer inzake "bewegende achterlaadklep

Een vrachtauto werd met behulp van een shovel geladen met rijplaten. Terwijl een fietster zich achter de vrachtauto bevond werd een plaat geladen en daardoor kwam de achterlaadklep van de vrachtwagen omhoog. De fietster werd door de klep geraakt en liep hierdoor letsel op.
De commissie stelde op basis van het aangevoerde feitenmateriaal vast dat de schade werd veroorzaakt door de onzorgvuldige wijze waarop de rijplaten ter plaatse met de shovel op de vrachtwagen geladen werden, met als gevolg dat door de plotseling omhoog komende laadklep schade werd toegebracht.
De shovel chauffeur was derhalve aansprakelijkheid. De omstandigheid dat de fietster direct werd geraakt door de klep, zijnde een onderdeel van de vrachtauto, doet aan deze aansprakelijkheid niets af. De werkmateriaalverzekering die voor de shovel liep moest dekking verlenen. Aangezien de schade veroorzaakt was tijdens laden en lossen kon de w.a. motorrijtuig verzekeraar een beroep doen op de uitsluiting met betrekking tot schade veroorzaakt tijdens laden en lossen.

67 Garage WAM-strik cliënt garage / WAM inzake "garagedekking of autoverzekering"

Tijdens het maken van een proefrit met een auto van een cliënt veroorzaakte een werknemer van garagebedrijf X een aanrijding.
Uit de polisvoorwaarden van de garageverzekering bleek dat de WAM-strik niet gold voor motorrijtuigen van cliënten gedurende de tijd dat de verzekeringnemer deze voor reparaties etc. onder zich heeft.
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurder was op beide polissen gedekt, maar deze was in dit geval niet aan de orde, aangezien de vordering op grond van de WAM was ingesteld.
De motorrijtuigpolis moest dekking verlenen.

66Hoedanigheid verband bedrijf AVP / AVB inzake "omgevallen steiger"

De heer X was op zaterdag samen met een vriend bezig het buitenwerk van het huis van zijn ouders te schilderen. Hij gebruikte hierbij materiaal uit zijn eigen schildersbedrijf, onder andere een rolsteiger. Door een rukwind viel de steiger om en kwam terecht op de buurman van de ouders van de heer X, die hierdoor letsel opliep.
Het geschil ging over het antwoord op de vraag of betrokkene de schilderswerkzaamheden als particulier of bedrijfsmatig uitvoerde.
Uit de feiten bleek dat de werkzaamheden door de heer X werden verricht: als dienst aan zijn ouders zonder betaling;
op de vrije zaterdag;
daarbij geholpen door een vriend die niet bij hem in loondienst was.
Op grond hiervan concludeerde de commissie dat de door de heer X verrichtte werkzaamheden weliswaar verband hielden met de uitoefening van zijn beroep als schilder, maar dat zij niet in de bedrijfsmatige sfeer werden uitgevoerd.
Dekking uitsluitend op de AVP polis.

65 Lading lossen heftruck secundair werkmaterieel inzake "schuivende balken"

Een vrachtwagen met ijzeren balken werd gelost met behulp van een vorkheftruck van de firma X.
Tijdens het lossen begonnen de opgelichte balken te verschuiven en een tijdelijk werknemer van de firma raakte bekneld tussen de balken.
De commissie stelde vast dat de in casu toegebrachte schade onder het zogenoemde laad en losrisico viel.
De commissie stelde vervolgens vast dat beide polissen in beginsel dekking boden voor deze schade.
De aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven ging echter voor daar de dekking als een primaire moest worden aangemerkt, terwijl de werkmaterieelpolis een secundaire dekking bood.

64 Oudste hard medische kosten reis / ziektekosten inzake "samenloop reisverzekering / ziektekostenverzekering

Tijdens een verblijf in Oostenrijk heeft verzekerde kosten tengevolge van ziekte gemaakt.
Beide polissen boden in beginsel dekking, doch partijen verschilden van mening over de onderlinge verhouding van de in hun polis opgenomen na-u-clausule en over de toepasselijkheid van het chronologisch beginsel van artikel 277 K.
De commissie concludeerde dat de na-u-clausule van de reisverzekering vérstrekkender van aard was zodat de ziektenkostenverzekeraar om die reden primair dekking diende te verlenen.
Ook indien beide na-u-clausules gelijkwaardig zouden zijn geweest, had de ziektekostenverzekering dekking moeten bieden en wel op grond van het chronologisch beginsel van artikel 277 K.
De commissie was het niet eens met de opvatting van de ziektekostenverzekeraar dat het zogenoemde Holland arrest (HR 12 april 1985 NJ 1986 867) ook van toepassing zou zijn op andere dan aansprakelijkheidsverzekeringen. De ziektekostenverzekeraar diende primaire dekking te verlenen.

63 Verkeer motorrijtuig deur secundair WAM / AVP inzake "beknelde vinger"

De heer X sr. bracht zijn zoon naar huis. Beiden stapten uit de auto en stonden even te praten. Toen de heer X sr. wilde vertrekken, sloeg de heer X jr. het linker achterportier dicht, waarbij een vinger van de heer X sr. bekneld raakte.
De commissie was van oordeel dat de omstandigheden de conclusie rechtvaardigden dat de auto op het moment van de schadeveroorzaking niet buiten het verkeer tot stilstand was gebracht; het letsel was derhalve met het motorrijtuig in het verkeer veroorzaakt, terwijl de heer X jr. nog als passagier, en dus als verzekerde moest worden beschouwd.
De motorrijtuigpolis bood ingevolge de polisbepalingen dekking voor de schade van de heer X sr. voor zover hij geen recht had op een vergoeding krachtens eigen voorzieningen, zoals een andere verzekering of uitkeringen of verstrekkingen uit anderen hoofde.
Op de AVP polis was meeverzekerd de aansprakelijkheid van de verzekerde als passagier van een motorrijtuig; deze dekking was alleen van kracht indien deze aansprakelijkheid niet tevens op een andere polis was verzekerd.
Nu de motorrijtuigverzekering dekking bood, behoefde de AVP polis geen dekking te verlenen.

62 Kabel motorrijtuig AVB / WAM sonderen uitleg inzake "Kabelschade'

Door een instituut voor grondmechanica zijn een aantal boringen verricht met een sondeervoertuig. Hierbij werd schade toegebracht aan een elektriciteitskabel.
Tussen partijen stond vast dat het instituut voor grondmechanica aansprakelijk was voor de toegebrachte schade.
De AVB verzekering bevatte een uitsluiting voor schade bij gebruikmaking van een motorrijtuig. Op het polisblad was een getypte clausule opgenomen waarin uitdrukkelijk werd bepaald dat de verzekering mede omvatte de aansprakelijkheid van verzekerde wegens schade aan kabels, al dan niet ondergronds.
De commissie verstond deze clausule in samenhang met eerder vermelde uitsluiting aldus dat verzekeraar een begrenzing aan de reikwijdte van bedoelde uitsluiting heeft willen aanbrengen, in dier voege dat de aansprakelijkheid voor schade aan kabels ongeacht de wijze van ontstaan, derhalve ook met of door het gebruik van motorrijtuigen gedekt was.
Dekking zowel op de W.A. motorrijtuigverzekering als op de AVB verzekering. Conform de 'Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen' diende iedere partij de helft van de schade voor zijn rekening te nemen.

61Garage afmelding RDW hard WAM / garage
inzake "Garageverzekering of autoverzekering"

Betreft: W.A. motorrijtuigverzekering leenauto aangemeld bij RDW / garageverzekering met WAM strik

X was aansprakelijk voor een ongeval, tengevolge waarvan hij overleed.
Het ongeval werd veroorzaakt met een leenauto toebehorend aan garagebedrijf Y, waar X zijn eigen auto liet repareren.
Op de motorrijtuigpolis was het W.A. risico voor een tijdelijk vervangende auto meegedekt. De motorrijtuigverzekeraar had de auto bij de RDW aangemeld en stond op de ongevalsdatum als WAM verzekeraar van de leenauto geregistreerd.
De garageverzekeraar meende dat aan de garagedekking een einde kwam vanaf het ogenblik dat de motorrijtuigverzekeraar aan de RDW kennis gaf van het van kracht worden van zijn verzekering voor de leenauto en beriep zich hierbij op artikel 13 lid 5 WAM.
De commissie was van oordeel dat de bepaling van lid 5 van artikel 13 WAM in onderlinge samenhang met de leden 1 b en 4 van dit artikel moeten worden bezien: de bepaling van artikel 13 lid 5 WAM is slechts relevant indien een WAM-verzekering conform artikel 13 lid 1 b. WAM is opgehouden te bestaan. Hiervan was geen sprake.
Beide polissen bevatten een na-u-clausule van gelijkwaardige strekking en dragen daarom in de mate bij waarin men afzonderlijk had kunnen worden aangesproken.

60 Glas dubbel secundair opstal / glas inzake "Glasverzekering"

Tijdens een explosie ontstond glasschade aan een pand.
De eigenaar had een glasverzekering en een opstalverzekering inclusief glas lopen.
De opstalverzekering bevatte in haar polisvoorwaarden een uitsluiting: voor schade aan enig belang gedekt op een speciale polis, zoals een glasverzekeringspolis.
De commissie constateerde dat deze formulering in ieder geval duidelijk tot uitdrukking brengt dat de opstalpolis die geen dekking biedt voor de schade die reeds gedekt is op de glasverzekering.
Dekking uitsluitend onder de polis van de glasverzekering.

59 Aansprakelijkheidsverz objectverz belang werkmaterieel / CAR inzake "Sloopschade"

Bij een verbouwproject ontstond schade aan een te handhaven deel van het pand doordat een betonblok uit de bak van de graafmachine van de aannemer viel.
Het beroep van de CAR verzekeraar op subsidiaire dekking bij dubbele verzekering ingevolge artikel 8 van de polisvoorwaarden ging niet op aangezien van een dubbele verzekering geen sprake was. Een CAR verzekeraar en werkmaterieelverzekeraar dekken namelijk verschillende belangen: de CAR verzekering geeft een dekking voor zaakschade aan bestaande eigendommen terwijl de werkmaterieelverzekering slechts een vermogensverlies vergoedt, voor schade waarvoor de verzekerde op de werkmaterieelpolis wettelijk aansprakelijk is.
De commissie verwees in dit verband naar de uitspraak van de Rechtbank 's Hertogenbosch d.d. 20 mei 1983 (S en S 1984, nr. 65 en NJ, 1984, 507).
De commissie concludeerde dat geen sprake was van samenloop van dekking en gaf als advies dat de CAR verzekeraar dekking zou verlenen.

58 Hoedanigheid werk dienst verband aardappels Divi Divi AVB / AVP inzake "Aardappelgooiers"

Tijdens het sorteren van aardappelen ontstond een ruzie tussen twee werknemers van een aardappelgroothandel. De een gooide de ander een aardappel in het gezicht, met blijvend oogletsel tot gevolg.
Conform het Divi Divi arrest stelde de commissie vast dat het letsel in deze situatie werd veroorzaakt in de werkzaamheden waartoe de werknemer werd gebruikt in de zin van artikel 1403 lid 3.
De commissie was namelijk van oordeel dat het plaatsgevonden feit niet losstond van de taakvervulling van de werknemer.
Dekking uitsluitend op de AVB polis.

57 AanhangwagenAVB / WAMverkeer lading melk inzake "Melktank"

Vandalen hadden een kraan van een geparkeerd staande melktank opengezet waardoor de melk wegstroomde in een sloot ten gevolge waarvan reinigingswerkzaamheden moesten worden uitgevoerd.
Oordeel commissie: aanhanger stond op het moment van de schadeveroorzaking niet veilig geparkeerd aangezien de ter plekke voorgeschreven verlichting niet gevoerd werd.
De aanhanger was na te zijn losgekoppeld niet veilig buiten het verkeer tot stilstand gekomen en moest daarom op het moment van de schadeveroorzaking nog beschouwd worden als een deel van een motorrijtuig.
De motorrijtuigverzekeraar moest dekking verlenen.

56 Medische kosten reis / ziektekosten inzake "Medische kosten ski ongeval"

De medische kosten voortkomende uit een ski ongeval waren in principe bij beide verzekeraars gedekt.
De commissie overwoog dat de opvatting van de ziektekostenverzekeraar dat de reisverzekering als speciale verzekering (voor het wintersportrisico was een extra premie boven de standaardpremie) voor zou gaan boven een algemene verzekering geen steun vindt in de desbetreffende polisvoorwaarden, noch in de wet noch in de jurisprudentie.

55 Derde secundair specifiek uitleg Werkmaterieel / goederen inzake "aanrijding heftruck tegen verpakkingsmachine"

Een werknemer van X reed met een heftruck tegen een verpakkingsmachine. Zowel de heftruck als de verpakkingsmachine waren eigendom van X. De werkmaterieelverzekering die X voor de heftruck had gesloten dekte naast het W.A. + cascorisico onder bepaalde voorwaarden tevens schade aan eigendommen van de verzekeringnemer. Het beroep van de goederenverzekeraar op het secundaire karakter van de dekking ging in casu niet op omdat deze verzekeraar in zijn polisvoorwaarden niet had aangegeven wat onder een specifieke verzekering moest worden verstaan.
De commissie constateerde dat in dit geval sprake was van samenloop van dekking omdat beide polissen in beginsel dekking boden. De polis van de goederen en inventarisverzekering ging echter voor nu de dekking als een primaire moest worden aangemerkt terwijl de polis van de werkmaterieelverzekering een secundaire dekking bood.

54 Lading lossen klep WAM / AVB inzake "afgevallen lading"

Na het laden van een vrachtauto bekeek een monteur een niet goed sluitende zijklep van de vrachtauto. Een zak viel van de vrachtauto en trof het hoofd van de monteur.
De commissie was van oordeel dat op het moment dat dit ongeval zich voordeed, het laden en lossen nog niet geheel voltooid was omdat dat pas het geval is als alle daarmee verband houdende handelingen, zoals ook het sluiten van de zijklep ten einde zijn gebracht. De commissie concludeerde dat de toegebrachte schade ontstond tijdens het laden en werd veroorzaakt door afgevallen lading. De AVB verzekeraar moest dekking verlenen. Op de w.a. motorrijtuigverzekering was aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt tijdens laden en lossen uitgesloten.

53 Garage motorrijtuig WAM / Garage inzake "garagedekking of autoverzekering"

Tijdens een nachtelijke rit veroorzaakte X als bestuurder van een auto een ongeval waarbij hijzelf om het leven kwam en waarbij de twee inzittenden zwaar lichamelijk letsel opliepen. Ten tijde van het ongeval liep naast een W.A. motorrijtuigverzekering een garageverzekering.
De garageverzekeraar stelde dat het ongeval niet plaats had gevonden bij zakelijk gebruik. Het tijdstip van het ongeval (2.23 uur) en andere omstandigheden zoals het aantal gereden kilometers wezen op een plezierrit. De commissie stelde vast dat de garageverzekering conform het bepaalde in art. 3 lid 1 van de W.A.M. de burgerrechtelijke aansprakelijkheid verzekerde van de bestuurder, de heer X. Het feit dat de garageverzekering een beperking tot zakelijk gebruik van het motorvoertuig kende laat onverlet dat sprake was van een volwaardige W.A.M. dekking. De commissie concludeerde dat dit geschil geregeld diende te worden volgens art. 1 van de "Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen"

52 Verkeer motorrijtuig aanhangwagen losgekoppeld WAM AVB inzake "Losgekoppelde aanhangwagen IV"

X, een marktkoopman, plaatste zijn aanhanger op een marktterrein, ontkoppelde hem van zijn auto en parkeerde de auto elders. Daarna wilde X iets aan de stand van de aanhanger veranderen; tijdens dit met de hand - manoeuvreren kwam de wagen in aanraking met een bestelauto die hierdoor beschadigd werd.
De commissie stelde op basis van het overgelegde feitenmateriaal vast dat de situatie op het marktterrein zodanig was dat de aldaar geparkeerd staande aanhanger geen gevaar voor het verkeer opleverde. Het verplaatsen naderhand werd louter gedaan om de wagen voor de verkoop meer doeltreffend neer te zetten.
Vastgesteld kon worden dat de aanhangwagen na het loskoppelen veilig buiten het verkeer tot stilstand was gekomen en mitsdien op het moment van de schadeveroorzaking geen deel van een motorrijtuig uitmaakte in de zin van artikel 1 van de W.A.M. Dekking uitsluitend op de AVB polis.

51 Verkeer motorrijtuig aanhangwagen losgekoppeld inzake "Losgekoppelde aanhangwagen III"

X koppelde zijn aanhangwagen met goederen los van zijn auto voor zijn winkel. Ter plekke gold een parkeerverbod, stoppen voor laden en lossen was wel toegestaan. De auto parkeerde hij in een parkeervak aan de andere zijde van de weg. Na enkele uren duwde X met de hand de aanhangwagen naar een vrijgekomen parkeervak, waarbij een geparkeerd staande auto werd beschadigd.
De commissie moest antwoord geven op de vraag of de aanhangwagen, na te zijn losgekoppeld, op de plaats voor de winkel van X veilig buiten het verkeer tot stilstand was gekomen. De commissie constateerde dat dat niet het geval was, omdat de situatie ter plaatse zodanig was dat de aanhangwagen aldaar geparkeerd staande de veilige doorgang van het verkeer kon belemmeren. Op het moment van de schadeveroorzaking moest de aanhangwagen derhalve nog beschouwd worden als een deel van een motorrijtuig in de zin van artikel 1 van de W.A.M.
De W.A. motorrijtuigverzekering moest dekking verlenen; op de AVB verzekering was schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig uitgesloten.

50 Oudste reis / credit card inzake "Samenloop reisverzekering / Gold Card verzekering"

De kosten van een geneeskundige behandeling van X bleken zowel verzekerd te zijn op de reisverzekering als op de collectieve ongevallen verzekering voor houders van een creditcard. De commissie stelde vast dat beide polissen secundaire dekking boden, zodat dit geschil geregeld diende te worden op basis van het chronologisch beginsel. Bepalend voor de toepasselijkheid van artikel 277K is het moment van aangaan van de verzekering en niet het moment dat het risico een aanvang neemt. De verzekering op creditcard was eerder gesloten dan de reisverzekering en moest primair dekking verlenen. De opvatting dat een speciale verzekering voorrang geniet boven een algemene verzekering vindt geen steun in de wet noch in de jurisprudentie.

49 Huur kraan machinist werkmateriaal / AVB inzake "Kraan met machinist in verhuur?"

Met een kraan van X is schade veroorzaakt aan een hoogspanningskabel. De kraan was met machinist ter beschikking gesteld aan Y, die ten tijde van het evenement de aannemer van het desbetreffende werk was.
De werkmaterieelverzekeraar was van mening dat Y in de gegeven omstandigheden niet was aan te merken als huurder van de machine en dat hij op die grond geen medeverzekerde was op de werkmaterieelpolis.
De commissie was van mening dat in het licht van art. 1584 BW het sluiten van een overeenkomst, waarbij een kraan met machinist tegen een bepaalde prijs ter beschikking wordt gesteld terwijl de machinist bij de uitvoering van de werkzaamheden handelt op aanwijzingen van degenen aan wie de kraan met machinist ter beschikking is gesteld dient te worden beschouwd als huur. De commissie vond voor haar zienswijze ondersteuning in een uitspraak van de Raad van Toezicht en in de jurisprudentie.
De commissie nam voorts in overweging dat, nu de werkmaterieelpolis de aansprakelijkheid van de huurder dekt, de verzekeraar er rekening mee behoort te houden dat het begrip huur in het spraakgebruik van de consument ruim wordt opgevat.
Wanneer een verzekeraar de bedoeling heeft een bepaalde categorie van het begrip huur uit te sluiten, zal een dergelijke uitsluiting uitdrukkelijk in duidelijke, niet mis te verstane, bewoordingen in de polisvoorwaarden opgenomen moeten worden.
De commissie constateerde dat er sprake was van een samenloop van dekking en dat dit geschil geregeld diende te worden op basis van de "Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen", zodat iedere partij zijn gedeelte van de schade voor zijn rekening moest nemen.

48 Caravan brand oorzaak caravan / AVP inzake "Caravanbrand"

In de caravan van X ontstond brand tijdens het aanbrengen van vloerbedekking met brandgevaarlijke lijm. As mogelijke oorzaak werd aangenomen, dat X tijdens zijn werkzaamheden had gerookt. Als gevolg van de brand ontstond schade aan de terreinbeplanting en vier naburig gestalde caravans.
De commissie constateerde dat hoewel de feitelijke oorzaak van de brand niet vaststond, onder deze omstandigheden geconstateerd kon worden dat de schade was toegebracht met of door de caravan. De aansprakelijkheid van X voor deze schade was op beide polissen gedekt. Omdat beide polissen een gelijkwaardige non contribution clausule bevatten concludeerde de commissie dat in dit geval sprake was van samenloop van dekking en dat iedere partij, conform de "Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen" de helft van de schade voor zijn rekening moest nemen.

47 Verkeer motorrijtuig aanhangwagen losgekoppeld WAM / AVP inzake "Losgekoppelde aanhangwagen II'

X koppelde een aanhanger, waarin hij stenen vervoerde, los van zijn auto en duwde deze met de hand naar de plaats van bestemming. De aanhanger sloeg om en beschadigde een geparkeerde auto.
De commissie stelde vast, dat uit de verklaring van X en de overgelegde situatieschets bleek, dat X in eerste instantie de aanhanger aan de auto gekoppeld naar de plaats van bestemming trachtte te rijden, maar dat de auto vanwege de gladde kleigrond op de weg slipte. De aanhanger werd vervolgens op de weg afgekoppeid, zodat deze op het moment van loskoppelen nog niet veilig buiten het verkeer tot stilstand was gekomen en mitsdien nog deel uitmaakte van een motorrijtuig in de zin van artikel 1 W.A.M.
De commissie concludeerde, dat de schade was toegebracht met of door een motorrijtuig en dat de aansprakelijkheid van X op de W.A. motorrijtuigverzekering gedekt was, terwijl de dekking van deze aansprakelijkheid op de AVP polis was uitgesloten.

46 Motorrijtuig lassen brand verzekerde WAM / AVB inzake Brand door laswerkzaamheden"

Tijdens laswerkzaamheden, die X in de werkplaats van zijn neef verrichtte aan de auto van mevrouw Y, ontstond brand aan de onderzijde van de auto. Deze brand breidde zich zodanig uit, dat de gehele werkplaats met inventaris door de brand verloren ging. De commissie was van oordeel, dat de laswerkzaamheden, die X verrichtte aan en rond de auto, hadden geleid tot de brand. Indien de gewraakte handelingen in de particuliere hoedanigheid van verzekerde waren verricht, was de aansprakelijkheid van X voor de veroorzaakte schade aan de werkplaats en inventaris gedekt op zijn AVP polis. Op de W.A. motorijtuigverzekering die mevrouw Y voor haar auto had lopen was de aansprakelijkheid van X niet verzekerd, omdat hij als reparateur onder de gegeven omstandigheden niet tot de kring der verzekerden, genoemd in de polis, behoorde.

45 Verkeer gebrek motorrijtuig carter olie WAM / AVB inzake "Slippartij ten gevolge van oliespoor"

Er vond een slippartij plaats ten gevolge van een zich op de rijbaan bevindend oliespoor, veroorzaakt door het loslaten van de dop van het carter van een vrachtauto van Transportbedrijf X. Een Duitse motorrijder liep hierbij schade op. De commissie was van oordeel, dat in het midden kon blijven door welke oorzaak de carterstop van de vrachtauto was losgeraakt, omdat in ieder geval sprake was van schade geleden door een weggebruiker tengevolge van een op de weg gevallen goed dat van een motorrijtuig afkomstig was.
De commissie concludeerde dat de w.a. motorrijtuigverzekering dekking diende te verlenen, omdat op deze polis de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door het gebruik van een motorrijtuig gedekt was, terwijl deze schade op de AVB verzekering was uitgesloten.

44 Motorrijtuig gebrek kraan WAM / AVB inzake "Afgebroken autolaadkraan"

Tijdens het met een autolaadkraan lossen van een glascontainer brak de kraan af. Deze viel op een werknemer van de firma X, die de kraan bediende. Het slachtoffer kwam te overlijden. Beide partijen ontkenden de aansprakelijkheid van X.
De commissie oordeelde, dat de schade door de kraan was veroorzaakt, terwijl die kraan onderdeel uitmaakte van de vrachtauto. De AVB polis verleende op grond van de uitsluiting voor schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig geen dekking.
De W.A. motorrijtuigverzekeraar had een beroep gedaan op de uitsluiting in zijn polisvoorwaarden voor schade aan de bestuurder. De commissie was echter van oordeel, dat deze uitsluiting op de onderhavige schade niet van toepassing was. Uit de feitelijke gegevens viel namelijk af te leiden, dat het bedienen van de kraan door de werknemer geschiedde in een andere hoedanigheid dan die van bestuurder.
De commissie gaf als advies, dat de W.A. motorrijtuigverzekering verzekeringen dekking zou dienen te verlenen, eventueel bestaande uit het verweer voeren tegen ongegronde aanspraken.

43 Diefstal bedrijf voorraad secundair casco / goederen inzake Uit showroom gestolen BM"

Uit de showroom van een BMW dealer werd een tot de verkoopvoorraad behorende BMW gestolen. De importeur was op grond van een gemaakt eigendomsvoorbehoud eigenaar van de BMW gebleven.
Verzekeraar B was van mening dat de bij hem lopende cascoverzekering voor automobiel en garagebedrijven alleen van kracht is voor personenauto's die in eigendom zijn van de verzekeringnemer. De commissie stelde echter vast dat verzekeraar B in artikel 6 van zijn polisvoorwaarden bepaalt dat de verzekering mede van kracht is voor auto's welke ten tijde van de gebeurtenis in gebruik zijn voor bedrijfsdoeleinden, in verband met en binnen de hoedanigheid waarin de verzekeringnemer is verzekerd. De commissie was van mening dat de polis van verzekeraar B op grond van voornoemd artikel 6 ook dekking bood, aangezien volgens de commissie sprake was van gebruik van de BMW voor bedrijfsdoeleinden, terwijl uit de woorden "is mede van kracht" in artikel 6 geconcludeerd kon worden dat het genoemde recht van eigendom ten aanzien van voor bedrijfsdoeleinden gebruikte auto's niet vereist was.
De commissie concludeerde dat beide polissen in beginsel dekking boden; de polis van verzekeraar B ging voor aangezien de polis van verzekeraar A een na-u-clausule bevatte.

42 Hoedanigheid werk dienst verband Divi Divi AVP / AVB inzake "Ruzie tijdens werktijd"

Enige tijd na een woordenwisseling bracht X zijn collega Y ten val waardoor Y knieletsel opliep. Partijen verschilden van mening over de vraag of betrokkene voor dit tijdens het werk veroorzaakte ongeval in zijn hoedanigheid van collega werknemer in de zin van zijn AVB polis aansprakelijk moest worden geacht.
De commissie was conform het Divi Divi arrest (HR 30 12 77, NJ 1978, 332) van oordeel dat de mishandeling en de daaraan voorafgaande woordenwisseling geheel losstonden van de taakvervulling van X zodat de AVB polis geen dekking bood voor deze schade.

41Lading klei modder WAM / AVB inzake "Geslipte bussen"

Er was sprake van een situatie als omschreven in de richtlijnen betreffende "de samenloopproblematiek bij bevuilde wegen". Het bij beide partijen verzekerde aannemingsbedrijf X werd samen met anderen aansprakelijk gesteld voor de schade ten gevolge van de slippartij die ontstond doordat de weg door modder bevuild was geraakt. Partijen hebben een zekere mate van aansprakelijkheid van X niet ontkend. De commissie was van oordeel dat het geschil over de vraag welke partij dekking moest geven geregeld diende te worden op basis van de regeling betreffende de "samenloopproblematiek bij bevuilde wegen". De in het geding zijnde aansprakelijkheid viel onder de dekking van de W.A. motorrijtuigverzekering.

40 Oudste AVB / AVB inzake “Ongeval clubhuis"

Een deelneemster aan een gourmetpartijtje binnen het clubhuis liep brandwonden op. De brand was ontstaan door een onachtzaamheid van een personeelslid van de Stichting voor Sociaal Cultureel Werk Y. De stichting had twee AVB verzekeringen gesloten.
De aansprakelijkheid van de Stichting Y voor de toegebrachte schade stond vast tussen partijen. Het beroep van beide partijen op de oude regeling van de commissie Samenloop (de oudste gaat voor) kon niet slagen aangezien het geschil ná 1 januari 1987 bij de commissie aanhangig was gemaakt zodat de Overeenkomst inzake samenloop van aansprakelijkheidsverzekeringen van toepassing was. Iedere partij diende de helft van de schade voor zijn rekening te nemen.

39 Werk dienst pauze tijd hoedanigheid AVP / AVB inzake ''Tijdens lunchpauze veroorzaakte schade"

X had tijdens zijn lunchpauze privé boodschappen gedaan. Tengevolge van een glad wegdek gleed hij uit en beschadigde daarbij een op het parkeerterrein van de werkgever geparkeerd staande auto van een collega. De commissie constateerde dat de omstandigheid dat X privé boodschappen in zijn lunchpauze had gedaan ertoe leidde dat hij alleen in zijn hoedanigheid als particulier aansprakelijk kon worden gesteld. Het enkele feit dat het ongeval plaatsvond op de parkeerplaats van de werkgever was volgens;de commissie onvoldoende aanleiding om een verband met de dienstbetrekking in de zin van artikel 1403 lid 3 BW aan te nemen. Dekking van de aansprakelijkheid uitsluitend op de AVP polis.

38 Oudste surfplank glijden varen hard Plezier / AVP inzake "Surfplank op glijijzer

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren/pleziervaartuigverzekering
Tijdens het glijden over ijs met een surfplank voorzien van een glij ijzer beschadigde X het surfzeil van Y.
De commissie stelde vast dat in de polisvoorwaarden van de pleziervaartuigverzekering geen eisen worden gesteld aan de hoedanigheid van het verzekerde vaartuig; verzekerd is de zeilplank met de daarop gemonteerde accessoires. Evenmin wordt vereist dat de schade tijdens het varen veroorzaakt is. De commissie was van mening dat de pleziervaartuigverzekeraar een expliciete uitsluiting voor het rij en glijrisico had moeten opnemen wanneer hij daarvoor geen dekking wilde verlenen.
Het geschil diende op basis van het chronologisch beginsel geregeld te worden nu beide polissen dekking boden en beide een inhoudelijk gelijkwaardige "non contribution" clausule bevatten.
De AVP verzekering diende dekking te verlenen.

37 Klep portier motorrijtuig WAM / AVB inzake "Ontweken bovenklep"

Een chauffeur van groothandel X sloot na het laden en lossen de laadklep aan de achterzijde van de vrachtauto van X. De bijrijder, die op dat moment bezig was met uitstappen, kreeg de klep tegen zijn hoofd. Bij het afwenden van zijn hoofd, als een soort schrikbeweging kwam hij met zijn gebit tegen een containerhek, waarbij een stuk van zijn tand afbrak.
De commissie was van mening dat de schade was veroorzaakt door de bewegende laadklep, die een onderdeel is van de vrachtauto. De commissie concludeerde dat de W.A. motorrijtuigverzekering dekking moest verlenen.

36 Lading lossen motorvoertuig WAM / AVB inzake “Kiepende tankwagen"

Een tankwagen kwam veevoeder lossen. De tank kwam te ver omhoog waardoor schade aan het gebouw van X ontstond. De commissie was van mening dat de schade werd veroorzaakt door de bewegende tank, die een onderdeel is van de tankwagen. De commissie gaf het advies dat de W.A. motorrijtuigverzekering dekking moest verlenen.

35 verkeer hefbrug motorrijtuig WAM / AVP inzake 'Van hefbrug afgerolde auto"

X had zijn auto bij een garagebedrijf gebracht. Toen de auto op een zogenaamde kolommenbrug stond wilde X de auto zelf laten zakken. Door zijn onoordeelkundige bediening kwam de brug scheef te staan, rolde de auto van de brug en botste op een auto van het garagebedrijf. Tussen partijen stond de aansprakelijkheid van X voor de veroorzaakte schade vast.
De commissie was van oordeel dat de schade met of door de auto van X is veroorzaakt toen deze zijn auto aan het rollen bracht door een foute bediening van de hefbrug.
De W.A. motorrijtuigverzekering diende dekking te verlenen.

34 Verkeer werk lading stof loofklappen werkmateriaal / AVB inzake "Loofklappen"

X had door en tijdens het klappen van aardappelloof stof doen opwaaien, hetgeen schade veroorzaakte aan de spruiten van zijn buurman. Dit loofklappen geschiedde met een zogenaamde loofklapper die werd getrokken door een tractor.
De commissie stelde vast dat de polis van landbouwwerktuigenverzekering een ruime dekking bood, zodat de polis niet alleen het WAM risico dekte, doch ook dekking gaf voor de aansprakelijkheid voor andere schade, veroorzaakt met of door een landbouwwerktuig enlof de daarachter gekoppelde aanhanger.
Gelet op het gestelde door het Hof Amsterdam d.d. 10 mei 1984 en op grond van het voorgelegde feitenmateriaal kon worden geconcludeerd dat de schade werd veroorzaakt met de aan de traktor van X gekoppelde loofklapper en dat de polis van de landbouwwerktuigenverzekeraar hiervoor dekking bood. De commissie concludeerde dat de landbouwwerktuigenverzekering dekking diende te verlenen.

33 Verkeer werkschade land tractor werkmateriaal / AVB inzake "Omgeploegde leliebollen"

Betreft: w.a. motorrijtuigverzekering / aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
Een stuk land werd omgeploegd met een aan een tractor gekoppelde ploeg. Schade werd toegebracht aan in dat stuk land geplante leliebollen.
De commissie stelde voorop, dat zij zich in het algemeen zoveel mogelijk wil conformeren aan recente belangrijke jurisprudentie en verwees naar het arrest van het Hof Amsterdam d.d. 10 mei 1984, VR 1984, 119 waarin beslist werd dat de in dat geding aan de orde zijnde materiaalpolis de schade dekte die is veroorzaakt met of door het (gedekte) voorwerp. Schade veroorzaakt met het voorwerp kon volgens het Hof niets anders betekenen dan: schade die is veroorzaakt doordat van het voorwerp gebruik is gemaakt zonder dat de oorzaak in of op het voorwerp zelf is gelegen. De commissie constateerde voorts dat de polis van de W.A. motorrijtuigverzekering een ruime dekking bood, deze dekte zowel het verkeers als het werkrisico.
Het beroep van de W.A. motorrijtuigverzekeraar op uitspraak no. 23 "gecultiveerde land" van de commissie Samenloop, was volgens de commissie niet relevant, omdat deze uitspraak dateert van vóór het bovengenoemde arrest van het Hof Amsterdam, waardoor deze uitspraak van de commissie als achterhaald moet worden beschouwd.
Evenmin kon een beroep op het arrest van de Hoge Raad d.d. 7 februari 1986 NJ 1986 457, 458 en 459 (Koen Visser) worden gedaan, omdat de Hoge Raad zich in dat arrest niet heeft uitgelaten over de vraag of de schade onder de dekking van die polis viel, doch uitsluitend over de vraag of het hier om een schade handelde die geacht kon worden binnen het kader van de WAM te vallen. De commissie stelde vast, dat de schade was veroorzaakt met de aan de traktor van X gekoppelde ploeg. Daar de polis de W.A. motorrijtuigverzekering dekking gaf voor schade met het motorrijtuig veroorzaakt en de AVP polis zo'n schade uitsloot, gaf de commissie als haar (op verzoek van partijen) niet bindend advies, dat de W.A. motorrijtuigverzekering dekking diende te verlenen.

32 Verkeer motorrijtuig losgekoppeld aanhangwagen WAM / AVP inzake "Losgekoppelde aanhangwagen"

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren/w.a. motorrijtuigverzekering
X heeft met zijn, juist daarvoor afgekoppelde, aanhangwagen, die hij in een parkeervak wilde duwen een geparkeerde auto beschadigd.
De commissie stelde vast dat de combinatie ter plekke niet veilig kon blijven staan, omdat de aanhangwagen buiten het parkeervak op de rijbaan uitstak. De aanhangwagen zou de status van motorrijtuig pas verloren hebben zodra de manoeuvre om de onveiligheid op te heffen zou zijn voltooid. Nu dit nog niet het geval was op het moment van botsing, concludeerde de commissie dat de schade was toegebracht met of door een motorrijtuig en dat derhalve de W.A.motorrijtuigverzekering dekking bood.
Aangezien de AVP verzekering de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig uitsloot moest de W.A. motorrijtuigverzekeraar dekking verlenen.

31 Speciaal electronica inboedel / electronica inzake "Elektronicaverzekering"

Betreft: inboedelverzekering / elektronicaverzekering
De computer, alsmede de gehele programmatuur van X werd gestolen.
De inboedelverzekeraar verzocht de commissie Samenloop een uitspraak te doen
inzake de toepassing en interpretatie van de "Overeenkomst betreffende samenloop Algemene en Speciale polis".
De inboedelverzekeraar was van mening dat de elektronicaverzekering te beschouwen is als een speciale verzekering, zodat de schade zijns inziens op grond van het bepaalde in de Overeenkomst voor rekening van de elektronicaverzekeraar diende te komen.
De commissie stelde vast dat in de "Overeenkomst" uitdrukkelijk is vermeld voor welke speciale verzekeringen zij geldt en dat aan het limitatieve karakter hiervan niet getwijfeld kan worden. De elektronicaverzekering wordt niet vermeld onder de speciale verzekeringen. De commissie concludeerde dat nu op de onderhavige schade de Overeenkomst niet van toepassing was en dat dit geschil geregeld diende te worden op basis van het chronologisch beginsel op grond waarvan de inboedelverzekering dekking moest verlenen.

30 Oudste deskundigenkosten verval plezier / rechtsbijstand inzake "Kostenverdeling Rechtsbijstand II"

X claimde een schade aan zijn pleziervaartuig bij de pleziervaartuigverzekeraar.
Volgens deze verzekeraar was de schade oorzaak niet op de polis gedekt. X schakelde toen zijn rechtsbijstandassuradeur in. Tussen partijen ontstond toen een discussie over de vraag wie bepaalde proceskosten diende te vergoeden.
Oorzaak van deze discussie was de uitleg van een bijzonder geschillenartikel van de polis van de pleziervaartuigverzekeraar; volgens dit artikel kan in bepaalde gevallen op kosten van de pleziervaartuigverzekeraar tegen de eigen maatschappij geprocedeerd worden. Wanneer een geschil niet binnen 12 maanden bij de bevoegde rechter aanhangig is gemaakt wordt aangenomen dat de beslissing van de maatschappij werd aanvaard.
In casu was het geschil niet binnen die termijn aanhangig gemaakt. De commissie was echter van oordeel dat in dit geval gezien de uitvoerige correspondentie die had plaatsgevonden niet mocht worden aangenomen dat de heer X zich bij de afwijzende beslissing van de pleziervaartuigverzekeraar had neergelegd.
De commissie concludeerde dat beide polissen in principe dekking boden. De polis van de pleziervaartuigverzekeraar was de oudste en diende dekking te verlenen.
Geen nieuwe overeenkomst was ontstaan door de latere toevoeging van de geschillenregeling; gezien de presentatie van deze uitbreiding van de polisvoorwaarden was hier sprake van de voortzetting van het contract met een iets gewijzigde inhoud.

29 Deskundigenkosten klacht toestemming AVB / rechtsbijstand inzake "Kostenverdeling Rechtsbijstand"

Betreft: rechtsbijstandverzekering/bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering
Verzekerde van de rechtsbijstandverzekering, plastisch chirurg, heeft een beroep gedaan op zijn rechtsbijstandverzekering terzake van de kosten van rechtsbijstand in verband met een klacht bij het Medisch Tuchtcollege. Er liep een aansprakelijkheidsverzekering voor de bij het ziekenhuis werkzame medische specialisten. Volgens de polisvoorwaarden van deze aansprakelijkheidsverzekering worden ook de kosten van rechtsbijstand vergoed die met toestemming van de verzekeraar worden verleend in een tegen verzekerde aanhangig gemaakte straf of tuchtzaak.
De commissie concludeerde dat aan deze eis van toestemming van de verzekeraar in casu niet was voldaan (de verzekeraar werd pas op de hoogte gesteld toen de tuchtzaak al maanden aan de gang was) waardoor dekking op deze polis ontbrak.
De rechtsbijstandverzekering diende dekking te verlenen.

28 Lading lossen losbak verkeer WAM / AVB inzake "Losbak"


Tijdens het afzetten van een laadbak van een stilstaande vrachtwagen, schoot de vrachtwagen van de handrem en door de neerwaartse druk van de laadbak reed de vrachtwagen naar voren en botste tegen een garagemuur, waardoor deze beschadigd werd.
De commissie merkte het feit, dat bij het parkeren van het motorrijtuig geen of onvoldoende rekening was gehouden met de mogelijkheid van een voorval bij het lossen als waarvan hier sprake was, aan als een omstandigheid die voortvloeit uit het gebruik van het motorrijtuig als zodanig.
De W.A. motorrijtuigverzekering dient dekking te verlenen.

27 Primaire dekking bouw opstal / CAR inzake "Cobouw bungalow"


X liet door een aannemer een bungalow bouwen. Afgesproken werd dat een deel van het werk door X in eigen beheer zou worden uitgevoerd. Toen de bungalow bijna was voltooid, brak brand uit, waardoor de bungalow voor een groot deel werd verwoest.
De CAR verzekeraar van de aannemer heeft de schade vergoed met uitzondering van de schade aan het eigen werk van X. De brandverzekeraar van X heeft het resterende bedrag aan X geleend en getracht de schade te verhalen op de CAR verzekeraar.
De commissie concludeerde dat de schade viel onder de dekking van de CAR polis. De commissie kon zich niet verenigen met het verweer van deze verzekeraar dat X voor wat betreft de in eigen beheer uitgevoerde en gereed gekomen werkzaamheden als derde zou moeten worden beschouwd; hij leed de schade als opdrachtgever, dus als verzekerde.
Ingevolge de van toepassing zijnde "primary clausule" (van de CAR polis) was geen verhaal mogelijk op de brandpolis.

26 Garage leenauto secundair WAM / garage inzake "Leenauto"

Betreft: W.A. motorrijtuigverzekering /garageverzekering
X bracht zijn auto ter reparatie bij een garage, deze gaf X voor een week een leenauto mee. Volgens de polisvoorwaarden van de W.A. motorrijtuigverzekeraar was het W.A. risico voor een tijdelijk vervangende auto meegedekt, voorzover elders geen verzekering liep. Het W.A. risico was tevens onder bepaalde voorwaarden gedekt onder de garageverzekering.
De garage had als voorwaarde bij het lenen van de auto gesteld dat X zelf voor verzekering zorg moest dragen.
X veroorzaakte schade met de leenauto.
De commissie stelde vast dat ingevolge de volgende bepaling in de polis van de garageverzekering: Met het voorbijgaan van hetgeen anders in de verzekeringsvoorwaarden van deze polis mocht zijn bepaald, wordt deze verzekering geacht met betrekking tot de aan verzekerde toebehorende motorrijtuigen, aan de door of krachtens de WAM gestelde eisen te voldoen", de garageverzekering de aansprakelijkheid van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de gemachtigde bestuurder, in casu X dekte.
Aan dit feit konden onderlinge afspraken tussen de garage en X niets afdoen. Beide polissen boden in beginsel dekking, doch de polis van de garageverzekering ging voor, nu deze een primaire dekking bood, terwijl de polis van de W.A.motorrijtuigverzekering ten aanzien van de vervangende auto een na-u-clausule bevatte.

25 RDW aanmelding fout ingang WAM / WAM inzake "Aanmelding RDW"

Betreft: W.A. motorrijtuigverzekering / W.A. motorrijtuigverzekering
Begin januari had X zijn bij verzekeraar B verzekerde auto verkocht. Op 15 januari werd met deze auto door de nieuwe eigenaar, Y, schade toegebracht.
Y had per 16 januari dekking voor zijn auto gevraagd bij verzekeraar A.
Door een abuis werd door verzekeraar A als ingangsdatum 13 januari gelezen, en deze datum werd ook op de polis en groene kaart vermeld. Ook bij de RDW meldde verzekeraar A de verzekering, ingaande 13 januari, aan.
De commissie stelde vast dat op grond van de polisvoorwaarden van verzekeraar B zijn dekking een einde nam op het moment van de eigendomsovergang. De schade vond plaats na de eigendomsovergang.
Volgens de commissie waren aan het aanmelden bij de RDW door verzekeraar A zonder meer de gevolgen verbonden die in de Wet voorzien zijn, ongeacht of verzekeraar A aannemelijk wist te maken dat de aanmelding op een administratief abuis berustte. Op het moment van de aanrijding diende verzekeraar A dekking te verlenen.

24 Speciaal coassurantie primair reis / inboedel inzake "Gestolen reisbagage"

Betreft: reisverzekering / inboedelverzekering
Bij een inbraak in een vakantiewoning werden goederen van vakantiegangers ontvreemd. De schade werd geclaimd op een reisverzekering, waarin een aantal verzekeraars, waaronder verzekeraar A, participeert. De verzekering was op de voorwaarden van verzekeraar A afgesloten. Het bleek dat niet alle participerende verzekeraars waren toegetreden tot de "Overeenkomst betreffende samenloop algemene en speciale polis", waaronder verzekeraar A.
Verzekeraar B, op wiens inboedelverzekering ook dekking kon worden ontleend, was wel tot deze overeenkomst toegetreden.
De commissie concludeerde dat, voorzover het de tot de overeenkomst toegetreden, in de reisverzekering participerende, verzekeraars betrof, deze primaire dekking dienden te verlenen.
Voorzover het de andere verzekeraars betrof, diende het geschil te worden opgelost op basis van de voorwaarden van de reisverzekering van verzekeraar A, welke een zogenaamde "na-u-clausule" bevatte, op grond waarvan hier de inboedelverzekeraar primair dekking moest verlenen.

23 Werk land tractor cultivator verkeer WAM / AVB inzake "Gecultiveerd land"

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven/w.a. motorrijtuigverzekering.
X had opdracht enige stukken land te cultiveren. Het werk werd uitgevoerd met een landbouwtractor waaraan een cultivator bevestigd was. X bewerkte echter ook een niet in de opdracht begrepen aangrenzend stuk land, met schade aan derden als gevolg. De commissie was van oordeel dat het motorrijtuig slechts een toevallige rol bij de schadeveroorzaking speelde. Relevante oorzaak van de schade was het onzorgvuldig handelen van verzekerde bij het cultiveren. Dekking derhalve op de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven.

22 haard huurder verzekerde inboedel / opstal inzake "Open haard"

Betreft: inboedelverzekering / opstalverzekering
X wenste in de door hem gehuurde woning een open haard met afvoerkanaal te doen aanleggen. Met de vertegenwoordiger van de huiseigenaar werd daartoe overeengekomen dat de werkzaamheden voor rekening en risico van de huurder dienden te worden verricht, dat alle eventuele schaden en / of lekkages tengevolge van de verbouwing voor zijn rekening dienden te worden hersteld en dat de open haard aan het einde van de huurtijd in goede staat en z.g. "om niet” diende te worden achtergelaten.
Lang na de verbouwing ontstond brand in het afvoerkanaal ten gevolge van vuilafzetting.
Partijen verschillen van mening over de vraag of voor dit schadegeval, behalve de subsidiaire dekking op de inboedelpolis, dekking aanwezig is op de opstalverzekering (BBP).
De commissie was van oordeel dat de huiseigenaar de enige verzekerde op de opstalpolis was en dat de huurder geen rechten aan deze polis kon ontlenen evenmin als de andere verzekeraar door cessie.

21 Lading lossen verkeer WAM / AVB inzake "Gekantelde aanhangwagen"

Betreft: w.a. motorrijtuigverzekering / aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
Een trekker met aanhangwagen, voorzien van een kiepinstallatie moest op een boerenerf gehakselde maïs lossen. Het erf helt ter plaatse; de combinatie werd overdwars op de helling gezet.
Gehakselde maïs heeft de neiging weleens te klonteren. De aanhangwagen was niet voorzien van een wormwielconstructie, dat het lossen moet vergemakkelijken. Tijdens het heffen kwam het zwaartepunt zo ongunstig te liggen dat de geladen aanhangwagen kantelde, met als gevolg schade aan derden.
De commissie stelde vast dat niet is gebleken dat de lading een eigenschap valt toe te schrijven die als uitzonderlijk en niet inherent aan de aard ervan is te beschouwen, noch dat is gebleken van andere oorzaken tengevolge waarvan schade is ontstaan welke in redelijkheid uitsluitend beschouwd kan worden als veroorzaakt door de lading. Vast staat alleen dat een geladen aanhangwagen, niet voorzien van een wormwielconstructie, is gekanteld en schade heeft toegebracht. De combinatie was op een voor het lossen minder juiste wijze, namelijk overdwars, op de helling gezet.
De commissie concludeerde dat de schade met of door het motorrijtuig werd veroorzaakt.

20 Lading lossen gebrek motorrijtuig WAM / AVB inzake "Losgesprongen mangatdeksel"

Betreft : w.a. motorrijtuigverzekering / aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
Een tankwagen moest stookolie lossen. Tijdens het verpompen van de olie staat de tank onder druk. Vermoedelijk als gevolg van een slechte lasverbinding brak de bout, waarmee het mangatdeksel bovenop de tankauto wordt vastgezet. Dit had tot gevolg dat het mangatdeksel open sprong en de stookolie er uit spoot, met schade aan derden als gevolg.
De commissie is van oordeel dat, al ontstond de schade weliswaar tijdens het lossen, de oorzaak van de schade in een gebrek van het motorrijtuig zelf is gelegen. De schade was derhalve door het motorrijtuig veroorzaakt.

19 Verzekerde eigenaar bewaarnemer inboedel / goederen belang inzake "Perzisch tapijt"

Betreft: goederenverzekering / uitgebreide inboedelverzekering
Een bedrijf heeft een uitgebreide goederenverzekering lopen waarop onder meer de schade door diefstal van goederen van derden na inbraak is verzekerd. Op zeker moment wordt bij dat bedrijf ingebroken, waarbij o.a. het Perzische tapijt van een klant wordt ontvreemd.
Laatstgenoemde heeft bij een andere verzekeraar een uitgebreide inboedelverzekering lopen, waarop deze schade is gedekt.
De commissie stelde vast dat goederen van derden op de uitgebreide goederenverzekering volwaardige dekking vinden.
Daarom is het artikel uit de polis van toepassing dat kort samengevat bepaalt dat bij samenloop de uitgebreide goederenverzekering betaalt, onder de verplichting voor de verzekerde zijn recht jegens de andere verzekeraar over te dragen.
Volgens het polisblad is er slechts één verzekerde: het bedrijf waar het tapijt werd gestolen. Van dit bedrijf is zowel het eigenaarsbelang als het bewaarnemersbelang verzekerd.
Dit bedrijf heeft naar het oordeel van de commissie geen rechten jegens de inboedelverzekeraar van de klant.
Indien men zou uitgaan van artikel 284 W.v.K. zou het bovenstaande tot geen andere conclusie leiden.

18 Lading lossen gebrek motorrijtuig WAM / AVB inzake "Gesprongen hogedrukleiding"

Betreft: W.A. motorrijtuigverzekering / aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
Verzekerde moest aardappelen lossen in een loods van een derde. De aardappelen werden met een vrachtwagen combinatie, voorzien van kiepbakken, aangevoerd. Toen een kiepbak in de hoogste stand was gebracht teneinde de aardappelen te lossen barstte een hogedrukslang van de hefinstallatie én spoot olie uit deze slang, met schade aan de loods als gevolg.
De commissie oordeelde dat de schade weliswaar tijdens het lossen ontstond, maar omdat een onderdeel van de vrachtwagencombinatie defect raakte, de oorzaak van de schade daarom in een eigen gebrek van het motorrijtuig gelegen is. De schade was derhalve met of door het motorrij tuig teweeggebracht.

17 Bedoeling aanvraag bontjast kostb / inboedel inzake "Samenloop kostbaarheden en inboedelverzekering (Jakhals bontjas)"

Betreft: kostbaarhedenverzekering / uitgebreide inboedelverzekering
Sinds 1972 heeft de echtgenoot van mevrouw X een verzekering op de huishoudelijke inboedel. Deze verzekering wordt in 1978 overgeschreven op naam van mevrouw X, terwijl tevens de verzekerde som wordt verhoogd. Gelijktijdig vraagt deze mevrouw een kostbaarhedenverzekering voor haar jakhalsbontjas aan bij een andere verzekeraar. Deze verzekering gaat enkele dagen later in. Bij een inbraak enige jaren later wordt de bontjas ontvreemd.
De commissie stelde vast dat de voor de wijziging van de inboedelverzekering en de totstandkoming van de kostbaarhedenverzekering noodzakelijke handelingen door een tussenpersoon voor de verzekerde werden verricht.
De vraag op het aanvraagformulier voor de kostbaarhedenverzekering of de bontjas reeds eerder verzekerd is geweest, werd door verzekerde ontkennend beantwoord. De commissie leidde hieruit af dat het niet de bedoeling van partijen is geweest de bontjas onder de inboedelverzekering te doen vallen. Dit wordt bevestigd door de verklaring van deze tussenpersoon dat zijn gewoonte was bij het vaststellen van de verzekerde som van een inboedelverzekering rekening te houden met de waarde van de op een kostbaarhedenverzekering te dekken voorwerpen, door deze op de waarde van de totale inboedel in mindering te brengen.
Onder deze omstandigheden kwam de commissie tot het oordeel dat de bontjas, toen daarvoor een kostbaarhedenverzekering tot stand kwam, niet meer op de inboedelpolis verzekerd was. Een wijziging nadien in de door de beide in het geding zijnde verzekeringen geboden dekkingen, is door partijen niet gesteld.

16 Oudste grond vordering boom tuin hoedanigheid AVB / AVP inzake "Omgewaaide boom"

Betreft : aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren / aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
Verzekerde heeft sinds 1975 een AVP polis en sinds 1981 een AVB polis voor de door hem gedreven boekhandel. Verzekerde is eigenaar van het pand waar hij zijn boekhandel drijft en bewoont dit pand ook. Een boom die in de tuin van het pand staat waait om, met schade aan derden als gevolg.
De commissie stelde vast dat uit de haar voorgelegde stukken niet af te leiden valt, in welke hoedanigheid verzekerde aansprakelijk is gesteld, maar acht dat ook niet van belang. Uit beide hoedanigheden, boekhandelaar en particulier, kan naar het oordeel van de commissie aansprakelijkheid voor de schade door de boom voortvloeien. Noch de AVP , noch de AVB polis bevatte een uitsluiting voor dit schadegeval. Ook werd het niet door bestaande verkeersregels of overeenkomsten tussen verzekeraars ontvangen.
De commissie concludeerde dat dit geschil geregeld dient te worden op basis van het chronologisch beginsel. De AVP polis is ouder dan de AVB verzekering en zal dus dekking dienen te verlenen.

15 Oudste wijziging verzekeraar AVB / AVB inzake "Gewijzigde of nieuwe verzekering"

Betreft: twee aansprakelijkheidsverzekeringen voor bedrijven
Een bedrijf had door bemiddeling van een makelaar in assurantiën een AVB verzekering lopen. Vanaf 1 januari 1980 loopt voor het bedrijf door bemiddeling van dezelfde makelaar een AVB verzekering bij een andere risicodrager, een gevolmachtigde, onder andere voorwaarden en tegen hogere verzekerde bedragen, na royement van eerstgenoemde verzekering.
Voorts had het bedrijf per 1 september 1979 nog een AVB verzekering gesloten.
De commissie stelde vast dat de vanaf 1 januari 1980 bij de gevolmachtigde lopende verzekering als een nieuwe verzekering moet worden beschouwd en niet als een gewijzigde voortzetting van de reeds eerder via de makelaar in assurantiën lopende verzekering. De vanaf 1 september lopende verzekering was derhalve de oudste.

14 Lading surfplank wind WAM / AVP inzake 'Van auto gevallen surfplan

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren/w.a. motorrijtuigverzekering
Na het surfen werd een surfplank alvast op een auto gelegd met de bedoeling de plank voor het vertrek naar huis op de auto vast te binden.
Enige tijd later slingerde een plotselinge rukwind de plank van de auto, met schade aan derden als gevolg.
De w.a. motorrijtuigverzekering dekte "schade veroorzaakt anders dan bij het laden of lossen door goederen die zich bevinden op dan wel vallen of gevallen zijn van het motorrijtuig".
De A.V.P. verzekering dekte schade veroorzaakt onder andere met of door vaartuigen met een zeiloppervlakte van maximaal 16 m2, onder de restrictie dat deze dekking "niet geldt voor zover de aansprakelijkheid wordt gedekt door een andere verzekering, al dan niet van oudere datum
De commissie concludeerde, gezien genoemde dekkingsomschrijvingen, tot primaire dekking van de w.a. motorrijtuigverzekering.

13 Verkeer boom rooien vrachtauto WAM / AVB inzake 'Wet auto gerooide boom"

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven/w.a. motorrijtuigverzekering
Een langs de weg staande boom werd gerooid met een vrachtwagen. Een fietser merkte de afzetting en de werkzaamheden niet op, werd bij het passeren door de vallende boom getroffen en leed schade.
De commissie stelde vast dat de schade met of door een motorrijtuig werd veroorzaakt en dat de W.A.M. van toepassing is.

12 Lading auto afrijden trailer WAM / AVB inzake 'Van trailer afgereden auto"

Betreft : w.a. motorrijtuigverzekering / aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
Bij het afladen van een defecte auto van een trailer, reed deze, onbestuurd, van de trailer af en botste tegen een geparkeerde auto.
Oordeel commissie: de afrijdende auto voldeed aan de definitie van een motorrijtuig, zoals neergelegd in de Wegenverkeerswet; uit de jurisprudentie blijkt dat ook een motorrijtuig met uitgeschakelde of defecte motor daaronder valt. Bovendien nam de bewuste auto deel aan het verkeer, overeenkomstig de beschrijving in de WAM.
De w.a. motorrijtuigverzekering dient dekking te verlenen.

11 Aanhangwagen onverlicht WAM / AVB inzake "Geparkeerde aanhangwagen"

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven/w.a. motorrijtuigverzekering
Een automobiliste rijdt 's nachts tegen een onverlichte, tegen de rijrichting in geparkeerde, aanhangwagen.
Oordeel commissie: gelet op de feitelijke toedracht is, althans op het moment van het ontstaan van de schade, de aanhangwagen niet veilig buiten ieder verkeer gehouden (in de zin van H.R. 16 3 1979, N.J. 1980, 176 of 76).
De w.a. motorrijtuigverzekering dient dekking te verlenen.

10 Lading losssen WAM / AVB inzake "Schade door laadbak"

Betreft: w.a. motorrijtuigverzekering / aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven
Tijdens het heffen van een laadbak is een daarboven hangende buis beschadigd.
Oordeel commissie: hier is sprake van een loshandeling. Er is immers sprake van een door de mens geleide handeling van het lossen te weten het van het motorrijtuig op de grond neerzetten van een goed dat bestemd is om gelost te worden van of geladen op een motorrijtuig dat daarvoor is ingericht. Deze handeling was vóór het moment waarop de schade ontstond al begonnen en had de schade aan de buis tot gevolg.
De aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven dient dekking te verlenen.

9 Bedoeling aanvraag kostb / inboedel inzake "Samenloop kostbaarheden en inboedelverzekering"

Betreft: kostbaarhedenverzekering / uitgebreide inboedelverzekering
Diefstal van kostbaarheden uit een woning.
Oordeel commissie: de verzekerde had in het aanvraagformulier voor de kostbaarhedenverzekering verklaard dat de getaxeerde kostbaarheden niet elders gedekt waren. De inboedelverzekering was toen reeds van kracht.
Ook de grootte van het verzekerd bedrag op elk van de beide polissen was een aanwijzing dat verzekerde de bedoeling heeft gehad de kostbaarheden tot het getaxeerde bedrag uitsluitend op de kostbaarhedenpolis dekking te doen vinden. Gelet op deze omstandigheden vallen de kostbaarheden tot het getaxeerde bedrag niet onder de inboedelpolis, ook al was zulks in de inboedelpolis niet uitdrukkelijk bepaald. Elke polis dient voor zijn eigen aandeel te betalen.

8 Garage diefstal casco / inbraakverz. inzake "Gestolen auto"

Betreft : cascoverzekering / brand inbraakverzekering
In een garagebedrijf wordt ingebroken en een aan dat bedrijf toebehorende auto ontvreemd welke na enige tijd totaal uitgebrand wordt teruggevonden.
Oordeel commissie: nu de wijziging van de rechtsstructuur van verzekeringnemer door middel van een aanhangsel op de polis is verwerkt, waarbij de contractsduur van de polis ongewijzigd is aangehouden, dient de ingangsdatum van die polis als ingangsdatum van de verzekering te worden aangehouden. De door een partij gestelde interpretatie van het begrip "speciale verzekering" blijkt niet uit de door hem gehanteerde voorwaarden.
Ook het feit dat op de polis van de andere verzekeraar op het moment van de schade slechts één motorrijtuig ter verzekering is aangemeld, maakt die polis niet tot een speciale polis in de door hem gewenste zin.
De brand inbraakverzekering dient dekking te verlenen.

7 Parket roerend inboedel / opstal inzake "zwevend parket”

Betreft: uitgebreide opstalverzekering / uitgebreide inboedelverzekering
Waterschade aan een "zwevende" parketvloer (parket dat niet wordt gespijkerd of gelijmd, maar los op de ondervloer wordt gelegd).
Oordeel commissie: "zwevend" parket behoort ais roerend goed tot de inboedel.

6 Oudste speciale Kostbaarh / inboedel inzake "Samenloop kostbaarheden en inboedelverzekering"

Betreft: uitgebreide inboedelverzekering / kostbaarhedenverzekering
Bij een inbraak in een woning wordt een aantal kostbaarheden ontvreemd.
Oordeel commissie: tussen een aantal verzekeraars bestaat een overeenkomst waarbij het uitgangspunt is dat de "Speciale" verzekering voor gaat. Tussen partijen bestaat die overeenkomst niet. Zonder de werking van zodanige overeenkomst gaat een beroep op een regel dat een speciale verzekering boven de algemene zou gaan, ten onrechte ervan uit, dat een dergelijk beginsel algemene aanvaarding in de verzekeringspraktijk zou hebben gevonden. Dekking op de oudste polis, de inboedelverzekering.

5 Motorrijtuig brand reparatie WAM / AVB inzake "Brand door autoreparatie"

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren/w.a. motorrijtuigverzekering
Door reparatiewerkzaamheden aan een auto ontstaat brandschade aan de werkplaats waarin de auto stond. Werkplaats rijkseigendom en niet tegen brand verzekerd.
Oordeel commissie: het motorrijtuig speelde slechts een toevallige rol bij de schadeveroorzaking en was daarin door een ander brandbaar voorwerp te vervangen waaraan onderhavige reparatiewerkzaamheden werden verricht.
Relevante oorzaak van de schade was het onzorgvuldig handelen van verzekerde bij de reparatiewerkzaamheden. Dekking derhalve op de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren.

4 Weg glad klei bieten WAM / AVB inzake "Glad geworden wegen"

Betreft : aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven/w.a. motorrijtuigverzekering
Door bietentransport bevuilde weg. Oordeel commissie: als in uitspraken no.'s 2 en 3.

3 Weg glad klei lading bieten ,,WAM / AVB inzake "Glad geworden wegen

Door bietentransport bevuilde weg. Oordeel commissie: als in uitspraak no. 2.

2 Weg glad klei modder lading ,,WAM / AVB inzake "Glad geworden wegen

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven/w.a. motorrijtuigverzekering
Door vervoer van klei en zand raakt een weg bevuild. Oordeel commissie: geen onderscheid dient gemaakt te worden tussen echte lading en enig ander goed dat van het voertuig op de weg komt. Tijdsduur tussen het moment van het verlies en dat van het ongeval speelt geen rol. Op grond van de regeling NVVA / WAV 1959 en 1964 betreffende ladingrisico, primaire dekking door W.A. motorrijtuigpolis.

1 Gastank ontploffing lading ,,WAM / AVB inzake "Gastank"

Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren/w.a. motorrijtuigverzekering
Een gedemonteerde gastank wordt in de bagageruimte van een auto vervoerd. Uit de tank ontsnappend gas dringt de cabine in, ontploft en brengt een passagier schade toe. De commissie stelde vast dat er sprake was van ladingrisico en dat de w.a. motorrijtuigpolis, conform de regeling voor ladingrisico van NVVA en WAV van 1959 en 1964, daarvoor primair dekking bood.

Geschiedenis spiegelbeeld dekking

Tot 1963
Op motorrijtuigverzekering was dekking voor schade met of door motorrijtuigen toegebracht, op AVB was dat uitgesloten

1963
Introductie verplichte WAM-verzekering. Verzekeraars passen hun voorwaarden aan door naast schade met of door het motorrijtuig schade volgens de WAM te verzekeren.

13-12-1976 L 1976-072
In verlengde rapport verbetering positie verkeersslachtoffers: Aanbeveling om de WAM-uitsluiting bestuurders, verzekerde en familieleden niet te gebruiken voor natuurlijke personen, alleen voor de rechtverkrijgenden. Daarmee werd een gat geïntroduceerd tussen de motorrijtuigverzekering en de AVB-dekking voor rechtverkrijgenden.

14-07-1986 86/07
Circulaire bevestigt: verzekeraars plegen bestuurders niet uit te sluiten

28-09-1987 87/08
Art. 4 lid 1 WAM, uitsluitbaarheid bestuurders, is niet ondersteund door motorrijtuigverzekeraars, lid 2 uitsluiting rechtverkrijgenden op initiatief motorrijtuigverzekeraars. Aanbeveling per 1-1-1988 WAM uitsluiting beperken tot lid 2 WAM.
Verzekeraars gingen afwijken van de aanbeveling van 1976 ivm jurisprudentie over verwan-ten.

3-12-1987 87/09
Idem 28-09-1987

18-2-1988 88/03
Ongevallendekking en inzittendenverzekering zijn geen rechtverkrijgers

2-1-1991 91/01
Richtlijn dienstverlening 29-11-1990 L330/44

16-10-1992 92/05
20-11-92 treedt derde richtlijn motorrijtuigen van 8-11-1990 90/618 EG in werking.
Alleen bestuurders kunnen nog worden uitgesloten. Art. 4 lid 2 WAM vervalt. Het gat voor rechtverkrijgenden vervalt.

 

 

 

 

 

 

Verzekering